Hieronder mijn leesautobiografie van de afgelopen maanden, de boeken die op mijn nachtkastje lagen. Op leesvolgorde, laatstgelezen boek bovenaan.

N.B. Op de laatste bladzijden staan nog wat persoonlijke favorieten op het gebied van thuisonderwijs en ouderschap.

Werk in uitvoering

Joost Zwagerman (samenst.)
De Nederlandse en Vlaamse literatuur vanaf 1880 in 250 verhalen

Nog steeds niet allemaal gelezen. Omdat ik de verhalen er willekeurig uitpluk, weet ik ook niet meer welke ik al gehad heb, maar dat geeft niet. Sommige kan ik telkens herlezen, iets wat ik normaal gesproken nooit doe. Het is een fijn boek.

  • Els Beerten, Allemaal willen we de hemel. Dit is het Vlaamstste boek dat ik in jaren heb gelezen, vol goddeloos gevloek en mensen die elkaar graag zien. Els Beerten won er de Boekenleeuw mee, de Gouden Uil en de Gouden Lijst (vervanger van de Gouden Zoen), dus ik was nieuwsgierig. Het is een parel. Over de Tweede Wereldoorlog, vriendschap, moed, trouw, goed en fout. Heel, heel erg mooi en een verrassend einde. Komt zonder twijfel op het boekenlijstje onder ‘Geschiedenis’.
  • Tatiana de Rosnay, Haar naam was Sarah. Ook van mijn broer in handen geduwd gekregen. Ik wilde het eerst niet meenemen vanwege de titel, die doet denken aan een tranentrekkende ECI-roman in het huiselijkgeweldgenre. Op sterk aandringen toch meegenomen. Oorspronkelijke titel Sarah’s key is om onbegrijpelijke redenen niet letterlijk vertaald. Niet op letten; Simone van der Vlugt zegt op het omslag dat het een van de mooiste boeken is die zij ooit heeft gelezen en die aanbeveling kun je serieus nemen. Wat een prachtig, prachtig boek.
  • Bibi Dumon Tak, Oorlogsdieren. Wat ik altijd zo knap van BDT vind, is dat ik door haar boeken -net als door die van Midas Dekkers- serieus op een andere manier naar dieren ga kijken. Met Oorlogsdieren had ik het weer. Ik ben bijvoorbeeld de chronische duivenhater waar zij het in dit boek over heeft: het mantra-koeren van de stadsduif raakt een heel gevoelige irritatiesnaar bij me (hoewel ik de strompelende verenexplosies in de stad dan weer vooral zielig vind, hoe ze kannibaliserend aan een kippenbotje pikken, rondhinkend op één pootje). Maar dan lees ik het hoofdstuk over de dappere postduiven met hun grenzeloze trouw, en dan vind ik ze toch ineens stoer. Zo staat het vol met dieren die mijn blik verruimen. Buitengewone hoofdpersonen in aangrijpende verhalen, mooi geschreven in een fijn boek.
  • Herman Koch, Het diner. Van mijn broer geleend die zei dat ik hem echt moest meenemen en dat hij wilde weten wat ik ervan vond. Ik had er nog niets over gelezen, geen recensies, geen samenvattingen of aankondigingen. Dat scheen een pre te zijn. Leest als een trein. Heel knap hoe je aanvankelijk sympathiseert met de hoofdpersoon (ik tenminste) en naar gelang het boek vordert steeds meer een unheimisch gevoel krijgt. Gaaf boek.

Pagina’s: 1 2 3 4 5 6