Hieronder mijn leesautobiografie van de afgelopen maanden, de boeken die op mijn nachtkastje lagen. Op leesvolgorde, laatstgelezen boek bovenaan.
N.B. Onderaan het lijstje staan nog wat persoonlijke favorieten op het gebied van thuisonderwijs en ouderschap.
Werk in uitvoering
Alan Thomas en Harriet Pattison, How children learn at home. Kersvers boek van Alan Thomas, ontwikkelingspsycholoog en Britse pleitbezorger van thuisonderwijs, en Harriet Pattison, onderzoeksassistente aan het Londonse Institute of Education. Een weergave van recente onderzoeksresultaten met uitgebreide bibliografie. Heb alleen het voorwoord gelezen, maar volgens mij belicht het boek voornamelijk één vorm van thuisonderwijs, namelijk informal learning, ook wel unschooling. Mooi dat er weer een nieuw thuisonderwijsboek is; ik blijf graag op de hoogte.F.M. Dostojevski, De broers Karamazov. Jawel hoor, hij is uit. En het is zonder twijfel het allermooiste boek dat ik ooit gelezen heb. Wat een boek, zeg, je kunt er uit blijven citeren. Het is spannend, huiveringwekkend en ontroerend, met meesterlijke dialogen tussen atheïsme en christendom. Onvoorstelbaar dat het bijna 130 jaar geleden geschreven is. Adembenemend. Mirjam Pool, Alle dagen schuld. Ik zapte langs een interview met de schrijfster in het tv-programma Boeken en werd nieuwsgierig. Het boek is een verzameling praktijkverhalen over het leven van de armste Nederlanders, veelal mensen die van generatie op generatie aan de Sociale Dienst gekluisterd zijn. Over boodschappenpakketten, afdankertjes en de ultieme droom van een breedbeeldtelevisie nadat de schuldsanering uitgezeten is. Een Holland Doc in boekformaat. Henri Nouwen, Kun je de beker drinken? Even tussendoor terwijl ik nog bezig ben in Karamazov (blz. 313 - ‘t is erg mooi). Nouwen leest lekker weg en spreekt natuurlijk ware woorden, maar op de een of andere manier treft hij me minder dan C.S. Lewis. De voorbeelden uit zijn dagelijks leven in Daybreak (leefgemeenschap voor lichamelijk en verstandelijk gehandicapten) zijn wel aansprekend. Cees van der Kooij, Verhalen over vroeger, historische jeugdliteratuur als hulpmiddel voor het geschiedenis-onderwijs in de basisschool. Dit juweel kwam ik al schuierend tegen in de sectie vakliteratuur van de bibliotheek. Een hartverwarmend pleidooi voor mooie verhalen in het geschiedenisonderwijs, met een hoop suggesties. Veel literaire klassiekers, ook minder bekende, gesorteerd op thema. Dimitri Verhulst, Mevrouw Verona daalt de heuvel af. Met klem aangeraden door mijn broer. We delen niet altijd dezelfde literatuurkeuze, maar hierover was hij erg enthousiast, dus ik sloeg het met frisse moed open. En het was erg mooi! Aanvankelijk kreeg ik een beetje jeuk van de overvloed van ongebruikelijke metaforen, maar toen ik me eraan overgaf - het verhaal was mooi genoeg - kon ik de schoonheid van de Vlaamse stijl wel waarderen. Andrew A. Campbell, The Latin-centered curriculum. Pleidooi voor het klassieke onderwijs in de meest letterlijke zin. LCC is een van de grotere stromingen binnen het thuisonderwijs, waarbij de nadruk ligt op Latijn en een beperkt aantal leergebieden onder het motto ‘multum non multa’ (veel, niet velerlei). Hoewel er op de theorie wel iets af te dingen valt, is het boek zeker de moeite waard. Waardevolle ideeën en bezielde argumentatie. Irvin D. Yalom, De Schopenhauer-kuur. Geleend van mijn schoonzus, op haar aanraden. Fascinerende combinatie van biografie en aantrekkelijke beschrijving van groepstherapie. Grappig, roerend en interessant. Joost Zwagerman (samenst.), De Nederlandse en Vlaamse literatuur vanaf 1880 in 250 verhalen. Verhaaltje voor het slapengaan. Ligt er eigenlijk wel altijd. Vooral ‘Ouderlingenbezoek’ van Maarten ‘t Hart vind ik meesterlijk. Maar een oude Emants of een mooie Wolkers is natuurlijk ook altijd prachtig. John Holt en Patrick Farenga, Teach your own. Vakliteratuur herlezen. Soms heb ik er een beetje spijt van dat ik alle literatuur over thuisonderwijs in zo’n pril stadium gelezen heb - toen Philip drie, vier jaar was. Aan de ene kant heeft het me gemotiveerd en geholpen een mening en een goed beeld te vormen. maar aan de andere kant waren veel onderwerpen en vragen die de boeken behandelen toen nog niet aan de orde. Dus herlees ik zo nu en dan de pareltjes van mijn plank met (thuis)onderwijsliteratuur. Arthur Japin, De grote wereld. Sinds de boekenweek van 2006 in mijn bezit en nu ik het in de bibliotheek zag staan, werd ik eraan herinnerd. Ik houd wel erg van Japin. De zwarte met het witte hart vond ik overweldigend mooi toen ik het in ‘98 las en Een schitterend gebrek heb ik me genoeglijk laten voorlezen door de schrijver zelf, als luisterboek tijdens de strijk. C.S. Lewis, The Great Divorce. Stond tussen tien andere Lewissen op mijn boekenplank, maar had ik nog niet gelezen. Volgens een vriend was dit Lewis’ beste boek. En het was inderdaad mooi en Lewisiaans bijzonder. Maar zelf vind ik Verrast door vreugde zijn beste boek. Ik houd van de manier waarop hij je met zijn manier van schrijven meeneemt in zijn denkpatroon, waardoor je voortdurend wordt uitgedaagd om na te denken of je het met hem eens bent - wat vrijwel altijd zo is. Tim Krabbé, Drie slechte schaatsers. Kort verhaal in boekvorm, stond uitgestald bij de bibliotheek en wekte mijn nieuwsgierigheid. Nadat ik in de bibliotheek de eerste bladzijde had gelezen, heb ik het meegenomen. Lekkere weglezer. Henri Nouwen, Eindelijk thuis. Lag eindelijk op mijn nachtkastje. Juichende verhalen over gehoord, maar was ondergesneeuwd tussen andere boeken. Ik verwachtte er veel van, maar ik denk dat ik het later nog eens moet herlezen. Ik vond het mooi en goed, maar werd er niet door gegrepen. Simone van der Vlugt, Jehanne. Kinderboek (grote kinderen) over Jeanne d’Arc. Dit was de eerste keer dat ik iets van Van der Vlugt las. Wilde deze lezen om te zien of het later iets voor de kinderen zou zijn - en dat is het zeker. Mooi boek, mooi verhaal, mooi geschreven. Alleen de brandstapel aan het einde is voor jonge kinderen te plastisch, ik wacht er nog even mee. Alfie Kohn, Unconditional Parenting. Waar Thomas Gordon de praktijk geeft, geeft Kohn hier de theorie. Soms wat kort door de bocht, maar wel goed om je weer eens te laten nadenken over je manier van praten met kinderen (en grote mensen). Jan Wolkers, Het vroege werk. Bundel van de meester. Genieten, hoor. Carol Dweck, Mindset. Haar idee van de fixed versus growth mindset was een openbaring voor me, maar ik vind het een draak van een boek. Na het eerste hoofdstuk begrijp je haar standpunt (en nogmaals, ik vind het echt een goede theorie), maar vervolgens stapelt voorbeeld na voorbeeld zich op. Voorbeelden uit het zakenleven, voorbeelden uit de sport, voorbeelden uit de geschiedenis; ik begon het beledigend te vinden. Wat mij betreft kun je volstaan door deze twee artikelen te lezen: ‘How not to talk to your kids’ uit New York Magazine en een stuk uit Scientific American met de verschrikkelijke titel ‘The secret to raising smart kids’. Kader Abdolah, Het huis van de moskee. Ik ben twee keer tevergeefs in Spijkerschrift begonnen en na het eigenaardige optreden bij Van Dis in Zomergasten dacht ik dat Abdolah inderdaad niet het type schrijver was dat mij kan bekoren. Nu we een paar jaar verder zijn heb ik het toch aangedurft met Het huis van de moskee. En niet voor niets: het is een sprookje uit Duizend-en-een-nacht! Contemporain, maar net zo beeldend, geurig en meeslepend. Lawrence Cohen, Playful Parenting. Ook vertaald in het Nederlands als Spelend opvoeden. Aanvankelijk stond ik er nogal sceptisch tegenover omdat het me weer zo’n boek leek wat een opgeblazen theorie maakt van iets wat vanzelf gaat, maar het die scepsis was volledig ongegrond. Een heel waardevol boek. Joris Luyendijk, Een tipje van de sluier. Viel een beetje tegen na Het zijn net mensen, maar het is ook een ander soort boek natuurlijk. Vluchtig gelezen, er stond niet zoveel nieuws in. Joris Luyendijk, Het zijn net mensen. Hè, wat een fijn boek. Fascinerend demasqué van de gevestigde berichtgeving. Ik vond het wel een openbaring, en tegelijkertijd heel aannemelijk dat de communicatie tussen verslaggever, nieuwsorgaan en publiek op die manier werkt. Jan Siebelink, Knielen op een bed violen. Prachtig, zo prachtig en zo verdrietig. Judith Koelemeijer, Het zwijgen van Maria Zachea. Mooie familiekroniek, met veel genoegen gelezen. Heere Heeresma… en greep me duchtig bij de keel, samengesteld door Hans Düting. Bundel interviews met de schrijver, wilde ik vooral lezen omdat ik wist dat hij jaren geleden zijn zoon ook thuisonderwijs heeft gegeven uit onvrede met het Nederlandse schoolsysteem. In een van de interviews in het boek spreekt hij er vrij uitgebreid over. Vermakelijk en mooi om een afwijkende mening te lezen, hoewel ik er soms wel moe van werd dat Heeresma’s mening áltijd afwijkend moet zijn.
Top drie drie drie drie drie
Thuisonderwijsboeken
- John Holt, How children fail. Hoewel de praktische toepassing voor ons alleen zou slagen in een utopische samenleving, zet ik dit boek toch op nummer een. Omdat het mijn opvattingen over onderwijs op zijn kop zette, omdat het zo treffend geschreven is en met zoveel liefde voor kinderen. En omdat het volgens mij het beste boek is om mee te beginnen als je iets over thuisonderwijs wilt lezen.
- Gareth Lewis, One-to-one, A practical guide to learning at home: age 0-11. Propvol ideeën en informatie op vrijwel alle vakgebieden. Ook voor schoolouders een geweldig boek.
- Karen Andreola, A Charlotte Mason companion. Als je eenmaal hebt gekozen voor deze manier van leven en leren, geeft dit boek een goed, uitgebreid beeld van deze methode, met veel praktische voorbeelden. Haar adoratie van Charlotte Mason is een tikkeltje pathetisch en de Victoriaanse prenten doen ook wat escapistisch aan, maar het is typisch zo’n boek waarvan je goede zin krijgt, zodat je na het dichtslaan direct de mouwen wilt opstropen.
En verder kan ik deze boeken erg aanbevelen, in willekeurige volgorde.
- Beverley Paine, Homeschooling Booklets. Een schat aan informatie in folderachtige boekjes (zeer betaalbare verzendkosten naar Nederland; wel even vantevoren informeren). Diverse series, waaronder Language development, Practical homeschooling en Natural learning. Volgens mij uitsluitend via de auteur te verkrijgen, daarom alleen bij deze bron links naar het verkooppunt.
- Lorraine Curry, Easy homeschooling techniques. Biedt inderdaad een aantal handige en gemakkelijke technieken voor (christelijk) thuisonderwijs.
- Andrew Campbell, The Latin-centered curriculum. Ben het niet overal mee eens, maar de argumentatie is interessant. Bovendien staat er een mooie bronnenlijst in, hoewel wat mij betreft iets te weinig over Middeleeuwen en Renaissance.
- Mary Griffith, The unschooling handbook: how to use the whole world as your child’s classroom. Goed om te lezen hoe het ook kan, vooral handig als je al even bezig bent en misschien wat overspannen verwachtingen hebt. Voor nieuwelingen ook handig om ideeën op te doen.
- Clay en Sally Clarkson, Educating the wholehearted child. Het enige nadeel aan dit boek is dat het misschien een beetje té vol staat met suggesties. Met mooie, bemoedigende woorden voor als je wat opgemonterd en geïnspireerd wilt worden. Christelijk, maar ook seculier heel goed bruikbaar. Met een hoofdstuk gewijd aan beginners.
- Nancy Lande, Homeschooling: a patchwork of days. Verzameling uitgebreide ’dag uit het leven van’-beschrijvingen van thuisonderwijzers van diverse pluimage. Hoewel ik sommigen ervan verdenk dat zij hun dag iets rooskleuriger schetsen dan hij was (en dat kun je hen natuurlijk ook niet echt kwalijk nemen), is het er leuk om te zien hoe dertig verschillende families thuis leren en leven.
- Nancy Lande, Homeschool open house. Het vervolg op Homeschooling: a patchwork of days. Hierin zowel nieuwe families als een vervolgverslag van gezinnen uit Patchwork.
Top drie drie drie drie drie
Ouderschapsboeken
- Gordon Neufeld, Hold on to your kids. Zonder twijfel het beste opvoedingsboek dat ik de afgelopen tien jaar gelezen heb. Negeer de titel; het zet niet aan tot het inmetselen van je kinderen en het is ook niet geschreven voor of door thuisonderwijzers. Gaat voornamelijk over kinderen van basisschool tot eind puberteit. Koop er twee van, zodat je er altijd een in de kast hebt staan om te herlezen en leen de andere zo vaak mogelijk uit.
- Thomas Gordon, Luisteren naar kinderen. Ik twijfelde tussen deze en How to talk so kids will listen & listen so kids will talk, maar ik vind deze toch iets fundamenteler en minder anecdotisch. Voor alle leeftijden.
- William Sears, The discipline book. Antwoord op enorm veel vragen en opvoeddilemma’s van alle leeftijden, met iets nadruk op kinderen. Het grote voordeel van William Sears boven andere opvoedschrijvers is dat hij naast gevierd kinderarts en hoogleraar ook vader van is van acht kinderen, waarvan een geadopteerd en een met het syndroom van Down. Dat maakt het allemaal erg geloofwaardig en bovendien is zijn schrijfstijl een warm bad van geruststelling en herkenbaarheid.
En nog een aantal warme aanbevelingen, weer in willekeurige volgorde.
- Selma Fraiberg, De magische wereld van het kind. Een zowel praktisch als theoretisch boek over de ontwikkeling van kinderen tot zes jaar. Beter dan het Nederlands Tijdschrift voor Geneeskunde kan ik het niet zeggen: ’[...] Tegelijkertijd meeslepend en romantisch en objectief wetenschappelijk. Het is geschikt als leerboek bij het hoger onderwijs, terwijl ook elke ouder het met plezier en spanning kan lezen en er de eigen kinderen in kan herkennen. Al jaren is het in kinderpsychiatrische kring zeer gewilde lectuur.’
- Ross Campbell, De kunst van ouderliefde. Truttige titel, maar elementaire informatie en liefdevol geschreven. Over het belang van onder andere oogcontact en gerichte aandacht, met veel praktijkvoorbeelden.
- Adele Faber en Elaine Mazlish, Siblings without rivalry. Voor iedereen met meer dan één kind, ook degenen die dachten dat rivaliteit onder brusjes alleen voorkomt in andere gezinnen. Praktisch en (zucht…) herkenbaar.
- La Leche League, Handboek borstvoeding. Basiskost. Met een antwoord op iedere vraag en anders wel een referentie naar het antwoord.
- William Sears, The complete book of christian parenting. Eigenlijk vind ik alle boeken van Sears geweldig, van Nighttime parenting tot The fussy baby book, maar ik heb hier toch maar voor een overzichtswerk gekozen. In dit boek ligt de nadruk op kinderen tot een jaar of vier. Desalniettemin een fundament in de boekenkast, aan te schaffen bij de eerste glimp van een roze streepje op de zwangerschapstest. Voor de seculieren onder u kan ik The baby book van dezelfde auteur van harte aanbevelen - is ook nog iets uitgebreider dan Christian parenting.
- Lawrence Cohen, Playful Parenting. Ook vertaald in het Nederlands als Spelend opvoeden. Veel praktische voorbeelden om via het spelen met je kinderen te communiceren, vervelende situaties om te buigen en moeilijke dingen als verdriet en boosheid bespreekbaar te maken.
- Annette Heffels, Ik ben drie moeders. Hoewel op het eerste gezicht geen opvoedingsboek, is het in praktische zin door de herkenbaarheid en de ethiek van de auteur wel een boek waar ik vaak aan terugdenk en dat hier wat mij betreft thuishoort. Vanwege de vorm (gebundelde columns) is het een doorlezer; zeer geschikt voor een vermoeid hoofd.

