Viva la Vida

7 september 2009

Over het algemeen probeer ik te benadrukken dat thuisonderwijsfamilies niet zoveel verschillen van schoolgaande families. Natuurlijk, als je er voor het eerst van hoort, is het vreemd – het is geen alledaagse keuze. Maar behalve dat wij de lesstof er wat sneller doorheen jassen omdat we gewoon minder last hebben van de ‘ruis’ van 25 andere kinderen (Cato niet meegerekend), zodat er meer tijd overblijft voor dingen die andere gezinnen na schooltijd of in het weekend ondernemen, wijkt het in de praktijk allemaal niet zoveel af. Onze kinderen spelen met dezelfde vriendjes, zitten op dezelfde sportclubs en kennen dezelfde frustraties en triomfen.

Maar één dag per jaar vieren we dat ene verschil. Op de dag dat alle scholen in Nederland weer beginnen, is er in Rotterdam een Not Back To School Party.

De naam is samen met het gebruik overgenomen van Amerikaanse thuisonderwijzers die aan het eind van de zomer doodgegooid werden met Back to Schoolaanbiedingen, -buurtfeesten, -lunchtips en -aftelkalenders en die bij wijze van ludiek alternatief een thuisonderwijsfeest organiseerden.

Vorig jaar was de eerste keer dat we de uitnodigingen landelijk verstuurden en dit jaar was de opkomst nog hoger.

Grote kinderen, piepkleintjes, vaders, moeders en grootouders, pasbegonnen en veteraan, met 227 mensen in het zonnetje. Ervaringen opdoen, verhalen uitwisselen, scharrelen met takken, water en modder.

Als vikingen en indianen door de bosjes rennen, maïs poffen boven een kampvuur, net als vorig jaar.

Voor wie er geen genoeg van kan krijgen, staat op het blog van vriendin M. nog een sfeerimpressie.

Ik wilde eigenlijk afsluiten met: ‘wat mij betreft kan het schooljaar beginnen’, maar eigenlijk is dat allang begonnen natuurlijk. Het houdt nooit op. Het stopt niet om drie uur ’s middags en het begint niet op 7 september. Hoe kun je nou stoppen met leren? Denn mein Leben ist lernen. Leve het leven!

Het was heerlijk, echt heerlijk. Met V. en haar schatjes in een vuurtorenwachtershuis aan de kust, waar we het ganse meteorologische spectrum van de afgelopen week in al haar glorie konden ervaren.

Eerst was er een warme stranddag van zwemmen in de golven, poedelen in een binnenmeertje en zandkastelen met gangen bouwen. Met een afterparty in de middagzon. Kersen eten op het gazon en uitbuiken in de bolderkar.

’s Avonds zagen we het onweer komen aanrollen over de weilanden; lichtflitsen die de horizon vulden terwijl de kinderen rozig in hun bedden lagen en wij wijn dronken in de woonkamer.

En weet je wat nou zo fijn is van de kust? Het is er altijd prachtig, wat voor weer het ook is. Als het zomerstrand is verdwenen, krijg je er een Schots herfstlandschap voor terug. Dus ruilden we de badhanddoeken in voor regenjassen en wandelden we de duinen in.

In plaats van schelpen vind je dan heel andere schatten. Onze dingenzoeker heeft er een echte neus voor. Hij kwam thuis met botjes, een schedeltje, aardewerk, een roze slakkenhuisje. Plastic roerstaafjes.

En na zo’n wandeling, ach, na zo’n wandeling. Dan drink je warme chocomel van blokjes pure chocolade die je laat smelten in volle melk. Dan blijkt dat je waxjas door zijn geur slechts de schijn van waterdichtheid heeft, want dan is er geen droge vezel meer aan je lijf en zit er niets anders op dan de open haard aan te steken en warm te worden bij het vuur.

Dan bak je tosti’s in de koekenpan omdat een oud vuurtorenwachtershuis natuurlijk geen tosti-ijzer heeft. Dat zou je niet eens willen. Dan liggen de kinderen weer net zo rozig in hun bedden en zit je ’s avonds weer wijn te drinken voor de open haard.

En er was versgemaakte pasta. Ik zal er niet te lang over uitweiden – het eindresultaat was subliem. Prachtige pappardelle, dikke stroken eierpasta met een hemelse smaak.

Om tot dit resultaat te komen, is het echter van belang de aanwijzingen van de pastamachine goed te lezen. Anders kan het zijn dat je een bolletje deeg bijvoorbeeld negentig keer door de machine haalt, in plaats van de elf keer die eigenlijk nodig waren.

Dat betekent (zuiver theoretisch uiteraard) dat je dan, in plaats van pakweg drie kwartier, zomaar eens vijf uur aan het draaien bent, in shifts van anderhalf uur met twee personen.

Maar weet je, als je op vakantie bent met mensen die je beter wilt leren kennen, als je alle tijd van de wereld hebt en nergens naar toe hoeft, dan is dat niet erg.  

Ik was ook nog jarig. Als je kinderen hebt, kan een verjaardag gewoon niet niet feestelijk zijn. Dan wordt er altijd gezongen, dan is er altijd taart met kaarsjes en krijg je altijd wat je het allerliefst wilde hebben. Met vijf kinderen wordt dat alleen maar feestelijker. V. had voor taart gezorgd, ik werd uit bed gezongen en kreeg pioenrozen en prachtige cadeaus. Onder andere de tas die ik zo graag wilde hebben.

Pistolentas

Flower power, een revolver dat bloemetjes schiet. Ik had hem gezien in de mooie webwinkel van Pien en was meteen verkocht. Na veel stille en allengs luider wordende hints had John de tas gekocht en Jet betrokken in het geheim. Ze had hem meegesmokkeld in de bagage.

Iedere avond werden V. en ik na het eten getrakteerd op de mooiste voorstellingen, bewerkingen van bestaande sprookjes. Aangezien Jet en Isabelle beiden geen concessies konden doen, was er altijd een bijzondere aanpassing voor de vrouwelijke hoofdrol. Roodkapje had haar equivalent in Rozekapje, en Hans bleek naast Grietje nog een zus Rosaline te hebben. Met aandoenlijke toewijding en majestueuze houding gebracht. We hebben tranen gehuild van het lachen en van ontroering tegelijk.

Soms is een vakantie anders dan anders, omdat je vantevoren niet weet wat je moet verwachten. Dan maak je voorzichtig vrienden door naar elkaar te kijken.

En naar elkaar te lachen.

Door samen pasta te draaien, naar voorstellingen te kijken en door veel samen te praten. Het was heerlijk.

[Postscriptum: toen Philip dit stukje gelezen had (P&J lezen graag mee; dag liefjes) zei hij: 'Die roerstaafjes horen er niet bij. Die zaten nog in mijn jaszak van atletiek.' Excuses voor deze uitglijer dus, de roerstaafjes horen níet bij de bodemvondst.

Ter verdediging wil ik aanvoeren dat dergelijke attributen nog niet zo lang geleden wèl als schat gekoesterd werden, tezamen met roestige spijkers en bouten, takken in alle soorten en maten, stenen, schelpen, eindjes touw, kroonkurken en tal van andere snuisterijen. Mijn zoon wordt groot. Een beetje groter in elk geval, want roestige spijkers, eindjes touw en al die overige schatten zijn nog steeds geliefd. Het gaat om de nuance, hè.]

Gijsbrecht

13 februari 2009

Gijsbrecht, door toneelgezelschap Unieke Zaken

Totdat Cato geboren werd, gingen we vaker naar het theater. Niet iedere maand, maar een keer of zes per jaar toch zeker. Vooral de stukken van Theater Terra vonden we mooi, over Kikker, Kleine Ezel en -in mindere mate-  Muis. In de winter meestal een sprookje in de schouwburg, soms een theaterstuk in de bibliotheek en we hebben ook eens een heel eind gereden omdat we die fijne boeken van Pettson en Findus op het toneel wilden zien. Maar de afgelopen twee jaar kwam het er niet meer zo van.

Totdat de moeder van Jettes vriendinnetje me vorige week wees op een kinderbewerking van de Gijsbrecht van Aemstel. Het leek me een mooie aanvulling op Johnny Jordaan, die we met regelmaat draaien ter koestering van mijn wortels.

En zo zaten we weer in het theater. Zonder Cato, want die bleef bij vader.  (De mevrouw van de reservering vroeg nog bezorgd of ik wel wist dat het voor zes jaar en ouder was, want ze hoorde ‘iets van een kleiner kind’ op de achtergrond. Achtergrond was beleefd uitgedrukt.) 

Jet hand in hand met haar vriendin, Philip naast mij. Dan kun je nog zo’n flinkerd zijn bij Star Wars, als er onheilspellende muziek klinkt om de spion van het stuk aan te kondigen, kun je maar beter naast je moeder zitten.

Vooraf konden er wapenschilden geknutseld worden.

En na afloop kenden ze een gouwe ouwe uit de vaderlandse belletrie – naast de juweeltjes die ze middels ome Johnny uit die mooie, die fijne Jordaan al konden opdissen.

Het hemelse gerecht heeft zich ten lange lesten
Erbarremt over mij, en mijn benauwde vesten

De uitvoering was geweldig. Een groot aantal heerlijke grappen, een woeste slag om Amsterdam, verrassende vindingrijkheid bij de decorstukken, een glansrol voor de minstreel en Vondels eigen stuk was er nog in te herkennen. Gaat dat zien: Gijsbrecht van theatergezelschap Unieke Zaken.

D.

30 december 2008

Gabbers

Philip en D. zijn dikke vrienden. Eigenlijk is iedereen in ons gezin dikke vrienden met hem, want D. is een lieverd. Het is een erg sociaal jongetje met veel vriendjes, maar gelukkig maakt hij vaak tijd voor ons -  hij komt geregeld even aanwaaien. Cato roept altijd hoopvol zijn naam als de deurbel of telefoon gaat; ze is dol op hem.

Hoewel hij zelf geweldige ouders heeft, beschouwen we hem allemaal een beetje als gezinslid. Dat ziet hij zelf ook zo en hij wijst me er dan ook regelmatig op dat ik zijn naam nog steeds niet op de verjaarskalender heb bijgeschreven. Dat ik zijn verjaardag uit mijn hoofd ken, doet niet terzake, hij hoort er gewoon op, vindt hij.

D. wil altijd graag blijven eten. Dat is voornamelijk voor de gezelligheid, want vaak lust hij eigenlijk niet wat we eten, ook als ik hem vantevoren had verteld wat ik ging koken. Soms moet ik er een beetje van zuchten, maar direct daarna vergeef ik hem weer, want D. doet  altijd erg zijn best om beleefd te zijn (‘De aardappels zijn wel erg lekker’). 

Ik heb het al vaker geschreven, Philip en D. kunnen eindeloos spelen. Ze hebben een aantal thema’s waarop ze onbeperkt variëren en struinen als ware Blues Brothers de buurt af, waarbij de karakters worden afgestemd op de situatie. Soms komen ze rollen tekort en dat wordt dan even ongecompliceerd als ingenieus opgelost (‘Nu was ik even degene die mij doodschoot’).  De cast kan oneindig worden uitgebreid, ongeacht leeftijd of sekse. Als ze hier thuis spelen doet Jet sowieso mee, maar Cato wordt net zo makkelijk ingezet.

In de vakantie komt D. meestal wat vaker, dan is hij vrij van school. Van de week kwam hij zijn kerstwensen brengen. Vier kaarten: een voor ieder kind en voor John en mij een samen. Kerstkaarten zoals kerstkaarten horen te zijn: handgeschreven en met een persoonlijke noot voor ieder van ons.

  ... jij bent een lieve goede vriend

Aan Jet schreef hij over haar mooie oorbellen, aan Cato dat ze zo’n grote meid aan het worden is. Op onze kaart had hij ook erg zijn best gedaan. D. is niet kerks, en hier had hij erg over nagedacht. Kijk nou toch eens wat een schat. (En laat ik niks horen over dat handschrift. Hij wordt dokter, dat is duidelijk.)

... dat god bij jullie mag zijn

Binnenkort wordt hij elf. Ik ga hem onmiddellijk op de verjaarskalender bijschrijven.

Daar gaan ze

30 september 2008

Vluchten

Er zijn weinig dagen waarop we ’s morgens op tijd de deur uit moeten, maar vandaag was er zo een. Philip smeerde boterhammen voor onderweg, Jet hielp Catootje met haar schoenen aan en ik stopte nog een fles water in de tas. We gingen afscheid nemen van J. en haar mannen. Op de NBTSP hadden we het al officieel gedaan, maar vandaag gingen we ze echt uitzwaaien.

Met de trein naar het vliegveld, een avontuur op zich. Als u toevallig ook in de intercity richting Schiphol zat: die kinderen die hun hoofd zo ver mogelijk buiten het raampje staken (‘Moet je kijken, Jet… Vèt!’), zich opsloten in het harmonicagedeelte en telkens de elektrische tussendeuren open- en dichtdeden; dat waren mijn kinderen. En die mevrouw die op geforceerd rustige toon het hele repertoire van ‘Hansje Pansje Kevertje’ tot ‘In de maneschijn’ afwerkte om het peutertje rustig te houden dat na zeven minuten de trein alweer uitwilde (‘Klaaar!’); dat was ik.

Maar we kwamen heelhuids aan. En J. heeft ingecheckt, ook al leek ze eerst niet te kunnen vertrekken omdat haar koffer vijftig kilo woog in plaats van drieëntwintig. Nadat we haar handbagagerugzak volgestouwd hadden en dichtgetaped, zodat die mee kon met de gewone koffers, mocht ze alsnog vertrekken.

De kinderen nog even laten uitrazen in de speeltuin van het restaurant, een laatste koffie, een laatste traan en toen moesten ze echt naar de paspoortcontrole.

Philip, Jet en A. escorteren naar de douane

Dit nummer van Santana en Willie Nelson draaiden John, ik en de kinderen afgelopen zomer, toen we op weg waren naar een barbecue bij J. Vonden we toen erg toepasselijk. En hoewel ik nu natuurlijk Sinatra’s ‘New York, New York’ voor haar zou moeten draaien, vind ik deze toch wel treffend, op een bepaalde manier.

Ze gaan het daar geweldig krijgen aan de andere kant van de oceaan. Thuisonderwijzers bij de vleet, goedkope huizen en een enórme bibliotheek. En over vijftien jaar gaan we met z’n allen op vakantie en halen we herinneringen op aan onze grassroots years in thuisonderwijsland. Gelukkig is er in de tussentijd internet.

Adios

Niet terug naar school

1 september 2008

Cadeautje van een thuisonderwijsfamilie - Not Back to Schoolappels

Terwijl de spandoeken met ‘Wij gaan weer naar school’ boven de weg wapperden en vanaf vandaag heel schoolgaand Nederland in de lokalen zat, werd in Rotterdam de derde Not Back to School Party gevierd. Voorgaande jaren hielden we het nog in kleine kring met onze lokale thuisonderwijsgroep, maar vandaag hadden we de hele Speeldernis afgehuurd en was er een recordaantal van 153 mannen, vrouwen en kinderen.

We hebben genoten. Van alle nieuwe mensen, van de vrijheid, van het uitwisselen van thuisonderwijsplannen en ervaringen, van het zonnetje en van de popcorn die we in het kampvuur konden poffen.  

Popcorn in het kampvuur

Jette en haar gepofte netje

Popcorn in een puntzakje

De kinderen hebben vanaf elf uur gerend en gespeeld, zijn cowboys en indianen geweest en hebben zelfs nog even gezwommen. Om vijf uur rolden ze nat, zanderig en met de kampvuurwalmen in het haar de auto in.

Cato bij de fontein

Jet en F. pauzeren

Deze Not Back to School Party was tegelijkertijd het officiële afscheidsfeestje van een van de gezinnen van onze lokale thuisonderwijsgroep. We zijn jarenlang samen op stap geweest; naar dierentuin, heempark, speeltuin en museum, we hebben samen Sinterklaas gevierd en gebarbecued, en volgende maand verhuizen J. en haar mannen naar de Verenigde Staten. J. was de bedenker van het nietterugnaarschoolfeest en de Mom’s Night Out. We gaan haar vreselijk missen.

Afscheid van J.

We hadden een paar afscheidscadeautjes, waaronder een stapel lapjes waar iedereen van onze groep iets persoonlijks van had gemaakt. J. maakt graag quilts, en we hadden de stukjes stof versierd, zodat zij er een lappendeken van herinneringen van kan maken.

Jet met naald en draad Philip met naald en draad

QuiltlapjesPhilip en Jet legden gisteravond nog de laatste hand aan hun lapje (erfelijk belast met een voorkeur voor het werken op de rand van de deadline) en het resultaat mocht er wezen.

We zijn er weer

18 augustus 2008

En er is wat veranderd in de tussentijd.

Jet bijvoorbeeld, die herken je niet meer terug. Mist opeens een tand…

Zonder tand

en aan de zijkant van haar hoofd is er iets bijgekomen!

Belletje

Toen we thuiskwamen van het jaarlijkse zomerkamp met de kerk, wist ze zeker dat ze ze tóch wilde. Ook al zou het even pijn doen, ook al moest ze zes weken ‘draaien’ met Sterilon. Op het zomerkamp waren namelijk veel meisjes met oorbellen. Grote Meisjes. Jet had een fors deel van haar tijd met hen doorgebracht – bij het volleybalveld, bij de snoeptent, op het terras.

Kampvuur

En bij het kampvuur op de laatste avond, toen ze in een grote kring zaten en zongen, met mensen die gitaar speelden, en chips erbij en toen ze net zo laat naar bed mochten als wij.

Het zomerkamp was weer een verademing. Een oase van heil in een oud-klooster,  

Het huis

met driehonderd mensen, dus oneindig veel vriendjes en vriendinnetjes. Een huis met honderd gangen, een speeltuin, sportvelden en een bos, allemaal op een lap grond met maar één in- en uitgang, zodat je niet bang hoeft te zijn de weg kwijt te raken. Bovendien is er altijd wel iemand die je ouders weet te vinden, want iedereen kent je.

BoslaantjeMaar Philip en Jet hoefden hun ouders helemaal niet te vinden, want ze waren veel te druk. Omdat we er ieder jaar komen, kennen ze de kloostercontreien als hun broekzak. En ze vermaken zich eindeloos. Jet was druk met haar grote en kleine vriendinnen. Philip sjouwde het hele terrein over met een sliert jongens achter zich aan of speelde kussengevechten in de kelder van het klooster, als het even regende.

Cato keutelde rond, soms met ons, dan weer in haar eentje of met opa.

Opa en Cato
(Op de achtergrond Jet in het roze hemdje, met aanzet tot een handstand.)

Wij konden genieten, luisteren en praten met al die mensen die ons dierbaar zijn. Maar wat anders afgesloten werd als een feestelijke week, had nu een verdrietig einde. Het hart van een van die dierbare mensen stopte ineens met kloppen. Naast dierbaar was hij ook nog eens de papa van een vriendinnetje van Jet. En vandaag is hij begraven.

We zijn er allemaal verdrietig van, zoals we twee maanden geleden al verdrietig waren bij de begrafenis van mijn stoere schoonzus, tante van onze kinderen. Philip en Jet praten er bij vlagen veel over. Aan tafel, in de auto, vlak voor het slapengaan. We luisteren naar muziek, praten, lezen boeken over de dood, praten, bidden en praten. Ik ben blij dat we samen verdrietig kunnen zijn.

De laatste tijd is vooral doorgebracht met wat in het Engels life skills genoemd worden. Ik ben wars van het Nengels, het voortdurende gestrooi met Engelse woorden waar een uitstekend Nederlands alternatief voor is, maar voor life skills weet ik geen goede vertaling.  Het zijn bekwaamheden, ervaringen die je voorbereiden op een zelfstandig leven. Zoals koken, de was doen, je tanden poetsen, de verkeersregels aan den lijve ondervinden, maar ook praten over de dingen die je bezighouden, over verdriet en verlies, over aardig zijn voor elkaar zonder dat je er iets voor terugkrijgt.

Veel belangrijker dan een moeilijke staartdeling of het ontleden van een samengestelde zin; dat heb je, als het moet, in een halfuurtje onder de knie. Maar dit soort vaardigheden kosten tijd. Om te oefenen, fouten te maken, vragen te stellen, je mening te staven. Het kost tijd, maar het levert ook een hoop op.