Tegenvallers in de tuin
12 augustus 2011
Terwijl ik aan mijn snijbonenstellage hing die door de storm omver was geblazen, bedacht ik dat het goed was om ook de mindere resultaten van onze tuin met u te delen.
Over het algemeen werken mijn triomfen natuurlijk louter aanstekelijk, maar soms, als de tuinbonen weggevreten zijn door zwarte luis of de tomatenplant niet wil bloeien, heeft een mens behoefte aan wat gedeelde smart.
Welnu, de snijbonen heb ik weer opgebonden, maar met mijn venkel wil het niet lukken. Veel spriet en pluis, weinig knol. We hebben ze nog niet gegeten (wat moet je met anderhalve knol en vijf personen, dan zit je elkaar maar aan te kijken), maar het is om zo te zeggen geen A-kwaliteit.

Ook de radijs was geen succes. Vanwege de droogte in de voorzomer waren ze piepklein of gewoon rot. Soms leken ze van buiten mooi, maar bleken binnenin bruin en uitgeknaagd door een wormpje of iets anders wat tunneltjes graaft.
Komkommer hebben we dit jaar voor het eerst geplant. Vorig jaar mochten we er een paar plukken van een tuinbuurvrouw op vakantie. Die waren zo lekker, mooi en anders dan in de winkel, dat ik ze dit jaar zelf ook wilde. In tegenstelling tot de beeldschone exemplaren van de buurvrouw kan ik mijn oogst echter naar Christine le Duc brengen.

De ranken en bloemen zagen er nog veelbelovend uit, maar iedere komkommer die zich ook maar een beetje ontwikkelt, heeft een afwijking of twee, drie.

En ook de paksoi groeit niet naar behoren. Van de pakweg twaalf exemplaren die we gezaaid hadden, hebben we er vier kunnen eten. Die waren samen genoeg voor één persoon; klein geoogst omdat ze op 15 cm hoogte al in de bloem schoten, en dan wordt de groente bitter. Ik had mijn hoop nog op deze gevestigd, maar daags na de foto prijkte ook daar een gele bloem in het hart van de plant.

Nog iets over zwarte luis. Ik heb gemerkt dat luis niet erg is voor snijbonen (die groeien ongeschonden door), maar wel voor tuinbonen. Bloesem en beginnende bonen worden gewoon weggevreten. Ik heb ondervonden -vooral toen ik het een jaar niet deed- dat het echt helpt om vroeg (half maart) te planten én er goudsbloemen naast te zaaien. De goudsbloemen komen wel onder de luis, maar de tuinbonen worden grotendeels met rust gelaten. Dille helpt ook, dat zaai ik vooral tussen de rode bietjes en snijbiet.
Voor de handigheid heb ik een pdf gemaakt met gewassen die beter wel of niet naast elkaar geplant kunnen worden.
Hij opent door op het plaatje te klikken en staat ook op deze fonkelnieuwe pagina, met alle tuintips op een rijtje.
Verse bietjes uit de oven
11 augustus 2011

Ze zijn nog altijd prima verkrijgbaar: rauwe, verse rode bieten. Je kunt ze natuurlijk grof raspen met wat crème fraiche en kruiden, dan smaken ze een beetje peperig. Je kunt ze koken, dan zijn ze lekker zoet. Maar je kunt ze ook in de oven roosteren.
Ingrediënten:
- 2 rauwe bietjes per persoon (of meer)
- stuk of wat tenen knoflook
- olijfolie
- zout en peper
- 1 citroen (voor sap en schil)
- paar blaadjes (krop)sla per persoon
- zachte geitenkaas
- eventueel wat verse bieslook en/of peterselie
Verwarm de oven voor op 220 graden.
Borstel de bieten schoon of schil ze. Je kunt handschoenen gebruiken als je er niet twee dagen lang wilt bijlopen als Jack the Ripper. Snij de bieten, afhankelijk van hun grootte, in 4-8 partjes. Pel de knoflook.
Leg de bietenpartjes op een bakplaat met tenen knoflook er tussen. Giet flink wat olie over het geheel en hussel een beetje om.
Zet de bietjes 10 minuten in de oven op 220 graden, vervolgens nog 1 uur op 160 graden. Laat ze daarna een beetje afkoelen (mag tot kamertemperatuur).

Maak ondertussen een bedje van sla. Je kunt een paar blaadjes per bord doen of gewoon een bak met sla waar je straks de bieten op legt. Rasp de citroenschil en maak een dressing van citroensap, schil en olijfolie. Juist die schil erin maakt het extra lekker en intens met de bietjes en kaas.
Leg de bietjes en wat knoflook op de sla, bestrooi met zout en peper en giet de olie-citroendressing erover. Brokkel de geitenkaas over de bietensalade, besprenkel met eventuele bieslook of peterselie en serveer.
De krootjes zien er niet zo mooi uit als ze uit de oven komen, gerimpeld en heel donker, maar dat hoort zo.

Wij aten het met couscous en tabouleh, maar met gebakken aardappels ze me ook lekker.
Terzijde: er zijn veel variaties op dit recept te vinden en de meeste bevatten ook hazelnoten of pijnboompitten. Dat heb ik een keer toegevoegd, maar eerlijk gezegd vond ik het zonder noten lekkerder. De zoete, aardse grondsmaak van geroosterde verse bietjes komt heel lekker uit met de geitenkaas en citroen, daar heb je verder niets bij nodig.
Uitslag moestuintombola
27 juni 2011
Mensen, er is een winnaar. Goed kijken, want de naam is zo voorbij en het is nog steeds gemaakt met mijn trouwe camera zonder geluid.
Gefeliciteerd winnaar! Mail me even je adres, dan komt de geïncubeerde moestuin naar je toe.
P. S. Jet en Cato zijn ook in te huren als juich – of klaagvrouw bij trouwerijen en begrafenissen.
By Jet
26 juni 2011

Ik merk op dat het niet stormloopt met mijn weggeefactie. Dat kan maar één oorzaak hebben: WordPress is overbelast.
Terwijl u over elkaar heen buitelde om uw naam achter te laten, is de boel op tilt geslagen. Het is slechts drie diehards gelukt een reactie achter te laten, tezamen met de vijf kandidaten die zich er per e-mail doorheen geworsteld hebben. Gelukkig zijn er nog enkele uren over om mee te dingen naar die geweldige prijs.
Ik zou zeggen: houd moed! De lijnen blijven tot twaalf uur open, waarbij u kans loopt een van onze fantastische artiesten aan het woord te krijgen. Ik noem een Dries Roelvink, een Wolter Kroes, ja, zelfs de weduwe Klaas Bruinsma is bereid gevonden uw naam te registreren. Op de achtergrond zullen the Weather Girls zingen over het groeizame weer dat wij binnenkort verwachten.
Ten slotte een laatste poging om u aan te vuren. Ik besef dat het grof geschut is, dus bij voorbaat excuus aan alle WordPressgebruikers die tot twaalf uur voor een zwart scherm zitten: hier zijn de foto’s die Jet vorige week in onze hortus vegetabilis gemaakt heeft.
La courgette.

La pluksla.

L’ijsbloem.

Le paksoi.

La stilleven.

Le tuinboon.

La lavendel.

La Catootje avec bloemkoolzwaard.

Ik wens u allen: bonne chance!
Cadeautje: De Late Oogst
24 juni 2011
Daar zit je dan, eind juni. Zonder eigen kropsla, zonder biologisch bloemkooltje, zonder het vooruitzicht op ranken vol augurken. Ja, zelfs zonder je dagelijkse courgette.
Weg met die sippe gezichtjes!
Geen nood, er is nog een zee van tijd om allerlei heerlijks op eigen bodem te laten groeien. De droogte is voorbij, de grond is lekker opgewarmd en de zomer is maar net begonnen.
Het hele lijstje hieronder kan nog gezaaid worden: sla, paksoi, bietjes, venkel, worteltjes. Sperziebonen om in oktober zó van de eigen stammetjes te plukken.
Dus als je eerste pogingen dit jaar jammerlijk mislukt zijn, als je geen tijd gehad hebt om dat kleine hoekje tuin te schoffelen, om je gemeente te bellen voor een schooltuintje of om een stuk of wat grote potten voor je balkon te kopen (bij Action – alle soorten en maten), dan heb je nu nog een paar weken de tijd om een kleine groentetuin te beginnen. Today is the first day of the rest of your life!
Om dat te vieren geef ik een verrassingspakketje weg: een aardigheidje van tien verschillende groentezaden die in juli nog geplant kunnen worden.
Deze zit er in ieder geval bij: snijbiet.

Het is me een raadsel waarom dat nergens in de winkel te koop is. De smaak is voortreffelijk: lekker zacht en toch een stevig blaadje, zonder draden of taaiheid.

Je kunt het wokken of rauw eten

en de plantjes blijven maar geven: je kunt er oeverloos van blijven plukken. Niet voor niets heet het in het Engels perpetual spinach.
Wil je kans maken op de midzomerverrassingszaden, dan kun je hieronder een reactie achterlaten of een mail sturen via het contactformulier. Je hebt tot en met zondag 26 juni om te reageren. Daarna trekken we net als de vorige keer een naam uit de hoge hoed en weten we maandagochtend aan wie ik de envelop kan sturen.
Mangia, mangia!
21 juni 2011
Voor de goede orde: dat ik geen filmpje van vijftien minuten maak met uitsloverige beelden van een biodiesellaboratorium en mijzelf in seventiesjurken, wil niet zeggen dat er niks gebeurt in onze urban homestead.
Je kijkt eens naar links

en daar wuiven de doperwten, koolrabi’s, venkeltjes en slaplanten je tegemoet.
Je kijkt eens naar rechts

en struikelt bijna over de aardbeien, snijbonen, augurken, bietjes en kapucijners.
Ja nee, helemáál zelfvoorzienend zijn we nog niet met onze dertig vierkante meter. Maar dat is een kwestie van bescheidenheid. De meneer uit dat filmpje heeft er vijfentwintig jaar over gedaan om die luttele plantjes bij mekaar te krijgen – ik heb pas drie jaar geleden mijn eerste zaadje in de grond gestopt. Er is dan ook geen enkele reden om schamper te doen over onze opbrengst.

Het leek me een lucratief idee om Jet en Cato met al deze ambachtelijke groente de restaurants langs te sturen, zodat we de randstedelijke horeca van verse producten konden voorzien. Maar daar wilden de kinderen niks van weten.
Zij hadden er immers zoveel werk voor verzet.

Zij hadden de strijd tegen de elementen aangebonden. Tegen onkruid, kraaien en merels.

Potend, schoffelend en plukkend tot hun vingertjes er krom van stonden.

Werkdagen van vijftien, zestien uur, onderbroken slechts voor een korst brood en een slokje water.

In de brandende zon slepend met gieters water uit de sloot. Met als enige ontspanning een kortstondige blik op voorbijzwemmende ganzenkuikens.

In onbewaakte ogenblikken zich afreagerend, want met een grote broer als uitvinder kunnen er zomaar wapens getoverd worden. Bloemkoolzwaarden bijvoorbeeld, gesneden uit de dikke nerf van bloemkoolbladeren.



Dus heb ik het restaurantidee maar laten varen. En hebben we zelf die bloemkolen opgegeten.

Afgewisseld met jonge courgettes in talloze variaties. De laatste tijd uitsluitend klein geplukt, vijftien centimeter zo’n beetje, meestal in plakjes gebakken en een half onsje gorgonzola er doorheen gesmolten.
Of sugar snaps met verse doperwten. Daar kun je tijdens de oogst al goed van eten, maar er is genoeg om een of twee keer per week een bijgerecht van te maken. Hoef je niks aan toe te voegen, geen zout of kruiden, alleen vijf minuten samen wokken in een lekkere olie.

En aardbeien toe. Als er slechts een paar rijp zijn, worden ze ter plaatse burgemeester gemaakt. Maar telkens wanneer er een pondje of meer geoogst kan worden, gaan ze mee naar huis. Maken we natuurlijk wel even een omweg langs de supermarkt voor een kokertje slagroom.

Ik kan dus met gemak een filmpje maken van mijn agrarische stadshoeve en drie voorbeeldige kinderen in Laura Ingallskleding, waarbij ik u persoonlijk voorzie van filosofische oneliners. Maar ik doe het niet.
Het kleine huis in de grote stad
12 juni 2011
Terwijl ik bezig was aan een post over ons tuintje, kreeg ik deze op Facebook binnen. Omdat half Nederland op Tweede Pinksterdag toch naar zijn navel zit te staren, rondloopt op de meubelboulevard of langskomt op mijn blog, geef ik het filmpje door. Want inspiratie is een mooi ding.
‘Verandering begint bij jezelf’, zegt deze meneer. ‘De regering kan het niet voor je doen en de grote bedrijven zullen het niet doen. Dus moet je naar jezelf wijzen en vragen: ‘Wat kan ik doen?’
Voorwaar tegeltjeswijsheid en een open deur, maar zo nu en dan neem je net wat meer tijd om daar bij stil te staan. De achtergrond bij deze clip staat in het Nederlands op ‘Terug naar de basis’.









