Herfst

1 oktober 2009

Als de eerste boot weer in de woonkamer gebouwd wordt, weet je dat de herfst begonnen is. 

Picknick op piratenschip

Als de spionageverhalen, de gesprekken en avonturen zich steeds meer binnen gaan afspelen in plaats van buiten.

Als je de week ervoor de laatste oogst uit het tuintje gehaald hebt. Nog één laatste courgette, twee handen radijs, twee kropjes krulsla, de laatste vijftien cherrytomaatjes die ter plaatse opgepeuzeld worden. Dan kunnen de omgewaaide afrikanen eruit en wordt de boel omgeschoffeld.

Tuintje in september

Zodat er alleen nog een klein plukje rucola groeit en tien preitjes die hun rasnaam ‘Herfstreus’ allerminst waarmaken.

Preitjes en rucola

Als de laatste dagen zonder jas aanbreken. Dan is de zomer echt voorbij.

Klein Eden

19 juni 2009

De rest van Nederland weet het nog niet, maar ik kan u meedelen: de zomer is officieel begonnen. En wel met deze courgette.

En met die goudsbloemen rechts, die versgeplukte. Daar heb je immers een eigen bloementuin voor, om te kunnen plukken wat je wilt.

Je hebt er dan ook hard voor gewerkt. Geschoffeld, gezaaid, geharkt en gewied.

Onkruid weggehaald tussen de cosmea, de ijsbloemen, worteltjes en tuinbonen (links in beeld ziet u een tuinkabouter met gieter voorbij sjouwen).

Je hebt tuinbonen opgebonden en wagens vol ongure gewassen en zelfs een heel mierennest naar de composthoop gekruid. Vervolgens zijn er mensen die graag met de eer strijken door pontificaal achter de kruiwagen te poseren, terwijl ze er normaal alleen maar in zitten.

Dat zijn dezelfde mensen die vaak al snel op het tuintje zijn uitgekeken, omdat ze niet eens met een schoffel tussen de groente mogen prikken. Mensen waarvoor een heel arsenaal afleidingsmanoevres bedacht wordt om de zaak een beetje te rekken: spelletjes, madeliefjeskettingen rijgen, voetballen en popuptentjes die op cruciale momenten uit de fietstas getoverd worden.

Zodat de arbeiders het echte werk kunnen doen. Je krijgt er veel voor terug natuurlijk. Want die ene minicourgette hierboven is nog maar het topje van de ijsberg. D’r zit me een oogst aan te komen – dat eten jij en ik samen niet weg in een hele zomer.

En dan zijn er al zes kroppen sla, twee oogsten radijs en tassen vol snijbiet mee naar huis genomen. Het wachten is nog op de tuinbonen. Jullie weten natuurlijk wel hoe beginnende tuinbonen eruit zien, maar déze zijn toch weer anders. Je ziet gewoon dat er veel werk in gestoken is.

Er staan nog veertien preitjes, zeven sperziebonenplanten en zes kroppen lollo biondo in kweekbakjes voor te garen. Ach en kijk hier, de venkel piept al boven de aarde uit. Ze moeten nog even, maar over een maandje kan er een verrukkelijke pastasaus met venkel en gorgonzola gegeten worden.

Ondertussen zorgen de afrikaantjes daar, achter de venkelpluizen, voor wat zonnige afleiding. Zo komen we de zomer wel door.

Oogst

29 april 2009

Kijk, ik wil jullie natuurlijk niet de ogen uitsteken, maar dit aten wij toevallig van de week:

Verse radijs

De eerste radijs uut de volle grond. Zéker anderhalve centimeter groot en lekker, lekker! Het was er pas eentje, dus we hebben hem gedeeld.

Maar dan vandaag. Nog geen week later, en kijk eens wat er nu te oogsten viel:

Bosje gemengde radijs

Ja, die witte horen zo. We hadden een zakje ‘gemengde’ Jip en Jannekeradijs van de Hema. En witte radijzen zijn ook heerlijk, een tikje pittiger.

Vriend D. was mee vandaag – hij zou de hele dag met ons doorbrengen. Hij vond onze tuin erg mooi en was vooral onder de indruk van de afgebakende rijen. ‘Onze tuin is meer wild’, zei hij, ‘dat is ook mooi. En we hebben geen groente. Maar ik heb wel een keer konijnenvoer gezaaid.’ 

Wat betreft onze overige tuincapaciteiten: die vorderen langzaam. We zijn er inmiddels achter dat er van de drie regels tuinbonen welgeteld vier plantjes uitgekomen zijn. De andere zaden zijn naar alle waarschijnlijkheid door de kauwtjes opgegeten – we vonden een halfaangevreten boon op het plaats delict.

De huisgezaaide sla is in de tuin uitgeplant, maar lijkt niet erg te aarden. De plantjes zijn nog even groot als een week geleden en hangen in slappe, sliertige bladeren over de grond. Er is nog weinig wat voor een beginnende krop kan doorgaan. Ik houd echter moed.

De wortels, afrikaantjes en snijbiet blijken een verrassingsproject. Ondanks ons gezaai in zorgvuldige rijen heb ik nog werkelijk geen idee wat onkruid is en wat wortel, afrikaantje of snijbiet. Alles lijkt even snel op te schieten in even nauwkeurige rijen. De afrikaantjes zullen uiteindelijk wel gaan bloeien, de wortels zal ik ooit ook wel herkennen, maar ik zit nog een beetje met de snijbiet. Dat belooft een bijzondere maaltijd te worden.

Op sfeerimpressies van opspruitend groen, schoffelende kinderen en een schattige Cato die in de kruiwagen meerijdt naar de composthoop moet u nog even wachten, want ik vergeet telkens mijn camera mee te nemen. Maar geloof me, de tuin wordt een plaatje.

Grassroots

26 maart 2009

schoffelen

We hebben een tuintje. Een volkstuintje. Dit jaar voor het eerst. Het is precies wat we nodig hebben: vijftien vierkante meter, van maart tot november, geen grasmaaien en niks niet winterklaar maken. En toch eigen tuinboontjes.

Jet had al een ontwerp gemaakt voor onze postzegel. Eerst bestond de architectuur uit alleen plukbare bloemen, maar later besloot ze dat het half-half mocht worden: bloemen en groente. Ik vond het een uitstekend idee.

Omdat ik zelf geen enkele ervaring heb dan de vier radijzen en zeven wortels die ik als kind in de achtertuin mocht zaaien, een mislukt experiment van het ‘eigen stukje grond’ dat ik per sé wilde hebben, besloot ik diepgaand vooronderzoek te doen. Uit alle tuinieren-voor-kinderenboeken die ik heb gezien, zijn deze drie het mooist.

Groene vingers, van Maarten de Jongh en Guida Joseph, met een ontzettend handige indeling per maand. Iedere maand heeft een hoofdstuk, met daarin suggesties voor wat je op dat moment kunt zaaien, oogsten of opkweken in de vensterbank.

Maarten de Jongh & Guida Joseph, Groene vingers Kim Wilde, Tuinieren met kinderen

Tuinieren met kinderen van Kim Wilde. Aanvankelijk vanwege het nostalgische jaren ‘80-aspect en omdat Philip en Jet ‘Anyplace, anywhere, anytime’ van Nena en Kim Wilde altijd zo hard meebrullen. Maar het blijkt ook nog eens een heel leuk boek. Overzichtelijk, origineel en met mooie foto’s. Minder uitgebreide informatie over gewassen dan Groene vingers, maar vol mooie ideeën.

Bert Ydeman, De groene hemelEn ten slotte De groene hemel van schooltuinmeester Bert Ydema. Geweldige tips van iemand die veertig jaar met kinderen in tuintjes gewerkt heeft en al het moois van de natuur met passie kan overbrengen. Een duidelijk boek met als prachtige toegift een dvd met de documentaire die Roel van Dalen maakte over het laatste jaar dat mijnheer Ydema zijn groene hemel deelde met de Amsterdamse schoolkinderen.

Hieronder een voorproefje met stukjes uit de documentaire. 

Ik houd u op de hoogte van onze vorderingen.