Ontdekken

19 juni 2008

Nieuw proefje uitzoeken

Iemand uit onze thuisonderwijsgroep had een uitje gepland. Haar zoon zat in een proefjesfase en ze wilden graag eens naar de Ontdekhoek. Of er meer mensen zin hadden. Na ons botersucces hadden wij ook de smaak te pakken, dus we gingen mee.

De naam zegt alles: je kunt er ontdekken. Het is een werkplaats waar een blind paard geen schade kan doen en tien thuisonderwezen kindertjes dus ook niet (noch de 64 schoolkindertjes die vlak na onze aankomst vertrokken). De kinderen krijgen een knipkaart en kunnen telkens een nieuw experimentje uitkiezen en de benodigdheden daarvoor ophalen bij een centrale balie. Vrijwel alles mag mee naar huis, behalve de steentjes van de metselhoek - die worden hergebruikt.

Ieder kind kan zo zijn eigen smaak volgen, hoewel een aantal proefjes uiteraard een universele voorkeur geniet, zoals het chips bakken. Philip en Jet hebben zich in ieder geval uitgeleefd op het maken van geurige zeep,

zeepje maken

het branden van koffiebonen, het ontwikkelen van een foto en het ontwerpen van een bootje, waarbij het piepschuim uitgesneden wordt met een heet koperdraadje.

bootje snijden

Philip maakte van restmateriaal een tweede, zoveel mogelijk identiek bootje en hield wedstrijden om te zien welke het snelst was.

snelheid testen

Het smeden van een plastic lepeltje was het meeste werk en vergde de meeste hulp, maar gaf wel veel voldoening. Een stukje pvc-buis moest onder de industriële föhn worden gesmolten tot je het open kon knippen. Na het knippen moest je het platwalsen, op een mal natekenen en weer warm en zacht genoeg maken, zodat je de lepelvorm kon uitknippen. 

lepel smeden

Jet stond er versteld van dat smeden zoveel werk was. Ze had vorige week juist het plan opgevat zelf een robot from scratch te maken (’Zullen we vanmiddag even een plaat ijzer halen in de winkel?’). Toen had ze niet willen aannemen dat er op z’n minst een bouwtekening aan vooraf moest gaan. Ze was zelfs tamelijk verbolgen geweest dat ik niet onmiddellijk een ‘plaat ijzer’ was wezen halen. Het pvc-lepeltje van de Ontdekhoek bracht het wat meer in perspectief (’Zo, dit is best veel werk, alleen zo’n lepeltje’).

Ach, er was zoveel te doen. Dammen bouwen, metselen, gek doen met je vriendin,

tijde nemen om te poseren

enorme zeepbellen maken, schrijven met een ganzenveer, postzegels maken, metaal bewerken

Metaal bewerken

totdat je er een naamplaatje van gemaakt had.

P H I L I P

En dan bleef er nog genoeg over om tot een volgende keer te bewaren. Het was een fijne dag.

Eigenlijk wil ik niet overtuigen door de zwaktes van het schoolsysteem te accentueren, maar door de kracht van thuisonderwijs voor zich te laten spreken. Desalniettemin vind ik dit filmpje zo toepasselijk, dat ik hem toch plaats.

Juist nu de roep om ‘Meer toetsen!’ toeneemt, denk ik dat het belangrijk is om te kijken waar het welbeschouwd om gaat. Bij de Citotoets telt het onderdeel wereldoriëntatie (geschiedenis, natuurwetenschappen en aardrijkskunde) niet mee voor de eindscore: eigenlijk hechten we dus geen waarde aan een goede algemene ontwikkeling. Je kunt wel twintig toetsen per jaar afnemen, maar als de kwaliteit van het onderwijs niet toeneemt, sta je het paard achter de wagen te spannen.

Het origineel van dit filmpje staat op de website van Tom Chapin

Anatomische les

8 juni 2008

De vijf zintuigen

Jet was een beetje verkouden. ‘Als ik slik, voel ik het in mijn oor’, zei ze. ‘Hoe kan dat?’ Ik vertelde over het buisje dat je keel met je oor verbindt en het leek me een mooi moment om The Body Book*) weer eens tevoorschijn te halen.

We hebben het al jaren in huis en ik ben er iedere keer weer blij mee. Philip plakt de huidWat mij betreft is het de perfecte aanvulling op alle flapjes- en fotoboeken over het menselijk lichaam. Het bevat simpele, maar mooie en duidelijke bouwplaten: over de vijf zintuigen, hoe je oog er vanbinnen uit ziet of je hart, waar de smaken op je tong zitten.

En nu wilde Jet dus weten hoe haar oor in elkaar zit. Philip opteerde voor ‘de hand’, maar omdat daar geen aparte bouwplaat van bestond, nam hij genoegen met de huid.

De huid

Wat zo prettig is aan de platen uit het Body Book, is dat ze niet al te veel tijd in beslag nemen. We zijn ook ooit eens begonnen aan een levensgroot skelet uit een ander knutselboek, maar toen we de zevende rib van de vierentwintig aan het uitknippen waren, zaten we elkaar allemaal zuchtend aan te kijken. De voltooiing is er niet meer van gekomen. Het project hangt nu als schedel-met-ruggengraat aan een punaise op de speelgoedkast en je kunt aan het knipwerk duidelijk zien waar de vlijt begon af te nemen.

Maar Jettes oor was na twintig minuten af. En je hoeft haar niets meer te vertellen over hamer, aambeeld, stijgbeugel en trommelvlies. 

Jet demonstreert het oor

Dat dit biologie heet, maakt Philip en Jet niet uit, ze wilden gewoon, net als alle kinderen, altijd al weten hoe ze in elkaar zaten. Of zoals Philip (toen 4) eens vroeg terwijl we aan tafel zaten: ‘Wat zit er eigenlijk in buiken?’ (Dat was nadat hij met een blik op zijn karbonaadje had gevraagd: ‘Eten we nu een hondje?’)

Jet (4 jaar) en de vijf zintuigenHet fijne van thuisonderwijs is dat je niet hoeft te wachten tot -ik noem maar wat- groep 6 voordat je de vijf zintuigen kunt uitpluizen, maar dat je er gewoon mee aan de slag kunt als het onderwerp zich aandient.

Daarom lazen we boeken over spijsvertering en witte bloedlichaampjes. En daarom kregen ze van oma een plastic anatomisch model (Hema) dat ze telkens in- en uit elkaar haalden, zodat ze precies wisten waar je nieren zitten (en dat ze verbonden zijn met je blaas). 

Sinds een paar maanden hebben we nog iets leuks in huis:

Somebody, the human anatomy game

Somebody, the Human Anatomy Game. Een bordspel dat je op meerdere niveaus kunt spelen en in vijf verschillende varianten, van memory tot Muscles & Bones, over spieren, botjes en organen, waar ze zitten en wat ze doen.

Samen Somebody

Tot slot nog een mooie link naar een e-book, voorgelezen door schoolkindertjes uit Vermont: http://www.apples4theteacher.com/elibrary/bodybook.html

*) Je kunt The Body Book hier online inkijken (het kan een minuutje duren voordat het geladen is). 

Jubileumreflecties

18 mei 2008

Voor Cato is de wereld nog niet onderverdeeld in vakken. Dat snapt iedereen.

Cato aan het werk

Haar aardrijkskunde bestaat uit het strand, haar biologie uit het ontdekken van haar eigen navel. En dat tandjes poetsen in de basisvorming onder het vak ‘verzorging’ zou vallen, daar moet iedereen natuurlijk een beetje om lachen.

Als je veertien maanden bent, hoef je nog aan niemand uit te leggen dat in jouw wereld alles samenhangt.

Philip doet onderzoek bij een putVoor Philip en Jet ligt dat anders. Zodra je de rijpe leeftijd van vier jaar bereikt hebt, wordt je leven opgedeeld in vakken. Wat voorheen ’spelen met je zusje’ was, of ‘heel hard achter elkaar aanrennen’ heet vanaf dat moment bewegingsonderwijs. En aan tafel vertellen wat je bij opa en oma gedaan hebt, heet dan mondelinge taalvaardigheid.

Daar snappen Philip en Jet nog niet veel van. Als mensen vragen: ‘Hebben jullie dezelfde vakken als op school?’, dan begrijpen ze die vraag niet. Voor hen hangt alles nog net zo samen als voor Cato.

Zo nu en dan vertel ik dat de verhalen die we op de bank lezen, onze bezoekjes aan het Prinsenhof en het invullen van de tijdbalk geschiedenis genoemd worden op school. Dat Philips gesnuffel in zijn atlas, zijn interesse voor vlaggen en volkeren eigenlijk aardrijkskunde heet. En dat de mooie bouwwerken die hij al jaren maakt onder het vak handvaardigheid of techniek zouden vallen.

Maar het komt nog niet echt aan, merk ik. En eigenlijk vind ik hun naïviteit juist wel charmant. Argeloosheid is toch een van de genoegens van de jeugd.

Morgen is het een jaar geleden dat ik aan dit dagboek begon. Toegegeven, als blogger in de ware zin des woords ben ik waardeloos. Ik publiceer niet dagelijks, ben niet actief in een bloggersgemeenschap, mijn stukjes zijn veel te lang, op uitjes vergeet ik mijn camera mee te nemen en daarbij gaan mijn fotografeercapaciteiten die van een achtjarige niet te boven.

Maar ik vind het wel erg leuk om te doen. Het is geen voorlichtingssite geworden over de formele aspecten van thuisonderwijs, maar dat was ook niet mijn doel. Ik ben hiermee begonnen om een indruk te geven van ons leven. Niet het thuisonderwijsleven, maar een thuisonderwijsleven. En al vertel ik nog niet de helft van wat ik zou willen vertellen, ik vind het leuk om globaal te zien wat we gedaan hebben. Een soort rapport. Nu alleen nog een tienminutengesprekje om te zien of we overgaan. De kinderen gaan in ieder geval verder. In hun eigen universum waarin alles samenhangt.

Samen op weg

Spelend leren rekenen

28 maart 2008

 Potje stratego

Hoewel we voor Philip (en Jet af en toe ook) rekenboeken gebruiken om sommetjes te maken, hebben ze het grootste gedeelte van hun inzicht opgedaan in ons alledaagse leven. Alle ouders leren hun peuters tellen, doen spelletjes en vertellen de kleuren en vormen als ze met de blokkenstoof spelen, en thuisonderwijsouders gaan daar gewoon mee door als hun kinderen ouder worden.

De cijfers leerden Philip en Jet door om zich heen te kijken, thuis, op straat en in winkels. Optellen, vermenigvuldigen en delen gaan automatisch bij het verdelen van snoepjes, tafeldekken of het uitrekenen hoeveel zakgeld je nog nodig hebt om dat ene object van begeerte te kopen (en hoeveel werkjes je nog kunt doen om een beetje extra te verdienen). 

Een indruk van het huis-tuin-en-keukengebruik van wiskunde in door ons beproefde activiteiten:

  • Meehelpen met koken en bakken. Als het recept voor limoentaart 580 ml slagroom en 397 gram gecondenseerde melk aangeeft, maar je wilt een kwart meer maken omdat je springvorm wat groter is, hoeveel slagroom en blikjesmelk heb je dan nodig?
  • Boodschappen doen. En winkeltje spelen met echt geld.
  • Schatzoeken in huis. We tekenden een plattegrond van ons huis met de meest markante huisraad : bank, bureau, boekenkast, piano, bad, bed, fornuis, speelgoedkist enzovoorts. Een van de kinderen verstopte dan een ‘gouden’ ketting ergens in huis en kruiste het aan op de kaart. De andere familieleden gingen met de kaart in de hand op queeste.
  • Torentjes bouwen van munten. Een dubbeltje is net zoveel als een torentje van 5 twee-centstukken of 10 centen; een euro is net zoveel als een torentje van 10 dubbeltjes, 20 stuivers of 5 twintig-centstukken.
  • Spelen met de weegschaal. We hebben ooit geïnvesteerd in een mooie balansweegschaal waar ook vloeistoffen mee gewogen kunnen worden, maar een keukenweegschaal voldoet natuurlijk prima.

Appels met kiwi’s vergelijken

Verder doen we veel spelletjes. Dat is een geweldige manier om onderdelen van het rekenen te automatiseren, maar voorwaarde is wel dat iedereen die eraan meedoet het spel leuk vindt. Dat klinkt als een open deur, maar als ik de rekenspellen zie die de onderwijsuitgeverijen ontwikkelen, dan ligt het educatieve er zo dik bovenop dat ieder plezier je vergaat. Terwijl er toch zo veel oude vertrouwde (en ook nieuwe) spelletjes zijn die wèl leuk zijn en ook nog eens efficiënt leren rekenen.

Een aantal van onze succesnummers:

  • Sjoelen
  • Monopoly
  • Eurotrip 
  • Halli galli
  • Stratego
  • Mastermind
  • Bingo. Een molentje met balletjes van een paar euro en (eventueel zelfgemaakte - met minder nummers) bingokaarten. Handig voor kleuters om de tweecijferige getallen te leren herkennen - gaat bij bingo meestal tot 75. Voor onze kinderen was het showelement ook een van de bekoringen: geestdriftig aan het rad draaien en met gedragen stem de getallen declameren.
  • Domino of variant Matador, waarbij je niet gelijke helften tegen elkaar moet leggen, maar de stippen samen 7 moeten vormen.
  • Yahtzee. Geen dure doos van de spellenfabrikant, maar 5 dobbelstenen en een scoreblokje van een euro uit de speelgoedwinkel.
  • Rush Hour (ook wel Traffic Jam). Je kunt het als bordspel kopen, maar ook online spelen of hier op papier als downloaden en hier de puzzelopdrachten die erbij horen.
  • Zeeslag. Gewoon op ruitjespapier, leuk tijdens lange autoritten. Hier korte Nederlandse spelregels, hier langere in het Engels.
  • Alle bordspellen met twee dobbelstenen. Moet je eens kijken hoe snel optellen tot 10 (of 12) gaat na een paar potjes Ganzenbord.
  • Rummikub
  • Kaartspelletjes: jokeren (= Rummikub met kaarten), pesten, eenentwintigen (of Black Jack)

Voor sommige grote mensen zijn spelletjes overigens nog knap lastig, waarvan hieronder akte. Het is een filmpje uit de paternale erfenis van Philip, Jet en Cato en bevat een aantal gevleugelde uitspraken uit ons familiejargon (’Het is geen rajen! Het is nadenken, het is psychologie, het is uitpiekeren!’).

Ten slotte uit het oerwoud aan websites twee mooie links:

Dr Mike’s math games for kids - met veel spelletjes waar je alleen maar pen en papier voor nodig hebt.

Mathematical Fiction - helemaal Charlotte Mason: meer dan 500 boeken (fictie, stripboeken), toneelstukken, films en andere media die verband houden met wiskunde.

Metafoor

4 maart 2008

Het is al een ouwetje in ons soort kringen, maar erg mooi. En omdat niet iedereen in ons soort kringen verkeert, zet ik hem hier. Want het gaat niet in het bijzonder over thuisonderwijs, maar over kinderen die een beetje anders zijn in het algemeen (en welk kind is dat niet?). Het filmpje duurt zes minuten en de eerste keer dat ik hem zag, was ik erg ontroerd.

Toen we vandaag met zo’n dertig thuisonderwijskinderen samen kwamen in een grote speeltuin, viel me ook weer op hoe waar dit filmpje is. Allemaal heel verschillende kinderen die vanzelfsprekend met elkaar omgaan, elkaar opzoeken en helpen, niet gehinderd door grenzen van leeftijd of potentie: als een vriendje van vijf niet alleen van die enorme glijbaan durft, ga je als achtjarige met hem mee. Als een van de baby’tjes verdrietig is, troost je het. En niemand vindt het vreemd dat de meisjes (of ouders) zich ook in een stoer vest hijsen om te lasergamen.

Eigenlijk heel logisch om zo op te groeien.

Jammer genoeg vallen sommige stukjes tekst weg, maar ik vind hem mooi genoeg om hier toch te zetten. De originele versie kun je hier zien.

Madeline

28 januari 2008

Vrijdag waren we op bezoek bij een nieuwe thuisonderwijsfamilie in onze regio; een paar maanden geleden zijn ze vanuit de VS naar Nederland gekomen. Omdat ongeveer 2,2 procent (zo’n twee miljoen) van de Amerikaanse kinderen in de schoolleeftijd thuisonderwijs krijgt en dat percentage onder expats allicht nog wat hoger ligt, kunnen we steeds meer buitenlandse thuisonderwijzers verwelkomen.

MadelineHet was heel gezellig; zij hebben drie kinderen van ongeveer dezelfde leeftijd als de onze. We hebben samen gegeten, gepraat, voorgelezen en gespeeld en Philip en Jet waren blij verrast dat Halli Galli universeel is. 

In hun boekenkast kwam ik een enig boek tegen. Het is in Amerika al generaties bekend en populair, maar hier had ik het nog niet eerder gezien: Madeline van Ludwig Bemelmans. Schattige tekeningen met klinkende rijmtekst over een Parijs kostschoolmeisje. De eerste regels van het boek zijn legendarisch:

‘In an old house in Paris that was covered with vines,
lived twelve little girls in two straight lines.
In two straight lines they broke their bread,
and brushed their teeth and went to bed.
They smiled at the good, and frowned at the bad,
and sometimes they were very sad.’
 
Het is nooit in het Nederlands vertaald en daarom zet ik het niet op het boekenlijstje, maar op deze manier moffel ik het er toch even tussen. Erg leuk om Nederlandse kinderen Engels te leren. Ik wil hem graag op onze plank naast The Cat in the Hat en My Little Rhyme and Verse Treasury.

Villa Fien

8 januari 2008

Janneke Schotveld, Villa FienVolgens mij is het een unicum in de Nederlandse kinderboekenwereld: een verhaal waarin de hoofdpersonen thuisonderwijs krijgen. Er zijn wat vertaalde boeken met kinderen die niet op school zitten, (Pippi!), er zijn wat klassiekers waarin de kinderen les krijgen van een gouvernante (Heidi), maar ik geloof dat dit het eerste van eigen bodem is.

In het verhaal wonen vier kinderen die door hun ouders in de steek gelaten zijn, in het gezellige, rommelige huis van Fien. Fien zorgt voor hen en geeft de kinderen zelf les; alles gaat er gemoedelijk aan toe. Op een dag komt er een Inspecteur van het Ministerie voor Gewezen-wezen (een soort medewerker Kinderbescherming en leerplichtambtenaar in een) om te controleren of het opvanghuis wel aan alle eisen voldoet. Als het inspectierapport negatief dreigt te worden en de kinderen kans lopen naar een Beter Pleeggezin te worden gestuurd, neemt Fien op verrassende wijze maatregelen. 

Villa Fien is het debuut van Janneke Schotveld en ik vind het een enig boek. De baldadige stemming doet soms een beetje aan Annie M.G. Schmidt denken, maar het is origineel, grappig en leest lekker voor.

Er is een nieuw overzicht gepubliceerd van onderzoeksresultaten over thuisonderwijs. Het rapport is geschreven door het onafhankelijke Fraser Institute in Toronto: Home Schooling: From the Extreme to the Mainstream, 2nd Edition.

Ik maak me er even met een jantje-van-leiden vanaf door eenvoudigweg delen van het persbericht te citeren, want dat behandelt in een  paar passages drie veel gestelde vragen.

Vraag 1
Missen thuisonderwijskinderen geen sociale contacten en vaardigheden?

‘[...] a growing body of new research also calls into question the belief that home schooled children are not adequately socialized.

The average Canadian home schooled student is regularly involved in eight social activities outside the home. Canadian home schooled children watch less television than other children, and they show significantly fewer problems than public school children when observed in free play [...]‘

Vraag 2
Je kunt toch alleen goed thuisonderwijs geven als je zelf een hbo- of wo-opleiding hebt gevolgd?

‘Poorly educated parents who choose to teach their children at home produce better academic results for their children than public schools do. One study we reviewed found that students taught at home by mothers who never finished high school scored a full 55 percentage points higher than public school students from families with comparable education levels.’

‘The research shows that the level of education of a child’s parents, gender of the child, and income of family has less to do with a child’s academic achievement than it does in public schools.’

Vraag 3
Voldoen thuisonderwijskinderen wel aan het niveau van hun leeftijdsgenoten?

‘Research shows that almost 25 per cent of home schooled students in the United States perform one or more grades above their age-level peers in public and private schools. Grades 1 to 4* home school students perform one grade level higher than their public- and private-school peers. By Grade 8, the average home schooled student performs four grade levels above the national average.’

‘The study also reports that students educated at home outperform their peers on most academic tests and are involved in a broad mix of social activities outside the home.’

Als je de hele publicatie wilt lezen, staat hier het pdf-bestand; 24 pagina’s heel leesbaar Engels.

* De grades zijn vergelijkbaar met ons oude niveau van ‘klassen’ op de lagere school. Grade 1 komt overeen met groep 3, de oude ‘eerste klas’, grade 2 met groep 4, enzovoorts.

Gesurft voor u

25 september 2007

Een van de allercompleetste educatieve sites die ik tot nu toe gezien heb: eMints. Het biedt een massa links naar lesideeën en activiteiten op grade level (grade 1 is groep 3, grade 2 is groep 4, enzovoorts). De links zijn gerangschikt per thema en daarbinnen leiden ze weer naar verschillende vakgebieden (wiskunde, aardrijkskunde, geschiedenis, taal) met betrekking tot het onderwerp. Perfect onderhouden, geen dode links.