Het privilege van de jeugd
26 november 2008
In een staat van volkomen tijdloosheid

zonder één enkele zorg of verantwoordelijkheid

de legodoos bouwen die je kreeg van je oom in Canada

net zolang totdat hij af is.

Zo’n tijdloosheid die is voorbehouden aan de kinderjaren, een voorrecht dat je pas op waarde weet te schatten als het voorbij is. Ik kan het me zo goed herinneren, en geniet ervan als ik het bij mijn eigen kinderen zie.
Dan de intense voldoening met het resultaat.
‘Kijk, zelfs de stoelen en hoofdsteunen kunnen naar voren geklapt worden.’

Dat wil je graag demonstreren.
Ruimtereis
21 november 2008

‘Dit wordt je eerste keer Space Expo, Catootje’, zei Philip toen ik de auto het pad van de ruimtevaarttentoonstelling op draaide. Een mens heeft zo wat mijlpalen in zijn leven.
We waren er inderdaad al een poos niet meer geweest en Philip was heel blij dat we weer eens gingen. Voor Jet hoefde het niet per se, maar ook thuisonderwijskinderen houden rekening met elkaar; je doet geregeld iets wat je zelf minder leuk vindt, maar waar je een ander blij mee maakt. Bovendien had Jet wel veel zin om E. en haar kinderen te zien, de vrienden met wie we hadden afgesproken.
Cato was meteen in haar element. Ze werd met open armen ontvangen door J. - E.’s driejarige dochter. Als jongste telgen trokken zij er samen op uit om de ruimte te verkennen.

Ze hobbelden vreselijk schattig achter elkaar aan en verzonnen allerlei nieuwe spellen. En als Cato dreigde af te dwalen of hulp nodig had bij een trapje, stond J. als Grote Vriendin paraat om zich over haar te ontfermen.

In de tentoonstelling is de afgelopen jaren nauwelijks iets veranderd. Toch blijft er genoeg te ontdekken, al was het alleen maar omdat sterrenkunde niet een bijster eenvoudig onderwerp is en de techniek bovendien voortschrijdt.

Veel van de informatie gaat langs mij heen en soms vraag ik me weleens af hoeveel er bij de kinderen blijft hangen, maar dan blijkt dat zij altijd meer kunnen plaatsen dan ik dacht.
We stonden te kijken bij de vitrine van een Marslandschapje. Ik zei dat ik gehoord had dat de missie naar Mars stopgezet was, maar de reden ervan was me ontschoten. ‘Ja, dat klopt’, zei Philip, ‘dat komt omdat het nu op Mars ook herfst is, waardoor er bijna geen zon is. En de robot werkt op zonne-energie.’ Toen ik vroeg hoe hij dat wist, vertelde hij dat het bij een schooltv-programma voorbijgekomen was. En inderdaad, thuis vond ik dit stukje uit Nieuws uit de Natuur.
Space Expo is verder een nogal serieuze expositie, met veel schriftelijke uitleg, een paar spectaculaire onderdelen en hier en daar een kwinkslag.

Philips absolute favoriet is de Opstijgende Raket. Ieder uur wordt er afgeteld, waarna met veel kabaal en rook een raketlancering gesimuleerd wordt. Een enorm succes.
Terwijl ze de rest van de tentoonstelling verkennen, houden de kinderen voortdurend een schuin oog op de aftellende klok. Als het bijna zover is, gaan ze alvast tussen de raketmotoren zitten,

en tellen af

totdat de raket met veel geraas gelanceerd wordt en je op het beeldscherm in de vloer de aarde onder je voeten ziet wegschieten.

Dan trekt de rook op, klinken er Carmina Buranaklanken en keert de rust terug. We zijn hier nu een keer of zeven geweest, maar dit verveelt nooit.

Ontdekken
19 juni 2008

Iemand uit onze thuisonderwijsgroep had een uitje gepland. Haar zoon zat in een proefjesfase en ze wilden graag eens naar de Ontdekhoek. Of er meer mensen zin hadden. Na ons botersucces hadden wij ook de smaak te pakken, dus we gingen mee.
De naam zegt alles: je kunt er ontdekken. Het is een werkplaats waar een blind paard geen schade kan doen en tien thuisonderwezen kindertjes dus ook niet (noch de 64 schoolkindertjes die vlak na onze aankomst vertrokken). De kinderen krijgen een knipkaart en kunnen telkens een nieuw experimentje uitkiezen en de benodigdheden daarvoor ophalen bij een centrale balie. Vrijwel alles mag mee naar huis, behalve de steentjes van de metselhoek – die worden hergebruikt.
Ieder kind kan zo zijn eigen smaak volgen, hoewel een aantal proefjes uiteraard een universele voorkeur geniet, zoals het chips bakken. Philip en Jet hebben zich in ieder geval uitgeleefd op het maken van geurige zeep,

het branden van koffiebonen, het ontwikkelen van een foto en het ontwerpen van een bootje, waarbij het piepschuim uitgesneden wordt met een heet koperdraadje.

Philip maakte van restmateriaal een tweede, zoveel mogelijk identiek bootje en hield wedstrijden om te zien welke het snelst was.

Het smeden van een plastic lepeltje was het meeste werk en vergde de meeste hulp, maar gaf wel veel voldoening. Een stukje pvc-buis moest onder de industriële föhn worden gesmolten tot je het open kon knippen. Na het knippen moest je het platwalsen, op een mal natekenen en weer warm en zacht genoeg maken, zodat je de lepelvorm kon uitknippen.

Jet stond er versteld van dat smeden zoveel werk was. Ze had vorige week juist het plan opgevat zelf een robot from scratch te maken (‘Zullen we vanmiddag even een plaat ijzer halen in de winkel?’). Toen had ze niet willen aannemen dat er op z’n minst een bouwtekening aan vooraf moest gaan. Ze was zelfs tamelijk verbolgen geweest dat ik niet onmiddellijk een ‘plaat ijzer’ was wezen halen. Het pvc-lepeltje van de Ontdekhoek bracht het wat meer in perspectief (‘Zo, dit is best veel werk, alleen zo’n lepeltje’).
Ach, er was zoveel te doen. Dammen bouwen, metselen, gek doen met je vriendin,

enorme zeepbellen maken, schrijven met een ganzenveer, postzegels maken, metaal bewerken

totdat je er een naamplaatje van gemaakt had.

En dan bleef er nog genoeg over om tot een volgende keer te bewaren. Het was een fijne dag.
Cirkelzaag
2 september 2007
Kinderen hebben vaak periodes waarin ze zich op één ding richten. Weken, soms maandenlang gaan ze op in een handeling (tekenen, fietsen) of spelen ze geconcentreerd met een bepaald soort speelgoed, om het vervolgens een poos te laten rusten en het later weer eens op te pakken. Ik dacht eerst dat alleen mijn kinderen dat deden, en dat soort gedachten zijn vaak slecht voor je. Het maakt je óf arrogant, omdat je denkt dat je zo’n bijzonder begaafd kind hebt, óf het verontrust je, omdat je vindt dat je zo’n bijzonder raar kind hebt. Gelukkig ben ik vanaf Philips geboorte omringd geweest met een groot aantal geweldige moeders en kinderen van dezelfde leeftijd als de mijne. En al die kinderen bleken bij vlagen bijzonder begaafd en gelukkig ook vaak bijzonder raar. Ik kan het iedereen aanraden zulke mensen om zich heen te verzamelen.
Maar om terug te komen op het onderwerp: mijn kinderen hebben een aantal van dit soort geconcentreerde periodes gehad. Ik kan me herinneren dat het zweet me uitbrak als Philip wéér met de Playmobildoos kwam aanzetten (‘Zullen we met de playmo, mam?’), waar hij veel situaties uit het echte leven mee naspeelde. Of de timmerperiode. Dat ik net gestofzuigd had en hij een lumineus ontwerp bedacht met veel doorgezaagde kurk, afgebroken ijsstokjes en reepjes stof die op een plankje getimmerd moesten worden. Waarna een en ander uiteraard afgewerkt werd met een likje verf. De k’nexperiode gaf minder zooi. De instructieboekjes werden meestal één keer gevolgd, als hij net een nieuwe doos had gekregen, maar daarna had Philip een voorkeur voor eigen ontwerpen, die soms het midden hielden tussen ‘bijzonder begaafd’ en ‘bijzonder raar’.

januari 2006
Maar waar het me eigenlijk om begonnen was vandaag, was dat ik wilde vertellen dat Philip de Lego weer ontdekt heeft. Vorig jaar heeft hij er tijden mee gespeeld, uren aaneen, maandenlang. En opeens was het over. (Dit soort periodes heeft overigens de neiging juist dan te eindigen wanneer er bij voorkeur net een hele grote doos van het speelgoed in kwestie is aangeschaft.) Opeens vond hij het uitzoeken van de blokjes te veel werk, leek zijn inspiratie op, was het vooruitzicht te moeten opruimen zo’n obstakel dat hij niet eens aan spelen wilde beginnen.
En even plotseling als de interesse verdwenen was, is hij weer opgedoken. Vandaag kwam Philip me een nieuw ontwerp laten zien: een cirkelzaag. Hij had de tandwieltjes zo gezet, dat het voorste radertje een cornflakesdoos kon openzagen. Dus ook hier weer: het ontwerp vond ik best knap, de toepassing tamelijk raar. Een gewoon jongetje dus. Maar wel heel bijzonder.

Willem Tell
22 mei 2007
Vandaag het verhaal van Willem Tell voorgelezen. Het was een welkome afwisseling na Floortje leert ponyrijden, Ponyverhalen, Black Beauty en het meisjestijdschrift Galop. Jettes paardenfase heeft een all time high bereikt en naast imaginaire paardenvriendinnen die ze op haar skippypaard ontmoet en waarmee ze buitenritten maakt, horen daar ook véél paardenboeken bij. John en ik vragen elkaar ’s avonds voor het slapengaan: ‘En hoeveel Galops heb jij vandaag voorgelezen?’ Overdag proberen we allebei onze snor te drukken als Jet met weer een fleurige paardenstrip voor ons staat. Het is dat haar stralende gezicht je recht in je hart raakt, maar de ‘paardenweetjes’ komen mijn oren uit. Desalniettemin houden we het aloude thuisonderwijsadagium voor ogen: voed de interesses van je kind.
Tenslotte hebben we de graafmachinefascinatie van Philip ook overleefd. Ik zie me nog staan bij de stratenmakers en wegwerkers, die op een gegeven moment maar een praatje met me aanknoopten omdat we zo lang bleven kijken. Meestal liepen we weer verder als ze gingen schaften, voordat ik een boterham aangeboden kreeg.
Maar goed, Willem Tell. Het was een leuk verhaal. Ik kende zelf nog niet de achtergrond waartegen de appel en de kruisboog zich aftekenen, maar ik ben nu helemaal op de hoogte. En wat ik zo leuk vind, is dat de kinderen een mooi verhaal meteen naspelen. Zo hebben we onder meer de Grieks-Romeinse mythologische fase gehad, de Winnie de Poehfase en de Karlsson van het dakfase. En nu kwam de kruisboog weer goed van pas die Philip pasgeleden getimmerd had.

