Highland Games te Julianadorp
4 maart 2012

In het noordelijkste noorden van Noord-Holland, daar waar de Nederlandse kust op haar allermooist is, daar waren we deze week.
Het Nederlandse vlakke land behoort tot mijn mooiste plekken. Je kunt het zo mooi overzien, dat platte. De grote lappen tussen Hoorn en Purmerend. Het Groninger hogeland boven het Damsterdiep. Het hele Noordzeestrand van onder tot boven.
En dit noordelijkste Noord-Holland dus. Nu piepen er alleen nog groene sprieten omhoog uit wat straks de bollenvelden zullen zijn. Toch is het al mooi, de vlakke uitgestrektheid. En die duinen, die prachtige duinen. Veel mooier dan de Zuid-Hollandse.
Daar werd hard gewerkt deze week. Denk er een kilt bij en je hebt bijna Schotse toestanden. Negentiende-eeuws volksvermaak met traditionele onderdelen als het boomstamwerpen.

Rugspieren die tot kwijlens toe gestaald werden.

Het bekende ademhappen in the Great Glen. Een discipline die al van oudsher in Loch Ness beoefend wordt.



De winnaar ging een tikkeltje onwillig op de foto. Louter bescheidenheid.

De debutant die alles gegeven had.

2012 bracht ook een nieuw onderdeel in de Highland Games: het jennen van je zus in 1.40 m stilstaand water. Voorwaarde was wel dat de titelhouder het vervolgens weer goedmaakte en ontspannen op de foto ging.

Waarna hij urenlang achternagezeten werd door het monster van Drumnadrochit.

Zelf was ik kampioen in het maken van wazige foto’s en pakte brons op het onderdeel ‘oppeppen in Picasa’. Ook het traditionele cattle herding ging me goed af. De jury prees mijn aan waanzinnigheid grenzende kalmte en floot bewonderend tussen de tanden toen ik de vier lammeren keer op keer in de schaapskooi wist te krijgen. Binnen de tijd en zonder gebruik van de herdersstaf. Het was een mooie week.
Noem me maar Piet
1 december 2011
Eens per week om 18.30 uur komt Cato zielsgelukkig thuis van gymnastiek. Iedere week opnieuw. Deze week was ze nog vrolijker dan anders; ik hoorde het aan haar opgetogen stemmetje dat vanaf de voordeur riep: ‘Mam!’
Ze kwam de keuken in rennen en bleef voor me staan, al haar vier jaren groot, twee staartjes in haar haar en een verhit hoofd van het gymmen. Ze hield iets achter haar rug. ‘Mam, dit is de verrassing van je LEVEN! Lees maar voor!’
Ik las voor wat ze allemaal gedaan had. En zij vertelde over de cadeautjes in de kartonnen schoorsteen en alle oefeningen die ze had moeten doen. Over de evenwichtsbalk lopen alsof het een dak was, zwaaien aan de rekstok alsof je van het ene huis naar het andere sprong. Op het laatst hadden ze liedjes gezongen in de kleedkamer en toen ze terugkwamen in de zaal, bleek dat er nog een partij zoekgeraakte cadeautjes gezocht moest worden: ieder kind had een pakje met lekkers gevonden.
‘O, mam’, zuchtte ze, ‘wil je hem nog eens voorlezen?’ Ze hield het Pietendiploma voor mijn gezicht. Ik las hem nog een keer voor. ‘Je mag kiezen’, zei ze, want wij zijn van de ik-boodschappen en de keuzevrijheid in communicatie – dat krijg je als ouder altijd per ommegaande terug. ‘Je mag kiezen: nog honderd keer voorlezen of nog vijf keer.’ Ik las nog vijf keer voor. En vijf keer playbackte ze met haar lippen mee en zuchtte gelukzalig.
Als ik even geen wereldnieuws meer wil horen, als ik genoeg heb van crises, misbruik, armoede en ontvoering in Mali, van Mexicaanse drugskartels en hun afgrijselijke daden en van volwassen mensen in niet-sportprogramma’s die ernstig een ruzie bij Ajax bespreken alsof het een zaak van levensbelang is en geen wedstrijd ver pissen, als mijn vertrouwen in de mensheid de bodem bereikt heeft, dan vraag ik aan Cato’s juf of ik een gymles mag meekijken.
Dan zie ik vijftien gelukkige kinderen rondspringen. Niemand zit er tegen zijn zin, want een gymclub is vrijwillig. Ik zie vier juffen en hulpjuffen, meisjes van 17 tot 20 jaar, die op hun vrije avond naar een gymzaal zijn gefietst om geheel onbezoldigd kleuters te vermaken. Die meisjes hadden ook in de kroeg kunnen staan, huiswerk kunnen maken, op de bank kunnen chillen met een bus Pringles en Brabantse chicks op de Antillen of een betáálde bijbaan kunnen nemen. In plaats daarvan hebben ze vijftig gymtoestellen klaargezet, helpen ze vierjarigen bij een koprol en zorgen ervoor dat mijn dochter niet uit het wandrek of van de trampoline dondert. Na twee uur ruimen ze alle toestellen en rommel weer op en fietsen lachend en kletsend naar huis, niet wetend hoe blij ze iemand gemaakt hebben met een Pietendiploma.
De volgende ochtend kwam Cato tegen me aan gesnuffeld in bed. ‘Goeiemorgen, mam.’ ‘Dag mijn lieve Catootje met je Pietendiploma’, mompelde ik. ‘Noem me anders maar Piet’, zei ze bescheiden. ‘Ik kan tenslotte alles wat een Piet moet kunnen. Wil je hem nog eens voorlezen?’ Maar voorlezen was niet nodig. Ik ken hem uit mijn hoofd.
We hebben er zin in!
11 juni 2010
Ik zit hier al paraat, hoor. Op een kratkussen, oranje klomp op mijn hoofd en een toeter in de hand. Om in de stemming te komen alvast een klassieke WK-finale waar we met weemoed aan terugdenken. Wie herinnert zich niet die retespannende wedstrijd Duitsland – Griekenland?
Hier kun je hem in het groot bekijken.
Ja, hoor
26 maart 2010

Ik weet het zeker, het is lente.
Toen ik vanmiddag aan het rennen was met eigen muziek op de oren (ik was de randy hiphop van de hardlooplessen een beetje zat), kwam het ineens opzetten.
Na de nostalgische muziek1), de plattelandsmuziek 2) en de kijk-mij-eens-de-muzieksmaak-van-mijn-zoon-delen-muziek 3), kwam dit ouwetje bij het uitlopen.
Dat kan zo gebeuren. Sommige jaren doet de lente geruisloos haar intrede, en nu blies ze me recht in het gezicht. Waarom weet ik niet, want het nummer zelf heeft er niks mee te maken, maar ik wist gewoon dat het voorjaar was.
En het klopt. Kijk maar, babydiertjes.




En de eerste sproeten.
En nu wil ik de komende maanden hiernaar luisteren.
Niet om op te rennen, want daar is het te langzaam voor. Maar je kunt er wel op dansen. Een hele lente en een hele zomer lang.
1)
2)
3)
52° Noord
24 januari 2010

Jet wilde al heel lang. Al sinds de eerste keer dat ze meeging naar Philips duikles, want naast de duikschool was een klimwand.
Vrijdag kwam het er van.

Met veertien thuisonderwijskinderen en vier volwassenen naar de klimhal. Twaalf kinderen klommen.

Twee kinderen voelden aan een steentje, trokken eens aan een touw, en besloten vervolgens dat ze beter een goed gesprek konden voeren terwijl ze de boel vanaf een afstandje in de gaten hielden.

Er werden duidelijke instructies gegeven. Iedereen werd ingesnoerd en vastgeklikt.

En toen mochten ze omhoog. De kinderen waren verdeeld in twee- en drietallen. Terwijl er een klom, hielden een of twee anderen het zekeringstouw vast.

Ongeveer de helft van de kinderen klom helemaal naar boven. Philip en Jet behoorden tot de andere helft, die tot iets over de helft durfde.
Jet was voldaan. Ze had ook het idee dat ze nu min of meer voorbereid was om deel te nemen aan de volgende editie van 71° Noord, het tv-programma waar ze zich de hele week op verheugt.
Aanstaande dinsdag moeten de deelnemers een steile ijswand beklimmen. Jet zal het met kameraadschappelijke kennersblik gadeslaan. She’s been there.

IJspret en verdriet
19 januari 2010
Leeg je vier dagen je fotokaartje niet, zet meteen de dooi in.
Donderdag liepen we nog met wanten en hete thee naar de schaatsbaan. Hier, Philip op zijn nieuwe noren.

Philip schaatst – januari 2010
This movie requires Adobe Flash for playback.
Kom daar nu nog maar eens om. We hoefden vandaag niet eens handschoenen aan toen we naar buiten gingen.
De winter is nog niet voorbij en ik hoop dat de vorst weer even aanzet, maar zo niet, dan hebben we in ieder geval een memorabele ijstijd gehad. De pootafdrukjes van meerkoeten op het besneeuwde ijs, wandelingen door de vrieskou, iedere dag op natuurijs, sneeuwvlokken op je tong. Clichés die mooi zijn als je ze zelf meemaakt.
Er waren twee reddingsacties: één geslaagd en één mislukt. Tijdens een sleetochtje vond Jet een mobiele telefoon in de sneeuw. Hij werkte nog en Jet was vastbesloten de eigenaar op te sporen. De beste aanwijzing kwam uit de nummerlijst van de telefoon: onder de P stond ‘Papa’ – die kon vast vertellen hoe Jet haar Eerlijke Vondst kon terugbrengen.
En inderdaad. De dochter van Papa bleek niet ver bij ons vandaan te wonen. Ze was ontzettend blij toen Jet met een stralend gezicht het mobieltje overhandigde, vooral vanwege alle telefoonnummers die ze nu weer terug had. Jet was tevreden over haar goede daad, maar werd nog eens extra beloond toen drie dagen later de deurbel ging. Het meisje van de telefoon kwam een cadeaubon van twintig euro brengen. Wij probeerden het nog opvoedkundig verantwoord af te slaan (‘Niet meer dan normaal, geen beloning nodig, jouw dank is haar genoeg…’), maar we wisten zelf ook wel dat we Jet geen Bart Smitbon door haar neus konden boren. Sindsdien loopt zowel Philip als Jet met haviksogen door de buurt op zoek naar verloren voorwerpen.
Dan de mislukte reddingspoging; die was verdrietig. De kinderen waren buiten aan het spelen, toen Philip in paniek naar binnen kwam rennen: ‘Kom gauw, het is vreselijk!’ Hij bracht John naar de plek waar een prachtige vogel op de grond lag. Er kwam bloed uit zijn snavel. Philip vertelde dat ze het hadden zien gebeuren: de vogel was met een harde klap tegen een matglazen balkon gevlogen en neergestort. In stille rouwstoet kwamen de kinderen weer binnen, de vogel in een kartonnen doosje. De dierenambulance werd gebeld, want de vogel leefde nog, zijn oogje knipperde droevig.
Terwijl John aan de telefoon was, ging het oogje voor de laatste keer dicht. Philip was ontroostbaar. Vriend D. sloeg een arm om hem heen, met zijn vieren stonden ze rond de kartonnen doos.

We denken dat het een snip is. Hout- of water-, daar kwamen we niet goed achter. Inmiddels weten we dat je het verschil kunt zien aan de streepjes op de kop: een watersnip heeft lengtestrepen, een houtsnip dwarse. Maar nu hebben we alleen nog een foto waarop we het niet goed kunnen zien. Hij was heel zacht.
Avercampse toestanden
21 december 2009

Tja, je kunt foto’s blijven maken.

Maar dat gaat allemaal van je sneeuwtijd af.

Dan loop je zo een paar gevechten mis.

En iedere minuut die je aan fotograferen besteedt, kun je niet aan sneeuwpoppen besteden.

‘t Is maar waar je voor kiest.

Als je toch al niet zo’n ster bent in fotograferen -beetje wazig, beetje ver, beetje overbelicht- dan kies je eieren voor je geld. Dan ga je vier dagen lang met vrienden en een slee de hort op en benut je iedere vlok van die twintig centimeter. Met je ogen (wat mooi!), met je handen (wat koud!) en met je neus (wat lekker fris!).
Woensdag waren we in het Spoorwegmuseum met de thuisonderwijsgroep, waar de kinderen al een voorschotje namen op de vorst die nog moest intreden. Ieder jaar legt het museum in december een kunstijsbaan aan. Cato stond dit jaar voor het eerst op de schaatsen, of wat je eronder verstaat.


Voor Jet was het weer even wennen op de schaats. Maar Cato liet zich voortduwen alsof ze niet anders gewend was. O wacht, ze is ook niet anders gewend.

Toen vrijdag het ondergelopen landje helemaal opgevroren was, waren de benen ingewerkt.
En bewoog Cato zich ook weer op karakteristieke wijze over het ijs. Niet voortgeduwd deze keer, maar voortgetrokken.

Van Philip heb ik verder geen actiefoto’s. Die werd om de haverklap opgehaald door een vriend om te schaatsen, van een duin te sleeën of de buurt af te schuimen op zoek naar avonturen in de sneeuw.
Er is inmiddels weer een paar centimeter gevallen, maar ik heb alle ingrediënten in huis gehaald om deze zoetigheidjes te maken die ik vandaag bij vriendin V. op haar blog zag – Russische pannenkoekjes gemaakt van ricotta en kwark. Lijkt me een uitgelezen manier om de vijfde winterse buitendag op rij te begeleiden.









