Poppenkast

7 december 2010

Debutant

1 december 2010

Voor de eerste keer in haar leven. Van Jetje naar Pietje.

Of Pedro eigenlijk, want zo heet ze in het toneelstuk dat ze vandaag gaat opvoeren op haar toneelschool. Een bewerking van het prentenboek Schimmel is ziek van Bette Westera en Annemarie van Haeringen. Het wordt een privévoorstelling voor Sinterklaas en voor haar schoolgenoten, ouders mogen er deze keer niet bij zijn. Wel werden wij geacht de kostumering en visagie op ons nemen.

Gelukkig hebben we onze eigen Mari in huis. Jarenlange ervaring. Met zijn rechterhand To, die alle penseelstreken op de voet volgde.

Als het goed is, staat Pedro nu op de planken. Na haar optreden komt ze straks nog even langs bij de poppenkastvoorstelling waar ik met Cato naar toe ga. Om te strooien en ‘dag lieve kinderen’ te roepen. Sommige mensen zijn geboren om andere mensen blij te maken.

Winterhaas

26 november 2010

Het is vaste prik geworden: zodra hij voet aan wal zet, gaan we een keer op visite in het logeerhuis van Sinterklaas.

De afgelopen twee jaar bezochten we hem in Dordrecht, maar omdat we daar vorig jaar op een doordeweekse dag, onder schooltijd, drie volle uren in de rij hadden gestaan en het nieuwe huis vervolgens een beetje tegenviel, leek het een aardig idee om nu eens een ander stulpje te proberen. Sint resideert namelijk ook in Helmond, in Wageningen, in Weert en in Leiden.

We gingen naar Leiden. Ik denk dat het zijn meest eenvoudige winterverblijf is, maar Cato, degene voor wie we uiteindelijk gaan, maakt het esthetische aspect niet zoveel uit. Ze is al gelukkig als ze een glimp van de tabberd opvangt.

Om de feeststemming te verhogen ging ook Heleen mee, Cato’s grote vriendin. Ze kon er haast niet van slapen. In de trein lazen we Winterhaas van Edward van de Vendel – een van de leukste sinterklaasboeken. De dieren van de boerderij hebben opgevangen dat er een bijzonder iemand verwacht wordt, een zekere Winterhaas. De boerderijhond kent zelfs dé methode om Winterhaas sneller te laten arriveren: je moet liedjes zingen. Zoals ‘Winterhaas is harig’. Een heerlijkheid om voor te lezen.

Jet had Paard bij de dokter mee, van Corien Oranje; naast Paulus de hulpsinterklaas haar favoriete sintboek, over de schimmel die reumatische klachten heeft. Men vermoedt dat Amerigo versleten knieën heeft van het springen op de daken. De hoofdpiet begrijpt een mailtje van een bezorgd kind verkeerd en komt ijlings naar Nederland – in september. Gelukkig komt alles goed.

En toen waren we in Leiden.

We waren vroeg, het huis opende juist haar deuren en Sint Nicolaas zelf heette ons van harte welkom. In tegenstelling tot de andere sinterklaashuizen bestaat dit huis uit één vertrek, met rondom een soort zuilengalerij van verschillende kamertjes. In het midden is een verhoging met de bisschopszetel. Daar kun je op schoot – als je durft.

Sint nam alle tijd en dat kon ook, want het viel mee met de drukte. ‘U blijft toch wel tot het zingen, hè?’, vroeg hij. Op gezette tijden heffen de zwarte pieten namelijk een aantal liederen aan, hetgeen soms ontaardt in een ware polonaise. En dan verloochent de volksaard zich niet: Jet haakte onmiddellijk in, trok Cato mee en leidde de stoet alsof ze in De Twee Zwaantjes tussen het perzisch tafeltapijt niet anders deed.

Cato wilde wel de hele dag blijven, maar na twee uur vond de rest het wel welletjes. Dus nog één keer een tekening maken. Nog één keer sjoelen bij de valsspeelpiet.

Nog één keer grabbelen in de vergulde badkuip met pepernoten. ‘Dat is ook vies’, zei een andere bezoeker, ‘pepernoten eten uit het bad waarin Sinterklaas zich gewassen heeft.’ Daar was Cato het volstrekt niet mee eens. Ze zit ook vaak samen met Jet in bad. Sinterklaas is net zo goed ‘eigen’. Juist heerlijk, deze pepernoten.

Nog even kletsen met de inpakpiet.

Nog één keer kijken bij het bed van Sinterklaas.

En dan naar huis. Cato was bekaf. Ze maakte zich nog wel zorgen: ‘Weet je wie we nou vergeten zijn gedag te zeggen? Het paard van Sinterklaas.’ Voor de zekerheid krijgt hij in de weekenden een extra wortel van haar, als ze haar schoen mag zetten.

Op pad

29 november 2009

De laatste tijd zijn we veel het land ingetrokken. We doen iedere maand wel wat veldwerk, maar november was uitzonderlijk uithuizig.

Ik heb niet overal een uitgebreid verslag van, maar ik kan verheugd meedelen dat het ons eindelijk gelukt is om het Achterhuis van binnen te zien.

Voor Jet was het een beetje een tegenvaller. De kamers in het Achterhuis zijn (op verzoek van Otto Frank) leeg en dan is het moeilijk voor te stellen hoe het er echt geweest is, vond Jet. Voor Philip was het bijzonder om ‘met je voeten te staan waar Anne en Otto en de anderen gewoond hebben’. En dat Annes eigen dagboek er lag, waar zijzelf in geschreven heeft, als een echt mens met afwisselend blokletters en schoonschrift, dat vonden ze ook speciaal.

Verder heeft Jet tussen neus en lippen door haar C-diploma gehaald, waarmee weer een tijdperk van wekelijkse zwemlessen is afgerond.

En we waren uitgenodigd door V. en haar liefjes om een paar dagen weg te waaien aan de Noord-Hollandse kust, in het vuurtorenwachtershuis waar we in mei ook logeerden. En dan was oma nog jarig en gaf een feestje. En we gingen een dag naar onze lieve tante die in het dierenasiel helpt. Ze ving nu tijdelijk een babypoesje op dat telkens uit een flesje moest drinken en veel geknuffeld wilde worden.

O ja, we zijn ook weer op audiëntie geweest bij Sinterklaas, net als vorig jaar. Dit jaar woont hij in een ander huis, minder gezellig, maar wel met evenveel zwarte Pieten en die zijn toch eigenlijk het leukst.

Ten slotte is er een zekere ontwikkeling waar te nemen in Philips beroepskeuze. In plaats van brandweerduiker wil hij nu tandarts worden. Dat heeft niet zozeer te maken met een fascinatie voor het gebit, die is er namelijk niet, maar meer met een ontluikend bewustzijn voor het Kapitaal. Onze tandarts zetelt in een beeldschoon pand aan de statige Amsterdamse Apollolaan en na de halfjaarlijkse controle besloot Philip dat hij geknipt was voor het vak. Hoewel hij er al zijn hele leven komt, viel hem nu pas op welke mogelijkheden de beroepsgroep in zich heeft. ‘Weet je hoeveel Wii’s ik dan kan kopen?!’  Het leek Jet een goed idee om samen een praktijkje te beginnen, dan konden ze beiden thuisonderwijs geven aan hun kinderen.

Zingen bij de schoen

Terwijl we het sintmaartensnoep nog zaten op te boeren, kwam Sinterklaas alweer aan in de haven van Schiedam. Het was als vanouds kantje boord, met opstekende stormen en verloren gegane pakjes, maar dankzij duizenden zingende kinderen kwam alles toch nog goed.

Het allergrappigste sinterklaasstukje ooit werd geschreven door David Sedaris, een Amerikaanse schrijver en columnist. Hij beschrijft zijn kennismaking met de Nederlandse cultuur aan de hand van het sinterklaasfeest: ‘Six to Eight Black Men’. Hier leest hij het zelf voor.


En laat je nou niet afschrikken door de taal, Sedaris is echt virtuoos. Als je het liever audiovisueel hebt, dan kun je ook het filmpje hieronder nemen. Dat is dezelfde opname, opgeluisterd met een collage van plaatjes bij de tekst.

Omdat YouTube maar een beperkte videolengte toestaat, is de opname in drieën geknipt. Deel twee staat hier en deel drie hier.

Het huis van Sinterklaas

2 december 2008

Ze bevinden zich in het schemergebied tussen Sprookje en Echt. Aan de ene kant weten ze hoe het zit, aan de andere kant is er de betovering nu het hele land zijn aanwezigheid ademt.

In augustus wisten ze nog precies hoe het in elkaar stak met die schoen. ‘Dat had ik al gedacht,’ zei Jet. ‘Ook duur voor jullie trouwens’, zei Philip. Maar nu er weer daadwerkelijk schoenen voor de centrale verwarming staan en we met zijn allen zingen, is het toch gewoon echt. Voor Jet was het bewijs weer eens onomstotelijk geleverd toen er ‘s morgens geen appel meer lag, die zij voor het paard had neergelegd, maar alleen nog het steeltje: ‘Een mens zou dat steeltje weggegooid hebben.’

Daarom gingen we vandaag op hoog bezoek in het Sinterklaashuis. Jet was euforisch toen ik het haar vertelde. Ze ging meteen een cadeau maken: inpakpapier gevuld met wat pepernoten en sintmaartensnoep; want snoep krijgt Sint nooit, dat deelt hij alleen uit. Terwijl ze nog een winterwortel uit de groentela pakte, stond Cato al bij de deur – in ondergoed en op kaplaarzen. Cato maakt graag haast met vertrekken.

We kwamen aan voor een gesloten deur, want het Huis kent een middagsluiting tussen 12.15 en 13.15 uur. Wachten gaf niks, vonden de kinderen, zelfs niet in de regen.

Sint was erg blij met Jettes cadeau. Hij vroeg nog wel of de kinderen niet naar school moesten, maar toen Jet hem hielp herinneren aan hun thuisonderwijs, schoot het hem ineens te binnen dat hij dat inderdaad had gelezen in het Grote Rode Boek.

Het huis bestaat uit een lange gang met aan weerszijden kamers. Er is een bakkerij waar je taai taai kunt versieren, een badkamer, een gymzaaltje en enkele intiemere gedeelten.

bordje-slaapkamer

In de pakjeskamer lagen al veel cadeaus klaar, geadresseerd en wel. Philip keek voor de zekerheid of zijn naam erbij stond.

En overal waren natuurlijk Pieten. Hele lieve. Ze leken nog wel liever dan op het Sinterklaasjournaal, vond Jet. Ze namen alle tijd om met je te kletsen.

pc020076

Je kon ook met ze dansen, dat vond Jet het allerleukst.

Cato had zich vooral verheugd op Sinterklaas. Ze had de hele weg ‘Sinte Taasje bonne bonne’ gezongen (de ‘k’ wil nog niet erg lukken), maar toen we eenmaal in het Huis waren, viel ze voor de Zwarte Pieten. En de Pieten voor haar.

cato-met-piet

Paulus en Sinterklaas

1 december 2007

Deze vond ik nog tijdens het opsnorren van hoorspelpagina’s. Hoewel ik me plaatsvervangend geneer voor het accent van Zwarte Piet, zie ik het maar als een uitwas van de tijdgeest. En omdat hij verder zulke mooie dingen gemaakt heeft, vergeef ik het Jean Dulieu. 

Duurt ongeveer een kwartiertje.


 

  Paulus en Sinterklaas

Follow

Get every new post delivered to your Inbox.