Onze kleine amazone
12 juli 2008

Jet had haar derde paardrijles. Ze zou het liefst iedere week gaan, maar daarvoor vind ik haar nog te jong en te fragiel. Kenners verzekerden ons dat zesjarige ruggetjes niet gebaat zijn bij veel paardrijden, dus we hebben een schikking getroffen, Jet en ik. Ze mag eens per maand een halfuurtje.
Vorige maand was haar tweede les, met een andere juf dan de eerste keer. Vanaf de zijlijn vond ik dat deze tweede juf wel erg streng was. In plaats van veilig mee te wandelen naast mijn zesjarige popje op haar pony, riep juf orders als ’Van hand veranderen!’ en ‘Ja, naar de X toe, hierrrr is de X!’ vanuit het midden van de bak. Het zag er allemaal ineens zo echt uit. En Jet keek ook anders, minder stralend.
Na afloop van de les kwam juf naar me toe en zei: ‘Ze had tien lessen gehad, hè?’ Ik schudde driftig mijn hoofd: nee, dit was pas haar tweede les. ‘O?’, zei juf verbaasd, ‘Ze zei dat ze al tien keer op een paard gezeten had.’ Dat verklaarde de ernst van de les. Ik vertelde dat ze bij elkaar wel tien keer op een paard gezeten had, maar dat dat voornamelijk aan een touw was geweest, een rondje van een euro om de boerenschuur. Ze had ook een keer op een shetlandpony gezeten. En weleens op een heel groot paard, maar dat was onder begeleiding van vijf volwassenen en daar was geen sprake van van hand veranderen. In haar eentje.
Jet was juist blij geweest met de echtheid van de les, eindelijk iemand die haar op waarde had weten te schatten. Bovendien had deze juf gezegd dat ze de volgende keer best in galop mocht.
Die volgende keer was nu. Terwijl haar twee grote nichten bij ons logeerden en alles dus met eigen ogen konden aanschouwen, mocht zij haar hippisch summum beleven. Ga er maar even voor zitten, want ze is zo voorbij. Let vooral ook op de wapperende paardrijcap.
Hiep hiep
3 april 2008

Hoera!
Ze was jarig. Mijn lieve meid. Met haar dunne nekje en haar eigen kledingsmaak, met haar durf en haar grote hart. Findus, noemen we haar, omdat ze soms zo lijkt op die poes uit het prentenboek, als ze de slappe lach heeft en net zo springerig en dol is.
En wat wilde ze het liefst? Een paard. Maar dat kon niet, dat wist ze wel. Een-na-liefst wilde ze een poetsdoos, met veel borstels en een hoevenkrabber. Ze was al een paar keer in de paardrijwinkel wezen kijken. Een-na-liefste wensen zijn vaak iets beter te verwezenlijken: ik had alles laten inpakken in paardenpapier, met een plastic tas van de ruitersportwinkel. En hoewel ze nog veel meer kreeg, ging ze die avond met de poetsdoos naar bed.
Maar we hadden nog een verrassing. Ze mocht een privéles paardrijden. Stomme, overbezorgde moeder die ik ben mag ze nog niet wekelijks lessen. Maar af en toe een lesje met een veiligheidsvest in een lege bak mag wel, te beginnen op de dag van haar zesde verjaardag.
En zo stonden we een uur voor aanvang met het hele gezin op de dorpse manege, Jet in rijkostuum met fonkelnieuwe poetsdoos in de hand. Ze kreeg tot twee keer toe een kleinere cap aangemeten en werd door twee tienjarige meisjes begeleid bij het opzadelen van ’haar’ pony. Als het daarbij gebleven was had ze ook al de avond van haar leven gehad. Niets heerlijker dan met grote meisjes in een stal keutelen, paardje toespreken, singel aanhalen, stijgbeugels op maat maken.
Maar daar bleef het niet bij. Ze mocht de pony ook instappen, de spieren voorbereiden op het echte werk van een zesjarig meisje op je rug dragen. Na twee rondjes onder begeleiding van de tienjarige mentrices mocht Jet alleen met de pony het erf op.
Zelden heeft ze zich zo groot gevoeld.
En toen begon het echte werk. Na de teugelinstructies van een vreselijk lieve juf mocht ze haar pony de sporen geven. Uitleg over het sturen, de grote volte en na twee rondjes stappen mocht ze ook draven. Daar had ze zo op gehoopt. Ze wilde de rest van de les niets anders.
En als je goed kijkt zie je dat ze al heel knap kan lichtrijden. Eat your heart out, Anky!
Mijn lieve, lieve Jette. Weer een jaar dichter bij de grote meisjes die ze zo bewondert.
Familie
10 juli 2007
Zondag waren we bij verrassing langsgegaan bij mijn jarige tante. Zoals al mijn ooms en tantes zijn zij eindeloos gastvrij en zijn de familiebezoeken een weldadig bad van nostalgie en gezelligheid. En de traditie zet zich voor; mijn kinderen genieten ook altijd geweldig van die bijeenkomsten; ze worden overladen met aandacht en er is altijd wel iemand die met hen wil spelen. Het is alsof ik mezelf zie op die leeftijd.
Terwijl we aan de taart zaten, kwam S., de vriendin van mijn neefje, langs. Zij is paardrijjuf, had die middag de eerste prijs gewonnen met springwedstrijden en kwam met een grote trofee de tuin in. Omdat Jet haar adoratie niet onder stoelen of banken stak en niet meer van S.’ zijde week, stelde mijn neefje na de soep voor om haar een stukje te laten rijden in de manege waar S. lesgeeft. Zo togen we aan het begin van de avond naar een enorme, uitgestorven manege, met Jet van de spanning wiebelend achterin de auto. Ik dacht dat er misschien een kleine pony stond waar ze even op mocht zitten, maar deze manege bleek uitsluitend bevolkt door grote paarden. De eigenaresse van een van de liefste paarden werd van huis gebeld en kwam spoorslags (haha) met zadel en hoofdstel naar de manege. Terwijl alles in gereedheid gebracht werd, ging mijn neef met Jetje op zijn arm alle paarden en veulentjes af en kwam mijn hippische oom ook even langs om ervoor te zorgen dat alles zo veilig mogelijk verliep. Hieronder een sfeerimpressie van wat volgde.

Dit keer geen fietshelm.

Kosten noch moeite werden gespaard; het paard werd in zadel en hoofdstel gehesen om het zo echt mogelijk te maken.

Heel hoog en heel trots.
En in vol ornaat de bak in.

Toen ik na een paar rondjes het naderende einde aankondigde, wilde Jet het paard nog even laten droogstappen, omdat het wel bezweet zou zijn van de inspanningen.

Dat het het liefste paard van de manege was, bleek toen het zich gewillig door het smurfje met de te grote cap naar de afzadelplaats liet leiden.

Ik ben op dit moment een boek van Gordon Neufeld aan het lezen, waarin hardgemaakt wordt hoe belangrijk het is dat kinderen zich omringd weten door familie: mensen die van hen houden en die hen accepteren zoals ze zijn. Onze kinderen hebben het in dat opzicht erg getroffen. Het was hartverwarmend om te zien hoe zich zondag vijf volwassenen om mijn dochter heen schaarden zodat ze de middag van haar leven had.
Als uitsmijter wil ik je mijn inmiddels befaamde filmkunsten niet onthouden. Het is weer niet helemaal foutloos, met een paal door het beeld en een hotsend einde, maar ik mag toch wel zeggen dat er Jan de Bontse potentie in zit.
Paardenmeisje
11 juni 2007
Je gelooft het niet: mag Jet eindelijk een keer paardrijden, vergeet ik een volle batterij in de fotocamera te doen. Met veel masseren heeft de camera er één foto uit weten te persen en toen was het echt over. Maar goed, er is een aandenken, zullen we maar zeggen.
Het zat zo: thuisonderwijsvriendin K. en ik hadden afgesproken om voor een paar uurtjes een verzorgpony te huren voor onze dochters. Toen ik de betreffende boerderij belde, bleek het arrangement helemaal geschikt voor onze paardenmeisjes: we konden een makke pony huren die het heerlijk vond om geborsteld (gepoetst, in ruiterjargon) te worden en waar ze ook rondjes op mochten rijden. Twee uur aaien voor een tientje, wat wil je nog meer.
Nadat ik het hele weekend voor Jet de uren had berekend die ons nog scheidden van de pony, zat er vanochtend een meisje klaar dat haar beste paardenkleren had uitgezocht. Ze heeft nog geen kekke uitrusting, maar haar spijkerbroek en rode kaplaarzen stonden heel echt. Van mij moest er bij wijze van cap nog een fietshelm mee, want je weet maar nooit met die beesten.
Toen we aankwamen bleek inderdaad de makste pony van de boerderij voor ons gereserveerd: Flip. Flips schofthoogte was zo’n beetje tot mijn knie en hij was zo oud, dat hij bij het hoeven krabben telkens even moest pauzeren, omdat hij op drie benen dreigde om te vallen. Of we het brood in stukjes wilden voeren, in verband met de tanden. Ideaal voor twee zorgzame kleine meisjes dus.
Twee uur lang is Flip geroskamd, gepoetst, manen uit de klit, gevoerd en geknuffeld en hebben de meisjes op en naast hem door de bak gewandeld. Op de terugweg verzuchtte Jet dat ze een heerlijke buitenrit gemaakt had. En neem van mij aan, er zijn weinig dingen zo schattig als een vijfjarig meisje dat met een rode fietshelm op in alle ernst een grote volte maakt op een bejaarde shetlandpony.

Bejaardentehuis
4 juni 2007

Vandaag zijn we met een bevriende thuisonderwijsmoeder K. en haar dochters naar De Paardenkamp geweest, een bejaardentehuis voor paarden. Jet had de dagen al afgeteld en liet voortdurend buitengewoon nuttige informatie vallen die ze van het filmpje op de website had (’Een van de paarden heet Nanda en is 39 jaar’). Van de beheerder had ik de instructie gekregen alleen brood te voeren, want wortels en appels konden veel van de besjes niet meer kauwen. En inderdaad, dit waren paarden die zelfs ik durfde te aaien. Nadat de dieren het meegebrachte polderbruin er in een razend tempo doorheen gejaagd hadden en alle paardjes uitgebreid beklopt en geknuffeld waren, hebben de kinderen nog wat gepraat met medewerkers van de boerderij en mochten ze een dvd kijken over het ontstaan van De Paardenkamp. Na afloop zijn we met K. mee naar huis gegaan en hebben de kinderen nog even lekker gespeeld in hun enorme tuin.
Willem Tell
22 mei 2007
Vandaag het verhaal van Willem Tell voorgelezen. Het was een welkome afwisseling na Floortje leert ponyrijden, Ponyverhalen, Black Beauty en het meisjestijdschrift Galop. Jettes paardenfase heeft een all time high bereikt en naast imaginaire paardenvriendinnen die ze op haar skippypaard ontmoet en waarmee ze buitenritten maakt, horen daar ook véél paardenboeken bij. John en ik vragen elkaar ’s avonds voor het slapengaan: ‘En hoeveel Galops heb jij vandaag voorgelezen?’ Overdag proberen we allebei onze snor te drukken als Jet met weer een fleurige paardenstrip voor ons staat. Het is dat haar stralende gezicht je recht in je hart raakt, maar de ‘paardenweetjes’ komen mijn oren uit. Desalniettemin houden we het aloude thuisonderwijsadagium voor ogen: voed de interesses van je kind.
Tenslotte hebben we de graafmachinefascinatie van Philip ook overleefd. Ik zie me nog staan bij de stratenmakers en wegwerkers, die op een gegeven moment maar een praatje met me aanknoopten omdat we zo lang bleven kijken. Meestal liepen we weer verder als ze gingen schaften, voordat ik een boterham aangeboden kreeg.
Maar goed, Willem Tell. Het was een leuk verhaal. Ik kende zelf nog niet de achtergrond waartegen de appel en de kruisboog zich aftekenen, maar ik ben nu helemaal op de hoogte. En wat ik zo leuk vind, is dat de kinderen een mooi verhaal meteen naspelen. Zo hebben we onder meer de Grieks-Romeinse mythologische fase gehad, de Winnie de Poehfase en de Karlsson van het dakfase. En nu kwam de kruisboog weer goed van pas die Philip pasgeleden getimmerd had.


