Zingen bij de schoen

Terwijl we het sintmaartensnoep nog zaten op te boeren, kwam Sinterklaas alweer aan in de haven van Schiedam. Het was als vanouds kantje boord, met opstekende stormen en verloren gegane pakjes, maar dankzij duizenden zingende kinderen kwam alles toch nog goed.

Het allergrappigste sinterklaasstukje ooit werd geschreven door David Sedaris, een Amerikaanse schrijver en columnist. Hij beschrijft zijn kennismaking met de Nederlandse cultuur aan de hand van het sinterklaasfeest: ‘Six to Eight Black Men’. Hier leest hij het zelf voor.

En laat je nou niet afschrikken door de taal, Sedaris is echt virtuoos. Als je het liever audiovisueel hebt, dan kun je ook het filmpje hieronder nemen. Dat is dezelfde opname, opgeluisterd met een collage van plaatjes bij de tekst.

Omdat YouTube maar een beperkte videolengte toestaat, is de opname in drieën geknipt. Deel twee staat hier en deel drie hier.

Het riekt naar …

8 november 2009

Omdat sommige dingen in de loop der jaren alleen maar mooier worden.

Omdat er zo weinig liedjes over historische gebeurtenissen gaan.

Omdat de tekst na bijna dertig jaar nog steeds actueel is.

Omdat er genoeg stof in zit voor minstens een dag thuisonderwijs.

Omdat het morgen 61 jaar geleden is.

Omdat je er ook na duizend keer luisteren nog kippenvel van krijgt.

Daarom. Et rüsch noh Kristallnaach.

 

Omdat ik me kan voorstellen dat niet iedereen het Keuls vloeiend beheerst, staat hier een vertaling van de tekst.

Hoehoe, Mien

5 oktober 2009

Soms draai je muziek om de muziek, soms om de tekst. Veel liedjes zijn pure poëzie.

En soms introduceren we muziek die je het nauwelijks meer op de radio hoort, behalve tijdens de Top 2000 als er genoeg ouden van dagen op gestemd hebben. Muziek die tot het nationale collectieve geheugen behoort.

Dat kan Jules de Corte zijn, als filosofisch voorzetje:

Of Johnny Jordaan, die vooral tot ons familiegeheugen behoort. Zijn ‘IJzeren pan en ‘De begrafenis van Manke Nelis’ zijn onnavolgbaar. 

En de laatste tijd hebben we Tol Hansse uit de kast getrokken. ‘Big City’ is natuurlijk zijn bekendste hit, maar zelf vind ik ‘Achter de rhodondendron’ ook bijzonder nuttig. Bij wijze van tegengeluid voor de teloorgang van de kuise moraal. Mien als rolmodel voor Jet en Cato, zeg maar.

Omdat er alleen een Best of Tol Hansse te leen was bij de bibliotheek, kennen we inmiddels zijn hele repertoire. Het succes van onze aanpak lijkt zich overigens tegen John en mij te keren, want de cd wordt te pas en te onpas gedraaid: de kinderen zijn er dol op en zingen alledrie uit volle borst mee. Van ‘Hoofdpijn, reumatiek’ tot ‘Ome Jaap zijn neus is blauw (en dat is niet van de kou)’. Als ik ’s morgens uit de douche kom, galmt Tol me regelmatig tegemoet en tref ik in plaats van Mien, Cato, dansend in haar nachtjapon.

Leve het Leven in Londen

20 september 2009

Vrijdag was het zover. Hij kent de mimiek van de zanger uit zijn hoofd, speelt luchtdrums met de videoclips en leert Cato zijn lievelingsnummers mee te zingen. Nu ging hij met zijn vader naar Wembley om ze in het echt te horen.

Voor Wembley

Zo’n stadion alleen al. Spannend en geweldig tegelijk.

En je maakt er nog eens wat nieuws mee. De wave bijvoorbeeld, die je bij terugkomst haarfijn uitlegt aan je oudste zus. Dat er verschillende waven zijn, ook eentje waarbij de mobieltjes omhooggestoken worden, voor als het donker is, zodat je een golf van lichtjes krijgt. Die werd door Chris Martin (de zanger van de band) zelf in gang gezet.

Tijdens het concert wip je eerst alleen met je been mee en zing je een beetje binnensmonds, maar als je ziet dat iedereen meezingt en danst, ga je bij het derde nummer zelf ook uit je dak en zing en dans je zo hard mee als je kan. 

Halverwege het concert liepen de bandleden door het stadion naar het midden van het veld, om daar een paar nummers a capella te zingen.

Toen vader en zoon om 1.00 uur ’s nachts naar het naastgelegen hotel wandelden, bekende Philip dat hij tijdens het concert wel even moe geweest was. ‘Maar ik pepte mezelf gewoon weer op’, zei hij, ‘want dit was de mooiste dag van mijn leven en die wilde ik helemaal meemaken.’

Als je niet iedere dag in een hotel ontbijt, neem je het ervan. De witte bonen in tomatensaus en kippers liep hij voorbij (‘Weet je wat de Engelsen als ontbijt eten, mam!’), maar later somde hij op wat hij allemaal wel had genomen. Een muffin, een croissantje én een koffiebroodje. En een appel. Dat dan ook wel weer.

continental breakfast

Na het ontbijt en een vroege zwempartij in het hotelbad lag er nog een hele dag Londen in het verschiet voordat het vliegtuig naar huis zou vertrekken.

Dan kun je de natuurlijk de Big Ben bezoeken. Of de Aflossing van de Wacht. Of de Tower Bridge. Maar je kunt ook besluiten je zoon de mooiste speelgoedwinkel van zijn leven te laten zien. Met duizend legodozen en Star Warsdingen.

Op naar Hamleys in Regent Street.

Alleen de etalage al...

Zes verdiepingen kinderdromen om al het geld stuk te slaan dat je gespaard had en dat je van oma en tante toegestopt had gekregen.

Inkopen gedaan

Op Heathrow was er alle tijd om de lego in elkaar te zetten. En bij tijd en wijle even de benen strekken bij de wonderfonteinen.

De bedriegertjes op Heathrow

Ondertussen zaten Jet, Cato en ik thuis een damesweekend te houden. Ook leuk, hoor, daar niet van. We hadden vriendinnen te eten gevraagd om er helemaal een kippenhok van te maken. Maar vrijdagavond, om 22.00 uur onze tijd, toen hebben we wel even aan ze gedacht.

Doe je ogen maar dicht en waan je een moment in Wembley.

In een vorig stukje had ik Philips allermooiste nummer al gezet; daarom nu Clocks, een goede tweede naar zijn zeggen. De hele cd kun je gratis downloaden op de site van Coldplay zelf: hier klikken en je komt er vanzelf.

Tijdmachine

20 mei 2009

Zoiets leuks gedaan gisteren! We hebben een tijdreis gemaakt. Het begon zo. We hadden een luisterboek over de Beemster in huis gehaald.

De Beemster, hoor ik je denken, enig. Altijd al een luisterboek over willen horen.

Nee, ik ook niet. Maar de Beemster staat in de canon van de Nederlandse geschiedenis en bij nader inzien begrijp ik ook waarom. Het is namelijk hét voorbeeld van het Nederlandse pionierswerk om van water land te maken. Het is meer dan een sleetse verwijzing naar die Nederlanders en hun eeuwige strijd tegen het water. Het hoort bij ons.

We hadden dus het luisterboek dat ik toevallig in de bibliotheek was tegengekomen: Jan Janse Weltevree, geschreven door Peter Smit *). Wat een juweeltje, zeg. Een mooi boek over een onderwerp waar nauwelijks kinderboeken over bestaan, dat moet je koesteren. Op een paar anachronismen na (er wordt gemeten in centimeters, die had je in 1609 nog niet, maar het is wel handig voor het begrip) is het een geloofwaardig verhaal over de conflicten tussen mensen die vóór het droogmalen van het Beemstermeer waren (onder meer boeren) en degenen die er tegen waren (binnenvissers). Smit heeft van hoofdpersoon Jan Janse Weltevree een vreselijk leuk jongetje gemaakt; een elfjarige held met een aandoenlijke fantasie waarin hij zich te pas en te onpas kan verliezen. 

Hier een stukje luisterboek (3 min). Ter inleiding: het verhaal is net begonnen, Jan heeft zojuist te horen gekregen dat hij bij zijn oom Jacob als visser mag komen werken. Hij is opgetogen en komt tijdens dit fragment terecht bij Jan Adriaenszoon Leeghwater, de timmerman die later een grote rol zal spelen bij het droogmaken van de Beemster en andere waters.

Goed, we zaten middenin het verhaal en de gesprekken aan tafel gingen steeds vaker over Nederland en het water. ’Wat bedoelen ze eigenlijk met “Nederland ligt onder de zee”?’, vroeg Jet, ‘Dat kan toch niet?’ En omdat een beeld meer zegt dan tien onbeholpen tekeningen van je moeder, besloten we de Beemster aan te doen.

Laten ze daar nou juist nog een prachtige uitvinding gedaan hebben. Een tijdmachine! 

Dankzij een telefoon met gps krijg je een persoonlijke gids die je rondleidt door het Land van Leeghwater. Met mooie verhalen brengt hij je terug in de Gouden Eeuw.

Eerst liepen we door De Rijp, het dorp van Jan Janse uit het boek. Met de pratende tijdmachine wandelden we door de 17e-eeuwse straatjes en stonden we op een  steiger boven het water, net als toen De Rijp nog een eiland was. En we tuurden richting de Beemster.

Uitkijken naar het vroegere Beemstermeer

We luisterden hoe de brand in een hennepmolen het halve dorp in de as legde. En over de straat waar in januari 1654 brandende plukken hennep als fakkels rondvlogen en de huizen in vuur en vlam zetten, huppelde nu een 21ste-eeuws meisje met haar ouders, broer en zusje.

Huppelend over de Tuingracht

De korte wandeling eindigde bij het standbeeld van Jan Jansz. Weltevree en vandaar stapten we in de auto. Onze teletijdmachine loodste ons langs de wegen en over het dijkje: ‘Links zie je het oude land, oneffen zoals het altijd geweest is. Rechts zie je het nieuwe land, waarin alles door de mens bedacht is: iedere weg, iedere sloot, iedere boom.’

Bij het ontwerp van het landschap is rekening gehouden met het principe van de Gulden Snede – de verdeling van lijnen die de perfecte schoonheid, de optimale streling van het oog totstandbrengt. In de Gouden Eeuw waren ze dol op die goddelijke verhouding.

Gulden snede in de Beemster

Dat ziet er vanuit de lucht dan zo uit.

Tijdens de reis werden we langs plaatsen geleid waar een verhaal aan vastzat. Zo kwamen we bij een van de elf overgebleven molens die de Schermerpolder drooghielden. Daar zijn we even naar binnengegaan om te zien hoe dat nou werkte.

Molen met Hollands luchtje

In deze museummolen kun je goed zien hoe het droogmalen precies ging, want dankzij glazen ruiten kijk je door de muur en de vloer onder de molen. Dan zie je de vijzel aan het werk, een soort schroef die het water omhoog draait.

Kijken naar het water onder de molen

Bij het zien van het allerknuste woonkamertje dat je je kunt voorstellen, wilden we allemaal op slag in een molen wonen. Ruimtegebrek was geen bezwaar. De kinderen zagen zich al liggen in de stapelbedstee, terwijl John en ik in dezelfde (enige) kamer zaten te ganzenborden.

Stapelbed oude stijl

Helaas hield onze tijdmachine er na de molen mee op. De gps deed het nog wel, maar het luisterverhaal zweeg in alle talen. Beemster stolpboerderij ‘De Eenhoorn’ is dus aan onze neus voorbijgegaan, evenals het borstbeeld van Leeghwater zelf. Het schijnt nauwelijks voor te komen, dus laat je niet weerhouden; wij gaan de laatste helft van de reis ook zeker nog een keer beluisteren.

Om de tijdmachine aan het werk te zien, kun je hier een korte (2 ½ min) reportage zien die is uitgezonden door RTV Noord-Holland.

Op deze pagina vind je alle praktische informatie over de tijdmachine.

En als je helemaal los wilt gaan, kun je ook dit schooltv-programma nog bekijken. Het is een uitzending van Rondje Nederland, een serie over het Nederlandse landschap die we vorig jaar met plezier gevolgd hebben. Deze aflevering laat heel mooi zien hoe de  droogmakerijen ontstonden en wat er zou gebeuren als de duinen en dijken er niet zouden zijn: ‘Onder de zeespiegel’ (ca. 15 min).

 ——————————-


*) Het boek is inmiddels herdrukt onder een andere titel: De strijd om de Beemster. Het luisterboek werd ingesproken door Vincent Wibier (waarom horen we daar niet veel meer verhalen van?) en is helaas, helaas niet meer verkrijgbaar op cd. Je kunt het bij een aantal winkels als deze  en deze wel als mp3-bestand downloaden.

Terug

Fijne dingen

4 maart 2009

‘Hè, wat hebben we een fijne dingen allemaal’, zei Philip aan de ontbijttafel. Dat was ook zo. We hebben allemaal fijne dingen gedaan of gekregen of meegemaakt. Of nog tegoed.

Om te beginnen was Cato jarig. Dat was al heel fijn.

Cato is twee jaar

Je wordt niet ieder jaar twee, dus dat hebben we gevierd. Ze kreeg een mooie nieuwe feestjurk van haar tante (is ie niet prachtig?) en de visite kwam verspreid over drie dagen. Daarom hadden we drie dagen taart en scones en slagroom en gezelligheid. Het duurde even voordat Cato het begrip jarig ten volle besefte, maar vervolgens liet ze het zich met verve welgevallen;  de vlaggen en slingers, het zingen (‘Nog een teer!’), de aandacht en natuurlijk de cadeaus. Ze kreeg boekjes, Ernie en een heel mooi keukentje - hetzelfde keukentje dat Philip ook al gekregen had als peuter, en later Jet; het keukentje dat iedere keer naar kelder verdwijnt en telkens weer helemaal nieuw tevoorschijn komt om iemand blij te maken.

Dit cadeautje was ook bijzonder: een Quiet Book, gemaakt in een mennonitische gemeenschap in Canada en meegenomen door oom en tante die op reis waren. Als je op de kleine plaatjes hieronder klikt, zie je een grotere foto van de bladzijden.

Quiet Book, eerste bladzijde

Quiet Book, knoopjes en strikje Quiet Book, telkraaltjes Quiet Book, wantje en drukknoopvormpjes Quiet Book, klok en klittenbandkleurtjes Quiet Book, vetertje strikken

Verder besloten Jet en ik ad hoc een vrouwendag in te lassen. Ad hoc kun je geen grootse dingen meer regelen, maar Jet en ik zijn snel tevreden. We gingen winkelen en koffiedrinken. En als je in de stad gaat kijken voor een nieuwe maillot, dan kan het gebeuren dat je tegen twee zomerjurkjes en een nieuw balletpakje aanloopt. Dat kan.

Ondertussen hadden John en Philip een filmmiddag en konden ze ongestoord enge dingen zien zoals Spiderman 2. Cato sliep, zodat ze niet pontificaal voor het beeld kon gaan staan om de kijkers erop te wijzen dat Spiderman wel erg veel fysiek geweld gebruikte (‘O nee! Slaan mag niet.’) Dat was ook alweer fijn.

En toen kreeg Philip nog een heel fijn ding te horen. Een vader-en-zoonding. Er is namelijk een band waar Philip heel veel van houdt. Hij kent veel van hun liedjes uit zijn hoofd en de mimiek van de zanger in de clips ook. Nu zegt de zanger van die band dat ze gaan stoppen. Ze gaan nog één wereldreis maken om hun muziek overal te laten horen, en dan niet meer. Nou weet je het nooit met bands, maar omdat Philip deze muziek zo mooi vindt en zijn vader ook, nemen we het zekere voor het onzekere. In september gaan vader en zoon naar het concert van deze band. In het Wembleystadion in Londen. Veuls te duur natuurlijk, en nergens voor nodig, en op tv zie je het vast veel beter. Maar zo nu en dan maak je beslissingen met je hart in plaats van je hoofd.

Dit liedje vindt Philip het allermooist. In september hoop ik dat hij het uit volle borst zal meezingen. Fijn, hè?

[Omdat de officiële videoclip niet meer ingesloten kan worden hieronder de liveversie om zo te beluisteren.]

Kakkiedrol

10 februari 2009

Het is de leeftijd. Jet heeft de laatste tijd nogal vaak de slappe lach. Soms wekt ze het zelf op, soms begint het uit het niets. Dan kom ik de kamer in, zeg op een bepaalde manier ‘Jet’ en dan giert ze het uit. Het zal ook de tijd van het jaar wel wezen – veel binnenzitten kropt op.

Het zijn vooral de vieze woorden die het ‘em doen. En daar is Philip dan weer goed in, dat treft. 

Dat is natuurlijk ook de essentie van de slappe lach, dat je hem samen hebt. Dat je elkaar maar even hoeft aan te kijken om weer in je broek te piesen van het lachen.

Soms wordt er nog wat extra inspiratie opgedaan om de schaterbui te laten voortduren. Dan pakken ze de bundel Er staat een taart in lichterlaaie erbij, of zetten een cd op.

Deze doet het altijd goed (luister in ieder geval tot 45 seconden om een idee te krijgen).

Ik heb zelf de laatste tijd net iets teveel schetenpies gehoord om er nog van dubbel te klappen, maar dat vinden Philip en Jet juist niet erg. Daar moeten zij juist extra om brullen.

slappe lach