Op reis naar Rembrandt
6 september 2009
Uit het dagboek van Philip: *)
‘Wij (mama, ik en Jet) zijn in een nieuw boek begonnen: Julia’s reis. En tot nu toe vind ik het leuk. Het gaat over een mijsje meisje dat teruggaat in de tijd van Rembrandt van Rijn, en weet je wat zo grappig is? Wij (mama, ik, Jet en Cato) gaan vrijdag naar het Rembrandthuis.’
Want als je zo’n boek leest, wil je op tijdreis. Ook even zitten in de keuken waar Hendrickje en Titus melk dronken, kijken in het atelier waar het licht zo mooi naar binnen schijnt.
Voordat je op tijdreis gaat, moet je wel een prozaïsche treinreis ondernemen. En dat wordt steeds makkelijker met Cato. Ze hoeft nu niet meer persé alle trapjes van de dubbeldekkertrein op en af. Ze brult niet meer bij iedere halte dat ze eruit wil. En ze poept niet meer standaard haar broek vol, halverwege de reis, bij voorkeur in een overvolle coupé, waarbij dan het dilemma ontstaat: wachten met een schone luier en de geur dik als stroop in de coupé laten hangen, of alle reizigers door de zure appel heen laten bijten en terplekke verschonen (op bank of grond, want een trein heeft geen verschoningsruimte), zodat de lucht een fractie erger wordt, maar daarna in intensiteit afneemt. Nee, het ging allemaal heel soepel deze keer.

Voordat we naar Rembrandts oude huis gingen, bezochten we eerst de Rembrandttentoonstelling in de Beurs van Berlage. Alle schilderijen en etsen onder één dak. Allemaal nep, want digitale reproducties op origineel formaat. Foto’s van het echte werk, zeg maar. Het nadeel daarvan is dat je niet de dikke klodders verf ziet, niet voor het echte doek staat. Het voordeel is, dat je veel dichterbij de schilderijen kunt komen dan je ooit in een museum kunt. Je kunt ze zelfs aanraken.

En er hangen vergrootglazen, zodat je details nog beter kunt bekijken. Kijk nou toch, déze handen. Daar krijg je toch tranen van in je ogen?
Op geen enkele andere expositie met originele doeken zou je ooit zoveel werk bij elkaar kunnen zien. Ook het schilderij waarin Julia verdwijnt, hing er. Philip en Jet hebben het nog geprobeerd,

maar tevergeefs. Jet wist wel waarom de tijdreis niet lukte: dit was natuurlijk niet het echte schilderij.
De meeste lol hadden we bij het gedeelte ‘Echt of nep?’, waar je de echte Rembrandt van de vervalsing kon onderscheiden. Zoals Het offer van Abraham (sorry voor de lelijke flits in het midden).


Klik op de foto’s voor een vergroting
Van het neppe werk naar het echte huis. Ik was er nog nooit geweest en het heeft toch wel wat, hoor, wandelen op het marmer waar Rembrandt wandelde, staan in het atelier waar hij stond.


In de museumwinkel hebben we potjes oker gekocht om thuis aan te maken met lijnolie, zodat we dezelfde verf kunnen maken die in de 17e eeuw gebruikt werd. Kunnen we telkens een beetje op tijdreis gaan.
———————–
*) Deel van onze taallessen. De kinderen schrijven iedere dag een stukje in een dagboek. Alles mag: een daadwerkelijk verslag van hun dag, iets wat hen te binnen schiet, zomaar een liedje of verhaaltje, wat dan ook. Daarna verbeteren we het samen.
Kunst met kinderen
4 september 2009
Twee weken geleden kreeg ik een mail van vriendin M.: ‘Ken je deze al?’ Het ging over Julia’s reis van Finn Zetterholm. Ik kende het boek inderdaad nog niet (moge dit een uitnodiging zijn aan een ieder die iets moois te tippen heeft) en vond het er veelbelovend uitzien. Even getwijfeld of ik zou wachten tot het bibliotheekfähig was, maar afgelopen maandag besloten dat ik er toch nu al in wilde beginnen. Het klonk als het toonbeeld van een levend boek, het soort boeken waarmee veel van ons thuisonderwijs plaatsvindt.
Julia’s reis gaat over een twaalfjarig Zweeds meisje dat tijdens een museumbezoek een schilderij van Rembrandt aanraakt. Ze strekt haar hand uit, voelt het doek en dan wordt het zwart voor haar ogen. Als ze wakker wordt, bevindt ze zich in 17e-eeuws Amsterdam, vlakbij Rembrandts atelier, waar ze wordt gevonden door de meester zelf. De schilderijreis blijkt geen eenmalig genoegen: telkens wanneer Julia een doek aanraakt, komt zij in de tijd en op de plaats van de kunstenaar terecht: het Spanje van Velázquez, het Frankrijk van Degas, het Italië van Leonardo da Vinci. Overal leert ze over de tijdgeest, materiaalsoorten en schildertechnieken.
We zijn nu op de helft en hebben al twee dagen de rekenboeken ingeruild om erin door te kunnen lezen. Het gaat niet onwijs diep, en niet alles is volkomen geloofwaardig (hadden de huizen rondom de (Joden)Breestraat vóórtuinen? Alles was toch al gracht daar?), maar het is spannend en vlot en het is mooi om te zien welke persoonlijkheden de kunstenaars en hun geschilderde tijdgenoten hebben gekregen.
Philip en Jet wisten alleen dat het verhaal ging over een meisje dat een tijdreis maakt, verder had ik hun gevraagd de achterflap niet te lezen. Dat maakte dat ze de eerste vijftig pagina’s voortdurend speculeerden wanneer er iets zou gaan gebeuren – een extra aardigheidje tijdens het voorlezen. Zelfs toen Julia het schilderij aanraakte, hadden ze nog niet door dat dát het begin van de reis zou gaan worden. ‘O nee’, zei Jet terwijl ze van plaatsvervangende gêne wegkroop, ‘dat is het ergste wat je kunt doen in een museum, een schilderij áánraken.’ Nu weten we dus waarom.
Omdat ik toch bezig ben, wil ik meteen een lans breken voor een paar andere kunstige boeken.
Met stip bovenaan: Stil leven van Ted van Lieshout.
Eigenlijk is alles van Ted van Lieshout goed, maar ik houd van Stil leven in het bijzonder. Het is zo origineel en zet zo mooi oud en nieuw, bekend en onbekend, schilderij en niet-schilderij naast elkaar, dat je erin blijft kijken en lezen. Telkens legt Van Lieshout een verband tussen twee kunstwerken: een aardewerken schaal en een muurschildering, de Mona Lisa en een Naakt dat de trap afdaalt van Duchamp. Ik ben het niet altijd met hem eens (ik vind de vrouw van Hans Holbein bijvoorbeeld helemaal niet lelijk, ze is alleen zo vreselijk bedroefd), maar ik voel me ook van harte uitgenodigd om het met hem oneens te zijn. Zijn mening is stellig en persoonlijk en een groot genoegen om te lezen, al was het alleen maar omdat hij je op een andere manier naar de schilderijen laat kijken.
Die bijzondere manier van kijken heeft K. Schippers ook in zijn gebundelde stukjes van de kinderpagina van het Handelsblad.
In Sok of sprei en ’s Nachts op het dak staan kunst- en zomaar voorwerpen, waarbij Schippers een eigen verhaaltje, observatie of mening geschreven heeft. De foto’s zijn klein en soms onduidelijk (herdrukken alstublieft), maar de originaliteit van de stukjes en de invalshoek waarmee Schippers je laat kijken, maken het alleszins de moeite waard.
Boeken die het niet moeten hebben van de tekst -zoals bij dichters als Van Lieshout en Schippers- zijn de platenboeken met reproducties. Je hebt standaardwerken als Jansons History of Art, maar we willen schilderijen het liefst paginagroot zien.
Dan kun je het soort nemen dat torenhoog opgestapeld ligt bij De Slegte, De complete Rubens en andere bundels per schilder, maar zelf ben ik ook gecharmeerd van Kunst in de kijker van Claire d’Harcourt en Een andere kijk op kunst van Robert Cumming.
Kunst in de kijker is weinig meer dan een selectie kunstwerken met een minimale hoeveelheid tekst. De charme zit hem voor mij in de grootte van de platen, de kijkopdrachten en de relatieve onbekendheid van sommige werken: een Arabisch manuscript, schilders als Vittore Carpaccio en Utagawa Kunisada.
Een andere kijk op kunst gaat er juist prat op ’s werelds beroemdste meesterwerken weer te geven. Daar kun je over discussiëren, maar het is wel een boek dat de kinderen op schoot nemen bij Julia’s reis, omdat zowel Velázquez als Degas als de Mona Lisa er in A3-formaat in staan, zodat je ze goed kunt bekijken.
Ieder schilderij is omgeven met bijzonderheden. Welk perspectief er gebruikt is en waarom, uitleg over techniek, welke symbolische voorwerpen je in het schilderij kunt ontdekken, welke verhalen er achter de doeken zitten.
Je moet wel even door de toon van Cumming heenbijten, of eigenlijk moet je een deel van zijn beschouwingen gewoon links laten liggen. De beste man blaakt niet van bescheidenheid en zelfrelativering en sommige kritieken zijn zo pretentieus dat je je afvraagt waar hij de branie vandaan haalt. Hij vindt Het feestmaal van Belsazar van Rembrandt bijvoorbeeld ‘wat al te ambitieus’; alsof Rembrandt nog veel te leren heeft.
Toch is veel van de informatie de moeite waard, omdat het je gewoon beter naar de schilderijen laat kijken, en daar gaat het uiteindelijk om.
Er zijn nog genoeg kunstboeken natuurlijk. Op het lijstje Kunstgeschiedenis heb ik de boeken gezet die ik ken én de moeite van het noteren waard vind. Babar’s Gallery (leuk om samen de originele werken op te zoeken), alle kinder-kunstboeken van Waanders (met uitzondering van het deel over Jeroen Bosch door Paul van Loon, dat verhaal raakt kant noch wal), de Kunstdetectiveboeken van Anna Nilsen, allemaal goed.
En daarna natuurlijk het museum bezoeken om zoveel mogelijk in het echt te zien.
Star wArts
28 juli 2009
Hier liep ik toevallig tegenaan. Het bleek koren op de molen van Philip, wien Star Wars’ bloed in d’adren vloeit. Hij ging er samen met Jet en vriend D. even goed voor zitten, een korte onderbreking van hun eindeloze, heerlijke zomervakantiedagen vol binnen- en buitenspelen. De foto’s komen van een site voor handige photoshoppers, met Star Wars als een van de terugkomende wedstrijdthema’s.
Onderstaande rectificatie van Rembrandts Anatomische les komt uit een wedstrijd ‘Star Wars in de beeldende kunst’. De overige 49 inzendingen kun je hier bekijken en hier zijn er nog 44. Er zitten leukerds tussen, hoor, zoals Van Goghs Death Starry Night en Botticelli’s De geboorte van Boba Fett.
Andere wedstrijdregels gelden de symbiose tussen het sterrenstelsel ver, ver hiervandaan en een willekeurige aardse beroemdheid. Van Prins Charles als Yoda tot Rowan Atkinson als Princess Leia, slechts een muisklik verwijderd via deze link en deze hier. Vooral ‘ZZ top trying to impress George Lucas’ vind ik treffend.
Overige variaties, zoals gemuteerde Jabba-ijsjes en Darth Bert hierboven, staan op dit gedeelte van de wedstrijdsite.
School met den Bijbel
11 juni 2009
Kent u die mop van dat gezin dat naar het Anne Frankhuis zou gaan?
Precies. Ze gingen niet.
Ze gingen naar het Bijbels museum. Ze hadden al een paar keer geprobeerd het Anne Frankhuis binnen te dringen, maar telkens was daar een onoverkomelijk obstakel in de vorm van a) een rij tot aan de Westertoren of b) internetkaartjes die uitverkocht bleken te zijn.
Maandag wilden we het weer eens proberen. De onlinekaartjes waren als vanouds uitverkocht, maar avontuurlijk als we zijn, zouden we een gokje wagen. Afgaande op de kaartverkoop van andere dagen leek halverwege de middag, zo rond half drie de beste tijd. Daarvóór wilde ik even langs het Bijbels museum; dat ligt in de buurt van het Anne Frankhuis en we waren er nog nooit geweest. Mijn verwachtingen van het Bijbels Museum waren niet al te hoog gespannen; ik dacht dat we er een uurtje zouden doorbrengen om vervolgens op ons gemak naar het Achterhuis te wandelen.
We pakten een trammetje richting Spui en begonnen met ijs bij onze oude favoriet Lanskroon, de bakker met zijn kakelverse, bijzondere ijssmaken. Basilicumijs was deze ochtend niet gemaakt, maar rabarbersorbet met gemberstukjes en bloemenroomijs zijn genoeg om gelukkig van te worden.
Het Bijbels Museum bleek niet de vergane glorie te zijn die ik verwacht had. Het pand is prachtig gerestaureerd en de tentoonstellingen waren zeer de moeite waard. De tijdelijke expositie over Salomo’s beroemde tempel was erg mooi, zowel de replica van een zeventiende-eeuws model als de digitale presentatie, waarbij je de tempel van alle kanten te zien kreeg.

Met een cathechesespeurtocht trokken we verder door het pand, van de derde verdieping tot de kelder, van de tabernakel (mooie presentatie) tot de kruisafname. Er was uiteraard ook een interconfessioneel deel; een uiteenzetting over Jeruzalem in de joodse, christelijke en islamitische traditie en verwachting.

Er was genoeg te zien, te herkennen en te doen. In de kelder kon je onder meer in Bijbelse talen schrijven, met een sjabloon van het Griekse en Hebreeuwse alfabet.

Je kon Goliath onderuithalen met de slinger van David,

en Bijbels snuffelen in het geurenkabinet - zoals u ziet geen onverdeeld genoegen.

We ontdekten steeds meer leuke dingen. Plafondschilderingen die niet zoveel met de Bijbel te maken hadden, maar waar we allemaal verhalen in ontdekten die we gelezen hadden. En al die Griekse en Romeinse goden werden natuurlijk wel vereerd in de tijd van de Bijbel.


Zo dwaalden we door de kamers en de lieflijke tuin en werd het later en later. In plaats van een uurtje hadden we drie uur door het museum geschuifeld. Het had geen zin meer om naar het Anne Frankhuis te gaan, daar hadden we allemaal vrede mee.
Maar weet je, toeval bestaat niet. Zeker niet als je in een Bijbels Museum bent. Want wie kwamen we tegen? Je gelooft het niet. Anne Frank. Nou ja, bijna dan.
Het was Jip Wijngaarden, de actrice die Anne speelde in dé uitvoeringen van het Dagboek, het toneelstuk en de film. Wat ik normaal nooit doe, deed ik nu wel: ik sprak haar aan. En we raakten aan de praat. De kinderen hadden delen van het stuk gezien en Jet vroeg of ze nog steeds toneelspeelde. Dat bleek niet zo te zijn. Ze maakt al jaren een ander soort kunst, schilderijen en sculpturen geïnspireerd op de Bijbel. Ze had ansichtkaarten van haar werk bij zich en liet ons al haar werk zien; gaf toelichting bij de beelden, vertelde hoe groot de doeken in werkelijkheid waren, waar ze geëxposeerd waren en wat ze ermee bedoelde. Prachtige voorstellingen zoals deze jakobsladder, met in plaats van engelen een tekst uit Spreuken (meer uitleg vind je hier).

Ik vroeg of er een catalogus van haar werk verschenen was en die bleek er inderdaad te zijn (je kunt hem hier zien, samen met meer afbeeldingen van haar schilderijen). Toen we allang afscheid genomen hadden en ieder ons weegs door het museum gingen, schoot ze me even later nog eens aan: ‘Mag ik je een set van de kaarten met schilderijen geven?’ Een retorische vraag natuurlijk. Is dat nou niet lief?
Ik vond het vreselijk leuk om haar tegen te komen. Als ik aan Anne Frank denk, denk ik altijd aan háár prachtige vertolking. Jip, of eigenlijk Yanneke, haar echte naam, woont in het buitenland, maar was een paar dagen in Nederland voor een televisieprogramma. Anne Frank zou vrijdag 80 jaar geworden zijn en de NPS zendt die dag een herdenking uit. Dus als je morgenavond om half negen naar Nederland 2 zit te kijken en je ziet Yanneke Wijngaarden, dan moet je maar denken: in het echt is ze ook heel leuk. En toeval bestaat niet.
Gijsbrecht
13 februari 2009

Totdat Cato geboren werd, gingen we vaker naar het theater. Niet iedere maand, maar een keer of zes per jaar toch zeker. Vooral de stukken van Theater Terra vonden we mooi, over Kikker, Kleine Ezel en -in mindere mate- Muis. In de winter meestal een sprookje in de schouwburg, soms een theaterstuk in de bibliotheek en we hebben ook eens een heel eind gereden omdat we die fijne boeken van Pettson en Findus op het toneel wilden zien. Maar de afgelopen twee jaar kwam het er niet meer zo van.
Totdat de moeder van Jettes vriendinnetje me vorige week wees op een kinderbewerking van de Gijsbrecht van Aemstel. Het leek me een mooie aanvulling op Johnny Jordaan, die we met regelmaat draaien ter koestering van mijn wortels.
En zo zaten we weer in het theater. Zonder Cato, want die bleef bij vader. (De mevrouw van de reservering vroeg nog bezorgd of ik wel wist dat het voor zes jaar en ouder was, want ze hoorde ‘iets van een kleiner kind’ op de achtergrond. Achtergrond was beleefd uitgedrukt.)

Jet hand in hand met haar vriendin, Philip naast mij. Dan kun je nog zo’n flinkerd zijn bij Star Wars, als er onheilspellende muziek klinkt om de spion van het stuk aan te kondigen, kun je maar beter naast je moeder zitten.
Vooraf konden er wapenschilden geknutseld worden.

En na afloop kenden ze een gouwe ouwe uit de vaderlandse belletrie – naast de juweeltjes die ze middels ome Johnny uit die mooie, die fijne Jordaan al konden opdissen.
Het hemelse gerecht heeft zich ten lange lesten
Erbarremt over mij, en mijn benauwde vesten
De uitvoering was geweldig. Een groot aantal heerlijke grappen, een woeste slag om Amsterdam, verrassende vindingrijkheid bij de decorstukken, een glansrol voor de minstreel en Vondels eigen stuk was er nog in te herkennen. Gaat dat zien: Gijsbrecht van theatergezelschap Unieke Zaken.
Mooie boeken
5 januari 2009
Ik was vorige week nog even in mijn eentje in de boekwinkel, waar ik scharrelend over de kinderafdeling een paar pareltjes tegenkwam die ik je niet wil onthouden. Sommige heb ik gekocht, andere gaan we uit de bibliotheek halen, maar het zijn stuk voor stuk boeken die er wat mij betreft uitspringen.
2009 is een Louis Braillejaar en het tweede deel in de serie Onbeperkt Lezen is uit. Ik schreef al eerder over het boek van Nijntje met de letters in braille en de voelplaatjes – nu is in dezelfde reeks een deel uitgekomen met de Disneyversie van Winnie de Poeh. Weer een boek om te lezen met je oren, je vingers en deze keer ook je neus, want er zit een geurplaatje in.
Reinildis van Ditzhuyzen, Kinderen weten hoe het hoort. Etiquette voor een jonger publiek. Vinden jullie vast vreselijk truttig en ouderwets, maar het is echt een goed boekje. Met uitleg over de oorsprong van etiquette. Verder gaat het niet alleen over tafelmanieren, maar ook over vousvoyeren, groeten en sorry zeggen. Of zoals in de inleiding staat: het is fijner om met elkaar om te gaan als je je inleeft in een ander.
Holocaust, de gebeurtenissen en hun invloed op de gewone mensen van Angela Gluck Wood. Wat mij betreft tot nu toe het meest geschikte boek voor kinderen over dit onderwerp. Ook de vorm, verhalen van echte mensen, spreekt mij meer aan dan het boek van Clive Lawton dat ik vorig jaar kocht. De vormgeving is overzichtelijk en er wordt ook aandacht besteed aan de geschiedenis van het anti-semitisme en de Joden in Europa – iets wat ik wel miste in andere boeken. Hier nog een uitgebreide recensie van het boek.
Frank Groothof heeft weer een prachtig nieuw boek gemaakt: Vincent van Gogh, een leven in schilderijen. Wij krijgen het een dezer dagen binnen, dus ik heb het nog niet helemaal gelezen of beluisterd, maar van wat ik er in de gauwigheid van gezien heb, denk ik dat het een compilatie is van Vincent en Theo, broeders in de kunst en de meesterlijke audiotour die Groothof voor het Van Gogh Museum gemaakt heeft. Vanaf 9 februari draait er trouwens ook een nieuwe Van Goghfilm in het Omniversum. Boek erbij, nog een bezoekje aan het museum en we zitten er weer helemaal in.
De allermooiste: De aankomst van Shaun Tan. Een migrant, nee, de migrant, de universele migrant, arriveert in zijn nieuwe land. Een duizelingwekkend mooie weergave van de gevoelens van iemand die alles achtergelaten heeft en opnieuw begint in een ander land. Tans eigen vader emigreerde van Maleisië naar Australië, maar het verhaal is dat van een willekeurig mens in een willekeurig land. De ontreddering van de man in zijn nieuwe land is voelbaar tot in je botten – hoop en onbegrip opgetekend in beeldschone beelden.



Ten slotte heb ik Zsa Zsa gekocht, het tweede boek van Janneke Schotveld, de schrijfster van Villa Fien. Veel goede berichten over gehoord, het wordt ons volgende voorleesboek. We zijn op het moment nog bezig in Koning van Katoren, maar dat is bijna uit, omdat Philip en Jet iedere minuut aangrijpen om eruit voorgelezen te worden. Het was vroeger een van mijn lievelingsboeken. Blijft prachtig natuurlijk.

Leren kijken
11 september 2008
In ons gezin is niemand van nature begiftigd met een talent voor tekenen. Als we samen verven of kleuren, is het dus altijd non-figuratief, om het maar met enige gratie te zeggen. We zijn meer van de Vlekken In Mooie Kleurschakeringen, waar je een wereld van verbeelding op los kunt laten.
Maar hee, weer zo leuk van thuisonderwijs: als je iets niet kunt, dan leer je het samen. Ik had een boek uit de bibliotheek meegenomen van Terry Longhurst, van de bekende I can draw-serie. De boekjes van die serie zijn in het Nederlands ook in een verzameldband te krijgen onder de letterlijke vertaling Ik kan tekenen.
Terwijl Philip voorlas uit Pim, Frits en Ida, wijdde Jet zich aan het tekenen van een paard (altijd verrassend wat ze zal kiezen). De instructies zie je hiernaast – even aanklikken voor de grote foto.
Longhurst doet het stap voor stap voor, en Jet probeerde het zelf na te doen. De eerste poging ging aardig.

Dat was even inkomen, vond Jet en ze deed een tweede poging. Die bestond net als in het voorbeeld inderdaad uit cirkels, ovalen en strepen, alleen leek het nog niet erg op een paard.

De derde poging vond ik zelf fantastisch,

maar Jet moest er bijna van huilen. ‘Zijn nek is veel te dik en hij heeft rare poten! Hij lijkt helemaal niet op het plaatje.’ Ik zei dat het natuurlijk wel tijd kost om iets te leren. Veel doen, kijken waar het fout ging en nog eens proberen.
Een moeder uit onze thuisonderwijsgroep vertelde me dat het bij tekenen vooral gaat om kijken. Zij heeft kunstacademie gedaan en heeft de meest geweldige creatieve tips en ideeën (kijk maar op haar site). Ik vertelde Jet dus dat ik begreep dat goed kijken heel belangrijk is, en we probeerden het nog eens. Nu samen. Soms keek ik en tekende Jet en dan keek Jet en tekende ik een stukje.
En toen kregen we dit.

Daarna heeft Jet de randen wat dikker gemaakt, de basisvormen uitgegumd en hem ingekleurd. Voilà. Alleen maar door te kijken.





