IJsvermaak

21 december 2007

Schaatsen op de eerste winterse dag

Tijd en plaats: de eerste dag van de winter, op het 17e-eeuwse landgoed even verderop. Na hun lessen op de binnenbaan konden ze nu hun kunsten op natuurijs in de praktijk brengen.

Afgelopen zondag stonden ze nog voor een winterlandschapje van Hendrick Avercamp en nu stonden ze erin.*

En ûs Jet:

 

* In het Mauritshuis in Den Haag is momenteel ook de tentoonstelling Hollanders in beeldnog tot 13 januari en erg de moeite waard.

Ark

29 oktober 2007

In waarschijnlijk de tweede eeuw na Christus werd een prachtig boekje geschreven: de Physiologus. Het is een verzameling weetjes over allerlei dieren; bekende soorten als de egel en de vos, maar ook fabeldieren als de phoenix en de centauren. Deze dierenverhalen bevatten natuur-wetenschappelijke ‘feiten’ die al door Aristoteles werden doorgegeven, waarbij aan de biologische kenmerken van de dieren ook een symbolische eigenschap werd toegekend.

Neem de pelikaan. ‘De Fysioloog zegt over de pelikaan, dat zij zeer veel van haar jongen houdt. Want wanneer zij kuikens heeft en zij zijn een beetje gegroeid, dan pikken ze de ouders in het gezicht. De ouders slaan de jongen dan en doden hen. Maar later hebben hun ouders medelijden en ze treuren drie dagen over de kinderen, die ze gedood hebben. Dan, op de derde dag, pikt hun moeder haar zijden open en haar bloed, dat op de dode lichamen van de kuikens druppelt, wekt hen op.’ *) De christelijke symboliek is evident. De pelikaan wordt in de Middeleeuwse beeldende kunst dan ook veel gebruikt als beeld voor de offerdood van Christus.

De Physiologus ontketende een ware rage in de Middeleeuwen. Er ontstond een nieuw letterkundig genre: het bestiarium, een verzameling dierenverhalen **), ook bijzonder nuttig voor het onderwijs.

Daar moest ik aan denken toen we het prentenboekje lazen dat dit jaar bij de Kinderboekenweek is uitgegeven. Wat niemand weet is gemaakt door twee grootheden, Tonke Dragt en Annemarie van Haeringen, en geeft een mooie versie van het ark van Noachverhaal. Philip en Jet vonden het erg leuk om alle variaties op het echte verhaal uit Genesis aan te wijzen, ze moesten vooral lachen om de tekening van twee onwillige pandaberen die nors van hun bamboe opkijken en naar binnen geduwd moeten worden (in het originele verhaal komen de dieren uit zichzelf).

Hoofddier van het boekje is de eenhoorn, die niet meegaat in de ark. En wat is al sinds de Physiologus in kunst en literatuur het symbool van Christus? De eenhoorn. Nou, is dat niet leuk? De eenhoorn in het prentenboek zwemt met de ark mee (ik zeg: Ichtus) en verandert later in een narwal: wat mij betreft een leuke toespeling op een soort omgekeerde evolutie. Bovendien zijn in de geschiedenis aangespoelde slagtanden van de narwal aangezien voor de hoorn van een eenhoorn. Op de laatste bladzijde vraagt de auteur zich af of de narwal ooit weer aan land zal komen om Land-Eenhoorn te worden: de Wederkomst. En zo hangt alles weer samen.

Of Tonke Dragt het allemaal zo bedoeld heeft weet ik niet, maar wij hebben in ieder geval een enige middag gehad. En we hebben er meteen een bezoekje aan de nagebouwde ark van Noach aan vastgeplakt. (’t Is niet zo duidelijk, maar die twee hoofdjes rechts van de eland zijn echt van Philip en Jet.)

Op de ark

*) F. Ledegang, Christelijke symboliek van dieren, planten en stenen. De Physiologus. , Kampen, 1994, blz. 38.
**) Hier staat nog een mooi stuk over ‘de bever’ uit de Middelnederlandse encyclopedie Der naturen bloeme van onze eigen Jacob van Maerlant. Maerlant baseerde zijn informatie ook op de bestiaria, hoewel bij hem de nadruk op ‘wetenschappelijk’ vlak ligt, en niet op het moralistische van het bestiarium. Het boekje is leesbaar uitgegeven in de Griffioenreeks onder de titel Het boek der natuur (red. Peter Burger en Frits van Oostrom), maar staat ook in zijn geheel hier op internet. Lees vooral ook het hoofdstuk over de mens.

Mauritshuis

13 september 2007

Na het ontbijt wilde Jet graag ergens naar toe. Het liefst naar het Rijksmuseum, omdat ze de audiotour van Sesamstraat zo leuk vond, en het picknicken in de museumtuin. Het staat altijd wat aanstellerig als de kinderen het leuk vinden om naar musea voor beeldende kunst te gaan, maar eigenlijk is het heel simpel om de jeu erin te houden. Gewoon veel gaan, niet te veel verwachten en zorgen dat het gezellig is. Ik heb hen van kleinsaf aan meegenomen naar Rijks en Van Gogh en ze hebben het altijd geweldig gevonden. Ik vertel vantevoren wat we gaan zien en laat hen dan een aantal schilderijen op plaatjes zien, zodat ze later in het museum iets herkennen - dat verhoogt het enthousiasme. Beginnen met succesnummers als De nachtwacht en De aardappeleters of andere schilderijen waar iets moois over te vertellen is. We nemen dan een kinderaudiotour (ik ook), want die zijn vreselijk leuk en duren vaak net lang genoeg. Het heeft ook iets saamhorigs om na het aftellen tegelijkertijd op het startknopje van de audiotour te drukken en te weten dat je allemaal hetzelfde hoort op je koptelefoontje. 

Omdat ik het Rijksmuseum te ver weg vond, stelde ik voor om naar het Mauritshuis te gaan. Jet was er direct voor in, Philip moest met tien paarden van de bank getrokken worden (’Kunnen we niet gewoon een ommetje gaan maken?’), maar kreeg al wat meer zin toen ik instemde met zijn idee om onderweg te ’spelen’. Het klinkt voor een buitenstaander wat merkwaardig, maar ik krijg bij de kinderen veel gedaan door gewoon mee te spelen met het spel dat zij verzinnen en mijn boodschap te verpakken in de rol die ik toebedeeld krijg. Bij een museum als Naturalis doe ik bijvoorbeeld de stemmen na van de opgezette dieren en op weg naar de supermarkt praat ik als Winnie de Poeh. Philip was vandaag afwisselend een Stormtrooper en Boba Fett (beide Star Wars) en ik werd aangesproken als Prinses Leia (Star Wars), Paulus de boskabouter of Oehoeboeroe. Jet was een paard.  

In de tram had ik (helendal nogal wel zo tamelijk) de catalogus van het Mauritshuis laten zien, waarbij ik vooral mikte op Het meisje met de parel van Vermeer en De stier van Paulus Potter. De route door de stad is natuurlijk ook al gezellig, er is van alles te zien en een wandeling over het Binnenhof geeft al een hoop stof tot conversatie. Zo legde de Stormtrooper aan Prinses Leia uit wat een regering nou precies is en zagen we werkmannen bezig om de steentjes goed te leggen voor Prinsjesdag.

Het Mauritshuis was weer prachtig. De kinderaudiotour kon jammer genoeg niet gebruikt worden, omdat de zalen werden ingericht voor een nieuwe tentoonstelling, maar de volwassenentour bleek ook prima voor kinderen. Omdat de kinderen de verhalen kennen uit de bijbel en Griekse mythologie, spreken veel van de 16e- en 17e-eeuwse schilderijen tot de verbeelding. Het meisje met de parel en De stier van Potter vonden ze wel aardig, maar voor de spreekwoordenschilderijen van Jan Steen bleven ze langer staan. En deze vonden ze het allermooist,

Jan Brueghel de Oude met Peter Paul Rubens - Het aardse paradijs met de zondeval van Adam en Eva

vooral omdat er zoveel dieren op stonden en het zo ‘echt’ geschilderd was. Het stuk is door Brueghel en Rubens samen gemaakt: Rubens schilderde Adam en Eva, de boom en het paard, en Brueghel schilderde de rest. Op de site van het Mauritshuis kun je lezen wat we op de audiotour gehoord hebben.

Uitverkoop

6 september 2007

Tim Wood, De RenaissanceVandaag begon de tweemaandelijkse verkoop van afgeschreven boeken in onze bibliotheek. Deze frenzy duurt altijd drie dagen, maar meestal kom ik er op de namiddag van de derde dag pas achter en heb ik drie kwartier voor sluitingstijd nog een treurig stapeltje kliekjes om uit te kiezen.

Ditmaal had ik echter de aankondiging in het plaatselijke sufferdje op tijd gezien, zodat ik vanochtend om elf uur bij de koopjestafel stond. Philip installeerde zich op de kussens met een stapel Asterixen, Donald Ducks en Garfields (die klassiek-literaire aanpak werpt zijn vruchten wel af) en Jette pakte alle Galops van het plankje, maar besloot later toch terug te vallen op het weergaloze Floortje helpt een hond. Na een halfuurtje scharrelen had ik het volgende stapeltje:

  • De planeet aarde, Time Life (Jonge ontdekkers). Van aardbevingen tot regenbogen, gletsjers en kristallen. We hadden het boek al regelmatig geleend, dat kwam dus mooi uit.
  • Het heelal, Time Life (Jonge ontdekkers). Uit dezelfde serie, ook al vaak geleend.
  • Wood, Tim, De Renaissance (Kijk op het verleden). Mooi boek over een mooie periode. Met transparante platen zodat je bijvoorbeeld ‘in’ de Santa Maria kunt kijken (het schip van Columbus). Met zelfs al een fiezeltje Petrarca.
  • Bonafoux, Pascal, Op bezoek bij Rembrandt. Waarin het verhaal wordt verteld over zijn leven, geïllustreerd met zijn tekeningen en schilderijen. Het begint zo: ‘Als ik ’s zondags na de dienst uit de Westerkerk kom en langs de Rozengracht loop, waar ik sinds 1660 woon, dan groeten de mensen me beleefd.’ Zo wil iedereen toch kunstgeschiedenis krijgen?
  • Lawton, Clive A., Het verhaal van de Holocaust. Een boek dat de kinderen nog niet zonder mij mogen inzien, en waarschijnlijk sowieso nog even niet. Met hartverscheurende foto’s uit de jaren dertig, waaronder een foto waarin neuzen opgemeten worden en een uit 1933 van een advocaat die had geklaagd over het optreden van de politie, en nu met blote voeten door de straten moest lopen met een bord waarop stond dat hij nooit meer zou klagen.
  • Maynard Christopher e.a., Zo werkt je lichaam. Het zoveelste boek over het menselijk lichaam, maar hierin staat net iets meer over bloedsomloop en hersenfuncties dan in de andere die we hebben, altijd handig.
  • Arnold, Nick, Machtige krachten (Waanzinnig om te weten). Het natuurkundedeeltje van deze serie, die mij persoonlijk iets te jolig is, maar waarin de stof wel goed wordt uitgelegd. En het kan Philip niet jolig genoeg zijn.
  • Loriot, Peter en de Wolf. Mooi, groot prentenboek met tekeningen van Jörg Müller, om mee te kunnen lezen bij de cd.
  • Beak, Nick Huckleberry, Plezier met goochelen. Een stuk of twintig trucs met flamboyante namen als de Magische Doos en de Stuiterende Snotlap.
  • Een vuistdikke Geïllustreerde dierenencyclopedie voor de jeugd (Dorling Kindersley), nog een beetje voor Jet, maar ook alvast voor Cato, omdat er, net als bij de meeste kinderen, waarschijnlijk een tijd gaat komen waarin zij gepassioneerd de Aziatische olifant van de Afrikaanse wil onderscheiden, de jaguar van het luipaard en de zeehond van de zeeleeuw.
  • Kerrod, Robin, Vulkanen (Op onderzoek naar…). Met veel foto’s voor de kleine sensatiezoeker en een stuk of vijftien gemakkelijk uitvoerbare (!) proefjes om onder meer black smokers (onderwatervulkanen) en geiseruitbarstingen te maken en seismoloogje te spelen.

Elf boeken voor elf euro, mooie opbrengst, toch?

Kunstvormen

3 juli 2007

Een paar maanden geleden waren we bij een voorstelling van Lejo, de theatermaker die met zijn handen en twee oogbolletjes fascinerend toneel maakt, dat ook nog eens vreselijk grappig is.

Aan het einde kreeg iedereen een bouwplaat mee om zelf oogjes te maken. Na wat vingeroefeningen kon je thuis voorstellingen geven en dagenlang werden we getrakteerd op hilarische opvoeringen vanachter de bank. Vandaag vond Philip nog een vergeten bouwplaat in de kast.

Lejo

 Jet was ook in een artistieke bui. Met de magneetstaafjes bracht zij het volgende work of art voort, getiteld: De gevierkante driehoek:

Gevierkante driehoek

Volgens Philip moest het ‘het gedriehoekte vierkant’ zijn, en daar was ik het wel mee eens. Maar Jet wilde er niets van weten. Artistieke vrijheid muss sein.

Eikelpaard

13 juni 2007

We hebben Paulus en de eikelmannetjes uit. En eerlijk is eerlijk, het was toch een heel leuk boek. Toen ik vanmorgen uit bed stapte, zat Jet al aan tafel met een paar halfverdroogde eikeltjes, een tube lijm en een bosje lucifers. De eikeltjes had ze vorig jaar zomer met oma geraapt en van de meeste hadden ze toen samen een ketting geregen. De overige eikeltjes had ze bewaard in een mooiedingendoosje, en die had ze nu weer tevoorschijn gehaald. Geïnspireerd door Paulus wilde ze een eikelpaard maken. Ze zat nog te twijfelen hoe ze het precies zou aanpakken en wilde met lijm de luciferhoutjes eraan plakken, toen Philip met het idee kwam de ijzeren satéprikker te gebruiken. Vier gaatjes voor de benen, eentje voor de hals. Jet heeft de lucifertjes op maat gebroken en erin geprikt. Oren van tandenstokers en met stift een paar ogen erop. Helemaal zelf bedacht en gemaakt. Knap, hè?

Eikelpaard