Mei

22 mei 2012

Gek is dat. Op het moment van schrijven lijken dingen best coherent en toepasselijk. Maar als je het achter elkaar zet, kun je toch een raar beeld krijgen. Dat was vroeger met mijn dagboeken. Ik was niet zo’n trouwe schrijfster. Vaak begon ik een stukje met: ‘Lief dagboek, het is alweer veel te lang geleden dat ik heb geschreven.’ Met als gevolg dat ik later bladzij na bladzij teruglas hoe weinig ik schreef en hoezeer ik me voornam vaker mijn dagboek bij te houden. Alsof het bijhouden het doel op zich was en ik niets anders deed dan me wentelen in schuldgevoelens over mijn mislukte pogingen. Terwijl ik mijn jeugd toch echt anders doorbracht.

Als ik hier nu mijn laatste posts bekijk, komt het me ook bevreemdend voor. Een beetje verzuurd. De grumpy old lady die afwisselend nostalgische muziek luistert, films kijkt en mensen zit te poken op facebook. Terwijl we daarnaast best nog andere dingen doen. Waarvan akte. 

Zo was daar het culturele hoogtepunt van het jaar. Als u niet in een slaapzak voor het loket heeft gelegen, is de kans groot dat u geen kaarten heeft weten te bemachtigen. Een korte impressie van wat u gemist heeft.

Zij is telkens de blonde in het midden.

Maar dat zag u al aan haar ijver en toewijding, hè?

Omdat de balletschool gegroeid is, worden er dit jaar meerdere optredens gegeven. We hebben er nog een in het verschiet waarin, net als vorig jaar, naast Jet ook Cato een prominente rol zal spelen.

Voorts bracht mei een nieuwe kostganger.

Vooralsnog eentje die zich beperkt tot volle yoghurt en venkel,

maar dat wordt dan ook met overgave gesavoureerd.

Verder slokjes thee en water. Niet uit zo’n lullige tuitbeker natuurlijk. Als vierde wil je een beetje serieus deelnemen aan het gezin.

Ze werkt hard aan haar basisvaardigheden. Geluid maken, dingen vastpakken, zich voortbewegen. Allemaal heel rudimentair, hoor. Hoewel wij persoonlijk in ‘baaa-pa’ duidelijk de woorden mama en papa herkennen. En waar een ander nauwelijks meer dan een gefrustreerde buikligging ziet, zien wij een onmiskenbare poging tot kruipen.

Ze wordt ook graag gedragen. Op buik, heup en rug, in doeken, in armen,

in verscheidene draagbuidels.

Hoewel ze alles wel zou willen proeven, nemen we haar darmen een beetje in bescherming. Zoals toen we een bijzonder noviteitje aten. Een doerian. We kenden de vrucht vooral uit de wiskundeboeken van Philip en Jet en van Michael Palin op zijn wereldreizen.

Doerian staat bekend om de bijzondere smaak en afstotelijke geur; het wemelt van de historische citaten die het trachten te omschrijven. De een heeft het over ‘een smaak van volle custard met rijke amandelen’, zo ‘voortreffelijk dat hij alle fruit ter wereld overtreft’. Een ander: ‘its odor is best described as pig-shit, turpentine and onions, garnished with a gym sock’ en ‘your breath will smell as if you’d been French-kissing your dead grandmother’. 

Toen ik er eentje bij de Chinese supermarkt zag, kon ik hem niet laten liggen.

Het was geen onverdeeld genoegen. Eigenlijk ben ik het met alle citaten wel eens. Nadat iedereen geproefd had, hadden we nog driekwart doerian over. Ik heb hem door vruchtenshakes met veel banaan en frambozen gepureerd (opdrinken met een rietje en een deksel, want je blijft hem door alles heen ruiken) en de rest aan de buren gegeven. Vooral de oud-zeevaarder en de Indische buurman waren er blij mee.

Over eten gesproken: we hebben ook weer eens boter gemaakt. Met Cato ben ik begonnen in Het kleine huis in het grote bos van Laura Ingalls Wilder. Alle boeken uit de serie staan tjokvol spijzen (deel vier, De grote hoeve, spant de kroon, daar kregen we voortdurend trek bij het lezen) en in het eerste deel wordt uitgebreid verteld hoe de familie Ingalls haar boter maakt. Jet herinnerde zich dat het zo lekker was toen we dat eens nadeden. Wel veel simpeler dan in negentiende-eeuws Amerika: wij gebruikten een pakje slagroom, een lege pot en tien minuten ellebogenstoom – in dit stukje heb ik het allemaal al eens neergezet. Ook deze keer was het weer een succes.

Ach, en dan was er nog ons impressionistenprojectje. Herkent u de Japanse brug van Monet?

Leuke kinderboeken hierover zijn Linde in de tuinen van Monet van Christina Björk en De schilders van Parijs van Philip Freriks. Philip en Jet besloten tot een stilleven, deels op pointillistische wijze. Klinkt deftig. Zorgt er vooral voor dat je schilderij niet gauw mis kan gaan. Bij een verkeerde streek zeg je gewoon dat het zo hoorde. Van Gogh werd ook miskend in zijn tijd.

Lief dagboek, ik hoop gauw weer eens meer te kunnen schrijven. Maar nu moet ik naar mijn baby.

Ovidius voor kinderen

11 april 2012

Het is niet zo dat ze geen stomme boeken mogen lezen. Het is meer dat ik de kinderen probeer voor te houden: waarom zou je stomme boeken lezen? Er zijn zo ontzettend veel mooie boeken. En er gaan maar vierentwintig uren in een dag. Als je nou alle mooie boeken gelezen hebt en er is nog tijd over, dan kun je altijd nog aan de stomme beginnen.

Blijft natuurlijk het dilemma: wat ik stom vind, hoeven zij niet stom te vinden. Dat is waar. Ze hoeven mijn smaak ook niet over te nemen. Maar er is wel zoiets als het bezielde boek. Smaak of niet je smaak, dik of dun, met platen of zonder, dat bezielde blijft ervan af stralen. En ik geloof erg dat je, als je genoeg moois gelezen en gehoord hebt, je een stom boek sneller terzijde legt, omdat je herkent dat het iets mist. Daarvoor hoef je boeken niet stuk te analyseren met geeuwlange sessies over motieven en thema’s. Voorlezen is genoeg. Of lezen.

Het is een beetje schipperen met leeftijd en interesse om dat bezielde tot zijn recht te laten komen. Dostojevski is ontroerend mooi, maar als je hem in de brugklas moet doorploegen, is dat de beste manier om een mens nooit meer aan het lezen te krijgen. Daarentegen kan iemand van vier al heel goed de bezieling voelen in Winnie de Pooh. Of in Mees Kees.

Ovidius is ook mooi. En al vaak vertaald. De beste mythologiebewerkingen voor kinderen vind ik nog altijd die van Simone Kramer. Imme Dros is ook goed, maar pas vanaf een jaar of veertien, denk ik. Anders krijg je dat Dostojevskieffect.

De samenwerking tussen Simone Kramer en Els van Egeraat, die fantastische illustraties maakt, is buitengewoon gelukkig en beslaat inmiddels zowat de hele Europese oudheid. De val van Troje, Jason en het gulden vlies, Icarus, Pegasus. Ze hebben zelfs Beowulf, het Nibelungenlied en de Griekse tragedies toegankelijk gemaakt voor kinderen.

Buiten dat de verhalen prachtig zijn, helpen ze je ook om meer van andere kunst, literatuur en cultuur te snappen. Als je een museum bezoekt, is het leuk om te begrijpen wat er wordt afgebeeld. Als je langs het Paleis op de Dam rijdt, is het leuk om Atlas op het dak te herkennen. Als je Dissus leest, Gouden Griffel 2011, is dat een stuk leuker wanneer je de Odyssee kent. Het is bijzonder om te weten dat er een lange lijn van mensen is die allemaal de verhalen kenden die jij nu ook kent. Dat er vijfhonderd, duizend, tweeduizend jaar geleden ook een jongetje heeft geluisterd naar de sage van koning Midas. Cultureel erfgoed laat je zien dat je deel uitmaakt van een groter geheel. 

Zoals Philip en Jet bij vlagen gegrepen werden door de mythologie, zo zit Cato nu ook ademloos te luisteren. Ik vond laatst een prachtige uitvoering van Michael de Cock, Diep in het woud, verzamelde verhalen van Ovidius. Er zit een cd bij met hoorspelen van een aantal verhalen uit het boek. Zoete Vlaamse stemmen, een suizende bries, geknerp van grint en muziek van het Brussels Jazz Orchestra. Ahhh.

Het eerste hoofdstuk ‘Philemon en Baucis’ kun je hier op pdf downloaden. En hieronder het verhaal van de cd. Daarna moet je natuurlijk even gaan lunchen bij Café Eik en Linde, om de hoek bij Artis. Ook cultuur.


De Cock bewerkte al eerder enkele Griekse mythen voor kinderen. Over een paar maanden verschijnt er een boek van hem over de Carthaagse veldheer Hannibal.

—-

Jette met de parel

7 april 2012

Ze werd geen eerste. En ook geen tweede of derde. Maar ze wilde zo graag meedoen.

Er was lipgloss en mascara. ‘Zo veel makeup heb ik nog nooit gehad’, fluisterde ze. Ze kwam direct uit de balletschool, met haar joggingbroek nog aan. Het ging toch alleen om de bovenkant, stond duidelijk in de spelregels.

De spelregels bleken op de dag zelf gewijzigd, want er stond ineens een catwalk. En het werd veel officiëler dan we begrepen hadden.

Maar ondanks dat het bijna té spannend was, ging ze toch de catwalk op. In haar joggingbroek. Met op haar hoofd de verknipte verkleedjurk die net de goede kleur geel had.

Ze wist dat iedere deelnemer een foto van zichzelf mocht houden. Maar dat ze ook een setje pareloorbellen cadeau kreeg, dat had ze niet verwacht. Ze heeft een geweldige middag gehad.

Een poosje geleden zapte ik er per ongeluk langs. Eigenlijk ben ik niet zo dol op Ernst Daniël Smid, dus ik dacht dat ik vrij snel zou afhaken. Maar God in de Lage Landen is een prachtige serie. Zo’n beetje alle facetten van de Vaderlandse geschiedenis komen voorbij. Met iedere aflevering zie je Nederland groeien.

De Saksen, de terpen, de opkomst van dorpen, de verstedelijking in de Middeleeuwen, de Opstand, Beeldenstorm, de stichting van de eerste universiten. Zowel Nederland als België wordt ruimschoots vertegenwoordigd. Er is veel aandacht voor belangrijke namen die bij het grote publiek minder bekend zijn: Jan van Scorel, Anna Maria van Schurman, Hendrick de Keyser.

Je ziet dat er tijd en moeite in is gestoken. En Smid kan bijna net zo mooi vertellen als professor Pleij. Het is geschikt voor alle leeftijden.

God in de Lage Landen wordt niet meer uitgezonden, maar de afleveringen zijn nog online te bekijken. Als voorproefje hier de tweede aflevering: ‘God in het klooster’, omdat die mooi aangeeft hoe dorpen in Nederland zijn ontstaan.

 

Hieronder links naar alle afleveringen op chronologische volgorde. 

  1. God komt aan wal. Over Willibrord, Bonifatius en Liudger.
  2. God in het klooster. Over de Middeleeuwen, kloosters en het ontstaan van dorpen in de Nederlanden.
  3. God in de kerk. Over de Dom van Utrecht, hoe kerken veranderden in statussymbolen en de Beeldenstorm.
  4. God in je moerstaal. Over Luther, Erasmus en de Statenvertaling.
  5. God in de fabriek. Over de industrialisatie, Van Gogh en Daens. 
  6. God in de toekomst. Over de secularisatie en het contemporaine christendom.
  7. God in het gedogen. Over Willem van Oranje, Hugo de Groot en Neerlands tolerantie.
  8. God in de skyline. Over architectuur, Willem III, het Rijksmuseum en architecten Hendrick de Keyser (ontwerper van de Westerkerk, Montelbaanstoren en vele andere) en Pierre Cuypers huis (ontwerper van Rijksmuseum, Amsterdam CS en vele andere).
  9. God in de zuilen. Over de verzuiling.
  10. God in de verf. Over Jan van Scorel en de Renaissance.
  11. God onder de loep. Over het onstaan van universiteiten en Anna Maria van Schurman, die moest vluchten voor Alva en de eerste vrouwelijke studente van de Nederlanden werd.
  12. God in het feestgedruis. Over carnaval, sint maarten en andere christelijke feesten.

Ook verkrijgbaar in twee dvd-dozen: God in de Lage Landen serie 1 (EAN 8715664091135) en serie 2 (EAN 8715664093979). Op de homepage van het programma staat meer aanvullende informatie.

Het huis van Tamara

6 februari 2012

Toen ik deze in de boekwinkel zag, zat er cellofaan omheen. Ik had er nog niet eerder over gehoord, nergens een recensie gezien en ik kon het niet inkijken, maar toch kocht ik het. Alleen op basis van titel, uiterlijke verschijning en uit nieuwsgierigheid. Met twee balletpakjes in huis (één roze, één zwart) en zo’n titel kon het haast niet missen natuurlijk, Het huis van een prima ballerina.

Bij thuiskomst begreep ik waarom ik er geen recensies over had gelezen: het is nauwelijks een boek te noemen.

Maar het is mooi. 


Linksboven: de verpakking, rechtsboven en -midden: de kartonnen meubeltjes, linksmidden: het dagboekje, onder: het uitvouwhuis in vol ornaat

De doos bevat drie onderdelen: een uitvouwhuis, een stapeltje kartonnen meubels en een dagboekje. 

Het boekje heeft niet zo veel om het lijf, twaalf pagina’s in krulletters, maar het idee spreekt tot de verbeelding. Het is het gefingeerde dagboek van Tamara Karsavina, beroemde Russische ballerina uit het begin van de vorige eeuw, waarin zij schrijft over haar verblijf in Parijs in 1911. Als aardigheidje zijn er ‘aanwijzingen en souvenirs’ in het boekje achtergelaten die je kunt opzoeken in het huis. Leuk als sfeerbeeld, maar de echte charme zit hem (naast de prachtige voornaam van de maakster) in de vormgeving.

Het is vooral een beeldschoon speelhuis.

Fantastische kleuren, dik karton, gemakkelijk in te vouwen en open te plooien, zoals de Vlaamse uitgever zegt. Je kunt er een gesloten huis met vier kamers van maken of de binnenmuren naar buiten klappen, met gedetailleerde versieringen en stevige deurtjes en ramen die op elkaar aansluiten en toegang geven tot andere kamers.

De huisraad is iets minder duurzaam, maar even mooi en met net zulk oog voor detail. Jurken in de kledingkast, een trompe-l’oeil tijdschrift op het tafeltje. 

Er zitten geen ballerina’s of andere speelpopjes bij, maar een beetje kind weet daar wel raad mee.

En het dagboekje mag dan nep zijn, Tamara Karsavina heeft echt bestaan. Als je haar invult op de tijdslijn, dan zie je dat ze in dezelfde tijd leefde als Pablo Picasso. En als je haar naam invult bij youtube, kun je haar zelfs zien dansen. Alsof je er even bij was, als een vlieg op de muur van een balletzaal in 1920. 

Het huis van een prima ballerina van Pascale Debert, isbn 9789020999464.

Ik ga ervan uit dat u alle boeken en musea uit het eerste deel verslonden heeft en nu met de ziel onder de arm de week ronddoolt. Die baby laat wel op zich wachten, hè? Vertel mij wat. Het kind had er allang moeten zijn. Minstens vijf dagen, als we de weken niet meetellen die Jet en Cato te vroeg waren en waar ik dus min of meer op gerekend had. Over twee weken is het er in ieder geval, anders wordt het er met vereende krachten uitgepeld, zo kreeg ik gisteren te horen. In datzelfde kader kreeg ik deze foto. Om de moraal hoog te houden.

Maar zover is het nog niet, daarom fluks nog wat suggesties om de beschaving in stand te houden. Drie kunstboeken. Ze worden niet meer gedrukt, maar zijn tweedehands nog goed verkrijgbaar.

Gratis brood in 1504 is een van de twee deeltjes ‘Een andere kijk op kunst’ van Ad van der Blom. Aanknopingspunt is het zevenluik Werken van Barmhartigheid van de Meester van Alkmaar, dat in het Rijksmuseum hangt. Van der Blom heeft één paneel, Het spijzigen van de hongerigen, uitgekozen om te vertellen over de Late Middeleeuwen. Als je op de foto klikt, krijg je weer een paar bladzijden in pdf.


Klik op het boek voor een voorbeeldpdf

Omdat het uit de jaren tachtig stamt, ziet het er niet zo gelikt uit: op het omslag na staan er alleen zwart-witfoto’s in en de opmaak is karig. Maar dat doet niets af aan de inhoud. De tekst is goed, Philip (12) vond het een leuk boekje en het is ook mooi als gespreksonderwerp bij de Nederlandse Opstand (Tachtigjarige Oorlog), want het paneel werd tijdens de Beeldenstorm ernstig beschadigd en is later gerestaureerd.    

Het andere deeltje van Ad van der Blom is Gevaar voor kinderen. In dezelfde trant gemaakt als Gratis brood, weer prima geschreven en voer voor gesprekken. Het perspectief ligt hier op Lucas van Leyden, Jan van Scorel, de Beeldenstorm en de Bethlehemse kindermoord. Ook hier kun je op het plaatje klikken om het in te kijken.

Klik op het boek voor een voorbeeldpdf

Van de Middeleeuwen naar de moderne kunst. Omdat ik zelf niet zoveel heb met (post)moderne kunst, vind ik het vaak lastig om de kinderen op z’n minst de gelegenheid te geven zelf een eerlijke mening te vormen. De Waanders kinderkunstboeken zijn vaak erg goed, zoals Mondriaans alfabet en Escher, tovenaar op papier, maar een poosje geleden vond ik WateenKunst!van Klaas de Jong, met twaalf moderne werken van onder anderen Kandinsky, Christo (van de ingepakte brug), Warhol en Rob Scholte.  

Klik op het boek voor een voorbeeldpdf

De voorbeeldbladzijden zijn niet helemaal jofel, want het boek was te groot voor de scanner, dus ik heb wat foto’s gemaakt van de inhoudsopgave, het voorwoord en de inleiding, zodat je in ieder geval een indruk kunt krijgen.

Verder kijk ik erg uit naar deze, een Gouden Boekje over de Nachtwacht van Jan Paul Schutten en Martijn van der Linden dat binnenkort verschijnt.  En ten slotte kreeg ik van Lydia  nog een suggestie voor Kunst met grote mensen: Avontuur met Titia van Simon Vestdijk en Henriëtte van Eyck, ook over de Nachtwacht. Hier een fragment uit het boek.

  • Gratis brood is onder meer hier verkrijgbaar, Gevaar voor kinderen hier, Wateenkunst! hier en hier en Avontuur met Titia kun je hier nog op de kop tikken.
  • Bij het paneel Het spijzigen van de hongerigen uit Gratis brood vond ik deze site met beeldmeditaties. Aan de hand van iconen, glas-in-lood, bekende en minder bekende kunstwerken wordt een bijbelse en/of kunsthistorische uitleg gegeven. Leuke bijkomstigheid: naast geschreven tekst is iedere uitleg ook voorgelezen en te beluisteren op de site. Daarnaast vind je er heiligen op naam of kalenderdag en is er een leeswijzer om snel te vinden wat je zoekt.    
  • De Waanders kinderkunstboeken staan ook op het boekenlijstje onder Kunstgeschiedenis. Ze zijn soms moeilijk verkrijgbaar, maar de Kunstboekwinkel heeft er nog veel. En uiteraard de bibliotheek.

Nee, de baby is er nog niet. En zolang de baby er niet is, gaat het dagelijkse ritme gewoon door. De kinderen lopen als Oempa-Loempa’s in een chocoladefabriek achter me aan om te helpen waar nodig. Vaatwasser uitruimen, was wegleggen, boodschapje doen, groente schoonmaken, koken, veters strikken (die van mij en van Cato) – tijd genoeg om te praten, te vragen, te lachen en te filosoferen. De clubjes en sporten kabbelen voort, Sint-Maarten kwam en ging, vriendjes scharrelen hier en daar, er wordt buiten gespeeld en gelogeerd, Sinterklaas kwam (heel vroeg) en bleef. 

Zo nu en dan rollen de Oempa-Loempa’s me als een Violet Beauderest naar tafel of bureau zodat ik kan helpen met hun werk, want ook dat gaat gewoon door. De uitjes staan momenteel op een laag pitje, maar wat we niet in het echt kunnen zien, halen we ergens anders vandaan. En omdat u anders ook maar duimen zit te draaien tot mijn bevalling, deel ik mijn bronnen gul en graag. Geen kefir, geschiedenis of knutselen ditmaal, maar kunst.

Zo is daar vers uitgekomen: Nacht in het poppenhuis van Anna Woltz en Thé Tjong Khing.

Gemaakt ter gelegenheid van ’XXSmall’ in het Haags Gemeentemuseum, de nieuwe tentoonstelling vol miniatuurhuizen: van 17e-eeuwse chic via een Gerrit Rietveldhuis tot Victor & Rolf- en ADO-poppenkamers.

In Nacht in het poppenhuis gaat Willemina logeren bij haar tante Sara. Tante heeft een poppenhuis dat alleen bekeken mag worden, niet aangeraakt. Als Willemina even alleen in de kamer is, kan ze zich niet beheersen en breekt per ongeluk een figuurtje van het poppenhuis. ‘s Nachts sluipt ze uit bed om haar fout te herstellen en het beeldje te lijmen. Maar dan komen de bewoners van het huis tot leven. En ze zijn not amused met wat Willemina heeft gedaan.

Een van de pronkstukken van de tentoonstelling in het Gemeentemuseum is geleend uit het Haags Historisch Museum, waar we al vaker naar de poppenhuiskamer gingen kijken. Voor de illustraties in Nacht in het poppenhuis heeft Tjong-Khing duidelijk gebruikgemaakt van het mooie oude pand aan de Korte Vijverberg:

Op bol.com kun je acht voorbeeldpagina’s van Nacht in het poppenhuis inzien.

En als je nou niet hoogzwanger bent en gewoon naar Den Haag gaat om de tentoonstelling te bezoeken, dan loop je natuurlijk meteen even binnen bij het Mauritshuis. Het Gemeentemuseum zit weliswaar aan de andere kant van de stad (mooi te combineren met Museon en Omniversum), maar het Haags Historisch ligt op drie Oempa-Loempa’s verwijderd van het Binnenhof en het Mauritshuis.

Ik schreef hier over de audiotour, maar het Mauritshuis heeft ook een heel verdienstelijke kindergids. Zonder een bezoek aan het museum is hij al de moeite waard, en als je langsgaat, is het helemaal leuk om alvast wat schilderijen in het boek te bekijken of na afloop nog eens na te gaan wat je echt gezien hebt. Het is te koop in de museumwinkel, maar met isbn 9789081472319 kun je vast ook wel bij je plaatselijke boekhandel terecht en bovendien hebben veel bibliotheken het in collectie. Op de site van het Mauritshuis kun je het boek hier doorbladeren. Omdat de tekst daar moeilijk leesbaar is, heb ik zelf nog een piepkleine selectie ingescand – als je op het plaatje klikt, opent het in pdf. 

Klik op het boek voor een voorbeeldpdf

Nog een mooie kindergids is die van het Rijksmuseum: Ik zie, ik zie wat Rembrandt ziet. Anders dan die van het Mauritshuis bevat deze gids minder informatie en meer mogelijkheden tot zelluf-doen: stickers, voelplaatjes, tekeningen. Je kunt hem meenemen in het museum, dan leidt hij je rond langs topstukken als het poppenhuis van Petronella Oortman, Het melkmeisje van Vermeer en Winterlandschap met ijsvermaak van Avercamp. Je kunt de gids ook bestellen in de museumwebwinkel en hem gebruiken als snuffel- en stickerboek. Als je op het plaatje hieronder klikt, opent er weer een pdfje met voorbeeldpagina’s.

Klik op het boek voor een voorbeeldpdf

En als je met stalpoten thuiskomt van het rondlopen door al die prachtige musea, dan zet je de kinderen achter een toepasselijk dvd’tje. Bijvoorbeeld uit de box Kunst voor kinderen. Acht luchtige tekenfilms van een halfuur over Leonardo da Vinci, Rembrandt van Rijn, Edgar Degas, Claude Monet, Michelangelo Buonarroti, Vincent van Gogh, Mary Cassatt en Andy Warhol. Zo kom je de winter wel door.    

—-

Handig:

Follow

Get every new post delivered to your Inbox.