Philip klieft

Maandag hebben we boter gemaakt. Dat klinkt landelijk, met versgemolken zuivel en een karnton, maar het was met een kokertje slagroom uit de supermarkt en een schone pindakaaspot.

Ik ben al een jaar of wat geabonneerd op de proefjeslijst van Robert ‘The Beard’ Krampf, een hit in thuisonderwijzend Nederland (en in 94 ander landen, zag ik op zijn website) en redder van alle alfamoeders die hun kinderen alvast iets bèta’s willen meegeven.

Als je je aanmeldde, stuurde mijnheer Krampf je iedere week een huis-tuin-en-keukenexperiment uit het natuur- en scheikundespectrum met een duidelijke uitleg van wat er gebeurde. Na een paar jaar begon de klad erin te komen op de rondzendlijst en ontving ik bijna geen proefjes meer. Schudden, schudden, schuddenToen ik laatst bij een collega-moeder las dat de experimenten via een ander kanaal weer in volle gang waren, heb ik me opnieuw aangemeld voor de nieuwsbrief van Robert Krampf.

Het experiment van vorige week was dus ’boter maken’. Appeltje-eitje voor de ervaren boerin, maar zelf associeerde ik het vooral met veel rommel en weinig resultaat. Krampfs uitvoering leek echter simpel en de uitleg van vetmembraantjes en melkzuur was goed te begrijpen, dus we hebben ons eraan gewaagd. Pakje slagroom een nacht buiten de koelkast laten staan en: schudden!

Na een poosje zijn alle vetmembranen kapotgeslagen en wordt het een grote klont:

De room klontert

Nog een paar ferme slagen, afgieten en tadaa:

Burro!

Turks brood erbij,

Philip snijdt

smeren,

Smeren

en smikkelen.

Mangez!

De boter was goed gelukt en lekker, maar de volgende keer wil ik de room iets langer buiten de koelkast laten staan, want het rook nog niet echt zurig. En dan nemen we biologische room van de boerderie, kijken of dat nog invloed heeft op het resultaat.

Hieronder het filmpje met instructies en verklaring van De Man Met De Baard zelf.

Dit is de link naar het originele filmpje met een uitgebreide beschrijving van het experiment.

Sjippies

28 april 2008

Vriendje D. (10 jaar) kwam langs. De meivakantie is begonnen en dat betekent dat schoolgaande vriendjes weer vaker kunnen spelen. D. kwam halverwege de ochtend aanwaaien en nadat ze binnenshuis al hun rollen hadden opgevoerd (’We gaan verder waar we vorige keer gebleven waren, ik was een spion…’), lang buiten hadden gespeeld, een late lunch met gebakken eieren hadden genoten en Cato hadden voorgelezen, was het vier uur. 

De landerigheid begon in te zetten: ‘Mogen we televisie kijken?’. Ik was in een heldhaftige bui, maar niet moedig genoeg om zes achterstallige wassen weg te vouwen. Dus gingen we chips bakken.

Men neme aardappels - altijd Nicola’s, die zijn sowieso het lekkerst. Schillen is niet nodig, afwassen volstaat. Plakken snijden met een dikke kaasschaaf en een beetje laten drogen op speciaal voor dit doel aangeschaft keukenpapier. 

Olie in de pan.

(Ondertussen ruimt Cato het keukenkastje uit.)

De olie is heet genoeg wanneer je een plakje in de pan gooit en het direct naar boven komt borrelen.  

Je neemt een handje aardappelplakjes en gooit dat snel achter elkaar, een voor een alsof je geld telt, in de olie. Niet te veel plakjes tegelijk in de pan, anders daalt de temperatuur te snel. 

De plakjes goudbruin laten worden - duurt ongeveer een minuut of vier.

(Tussen twee ladingen door Cato met een waterijsje in de kinderstoel zetten.)

De gare plakjes met een schuimspaan uit de olie halen en even laten uitlekken op het keukenpapier. Daarna zout erover. Of zout met paprikapoeder. 

Lekker. En goed voor extra punten op de schaal van Leuke Moeder.

Wiskundetaart

18 december 2007

Happy Baking‘Dat lijkt me ook wel lekker’, zei Philip toen hij vandaag zijn laatste rekenles over gewichten deed. De som ging over de ingrediënten voor een rozijnentaart en dat spreekt tot de verbeelding.

Tot een jaar of drie geleden hielp hij graag en vaak mee met koken: sperzieboontjes afhalen, pizzadeeg maken, sausjes kruiden. De laatste jaren was de frequentie daarentegen afgenomen tot hier en daar een pannenkoek of zelfgebakken broodje, dus ik vond het leuk dat hij nu zo enthousiast werd van een recept in een rekenboek.

En hij was serieus. Zelfs toen bleek dat ik hem niet kon helpen omdat ik Jet bij haar vriendin moest ophalen, en zelfs toen bleek dat de bloem op was en er niet genoeg rozijnen in huis waren. Terwijl ik weg was, ging hij zelf naar de supermarkt voor de ontbrekende spullen, woog alles af en smolt de boter - John verleende wat hand- en spandiensten bij de oven. 

Toen ik thuis kwam, geurde de rozijnencake me tegemoet. Leuk hoor, zo’n grote zoon.

Wiskundetaart

Baaldag

26 juni 2007

Gisteren liep het allemaal niet zo lekker. We waren eigenlijk van plan om naar een bijeenkomst in een andere regio te gaan. Thuisonderwijzers zoeken elkaar vaak op in educatieve uitjes, maar omdat de gemeenschap in Nederland niet zo groot is en de afstanden relatief klein, kennen we ook veel mensen uit andere gewesten. Deze keer was er een padvindershuis gehuurd. De kinderen zouden er vuurtjes kunnen stoken of gewoon lekker spelen en met takken sjouwen.

Toen we op de ochtend van vertrek aan het ontbijt zaten, zag de lucht zwart van de regenwolken. Ik hoopte nog op een opklaring, maar de weersverwachting wond er geen doekjes om: ‘Er is veel bewolking en van tijd tot tijd kan het flink regenen, de onweerskansen zijn groot. Zo nu en dan haalt de wind ook flink uit, er zijn windstoten mogelijk tot rond 75 km/uur.’ 

Edna, mijn favoriete personage uit de filmOp zich vind ik een buitje geen bezwaar, maar om nou 90 kilometer te rijden en dan in de slagregens bij een scoutinghut te staan druipen, vond ik ook weer zo wat. Bovendien moet je gebruikmaken van de flexibiliteit die deze onderwijsvorm met zich meebrengt. Na zo’n teleurstelling komt de dag niet meer echt op gang en besloot ik er officieel een vrije dag van te maken. We hebben met z’n allen gezellig The Incredibles gekeken. Toevallig hadden we ook de cd-rom van de film geleend uit de bibliotheek, dus die kon in één moeite door gespeeld worden. Positief ingesteld als hij is en altijd azend op wat extra computertijd, vond Philip dat dit toch best een leerzaam spel was: ‘Het is in het Engels!’

’s Middags een groentesoepje gemaakt van restjes rauwkost en lang voorgelezen uit de derde Paulus deze maand: De Hooikooi.

Dat was dus gisteren. Vandaag hebben de kinderen matzes gemaakt. Klinkt tamelijk bijzonder, maar is een werkje van niks. Men make brooddeeg zonder gist, dus meer dan bloem, olie, zout en water heb je niet nodig. Philip en Jet weten inmiddels uit hun hoofd hoe je deze ongezuurde broden maakt. Ik laat hen meestal maar een klein beetje deeg maken, dan zijn ze klaar voordat de aandacht verslapt is en de baldadigheid toeslaat. Met een balletje deeg ter grootte van een flinke pingpongbal kun je één matze maken en nog wat deeg overhouden om zo op te eten. Balletje plat slaan, met een vork wat gaatjes prikken zodat de lucht kan ontsnappen en in een voorverwarmde oven op 250 graden 10 minuutjes afbakken.

Jet wilde met haar matze graag kerkje spelen. En zo zaten we om vier uur met het hele gezin, John werd uit zijn werkkamer opgetrommeld, op een rij stoelen in de woonkamer het ‘Kyrie eleison’ te zingen. Vervolgens kregen we een stukje matze ter communie en Cato nog een aparte zegen. Toen was het tijd voor de celebrant om naar gym te gaan.