Zoetje
17 oktober 2009
Het zoetje van de afgelopen tien dagen was Koekjes! van Ted van Lieshout en Sieb Posthuma, speciaal gemaakt voor de kinderboekenweek.
Het heeft alles wat een prentenboek moet hebben: platen om op te blijven kijken, een lekkere voorleescadans, een verrassinkje en ook nog een refrein voor de kinderen om mee te dreunen. Cato kwam wel een foutje tegen, gek genoeg voor zo’n verzorgd boek. Er verdwijnt namelijk iedere keer een koekje uit de trommel (en er komt telkens één dief bij), maar als er volgens het verhaal nog vier koekjes over zijn, staan er op het plaatje nog vijf. We houden het er maar op dat de bandieten het koekje nog in hun zak moesten steken. Verder niets dan lof: een aftelverhaal dat wat mij betreft nu al klassiek is. [Ingezonden mededeling: collega J. wees me op de verklaring die Sieb Posthuma zelf gegeven heeft over het onterechte vijfde koekje: hier kun je hem lezen. Raadsel opgelost!]
Mijn toetje op de kinderboekenweek is de allerfavorietste taart van Philip en Jet. Als uitzondering op de vorige recepten is deze noch snel, noch gezond, want met één puntje prik je al gauw het equivalent van een pakje boter weg en je raspt je een breuk aan de limoenschillen. Maar lekker dat ie is! Niet smokkelen met het recept: alle limoenen en hun sap gebruiken. Echt, de gesuikerde blikjesmelk maakt alles goed.
** Limoentaart **

Ingrediënten:
• 375 gram digestive biscuits (te koop bij elke supermarkt)
• 200 gram ongezouten (gras)boter
• 8 limoenen
• een blikje (397 gram) gezoete gecondenseerde melk
• 580 ml ongeklopte slagroom
• springvorm ø 24 cm
Verkruimel de biscuitjes, dat kan met de hand of in de keukenmachine. Het is wel lekker als er nog wat ‘beet’ in zit, dus niet tot gruis vermalen. Smelt de boter in een pannetje en roer, als het vloeibaar is, de biscuitkruimels er door.
Druk het boter-biscuitmengsel in de springvorm en zet in de koelkast totdat je klaar bent met de limoenvulling.
Rasp de schil van de limoenen en bewaar die even apart. Pers de limoenen uit en giet het sap in een grote kom met de slagroom en de gecondenseerde melk. Klop met een mixer, 2 minuten lang op de hoogste stand.
Spatel de limoenschilletjes erdoor. Giet het hele mengsel in de springvorm op de koekjesbodem.
Laat minimaal 2 uur opstijven in de koelkast, maar het beste kun je het ’s avonds maken en de hele nacht laten koelen.
———————
P.S. Van gecondenseerde melk kun je ook heerlijke karamel maken: dulce de leche. Zet een blikje ongeopend in een pan water. Breng het water aan de kook, deksel op de pan en temper het vuur. Laat 1 uur en 15 minuten zachtjes koken. Zorg dat het blikje onder water blijft staan en laat de pan niet droogkoken, want dan kan het blikje ontploffen. Laat afkoelen voordat je het opent en schep de karamel in een luchtdichte pot om te bewaren.
Het resultaat is een soort vloeibare Werther’s Echte. Onwijs lekker in dunne sliertjes door roomijs, op pannenkoeken of zo met je vinger.
Vlug en zomers
15 oktober 2009
Nog een paar dagen, dan is de kinderboekenweek voorbij en daarmee mijn ongekende productiviteit hier. Maar het thema leent zich natuurlijk uitstekend voor de opgepotte recepten die smeekten om geplaatst te worden, dus hier zijn er nog twee.
Om het spannend te maken deze keer recepten met een hindernis. Want: de ingrediënten zijn nét niet meer verkrijgbaar in deze tijd van het jaar. Voor mijn lezers in Panama of Honduras: eet smakelijk! Voor alle andere mensen: kom van de zomer nog eens terug, want het is echt heel lekker.
Spaghetti met cherrytomaatjes en basilicum

Ingrediënten:
• een pond cherrytomaatjes
• 2 handen verse basilicumblaadjes (1 plantje kaalplukken)
• 3 tenen knoflook
• olijfolie – 5 eetlepels of meer
• verse parmezaanse kaas of grana padano
• peper en zout
• spaghetti
Halveer de kerstomaatjes. Scheur de basilicumblaadjes. Pers de knoflook of hak hem fijn. Doe bij elkaar in een kom, strooi zout en peper erbij en giet er nu flink wat olijfolie over.
Kneed met je handen de tomaten, basilicum en knoflook door elkaar. De tomaatjes mogen flink kneuzen, maar je moet ze niet tot moes knijpen. Laat alles even staan en lekker intrekken.
Kook ondertussen de pasta al dente en rasp de parmezaanse kaas of maak krullen met een kaasschaaf.
Giet de pasta af. Laat de hete pasta bij het tomaat-basilicummengsel glijden en hussel stevig. (Je kunt ook de tomaten bij de afgegoten pasta in de hete pan doen en met het deksel erop flink schudden.)
Paar minuutjes laten staan, zodat alles lekker lauwwarm wordt. Serveer met flink wat verse parmezaan.
———-
Watermeloen met feta
Ingrediënten:• watermeloen
• goede feta
• 2 eetlepels olijfolie
• 1 eetlepel citroensap of balsamicoazijn
• pijnboompitten, pistachenoten of hazelnoten
Optioneel:
- zwarte olijven
- mintblaadjes
Snijd watermeloen en feta in blokjes. Doe in een kom en voeg olie, nootjes en citroensap of balsamico toe. Eventueel wat zwarte peper.
Deze salade, die misschien wat onwaarschijnlijk klinkt maar bijzonder lekker is, moet direct geserveerd worden; de meloen bevat veel water en anders wordt het een natte boel.
Ook lekker met zwarte olijven en mintblaadjes, bovendien ziet het er met die spattende kleuren dan nog eens extra mooi uit.
Pasta met prei-mascarponesaus
13 oktober 2009

Prei heeft nooit de keukenprinses in me doen ontwaken. Roerbakken of in de soep, dat was het wel zo’n beetje.
Toen kwam er een dag dat ik een kilo prei voor 29 cent niet kon weerstaan. Ik deed een struikje in de soep, ik deed een struikje in de roerbak. En toen had ik nog zeven ons prei over.
Een vriendin kwam met het allerbeste preirecept ooit: prei-mascarponesaus voor over de pasta. Weer van Jamie Oliver. Het valt niet helemaal in de klasse caloriearme gerechten, maar de zoete smaak van prei komt geweldig uit en ook hiervoor geldt weer: de kinderen smullen ervan.
Ingrediënten:
• 4 à 5 preien
• bakje mascarpone
• knoflook (naar smaak, ik snij meestal een teen of vier)
• parmezaanse kaas of grana padano
• olijfolie
• klontje boter (grasboter is lekker)
• peper en zout
• pasta, liefst brede linten, zoals pappardelle of brede tagliatelle
Prei met knoflook in olie aanfruiten. Klont boter erop en 10 minuten laten stoven met een deksel erop.
Mascarpone erop laten smelten en erdoor roeren. Peper en zout erbij.
Intussen heb je pasta al dente gekookt en afgegoten. Volgens Jamie moet je pasta en prei door elkaar roeren, maar ik doe de pasta en saus apart, zodat ieder naar smaak kan toevoegen.
Niet vergeten: geraspte parmezaan royaal erover. Heerlijk.
Witlof met ansjovis en kappertjes
11 oktober 2009
Toen ik klein was, waren er eigenlijk maar twee groentes die ik echt niet lustte: lof en prei.
Toen ik John leerde kennen, waren er eigenlijk maar twee groentes die hij wél lustte: sla en taugé.
Omdat ik niet wilde dat onze toekomstige kinderen slechts sla en taugé als groente zouden eten (waar John op dat moment overigens geen enkel bezwaar in zag), lag er een schone taak voor me weggelegd. Die bestond er vooral in dat er, als ik kookte, gewoon altijd een ander soort groente op het menu stond, zodat alles van artisjokken tot zeekraal een keer de smaakpappillen passeerde. Omdat mijn wolkje op zijn dertigste ook de zin van gevarieerd eten wel inzag, kwam er na verloop van tijd ook als hij kookte meer dan alleen sla en taugé voorbij (en heeft hij bij mij weer postelein geïntroduceerd).
De enige grote afwezige op ons menu bleef witlof. Ik lustte het zelf inmiddels wel als salade, uit de oven en waarempel met een papje zoals mijn oma het maakte, maar John bleef ervan rillen. Totdat we deze witlof-ansjovis-kappertjes van Jamie Oliver tegenkwamen. De combinatie van zout, zuur en een bittertje bevalt zo goed, dat we hem regelmatig maken. En zelfs Jet, anti-vis en lastige eter, smikkelt ervan.
Ingrediënten:
• 4 struikjes witlof
• 8 ansjovisfilets (± 1½ blikje; we kopen meestal 2 blikjes, waarvan een halfje tijdens het koken opgemuizeld wordt)
• 1 eetlepel kappertjes
• 2 eetlepels citroensap
• 4 eetlepels olijfolie
• peper
Snijd de witlof in de lengte doormidden. Peuter de harde kern eruit en snijd weer in helften, zodat je vier repen per struikje hebt.
Snijd ansjovis en kappertjes piepklein. (Jamie gebruikt zo’n blitse vijzel, maar kleinsnijden voldoet prima). Voeg olie en citroensap toe -ik gebruik ook de olie uit het blikje ansjovis-op-olijfolie- en roer tot een dressing. Breng op smaak met peper en hussel door de witlof. De schuitjes lenen zich uitstekend om met de hand gegeten te worden.

Hulde aan de groentedoos
7 oktober 2009
Tijdens deze kinderboekenweek met als thema ‘Aan tafel!’ ga ik wat van onze schrans- en snaaifavorieten bloggen. Het wordt allemaal niet spectaculair, eerder gewoontjes, omdat ik het zelf altijd handig vind om tamelijk simpele ideeën te lezen die voor andere mensen echt werken, maar waar ik zelf niet aan gedacht had.
Het worden ook geen kinderrecepten, want eigenlijk maken de kinderen nooit een recept uit een kinderkookboek. Als ze meehelpen, is dat met het alledaagse snijden van groente, het toevoegen van kruiden, het kloppen van beslagjes of het aflikken van lepels.
Ik trap af met een van mijn oudste succesnummers: de groentedoos. Er is wat om gelachen. Maar omdat we altijd veel op pad zijn geweest, werd ik het beperkte museum- en dierentuinmenu al vrij snel zat. Zo af en toe een frietje is heel feestelijk, maar ik wilde niet wekelijks aan de museummuffin of speeltuindonut. Hence de groentedoos.
Zorg dat er altijd voldoende in huis is om een ad-hocdoosje te vullen. Het kan van alles zijn: kerstomaten, radijs, bospeentjes (of buiten het seizoen een winterpeen in repen), bloemkool, komkommer, noem maar op.

Vaak deed ik er één nieuw ding in, een groente die een van de kinderen nog niet lustte. Jet hield lang niet van radijs, dus deed ik zes of zeven radijsjes tussen allemaal wortel, tomaat en komkommer. Er kwam altijd een moment dat ze toch even proefde. En na vijf keer proeven, lustte ze het. Zo ook met bleekselderij, paprika en rucola. Niet alles hoeft een lievelingskostje te zijn, als je maar aan de smaak gewend bent.
In het begin zorgde ik dat ik niet al te veel ander eten bij me had. Net te weinig boterhammen. Dan wierp ik op de terugreis om vier uur de groentedoos naar de achterbank en was hij bij thuiskomst leeg. In de plastic bak die ik gebruik, past ongeveer zes ons rauwkost. Op die manier hoeft de aanbevolen 200 gram niet alleen bij het avondeten naar binnen geworsteld te worden.
De huiskamervariant van de groentedoos is het ijsblokjesbakje. Alle vakjes van zo’n rechthoekige (of welke vorm ook) ijsblokjesmal vullen met een ander groentje, afgewisseld met partjes mandarijn, rozijntjes, cracker, augurk of voor grotere kinderen nootjes of doppinda’s. Ieder kind een eigen bakje uiteraard, dat voelt extra overvloedig.
Prijs
15 september 2009
De laatste keer dat ik een prijs won, zat ik in de eerste klas. Een kleurwedstrijd. De prijs bestond uit een boek dat ik zelf mocht uitkiezen in de kantoorboekhandel in het dorp, samen met de hoofdmeester en prijswinnaars uit de andere klassen. Het werd Ik lees al van Wilhelmina Blokker. Ik geloof niet dat ze ooit een griffel gewonnen heeft.
Nee, dan de prijs die ik vandaag ontving.

Weer een boek, maar deze keer gewonnen met een veel hipper medium, namelijk het weblog van De Schrijver Zelf. Ik had op mijn zelfgelezen lijstje zijn blog al eerder aangeraden, maar nu blijkt dat er dus ook nog wat te winnen valt.
Met de wedstrijd ‘Help Jan Paul de zomer door’ kon je links insturen om de schrijver tijdens de zomermaanden te ontlasten van zijn dagelijkse blogdruk, en ik was een van de vier winnaars van zijn nieuwste boek: Graaf Sandwich en andere etenswaardigheden. Vandaag lag het in de bus, gesigneerd en wel. (‘Leuk’, zei John, ‘dat hij er ook een tekening van je ingezet heeft’ – verwijzend naar het appeltje op de titelpagina met mijn naam erboven. ‘t Is de kift.)
We hebben het boek natuurlijk nog niet uit, maar Philip heeft er, het onderwerp waardig, aan tafel uit voorgelezen. En geloof me, het is echt leuk. Korte hoofdstukken over alles wat met eten te maken heeft. Waarom Engelsen liever azijn op hun friet doen dan mayonaise. Hoe je zelf makkelijk frisdrank maakt. Dat Coca Cola begonnen is als medicijn tegen hoofdpijn. Op het weblog van de schrijver kun je hier alvast een hoofdstuk lezen.
Toen Jan Paul Schutten zijn Gouden Griffel won voor Kinderen van Amsterdam, schreef de jury onder meer:
Omdat de auteur gepassioneerd is voor zijn onderwerp.
Omdat hij een verteller is die je verleidt met zijn verhaal.
Omdat de schrijver verliefd is op de Nederlandse taal.
Omdat de auteur zijn lezer nergens betuttelt of beduvelt.
Omdat dit boek lezers van soorten aanspreekt.
Kortom, omdat het origineel is en grappig en krachtig en rijk en omdat het heerlijk leest.
Wat mij betreft geldt dat ook van Graaf Sandwich. Hier is de Kinderboekenweek al een beetje begonnen.
Zomer
8 juli 2009
Ah, zomer. Ik vind het niet erg dat het nu weer een beetje afkoelt, maar de afgelopen weken waren toch wel heel fijn. De eindeloze dagen die zich aaneen regen. ’s Avonds na het eten nog even zwemmen in de plas of naar het strand om over de golven te springen. En dan met fris gewassen hoofden nagenieten, een permanente geur van zonnebrandcrème in de neus.

Zomerfruit eten.
Kersen en wilde perziken, bessen in alle kleuren, frambozen en bramen, twee bakjes voor een euro. Exotische vruchten met sprookjesachtige namen als drakenfruit, prachtige kleuren en vormen, waarvan je aan de groenteman moet vragen welke delen je ervan kunt eten. Watermeloen. We eten het als ontbijt, als lunch, als toetje. Door de frullati di frutta (gepureerd fruit met ijsklontjes, zonder melk), uitgehapt of met mes en vork. Sommigen van ons eten het ondersteboven en achterstevoren.


Het leek de laatste tijd of er meer uren in een dag zaten. Dat was natuurlijk ook zo. Maar de dagen waren ook echt voller; we deden meer terwijl het minder moeite kostte. De ochtenden waren niet zo afwijkend -in de winter volgen we ook altijd al soort een tropenrooster- maar de middagen waren meer dan anders een explosie van vriendjes, mee-eters, strand en picknicks met andere thuisonderwijzers en ziekenbezoekjes bij oma in het ziekenhuis zestig kilometer verderop.
Veel prevakantieactiviteiten ook. Afscheid van turnen, waar Philip wilde trakteren op ijsjes. Afscheid van ballet, want de balletschool stopt ermee, met gelukkig nog een prachtige dansuitvoering. De laatste zondagsschool voor de zomervakantie, waarvoor we met alle kinderen cakejes bakten voor de mensen van de hele kerk.

Dat was nog een heel werkje. Vooral het versieren. (Philip houdt van muziek, vandaar de draadloze koptelefoon waarmee hij van keuken tot woonkamer in dolby surround voorzien bleef.)

Het resultaat mocht er wezen.

En o ja, we hebben een leuke nieuwe boekentrilogie gevonden, die van Thijs Goverde over de meesterdief. Het eerste deel, De wraak van de meesterdief, lazen we vorige maand en nu zijn we bezig in De jacht op de meesterdief. Heel anders dan de boeken van Astrid Lindgren die we laatst weer veel gepakt hebben of andere klassiekers die we tot nu toe lazen.
De verhalen over de meesterdief zijn sprookjesachtig en wat baldadig. Spannend zonder eng te worden, want de hoofdpersoon kan zo prachtig overdrijven dat alle hachelijke avonturen gerelativeerd worden. Boosaardige personages hebben een defect dat ze potsierlijk maakt en netelige situaties zitten zo vol woordgrapjes, dat je gewoon wéét dat het wel goedkomt in dat woud met die koppensnellers, of bij die achtervolging door arglistige ontvoerders.
Het is wel belangrijk om ze op volgorde te lezen, vind ik. Ik had zelf het tweede deel alvast diagonaal gelezen om te kijken of het iets voor ons zou zijn, maar dan mis je toch essentiële informatie. Verder begrijp ik niet waarom er voor deze illustraties gekozen is. Ze passen niet bij het verhaal en kloppen soms ook niet met de tekst. Personages worden vaak heel uitgebreid beschreven, zoals de geleerde Aegolius, huisleraar van de hoofdpersoon, maar op de tekeningen zie je dat niet terug. Dan liever helemaal geen illustraties, zou ik denken.
Het tweede deel vind ik iets leuker dan het eerste. Vooral de circusscène uit De jacht op de meesterdief is virtuoos, die konden we niet in één keer uitlezen omdat we zo moesten lachen. Het derde deel heet De hand van de meesterdief en ligt al paraat om in een moeite doorgelezen te worden.
