Weglopen
25 juni 2008

Dit is de bepakking waarmee Jet zondag het huis wilde verlaten.
Ze had gejokt en ik had een preek gehouden en ze was zo boos geworden dat ze besloot weg te lopen. Om haar woorden kracht bij te zetten, was ze vast begonnen met inpakken. Ze kwam demonstratief de keuken in met haar my little ponyrugzak en keek quasi-onverschillig om zich heen: ‘Even kijken… Wat heb ik allemaal nodig…’
Ik zei dat ik haar wel erg zou missen. Maar aan dergelijk pathetisch gedoe had ze geen boodschap. ‘Nu heb je toch je zin?’, zei ze laconiek, ‘Als ik weg ben, heb je in ieder geval geen jokkende dochter meer.’ Ik zei dat ik liever een jokkende Jet had dan helemaal geen Jet. Maar ze ging genadeloos door met pakken.

Terwijl ik naar de groeiende berg essentiële spullen keek, vroeg ik hoe ze haar bagage mee ging nemen. ‘Op mijn fiets’, zei ze. ‘Maar zou het allemaal in je mandje passen?’, vroeg ik. Alsof ze daar niet aan gedacht had: ‘Nee, natuurlijk niet. Ik neem het mee in plastic tassen. Aan mijn stuur.’
Philip wist niet wat hij ervan moest denken. ‘Ik schat de kans een op duizend dat je echt wegloopt’, zei hij, maar voor de zekerheid had hij toch de deur op het nachtslot gedraaid. Zijn praktische inborst zag ook nog wat beren op de weg. ’Maar Jet’, zei hij, ’stel dat het gaat regenen. Je hebt helemaal geen dichte schoenen bij je.’
Na een halfuur kwamen de eerste barsten in haar vastberadenheid: in plaats van vandaag, zou ze mórgen vertrekken. Alleen om de laatste puntjes op de i te kunnen zetten, natuurlijk.
Toen kwam ze, wat nukkig, even op schoot zitten. En we lazen Morgen ga ik naar China, dat mooie boekje van Imme Dros, over een jongetje dat in hetzelfde schuitje zit als Jet, behept met onuitstaanbare ouders.
Nadat we nog een paar grappen gemaakt hadden, zei ze dat ze iets in mijn oor wilde fluisteren. Ik boog naar haar toe en ze zei ze zachtjes: ‘Maak je maar geen zorgen, hoor, mam, ik zal nóóit bij je weglopen.’
Pak van m’n hart.
Jarig
28 mei 2008
De afgelopen drie dagen had ik de eer op deze stoel te mogen zitten.

Het lijkt alsof hier een hele zak slingers klakkeloos overheen gemikt is, maar niets is minder waar. Deze troon is met heel veel tijd en aandacht, versiering voor versiering door een zesjarig meisje opgebouwd. Alleen al in de strikjes linksboven aan de rugleuning zit een schat aan liefde en vlijt.
Kijk, hier kun je dat beter zien:

En dat was nog maar het begin. Op de ochtend van mijn verjaardag werd ik verrast met een heerlijk kopje versgezette thee en een beschuitje met suiker dat zingend binnengebracht werd (na gestommel voor de slaapkamerdeur en overleg op fluistertoon: ‘Waar beginnen we mee: lang zal ze leven?’ ‘Nee, nee… Er is er een jarig!’).
Wat volgde was een dag vol geschenken en verwennerijen. Zo had ik gevraagd of ik als extra verjaarscadeau voor een keer mijn haar mocht wassen zonder dat er iemand de badkamer binnenkwam. Toen desalniettemin Cato met twee omhooggestoken armpjes voor mijn ingezeepte hoofd stond om mee te mogen douchen, werd ze onmiddellijk meegetroond (’Sorry, mam! Kom Cato, mama is jarig’). Ik bedoel maar, hoe jarig kun je je voelen.
Na alle gezelligheid van visite, lekkers en mooie cadeaus wordt de stoel vanavond weer afgebroken, maar ik geniet nog even na.
Zaliger te geven
22 mei 2008
Vandaag waren Philip en Jet samen op pad. Ze doen wel vaker een boodschapje, maar dat is altijd in opdracht en bij de bakker of supermarkt op honderd meter van ons huis. Nu wilden ze zelf. En wel naar het Oude Dorp, kijken bij de dierenwinkel en de speelgoedzaak.
Het Oude Dorp is maar tien minuten gaans, een route van een kilometer die ze kunnen dromen, want het eindpunt is meestal de bibliotheek of de markt op het dorpsplein. Met een geladen mobiel en een hoofd vol goede raad (’Já mam, als iemand ons wil meelokken gaan we heel hard gillen… Néé mam, als iemand zegt dat ze thuis een pony of jonge hondjes hebben gaan we niet mee…’) gingen ze op pad.
En ze kwamen weer thuis, gelukkig. Ik had al drie kwartier heus niet zenuwachtig voor het raam staan kijken en twee keer de neiging onderdrukt het mobiele nummer te bellen, toen ze ontspannen keuvelend binnenwandelden. Jet had een verrassing meegenomen. Ze is de laatste maanden erg bezig mensen blij te maken met zorgvuldig ingepakte cadeautjes. Dat kan van alles zijn: een ballon, lucifers, een mooi lintje, een soepstengel (met glanzende ogen overhandigd: ‘Daar hou je zo van!).
Nu had ze iets voor Cato meegenomen uit het dorp: Ernie (van Bert).

Het zat zo: we hadden deze week een heerlijke dag met de thuisonderwijsgroep in een speelbos (hier heb ik wat foto’s van deze dag gezet), alwaar Cato een plotselinge liefde voor Ernie opvatte. Vriendje J. had zijn Erniepop mee naar het speelbos, Cato was meteen verkocht en mocht met de pop knuffelen tot ze in slaap sukkelde. Wij hadden onze Ernie lang geleden al aan de Kringloop gedoneerd, maar nu was Jet op hun loopje naar de speelgoedwinkel tegen een Ernie aangelopen. Ze had hem betaald uit haar dikke portemonnee met maanden opgespaard zakgeld-in-muntjes. Ze vertelde trots hoe ze het geld berekend had en wat ze weer terug had gekregen. En ze had hem laten inpakken.
Moeilijk te zeggen wie er het meest genoot toen ze het cadeau aan haar zusje overhandigde.
Gelukkig met jezelf
20 mei 2008
Jet viert de lente met een zelfgemaakt lied en een spontaan opborrelend dansje.




Jubileumreflecties
18 mei 2008
Voor Cato is de wereld nog niet onderverdeeld in vakken. Dat snapt iedereen.

Haar aardrijkskunde bestaat uit het strand, haar biologie uit het ontdekken van haar eigen navel. En dat tandjes poetsen in de basisvorming onder het vak ‘verzorging’ zou vallen, daar moet iedereen natuurlijk een beetje om lachen.
Als je veertien maanden bent, hoef je nog aan niemand uit te leggen dat in jouw wereld alles samenhangt.
Voor Philip en Jet ligt dat anders. Zodra je de rijpe leeftijd van vier jaar bereikt hebt, wordt je leven opgedeeld in vakken. Wat voorheen ’spelen met je zusje’ was, of ‘heel hard achter elkaar aanrennen’ heet vanaf dat moment bewegingsonderwijs. En aan tafel vertellen wat je bij opa en oma gedaan hebt, heet dan mondelinge taalvaardigheid.
Daar snappen Philip en Jet nog niet veel van. Als mensen vragen: ‘Hebben jullie dezelfde vakken als op school?’, dan begrijpen ze die vraag niet. Voor hen hangt alles nog net zo samen als voor Cato.
Zo nu en dan vertel ik dat de verhalen die we op de bank lezen, onze bezoekjes aan het Prinsenhof en het invullen van de tijdbalk geschiedenis genoemd worden op school. Dat Philips gesnuffel in zijn atlas, zijn interesse voor vlaggen en volkeren eigenlijk aardrijkskunde heet. En dat de mooie bouwwerken die hij al jaren maakt onder het vak handvaardigheid of techniek zouden vallen.
Maar het komt nog niet echt aan, merk ik. En eigenlijk vind ik hun naïviteit juist wel charmant. Argeloosheid is toch een van de genoegens van de jeugd.
Morgen is het een jaar geleden dat ik aan dit dagboek begon. Toegegeven, als blogger in de ware zin des woords ben ik waardeloos. Ik publiceer niet dagelijks, ben niet actief in een bloggersgemeenschap, mijn stukjes zijn veel te lang, op uitjes vergeet ik mijn camera mee te nemen en daarbij gaan mijn fotografeercapaciteiten die van een achtjarige niet te boven.
Maar ik vind het wel erg leuk om te doen. Het is geen voorlichtingssite geworden over de formele aspecten van thuisonderwijs, maar dat was ook niet mijn doel. Ik ben hiermee begonnen om een indruk te geven van ons leven. Niet het thuisonderwijsleven, maar een thuisonderwijsleven. En al vertel ik nog niet de helft van wat ik zou willen vertellen, ik vind het leuk om globaal te zien wat we gedaan hebben. Een soort rapport. Nu alleen nog een tienminutengesprekje om te zien of we overgaan. De kinderen gaan in ieder geval verder. In hun eigen universum waarin alles samenhangt.

Eersteling
9 mei 2008

Hij was degene die mijn wereld op zijn kop zette, negen jaar geleden.
Negen jaar geleden.
Hij werd geboren na een bevalling die ik nooit meer over wilde doen - wat gelukkig ook niet hoefde. Ik hield hem in mijn armen en liet hem niet meer los. En hij mij niet.
Ik wilde het zó graag goed doen. Alles. Maar dat ging zo vaak niet. Nog steeds vind ik het moeilijk om te berusten in de onvermijdelijke onvolkomenheden, te aanvaarden dat ik niet alles in de hand heb.
Mijn eerstgeborene. Ik ken niemand die gevoeliger is. Als baby werd hij verdrietig van muziekdoosjes. Hij huilde dikke tranen mee als ik boos was op zijn zusje. Nog altijd is hij tot in zijn ziel geraakt door onrecht, uit compassie of als we hem weer eens verkeerd begrijpen. Een kwetsbaarheid waar ik veel te vaak met bruuske stappen overheen dender. Telkens neem ik me voor er rekening mee te houden, maar al te vaak word ik misleid door zijn opmerkelijke woordenschat en bevattingsvermogen, waardoor ik hem groter inschat dan hij is.
Vaak zie ik hem nog zo voor me,

zoals hij was toen hij twee was. Een beetje bedremmeld, bang om alleen gelaten te worden. Toen dacht ik dat dat nooit over zou gaan. Nu weet ik wel beter.
Als hij zich lekker voelde, of juist helemaal niet op zijn gemak was, dan kon hij heel druk zijn. Zo druk dat sommige mensen vroegen of hij misschien een hyperactieve stoornis had. Mensen zeggen maar wat.
Wij zagen hem vaak zo: beschouwend, zich verwonderend over alles wat zich om hem heen afspeelt.

Mijn lieve vent. Eigenlijk is hij nog niets veranderd, natuurlijk. Een vriendin zei me eens dat zij aan haar baby’s kon zien wat voor volwassenen het zouden worden. Dat begreep ik niet. Hoe kun je nou aan zo’n klein kind zien wat voor mens erin zit? Maar toch is het waar. We zijn pas halverwege zijn kinderjaren, maar hij is nog steeds het jongetje dat ik negen jaar geleden in mijn armen hield. Nog even teer en verbaasd, soms nog even rusteloos en onstuimig.
Gefeliciteerd, binkie. Dat je mag worden wie je bent.

Sjippies
28 april 2008
Vriendje D. (10 jaar) kwam langs. De meivakantie is begonnen en dat betekent dat schoolgaande vriendjes weer vaker kunnen spelen. D. kwam halverwege de ochtend aanwaaien en nadat ze binnenshuis al hun rollen hadden opgevoerd (’We gaan verder waar we vorige keer gebleven waren, ik was een spion…’), lang buiten hadden gespeeld, een late lunch met gebakken eieren hadden genoten en Cato hadden voorgelezen, was het vier uur.
De landerigheid begon in te zetten: ‘Mogen we televisie kijken?’. Ik was in een heldhaftige bui, maar niet moedig genoeg om zes achterstallige wassen weg te vouwen. Dus gingen we chips bakken.
Men neme aardappels - altijd Nicola’s, die zijn sowieso het lekkerst. Schillen is niet nodig, afwassen volstaat. Plakken snijden met een dikke kaasschaaf en een beetje laten drogen op speciaal voor dit doel aangeschaft keukenpapier.

Olie in de pan.
(Ondertussen ruimt Cato het keukenkastje uit.)

De olie is heet genoeg wanneer je een plakje in de pan gooit en het direct naar boven komt borrelen.

Je neemt een handje aardappelplakjes en gooit dat snel achter elkaar, een voor een alsof je geld telt, in de olie. Niet te veel plakjes tegelijk in de pan, anders daalt de temperatuur te snel.

De plakjes goudbruin laten worden - duurt ongeveer een minuut of vier.
(Tussen twee ladingen door Cato met een waterijsje in de kinderstoel zetten.)

De gare plakjes met een schuimspaan uit de olie halen en even laten uitlekken op het keukenpapier. Daarna zout erover. Of zout met paprikapoeder.

Lekker. En goed voor extra punten op de schaal van Leuke Moeder.

Ze loopt
22 april 2008
Het was vandaag de eerste echt zomerse dag van het jaar en we hebben hem op het strand gevierd, samen met vier andere thuisonderwijsgezinnen (waaronder deze en deze). Ik had geen camera bij me om de twaalf scheppende, plonzende, zandhappende en spelende kinderen vast te leggen, maar ik bedacht ineens dat ik helemaal vergeten was een persbericht door te geven:
To loopt!
Al een maand, en nu dan ook waarlijk als een kievit, maar het begon uiteraard vrij wankel. Hieronder een nauwgezette reportage van de eerste stapjes, op weg naar haar papa. Alsnog strandfoto’s dus, hoewel het toen een stuk frisser was dan vandaag.




Walhalla
17 april 2008
Op galactische dimensies is het natuurlijk een peulenschil, maar naar ondermaanse maatstaven hebben we er best een rit op zitten. Helemaal naar Brussel.
Naar de expo der expo’s, de moeder van alle tentoonstellingen: Star Wars: The Exhibition.

Voor iedereen die niet snapt waarom je daar zo’n moeite voor zou doen, een kleine overpeinzing: denk aan je mooiste boek, je adembenemendste muziekstuk of je heerlijkste hobby. Iets waar je echt van houdt. Stel je voor dat er voor het eerst in dertig jaar een evenement plaatsvindt dat helemaal gewijd is aan je passie. Dan wil je daar naar toe, toch?
En ook al is het niet mijn passie, soms is het heel fijn om in de hartstocht van iemand anders te delen. Twee iemanden in dit geval, Philip en Jet.
Op naar Brussel dus. Ter verhoging van de juichstemming bood vriendin J. in Mechelen een logeerplek aan, zodat we de volgende ochtend niet in de file zouden staan naar de tentoonstelling. Naast een geweldig huis met oneindig veel kamers en trappetjes heeft zij drie vreselijk leuke jongens (11, 9 en 7) om mee te spelen en bleek dinsdagavond bij hen traditioneel Vlaamse-frietendag. Hoe feestelijk kun je het krijgen?
En toen was het zover. Uitgezwaaid door J. tuften we buiten de file om in twintig minuten naar Brussel. Kaartjes gekocht (’Mam, je sprak Frans!’ zei Jet - het was voor mijzelf ook even schrikken) en door het zwarte gordijn stapten we de expositie binnen.
Daar stonden ze allemaal: the good, the bad and the ugly. Of in ieder geval hun kostuums. En hun voertuigen,wapens, zetels en nog veel meer. Op televisieschermpjes werden kunstgrepen en computeranimaties uitgelegd, zoals de tribune van de podrace uit deel I, waarbij het publiek eigenlijk bestaat uit gekleurde wattenstaafjes.

Je kon de trucage ook aan den lijve ondervinden door jezelf laten filmen bij de Special Effects Studio, in een lichtsabelduel tegen een groene achtergrond. Zo lijkt het alsof je meespeelt in de film. De kinderen noemden hun opname Star Wars episode VII:
Er ontbraken wel wat personages, zoals Chewbacca (die gecoiffeerde hondleeuwbeer met klaaglijke brul) en over Luke Skywalker was ook nauwelijks iets te vinden. Maar de kleinste Jedi* stond er gelukkig wel. Tijdens het Star Warsje spelen wordt Cato vaak ingezet als Yoda, want naast overeenkomsten in tongval en haardracht zijn ze ook ongeveer even groot (hij 66 cm, zij 74).

’s Middags was er een meet & greet met de personages. The Emperor** liep gewoon vrij rond.

En prinses Leia was er.

En er waren er nog veel meer. Allemaal een tikkeltje overweldigend voor Cato.

Maar het allervetste was de Jedi Experience, een voorstelling waaraan kinderen mochten meedoen om opgeleid te worden tot jedi. Tijdens het spektakel kwam plotsklaps Darth Vader in eigen persoon opdagen, die op het nippertje verslagen werd door de padawans***.
Philip en Jet hadden de bof allebei uitgekozen te worden; een eer waar ze tot lang na de voorstelling beduusd van waren. Hier brengt Philip Darth Vader aan het wankelen,

waarna Jet hem de genadestoot toebrengt.

We konden de tentoonstelling met een gerust hart verlaten, want het kwaad was verslagen. Volgens Philip waren dit de fijnste dagen van zijn leven. In zulk soort passies deel ik graag.
* jedi = goeierik, vredesridder
** emperor = hoofdslechterik
*** padawan = jedi-leerling
Hiep hiep
3 april 2008

Hoera!
Ze was jarig. Mijn lieve meid. Met haar dunne nekje en haar eigen kledingsmaak, met haar durf en haar grote hart. Findus, noemen we haar, omdat ze soms zo lijkt op die poes uit het prentenboek, als ze de slappe lach heeft en net zo springerig en dol is.
En wat wilde ze het liefst? Een paard. Maar dat kon niet, dat wist ze wel. Een-na-liefst wilde ze een poetsdoos, met veel borstels en een hoevenkrabber. Ze was al een paar keer in de paardrijwinkel wezen kijken. Een-na-liefste wensen zijn vaak iets beter te verwezenlijken: ik had alles laten inpakken in paardenpapier, met een plastic tas van de ruitersportwinkel. En hoewel ze nog veel meer kreeg, ging ze die avond met de poetsdoos naar bed.
Maar we hadden nog een verrassing. Ze mocht een privéles paardrijden. Stomme, overbezorgde moeder die ik ben mag ze nog niet wekelijks lessen. Maar af en toe een lesje met een veiligheidsvest in een lege bak mag wel, te beginnen op de dag van haar zesde verjaardag.
En zo stonden we een uur voor aanvang met het hele gezin op de dorpse manege, Jet in rijkostuum met fonkelnieuwe poetsdoos in de hand. Ze kreeg tot twee keer toe een kleinere cap aangemeten en werd door twee tienjarige meisjes begeleid bij het opzadelen van ’haar’ pony. Als het daarbij gebleven was had ze ook al de avond van haar leven gehad. Niets heerlijker dan met grote meisjes in een stal keutelen, paardje toespreken, singel aanhalen, stijgbeugels op maat maken.
Maar daar bleef het niet bij. Ze mocht de pony ook instappen, de spieren voorbereiden op het echte werk van een zesjarig meisje op je rug dragen. Na twee rondjes onder begeleiding van de tienjarige mentrices mocht Jet alleen met de pony het erf op.
Zelden heeft ze zich zo groot gevoeld.
En toen begon het echte werk. Na de teugelinstructies van een vreselijk lieve juf mocht ze haar pony de sporen geven. Uitleg over het sturen, de grote volte en na twee rondjes stappen mocht ze ook draven. Daar had ze zo op gehoopt. Ze wilde de rest van de les niets anders.
En als je goed kijkt zie je dat ze al heel knap kan lichtrijden. Eat your heart out, Anky!
Mijn lieve, lieve Jette. Weer een jaar dichter bij de grote meisjes die ze zo bewondert.

