Het riekt naar …

8 november 2009

Omdat sommige dingen in de loop der jaren alleen maar mooier worden.

Omdat er zo weinig liedjes over historische gebeurtenissen gaan.

Omdat de tekst na bijna dertig jaar nog steeds actueel is.

Omdat er genoeg stof in zit voor minstens een dag thuisonderwijs.

Omdat het morgen 61 jaar geleden is.

Omdat je er ook na duizend keer luisteren nog kippenvel van krijgt.

Daarom. Et rüsch noh Kristallnaach.

 

Omdat ik me kan voorstellen dat niet iedereen het Keuls vloeiend beheerst, staat hier een vertaling van de tekst.

Overal en ergens

13 augustus 2009

boekerpas verticaalWe hebben voor het eerst de boekerpas gebruikt. Wie dit pasje nog niet kent: het wordt je aangeboden bij een aantal bibliotheken – die van Amsterdam, Den Haag, Rotterdam en Utrecht en wat naburige gemeenten. Deze kinderpas is gekoppeld aan je bibliotheekpasje en voor ieder boek dat je leent, wordt 10 eurocent op je boekerpas bijgeschreven – tot een maximum van 50 eurocent per week. Met het opgespaarde tegoed krijg je korting bij culturele instellingen én op kinderboeken. Zo kochten we met 20% korting dit boek: 

Arend van Dam en Alex de Wolf, Overal en ergens

Ik ben toch zo gelukkig met Arend van Dam en Alex de Wolf. Dat was ik al na Poe’i (zonder Alex de Wolf maar met Sieb Posthuma) en met de bundels Lang geleden… en In een land hier ver vandaan… is dat alleen maar toegenomen. Op de een of andere manier schrijft Arend van Dam precies over de onderwerpen die ik bij mijn kinderen wil introduceren. Zoek maar eens een kinderboek over laatste keizer van China. Of over de eerste. En zo’n geschiedeniscanon is prachtig, maar waar vind je een mooie inleiding op Eise Eisinga?

Eise Eisinga, uit: Overal en ergens... van Arend van Dam en Alex de Wolf

Zodoende: Arend van Dam. Onmisbaar in het (thuis)onderwijs. De verhalenbundels zijn prachtige introducties om verder op voort te borduren als je dat wilt, of om net genoeg context te krijgen zodat je het verhaal kunt plaatsen. En de illustraties van Alex de Wolf passen als een handschoen.

Neem Slochteren. Ik vermoed dat we niet heel uitgebreid zullen gaan lezen over de gasbel. Het is mooi om ervan te weten, het is goed om na te denken over alternatieve energiebronnen, maar een echt verhaal kun je er niet van maken. Totdat je de geschiedenis van Boer Boon leest, die die bel onder z’n landje vond. Dan wordt het ineens wel een echt verhaal, met zo’n mooie plaat erbij. En dan weet je precies genoeg om de gasbel te kunnen thuisbrengen in de geschiedenis van Nederland.

De rijkste boer van Nederland, uit: Overal en ergens... van Arend van Dam en Alex de Wolf

Vandaag hadden we het boek mee in de trein – een dagje Amsterdam met vrienden. Aan het eind van de dag belandden we onverwacht op een rondvaartboot. Philip en Jet hadden ze al vaak zien varen en iedere keer bleven ze verlekkerd op de bruggetjes staan kijken hoe die glazen schuiten over de gracht pruttelden. Terwijl we vandaag terugwandelden naar het station en ze weer smeekten om een tochtje in zo’n droomboot, aarzelde ik net een minuut te lang. Voor ik het wist zat ik op een skailederen bank naar de Schreierstoren te kijken. En naar de stralende gezichten van mijn kinderen.

Maar wie schetste hun verbazing toen we de Herengracht op voeren en in vier talen attent gemaakt werden op het mooiste (en duurste) stukje gracht uit de zeventiende eeuw, de Gouden Bocht?

De Gouden Bocht, uit: Overal en ergens... van Arend van Dam en Alex de Wolf

Daar hadden we net over gelezen bij Arend van Dam.

Uit de kast

3 augustus 2009

 

Vroeger of later

Opnieuw ontdekt in de spellenkast: Vroeger of later.

Ik schreef al eerder dat we vaak spelletjes spelen waar we en passant ook nog wat vaardigheden mee opdoen: rekenen  met ouderwetse succesnummers, strategisch inzicht met schaken, logisch nadenken met 20 Questions

Vroeger of later is een spel waarmee je je kennis van de Nederlandse geschiedenis kunt opvijzelen (of etaleren).  Het bestaat uit kaartjes met historische gebeurtenissen die je op chronologische volgorde, in een soort tijdlijn, moet neerleggen. Je kunt bluffen of gokken, of gewoon je geheugen aanboren. 

Twee jaar geleden was het spel nog net even te moeilijk voor Philip, maar de historische verhalen en museumbezoekjes hebben hun vruchten afgeworpen, want eergisteren speelde hij John en mij er allebei uit.

Op de site van Vroeger of later kun je zelf een kaartje leggen. Omdat je de onlineversie alléén speelt, heeft bluffen hier geen zin, maar je kunt wel zien wat het spel inhoudt. Hier of hier staan nog twee recensies van doorgewinterde spelletjesspelers.

Tam maken

25 juli 2009

Jet liep er al een paar dagen mee rond. ‘Mam, ik heb het. Ik hoef alleen mijn waterschoenen te pakken, oud brood, plastic handschoenen en een net. Meer heb ik niet nodig.’ Een beetje moeder weet dat ze dit soort mededelingen buitengewoon serieus moet benaderen; er is een wereld van reflectie aan vooraf gegaan en lollige opmerkingen worden niet op prijs gesteld. Aperte afwijzing werkt averechts.

‘Wat ga je doen?’, vroeg ik. ’Een meerkoet vangen’, zei ze, ‘om tam te maken.’ ‘Maar we hebben toch al een cavia? Een meerkoet lijkt me niet zo handig als huisdier.’ ‘O, maar het wordt ook geen huisdier’, stelde Jet me gerust, ’ik ga ermee jagen.’ Ik knikte begripvol, want ik ben een moeder die dit soort dingen serieus benadert. Bovendien heb ik een oudere zoon die de fase van Grootse Plannen ook gehad heeft. Het hoverboard, dat al in een vergevorderd stadium was, zoals dat van Michael J. Fox in Back to the Future (een plan dat andere jongetjes overigens wel hebben uitgevoerd). Of het jetpack en lichtzwaard uit Star Wars, waarvoor we door de paden van de Gamma doolden, op zoek naar essentiële onderdelen. Jet zelf had ook al eerder dergelijke Plannen gehad; de vervaardiging van een manshoge robot bijvoorbeeld. Toen wist ik ternauwernood te voorkomen dat er een partij staal aangeschaft werd. ‘Waar hebben we het over?’, dacht ik. ”T is deze keer maar een meerkoet.’ 

‘Kijk,’ zei Jet, ‘ik vang hem hier achter in de sloot. Dan laat ik allemaal vuurwerk afgaan en ik schiet pijlen op hem af en ik schreeuw heel hard naast zijn oor. Zo raakt hij gewend aan harde knallen.’ Het idee had ze opgedaan bij een filmpje over politiepaarden. Bij gebrek aan een politiepaard besloot ze dezelfde techniek toe te passen op dieren die wat meer voorhanden waren. Het hoefde trouwens niet per se een meerkoet te zijn, een eend kon ook. 

‘Zou dat handig zijn voor een meerkoet, als hij niet meer meer schrikt van harde knallen?’ vroeg ik. Daarvan was ze overtuigd, anders kon hij niet samen met haar jagen. Hij zou haar ook beschermen, want daar staan meerkoeten om bekend, dat zij hun dierbaren fel verdedigen.

Toen we die dag bij de grote bibliotheek waren, besloot Jet het koetje bij de horens te vatten. Ze stapte naar de informatiebalie en zei: ‘Ik zoek een boek over het tam maken van dieren. Het mogen alle dieren zijn: meerkoeten, eenden, leeuwen.’ Een boek over dierengedrag kwam het meest in de buurt, dacht de mevrouw. Jet kwam stralend uit het pad vandaan, met drie boeken, waarvan er eentje nog echt de moeite waard bleek ook. Niet vanwege de instructies tot dressuur, maar omdat het zo’n heerlijk kijkboek was.

Richard Unglik, Het grote avontuur van de dieren

Het grote avontuur van de dieren van Richard Unglik *).

Met oceaandieren, woestijndieren, dieren uit de amazone en van de savanne. Dieren uit de geschiedenis en uit de literatuur.

Richard Unglik, 'Moby Dick', uit: Het grote avontuur van de dieren. Richard Unglik, 'Vissers op de noordelijke ijszee' uit: Het grote avontuur van de dieren Richard Unglik, 'De ark van Noach', uit: Het grote avontuur van de dieren.

Het boek  is grondig bestudeerd en gelezen, maar het project Tam Maken is een stille dood gestorven. Jet heeft besloten geen meerkoet af te richten voor de jacht, maar te gaan sparen voor een paard.

———————–

*)  Richard Unglik, Het grote avontuur van de geschiedenis Richard Unglik kenden we al van Het grote avontuur van de geschiedenis, het Playmobilboek dat we een paar jaar geleden maandenlang in huis hebben gehad. De daadwerkelijke geschiedbeschrijving is allesbehalve grondig, maar de platen zijn zo mooi. Van de grotschilderingen van Lascaux via Freud tot aan de val van de Muur, de wereldgeschiedenis in vogelvlucht op Playmobilformaat. Hier kun je voorbeeldpagina’s uit het boek bekijken.

Terug

Salve!

15 juli 2009

Vorige week zijn we, vlak vóór de grote vakantiedrukte en vlak ná de schoolreisjeshausse (met in de laatste weken invasies van 1500 schoolkinderen per dag, hebben we ons door wit wegtrekkend personeel laten vertellen) naar het Archeon geweest. Met een ander thuisonderwijsgezin, om de vaderlandse geschiedenis aan den lijve te ondervinden.

We maakten een tijdreisje vanaf de Midden-Steentijd, via bandkeramiekers en trechterbekers naar de IJzertijd. Onderwijl werd er driftig graan gedorst en gemalen,

Bandkeramisch dorsen

proefgeslapen op een bedje van dierenvellen, met een kennersoog brandgevaar getaxeerd in een prehistorisch huis annex rietopslagplaats en nadat de kinderen en passant een hunebedje gelegd hadden (door met vereende krachten een steen met touw over rollende boomstammen te trekken), wandelden we zo het Romeinse Rijk binnen.

Daar had Philip het meest naar uitgezien. Want naast alle historisch correcte gebouwen en gebruiksvoorwerpen was daar nog iets veel mooiers. Je kon excerceren als een echt Romeins legionair.

 

De commando’s werden er in noodtempo ingedrild. In opperste concentratie marcheerden onze kinderen - sin, dex, sin dex – over de hoofdstraat, met als hoogtepunt een geestdriftig opgevolgd laatste bevel: ‘Acceleremus!’

’s Middags was er een gladiatorengevecht in de arena, maar daar wilde Philip niet naar toe. Dat kwam omdat ik in geuren en kleuren had verteld hoe het volksvermaak zou eindigen met een levensechte executie. Dat had ik namelijk weer gehoord van een vriendin wier zoon onwel was geworden nadat zij nietsvermoedend het spektakel hadden uitgezeten. 

Het bleek al met al nogal mee te vallen – Jet wilde het gevecht wel graag zien en ging met onze thuisonderwijsvrienden dapper de arena in (‘Ik ga naast M. zitten en hou op het eind mijn jas wel voor mijn ogen’), maar uit angst voor taferelen met opspuitend bloed leek het Philip toch beter om in alle rust het Middeleeuwse deel van het park te ontdekken.

Dus terwijl de strijdkreten in de verte weerklonken, liepen Philip, Cato en ik over de muisstille zandweggetjes. Wat is het dan mooi, zeg. Zo’n vredig park met ruisende bomen, scharrelende kipjes en Anton Pieckhuizen.  

 

We maakten een bijenwaskaarsje en praatten met de authentiek Middeleeuws geklede vakantiekrachten. En omdat iedereen alle tijd had, kon Philip eindeloos boogschieten.

  

Daarna liepen we in twintig stappen terug naar de Steentijd om uitgebreid kano te varen in een uitgeholde boomstam op een uitgestorven plas.

Catootje baadde pootje, knietje, dijtje en uiteindelijk ook buikje, ik genoot van het zonnetje bij het water en na een poosje kwamen de anderen uitgelaten terug van de slachtpartij.

Terwijl iedereen nog even rondpeddelde, maakte een prehistorische mevrouw in een leren rokje huidschilderingen van rode en gele oker. Jet was vol van de gladiatoren en koos strijdlustig voor een Romeinse soldaat en een sabeltandtijger.

Philip vond dat zijn boogschutterscapaciteiten niet veronachtzaamd mochten worden.

Mocht je ook willen gaan, vergeet dan niet de Archeon-kortingsbon uit te printen. Want de vaderlandse geschiedenis komt het best tot zijn recht met een pragmatische volksaard.

School met den Bijbel

11 juni 2009

Kent u die mop van dat gezin dat naar het Anne Frankhuis zou gaan?

Precies. Ze gingen niet.

Ze gingen naar het Bijbels museum. Ze hadden al een paar keer geprobeerd het Anne Frankhuis binnen te dringen, maar telkens was daar een onoverkomelijk obstakel in de vorm van a) een rij tot aan de Westertoren of b) internetkaartjes die uitverkocht bleken te zijn.

Maandag wilden we het weer eens proberen. De onlinekaartjes waren als vanouds uitverkocht, maar avontuurlijk als we zijn, zouden we een gokje wagen. Afgaande op de kaartverkoop van andere dagen leek halverwege de middag, zo rond half drie de beste tijd. Daarvóór wilde ik even langs het Bijbels museum; dat ligt in de buurt van het Anne Frankhuis en we waren er nog nooit geweest. Mijn verwachtingen van het Bijbels Museum waren niet al te hoog gespannen; ik dacht dat we er een uurtje zouden doorbrengen om vervolgens op ons gemak naar het Achterhuis te wandelen.

We pakten een trammetje richting Spui en begonnen met ijs bij onze oude favoriet Lanskroon, de bakker met zijn kakelverse, bijzondere ijssmaken. Basilicumijs was deze ochtend niet gemaakt, maar rabarbersorbet met gemberstukjes en bloemenroomijs zijn genoeg om gelukkig van te worden.

Het Bijbels Museum bleek niet de vergane glorie te zijn die ik verwacht had. Het pand is prachtig gerestaureerd en de tentoonstellingen waren zeer de moeite waard. De tijdelijke expositie over Salomo’s beroemde tempel was erg mooi, zowel de replica van een zeventiende-eeuws model als de digitale presentatie, waarbij je de tempel van alle kanten te zien kreeg.

Digitale tempel van Salomo

Met een cathechesespeurtocht trokken we verder door het pand, van de derde verdieping tot de kelder, van de tabernakel (mooie presentatie) tot de kruisafname. Er was uiteraard ook een interconfessioneel deel; een uiteenzetting over Jeruzalem in de joodse, christelijke en islamitische traditie en verwachting.

Jet kijkt uit over Jeruzalem

Er was genoeg te zien, te herkennen en te doen. In de kelder kon je onder meer in Bijbelse talen schrijven, met een sjabloon van het Griekse en Hebreeuwse alfabet.

Bijbels schrijven

Je kon Goliath onderuithalen met de slinger van David,

Zelf de eerste steen gooien

en Bijbels snuffelen in het geurenkabinet - zoals u ziet geen onverdeeld genoegen.

Bijbelse geuren

We ontdekten steeds meer leuke dingen. Plafondschilderingen die niet zoveel met de Bijbel te maken hadden, maar waar we allemaal verhalen in ontdekten die we gelezen hadden. En al die Griekse en Romeinse goden werden natuurlijk wel vereerd in de tijd van de Bijbel.

Mythen ontdekken op het plafond

Deianeira ontvoerd door centaur

Zo dwaalden we door de kamers en de lieflijke tuin en werd het later en later. In plaats van een uurtje hadden we drie uur door het museum geschuifeld. Het had geen zin meer om naar het Anne Frankhuis te gaan, daar hadden we allemaal vrede mee.

Maar weet je, toeval bestaat niet. Zeker niet als je in een Bijbels Museum bent. Want wie kwamen we tegen? Je gelooft het niet. Anne Frank. Nou ja, bijna dan.

Het was Jip Wijngaarden, de actrice die Anne speelde in dé uitvoeringen van het Dagboek, het toneelstuk en de film. Wat ik normaal nooit doe, deed ik nu wel: ik sprak haar aan. En we raakten aan de praat. De kinderen hadden delen van het stuk gezien en Jet vroeg of ze nog steeds toneelspeelde. Dat bleek niet zo te zijn. Ze maakt al jaren een ander soort kunst, schilderijen en sculpturen geïnspireerd op de Bijbel. Ze had ansichtkaarten van haar werk bij zich en liet ons al haar werk zien; gaf toelichting bij de beelden, vertelde hoe groot de doeken in werkelijkheid waren, waar ze geëxposeerd waren en wat ze ermee bedoelde. Prachtige voorstellingen zoals deze jakobsladder, met in plaats van engelen een tekst uit Spreuken (meer uitleg vind je hier). 

Jakobs droom van Yanneke Wijngaarden

Ik vroeg of er een catalogus van haar werk verschenen was en die bleek er inderdaad te zijn (je kunt hem hier zien, samen met meer afbeeldingen van haar schilderijen). Toen we allang afscheid genomen hadden en ieder ons weegs door het museum gingen, schoot ze me even later nog eens aan: ‘Mag ik je een set van de kaarten met schilderijen geven?’ Een retorische vraag natuurlijk. Is dat nou niet lief? 

Ik vond het vreselijk leuk om haar tegen te komen. Als ik aan Anne Frank denk, denk ik altijd aan háár prachtige vertolking. Jip, of eigenlijk Yanneke, haar echte naam, woont in het buitenland, maar was een paar dagen in Nederland voor een televisieprogramma. Anne Frank zou vrijdag 80 jaar geworden zijn en de NPS zendt die dag een herdenking uit. Dus als je morgenavond om half negen naar Nederland 2 zit te kijken en je ziet Yanneke Wijngaarden, dan moet je maar denken: in het echt is ze ook heel leuk. En toeval bestaat niet.

Tijdmachine

20 mei 2009

Zoiets leuks gedaan gisteren! We hebben een tijdreis gemaakt. Het begon zo. We hadden een luisterboek over de Beemster in huis gehaald.

De Beemster, hoor ik je denken, enig. Altijd al een luisterboek over willen horen.

Nee, ik ook niet. Maar de Beemster staat in de canon van de Nederlandse geschiedenis en bij nader inzien begrijp ik ook waarom. Het is namelijk hét voorbeeld van het Nederlandse pionierswerk om van water land te maken. Het is meer dan een sleetse verwijzing naar die Nederlanders en hun eeuwige strijd tegen het water. Het hoort bij ons.

We hadden dus het luisterboek dat ik toevallig in de bibliotheek was tegengekomen: Jan Janse Weltevree, geschreven door Peter Smit *). Wat een juweeltje, zeg. Een mooi boek over een onderwerp waar nauwelijks kinderboeken over bestaan, dat moet je koesteren. Op een paar anachronismen na (er wordt gemeten in centimeters, die had je in 1609 nog niet, maar het is wel handig voor het begrip) is het een geloofwaardig verhaal over de conflicten tussen mensen die vóór het droogmalen van het Beemstermeer waren (onder meer boeren) en degenen die er tegen waren (binnenvissers). Smit heeft van hoofdpersoon Jan Janse Weltevree een vreselijk leuk jongetje gemaakt; een elfjarige held met een aandoenlijke fantasie waarin hij zich te pas en te onpas kan verliezen. 

Hier een stukje luisterboek (3 min). Ter inleiding: het verhaal is net begonnen, Jan heeft zojuist te horen gekregen dat hij bij zijn oom Jacob als visser mag komen werken. Hij is opgetogen en komt tijdens dit fragment terecht bij Jan Adriaenszoon Leeghwater, de timmerman die later een grote rol zal spelen bij het droogmaken van de Beemster en andere waters.

Goed, we zaten middenin het verhaal en de gesprekken aan tafel gingen steeds vaker over Nederland en het water. ’Wat bedoelen ze eigenlijk met “Nederland ligt onder de zee”?’, vroeg Jet, ‘Dat kan toch niet?’ En omdat een beeld meer zegt dan tien onbeholpen tekeningen van je moeder, besloten we de Beemster aan te doen.

Laten ze daar nou juist nog een prachtige uitvinding gedaan hebben. Een tijdmachine! 

Dankzij een telefoon met gps krijg je een persoonlijke gids die je rondleidt door het Land van Leeghwater. Met mooie verhalen brengt hij je terug in de Gouden Eeuw.

Eerst liepen we door De Rijp, het dorp van Jan Janse uit het boek. Met de pratende tijdmachine wandelden we door de 17e-eeuwse straatjes en stonden we op een  steiger boven het water, net als toen De Rijp nog een eiland was. En we tuurden richting de Beemster.

Uitkijken naar het vroegere Beemstermeer

We luisterden hoe de brand in een hennepmolen het halve dorp in de as legde. En over de straat waar in januari 1654 brandende plukken hennep als fakkels rondvlogen en de huizen in vuur en vlam zetten, huppelde nu een 21ste-eeuws meisje met haar ouders, broer en zusje.

Huppelend over de Tuingracht

De korte wandeling eindigde bij het standbeeld van Jan Jansz. Weltevree en vandaar stapten we in de auto. Onze teletijdmachine loodste ons langs de wegen en over het dijkje: ‘Links zie je het oude land, oneffen zoals het altijd geweest is. Rechts zie je het nieuwe land, waarin alles door de mens bedacht is: iedere weg, iedere sloot, iedere boom.’

Bij het ontwerp van het landschap is rekening gehouden met het principe van de Gulden Snede – de verdeling van lijnen die de perfecte schoonheid, de optimale streling van het oog totstandbrengt. In de Gouden Eeuw waren ze dol op die goddelijke verhouding.

Gulden snede in de Beemster

Dat ziet er vanuit de lucht dan zo uit.

Tijdens de reis werden we langs plaatsen geleid waar een verhaal aan vastzat. Zo kwamen we bij een van de elf overgebleven molens die de Schermerpolder drooghielden. Daar zijn we even naar binnengegaan om te zien hoe dat nou werkte.

Molen met Hollands luchtje

In deze museummolen kun je goed zien hoe het droogmalen precies ging, want dankzij glazen ruiten kijk je door de muur en de vloer onder de molen. Dan zie je de vijzel aan het werk, een soort schroef die het water omhoog draait.

Kijken naar het water onder de molen

Bij het zien van het allerknuste woonkamertje dat je je kunt voorstellen, wilden we allemaal op slag in een molen wonen. Ruimtegebrek was geen bezwaar. De kinderen zagen zich al liggen in de stapelbedstee, terwijl John en ik in dezelfde (enige) kamer zaten te ganzenborden.

Stapelbed oude stijl

Helaas hield onze tijdmachine er na de molen mee op. De gps deed het nog wel, maar het luisterverhaal zweeg in alle talen. Beemster stolpboerderij ‘De Eenhoorn’ is dus aan onze neus voorbijgegaan, evenals het borstbeeld van Leeghwater zelf. Het schijnt nauwelijks voor te komen, dus laat je niet weerhouden; wij gaan de laatste helft van de reis ook zeker nog een keer beluisteren.

Om de tijdmachine aan het werk te zien, kun je hier een korte (2 ½ min) reportage zien die is uitgezonden door RTV Noord-Holland.

Op deze pagina vind je alle praktische informatie over de tijdmachine.

En als je helemaal los wilt gaan, kun je ook dit schooltv-programma nog bekijken. Het is een uitzending van Rondje Nederland, een serie over het Nederlandse landschap die we vorig jaar met plezier gevolgd hebben. Deze aflevering laat heel mooi zien hoe de  droogmakerijen ontstonden en wat er zou gebeuren als de duinen en dijken er niet zouden zijn: ‘Onder de zeespiegel’ (ca. 15 min).

 ——————————-


*) Het boek is inmiddels herdrukt onder een andere titel: De strijd om de Beemster. Het luisterboek werd ingesproken door Vincent Wibier (waarom horen we daar niet veel meer verhalen van?) en is helaas, helaas niet meer verkrijgbaar op cd. Je kunt het bij een aantal winkels als deze  en deze wel als mp3-bestand downloaden.

Terug