Zingen bij de schoen

Terwijl we het sintmaartensnoep nog zaten op te boeren, kwam Sinterklaas alweer aan in de haven van Schiedam. Het was als vanouds kantje boord, met opstekende stormen en verloren gegane pakjes, maar dankzij duizenden zingende kinderen kwam alles toch nog goed.

Het allergrappigste sinterklaasstukje ooit werd geschreven door David Sedaris, een Amerikaanse schrijver en columnist. Hij beschrijft zijn kennismaking met de Nederlandse cultuur aan de hand van het sinterklaasfeest: ‘Six to Eight Black Men’. Hier leest hij het zelf voor.

En laat je nou niet afschrikken door de taal, Sedaris is echt virtuoos. Als je het liever audiovisueel hebt, dan kun je ook het filmpje hieronder nemen. Dat is dezelfde opname, opgeluisterd met een collage van plaatjes bij de tekst.

Omdat YouTube maar een beperkte videolengte toestaat, is de opname in drieën geknipt. Deel twee staat hier en deel drie hier.

De koeien hebben staarten

13 november 2009

Legolampion

Toen Philip net geboren was, vond ik het meteen jammer dat hij nooit Sint Maarten zou vieren. In ons deel van Nederland wordt er niet aan gedaan en het leek me een mijl op zeven om op doordeweekse dagen na schooltijd naar mijn geboortedorp te rijden. Maar ik had er zelf zulke heerlijke herinneringen aan. Het maken van de lampion, het vooruitzicht van ’s avonds op straat lopen met honderd lichtjes overal, de ongehoorde hoeveelheid snoepgoed.

Toen we jaren later voor thuisonderwijs kozen, zag ik mijn kans schoon. NIet gehinderd door schooltijden of vakantiedagen kon de traditie voortgezet worden. En dus is Sint Maarten voor Philip, Jet en Cato ook het begin van het feestseizoen, met dezelfde heerlijke verwachting van lichtjes op straat en een eindeloze suikerberg.

Na twee middagen noeste arbeid konden de lampions getest worden in het donkerste halletje van ons huis.

Jet met lampion

Ieder zijn passie, ieder zijn eigen ontwerp.

Philip met lampion

En degene zonder passie mocht een lampion uitzoeken op Juf Janneke. Het werd een paarse Barbapapa. Let vooral op het knappe staaltje creativiteit dat daarop is losgelaten.

Cato met lampion

Ter verhoging van de feeststemming blijven we altijd een paar dagen bij oma  logeren. Dus togen we op elf november met drie lampions en een auto vol logeerspullen naar West-Friesland. In de slagregens. Gelukkig was het droog toen de avond begon. We konden alle gerepeteerde liedjes uit volle borst zingen. 

Sinte, sinte Maarten, de koeien hebben staarten

Cato deed de verkorte route. Na het tweede tuinpad vond ze het eigenlijk al welletjes, maar met veel aansporing konden we het nog zo’n tien huizen rekken – daarna ging ze alvast met oma naar huis. Ze had meer snoep in haar katoenen buikzak dan ze ooit eerder bij elkaar had gekregen, dus waarom zou je daar niet onmiddellijk van profiteren. 

Philip en Jet hadden na de eerste huizen een flukse schatting gemaakt van het aantal deuren dat nodig was voor de gewenste hoeveelheid snoep. Met resultaat.

Sintmaartenopbrengst

Toen ik Philip welterusten kuste, krulde hij helemaal op onder het dekbed en zei genietend: ‘Er is maar één avond per jaar waarop je zoveel snoep mag eten. Het was heerlijk.’ Reden genoeg om de traditie voort te zetten.

Goochelen met eten

13 oktober 2009

Philip, Jet en Cato zijn dol op goocheltrucs, net als alle kinderen waarschijnlijk. Ze hebben het met mij niet erg getroffen, want ik heb heel weinig met dit soort variété. Knappe jongen die me een circus in krijgt. Ik weet niet wat het is – ik vind het heus kunstig, maar het doet me gewoon weinig en ik heb gauw last van plaatsvervangende schaamte.

Gelukkig heeft John als kind een niet te verwaarlozen carrière met de goocheldoos op zijn naam staan. Zowel in huiselijke kring als in brede opzet, schuifdeuroptredens voor de buurt, een dubbeltje entree per kind. Zover is het bij ons thuis nog niet, maar zo nu en dan vindt Philip of John wel een truc die zo’n succes is, dat iedereen die op visite komt eraan wordt onderworpen en versteld staat.

Deze had ook bij het kinderboekenweekthema over magie gepast, maar ‘Aan tafel’ voegt zich net zo makkelijk. Ik heb de naam van dit blog tenslotte niet voor niks gekozen. Op straffe van eeuwige uitsluiting van het Gilde der Goochelaars zal ik nu voor u ontvouwen:

**  Het mysterie van de doorgesneden banaan  **

Verbijster het publiek door een ongepelde banaan met de hand door te snijden, terwijl de schil ongeschonden blijft.

Benodigdheden

• 1 ongeschilde banaan
• 1 naald of speld

Voorbereiding

Prik halverwege de banaan met de naald een klein gaatje in de schil. Schuif de naald zo ver, dat je bíjna door de hele banaan heen prikt, maar zorg dat de naald er niet aan de andere kant uitkomt! Beweeg de naald van links naar rechts in de schil, zodat het binnenste door de naald doorgesneden wordt.

Presentatie

Laat het publiek de dichte banaan van alle kanten zien. Vertel dat je met je telekinetische gaven de banaan doormidden kunt snijden, zonder dat je door de schil heen snijdt.

Vervolgens kun je het zo dol maken als je wilt: gooi er een servet overheen, blaas erop, laat het publiek aan een doorgesneden banaan denken, roep simsalabim of snijd met je hand denkbeeldig over de banaan.

Als de spanning op zijn hoogst is, pel je de banaan voor de ogen van je publiek en… voilà.

Laat je overstelpen door mateloos ontzag.

Tip: zorg dat het gaatje in de schil nauwelijks zichtbaar is, door bijvoorbeeld alle aandacht te richten op de doorgesneden helften en de ’goede’ delen van de schil.  Het is handig om de truc eerst een keer te oefenen, zodat je een beetje aanvoelt hoe je het beste te werk kunt gaan.

Feest

24 mei 2009

Uil kookt, uit: Vos en Haas op zoek naar koek

Ga lekker zitten. Uil heeft alles gebakken wat er in het kookboek stond, dus de tafel staat vol koek. Het is namelijk twee jaar geleden dat ik dit blog begonnen ben en ik wil even zeggen dat ik het zo leuk vind dat jullie meelezen.

De eerste tijd was het een geheim blog, alleen voor familie en vrienden en onvindbaar voor zoekmachines. Het is natuurlijk mal om je verhalen zomaar de ruimte in te sturen zonder te weten waar het landt. Toch besloot ik het dagboek na een paar maanden openbaar te maken, en tot mijn verbazing kwamen er steeds meer mensen kijken. Dat vond ik wel reden voor een feestje. En het is dubbel feest, want ik vertrek zo met de kinderen naar een huisje aan de Noord-Hollandse kust. En daar ben ik nog jarig ook. Driedubbel feest. 

Tast toe. Alles is er, roomtruffels en scones, marsepeintaart met botercrème-jamvulling, vers gebakken stroopwafels, brownies en slagroomtaart. Wil je iets drinken? Koffie? Frisje? Joh, we doen gewoon gek, we trekken een flesje sjampoepel open. Thee voor degenen die er rode vlekken van krijgen. 

Proost en tot over een paar dagen!

Tien

17 mei 2009

Zoon van tien

En dan word je op een dag wakker en heb je een kind van tien. En wat voor een kind.

Een kind dat zo groot kan denken en toch zo intens kind is. Die voor de twaalfde keer een andere cd voor zijn peuterzusje opzet als ze verongelijkt brult: ‘It zei toch: Se-sam-straat’, maar die net zo makkelijk vergeet dat ze nog maar twee is (‘Mam, Cato doet niet wat ik zeg’).

Een kind voor wie de hele wereld aan zijn voeten ligt (‘Ik wil uitvinder worden; denk je dat mensen daar behoefte aan hebben?’) en dat toch zo in de put kan zitten omdat hij een woord verkeerd gespeld heeft (‘Zie je wel dat ik dom ben’).

Een kind met een enorme fantasie en een buitensporig groot hart. Het zal je kind maar zijn. Of je vriend, je kleinzoon, je neef of buurjongen. Of je broer. Dan ben je bevoorrecht.

Klik op het boek voor voorbeeldpagina's en meer over Philip & Star Wars.

Hij wilde graag starwarspoppetjes voor zijn verjaardag. Na lang nadenken bleef het bij drie poppetjes. ‘Verder ben ik eigenlijk wel tevreden.’

Ik wilde me al gelukkig prijzen met zo’n bescheiden kind, toen hij erachter kwam welke poppetjes er buiten de speelgoedwinkel om te krijgen zijn. Hij pakte zijn Starwarsbijbel erbij om te zien welke personages hij nog miste en binnen afzienbare tijd was het ingetogen aantal van drie uitgegroeid tot een ongegeneerde hoeveelheid van dertig poppetjes. Dan hadden wij als gevers tenminste wat te kiezen.

Om het ons makkelijk te maken had hij bij ieder personage op de verlanglijst een cijfer tussen 1 en 10 gezet: hoe hoger het cijfer, des te groter was de behoefte aan het betreffende poppetje. De heb-indicatie bleek echter uitsluitend uit negens en tienen te bestaan, wat de besluitvorming er niet veel gemakkelijker op maakte. Maar met hulp van Jet (‘Deze vindt hij écht gaaf, mam’) lukte het toch om een evenwichtige selectie van goeien en slechten samen te stellen.

Eigenlijk vond ik het maar niks, alleen zo’n berg plastic als verjaarscadeau. Niet eens iets degelijks ter compensatie. Iets van ongelakt hout of zo. Iets wat jaren meegaat als bewijs van verantwoord ouderschap. Maar ik wist ook wel dat hij met die berg plastic ontzettend veel zou spelen. Ik bedoel, we zouden hem er wel echt blij mee maken. Dat is toch waar verjaarscadeaus voor bedoeld zijn. En hij wordt tien, bedacht ik, hoeveel jaar zal hij nog zo hartstochtelijk met iets kunnen spelen?

Samen spelen

Het was een goede keuze. Hij was blij. Het waren meer poppetjes dan waarop hij gehoopt had -de grootouders hadden geparticipeerd in de aanschaf- en hij kon samen met zijn zus en zielsverwant weer hele nieuwe avonturen bedenken. Het was een mooie verjaardag.

Philip blaast

De week van Jet

11 april 2009

Zevenjarige Jet bij limoentaart

In het boek Karlsson van het dak van Astrid Lindgren verzucht hoofdpersoon Erik dat hij bijna niet kan geloven dat er zó veel leuks bij elkaar kan gebeuren. Hij is jarig, kreeg zijn liefste wens cadeau (een hondje) en dan heeft hij ook nog een feestje met zijn beste vrienden en een logeerpartij bij oma tegoed.

Jet had een beetje hetzelfde vorige week. Ze was ook jarig. En oma kwam logeren. En er was nog veel meer leuks.

De verjaardag zelf betekende al dagenlang feest. Want hoewel we het heugelijke feit op een zaterdag vierden, druppelden er doordeweeks nog genoeg vrienden, vriendinnen en buren binnen om de stemming erin te houden. En ze bleven meestal ook gezellig eten.

Jet wilde, naast de traditionele, huisgemaakte limoentaart, voor haar zevende verjaardag een garderobe van jurken en rokken. Omdat de karakteristieke prinsessenfase bij haar maar kort geduurd heeft en ze vanaf haar vierde eigenlijk alleen maar broeken wilde dragen, had ze nauwelijks zwierige jurken in haar kast hangen. Het allerliefst wilde ze een bruidsmeisjesjurk. Bij Jet zijn de dingen vaak associatief en in dit geval was er dan ook een aanwijsbare aanleiding: het bruidsmeisjesverhaal dat John al wekenlang voorleest uit Het grote Alfie en Annie Rose verhalenboek van Shirley Hughes.

Ze kreeg de limoentaart. En jurken. Zomerjurken met spaghettibandjes, geklede jurken met ruitjes, hippe grotemeisjesjurken, en een bruidsmeisjesjurk.

Gelukkig met feestjurk

We hebben geen trouwerijen in het verschiet, maar ze heeft de jurk al veel aan gehad, want iedere dag is het waard om gevierd te worden.

En toen was het ook nog Palmpasen.

Jet met palmpasenstok

Heel stichtelijk uiteraard, maar in de praktijk betekent Palmpasen voornamelijk: snaai. Een tafel vol lekkers om de stok mee te versieren, uit te delen aan de mensen en dan heel stichtelijk zelf aanvallen. Cato wilde ook graag op de foto, met dropveterwangen.

To met stok

Je gelooft het niet, maar in diezelfde tijd mocht Jet ook nog afzwemmen. Het was bijna te veel. Een paar dagen ervoor vroeg ze: ‘Mam, zijn er eigenlijk weleens kinderen gezakt voor hun A? Bijvoorbeeld omdat ze hun rugcrawl niet zo goed deden?’

Soms hou ik nog een beetje extra van haar.

Duiken voor je A

En die rugcrawl ging meesterlijk, toevallig. Een voorbeeld voor de Nederlandse zwemsport, zou ik zo zeggen.

Jet zet af

Zo’n zwemdiploma is natuurlijk opnieuw reden om je galajurk nog eens aan te trekken en de feestroes voort te zetten.

Alsof het allemaal nog niet genoeg was, had ze ook nog een privéles op de manege. En dat ging zo goed, dat ze direct van de wachtlijst mocht en haar een instroomgroep voor net-geen-beginners-meer werd aangeboden. Maar die groep valt juist op het uur dat ze ook ballet heeft, en dat wil ze ook heel graag. We laten het even zo. Er is al zo veel om van na te genieten, soms is het fijner om nog iets te wensen over te houden.

Fijne dingen

4 maart 2009

‘Hè, wat hebben we een fijne dingen allemaal’, zei Philip aan de ontbijttafel. Dat was ook zo. We hebben allemaal fijne dingen gedaan of gekregen of meegemaakt. Of nog tegoed.

Om te beginnen was Cato jarig. Dat was al heel fijn.

Cato is twee jaar

Je wordt niet ieder jaar twee, dus dat hebben we gevierd. Ze kreeg een mooie nieuwe feestjurk van haar tante (is ie niet prachtig?) en de visite kwam verspreid over drie dagen. Daarom hadden we drie dagen taart en scones en slagroom en gezelligheid. Het duurde even voordat Cato het begrip jarig ten volle besefte, maar vervolgens liet ze het zich met verve welgevallen;  de vlaggen en slingers, het zingen (‘Nog een teer!’), de aandacht en natuurlijk de cadeaus. Ze kreeg boekjes, Ernie en een heel mooi keukentje - hetzelfde keukentje dat Philip ook al gekregen had als peuter, en later Jet; het keukentje dat iedere keer naar kelder verdwijnt en telkens weer helemaal nieuw tevoorschijn komt om iemand blij te maken.

Dit cadeautje was ook bijzonder: een Quiet Book, gemaakt in een mennonitische gemeenschap in Canada en meegenomen door oom en tante die op reis waren. Als je op de kleine plaatjes hieronder klikt, zie je een grotere foto van de bladzijden.

Quiet Book, eerste bladzijde

Quiet Book, knoopjes en strikje Quiet Book, telkraaltjes Quiet Book, wantje en drukknoopvormpjes Quiet Book, klok en klittenbandkleurtjes Quiet Book, vetertje strikken

Verder besloten Jet en ik ad hoc een vrouwendag in te lassen. Ad hoc kun je geen grootse dingen meer regelen, maar Jet en ik zijn snel tevreden. We gingen winkelen en koffiedrinken. En als je in de stad gaat kijken voor een nieuwe maillot, dan kan het gebeuren dat je tegen twee zomerjurkjes en een nieuw balletpakje aanloopt. Dat kan.

Ondertussen hadden John en Philip een filmmiddag en konden ze ongestoord enge dingen zien zoals Spiderman 2. Cato sliep, zodat ze niet pontificaal voor het beeld kon gaan staan om de kijkers erop te wijzen dat Spiderman wel erg veel fysiek geweld gebruikte (‘O nee! Slaan mag niet.’) Dat was ook alweer fijn.

En toen kreeg Philip nog een heel fijn ding te horen. Een vader-en-zoonding. Er is namelijk een band waar Philip heel veel van houdt. Hij kent veel van hun liedjes uit zijn hoofd en de mimiek van de zanger in de clips ook. Nu zegt de zanger van die band dat ze gaan stoppen. Ze gaan nog één wereldreis maken om hun muziek overal te laten horen, en dan niet meer. Nou weet je het nooit met bands, maar omdat Philip deze muziek zo mooi vindt en zijn vader ook, nemen we het zekere voor het onzekere. In september gaan vader en zoon naar het concert van deze band. In het Wembleystadion in Londen. Veuls te duur natuurlijk, en nergens voor nodig, en op tv zie je het vast veel beter. Maar zo nu en dan maak je beslissingen met je hart in plaats van je hoofd.

Dit liedje vindt Philip het allermooist. In september hoop ik dat hij het uit volle borst zal meezingen. Fijn, hè?

[Omdat de officiële videoclip niet meer ingesloten kan worden hieronder de liveversie om zo te beluisteren.]