Tijdmachine
20 mei 2009
Zoiets leuks gedaan gisteren! We hebben een tijdreis gemaakt. Het begon zo. We hadden een luisterboek over de Beemster in huis gehaald.
De Beemster, hoor ik je denken, enig. Altijd al een luisterboek over willen horen.
Nee, ik ook niet. Maar de Beemster staat in de canon van de Nederlandse geschiedenis en bij nader inzien begrijp ik ook waarom. Het is namelijk hét voorbeeld van het Nederlandse pionierswerk om van water land te maken. Het is meer dan een sleetse verwijzing naar die Nederlanders en hun eeuwige strijd tegen het water. Het hoort bij ons.
We hadden dus het luisterboek dat ik toevallig in de bibliotheek was tegengekomen: Jan Janse Weltevree, geschreven door Peter Smit *). Wat een juweeltje, zeg. Een mooi boek over een onderwerp waar nauwelijks kinderboeken over bestaan, dat moet je koesteren. Op een paar anachronismen na (er wordt gemeten in centimeters, die had je in 1609 nog niet, maar het is wel handig voor het begrip) is het een geloofwaardig verhaal over de conflicten tussen mensen die vóór het droogmalen van het Beemstermeer waren (onder meer boeren) en degenen die er tegen waren (binnenvissers). Smit heeft van hoofdpersoon Jan Janse Weltevree een vreselijk leuk jongetje gemaakt; een elfjarige held met een aandoenlijke fantasie waarin hij zich te pas en te onpas kan verliezen.
Hier een stukje luisterboek (3 min). Ter inleiding: het verhaal is net begonnen, Jan heeft zojuist te horen gekregen dat hij bij zijn oom Jacob als visser mag komen werken. Hij is opgetogen en komt tijdens dit fragment terecht bij Jan Adriaenszoon Leeghwater, de timmerman die later een grote rol zal spelen bij het droogmaken van de Beemster en andere waters.
Goed, we zaten middenin het verhaal en de gesprekken aan tafel gingen steeds vaker over Nederland en het water. ’Wat bedoelen ze eigenlijk met “Nederland ligt onder de zee”?’, vroeg Jet, ‘Dat kan toch niet?’ En omdat een beeld meer zegt dan tien onbeholpen tekeningen van je moeder, besloten we de Beemster aan te doen.
Laten ze daar nou juist nog een prachtige uitvinding gedaan hebben. Een tijdmachine!

Dankzij een telefoon met gps krijg je een persoonlijke gids die je rondleidt door het Land van Leeghwater. Met mooie verhalen brengt hij je terug in de Gouden Eeuw.
Eerst liepen we door De Rijp, het dorp van Jan Janse uit het boek. Met de pratende tijdmachine wandelden we door de 17e-eeuwse straatjes en stonden we op een steiger boven het water, net als toen De Rijp nog een eiland was. En we tuurden richting de Beemster.

We luisterden hoe de brand in een hennepmolen het halve dorp in de as legde. En over de straat waar in januari 1654 brandende plukken hennep als fakkels rondvlogen en de huizen in vuur en vlam zetten, huppelde nu een 21ste-eeuws meisje met haar ouders, broer en zusje.

De korte wandeling eindigde bij het standbeeld van Jan Jansz. Weltevree en vandaar stapten we in de auto. Onze teletijdmachine loodste ons langs de wegen en over het dijkje: ‘Links zie je het oude land, oneffen zoals het altijd geweest is. Rechts zie je het nieuwe land, waarin alles door de mens bedacht is: iedere weg, iedere sloot, iedere boom.’
Bij het ontwerp van het landschap is rekening gehouden met het principe van de Gulden Snede – de verdeling van lijnen die de perfecte schoonheid, de optimale streling van het oog totstandbrengt. In de Gouden Eeuw waren ze dol op die goddelijke verhouding.

Dat ziet er vanuit de lucht dan zo uit.

Tijdens de reis werden we langs plaatsen geleid waar een verhaal aan vastzat. Zo kwamen we bij een van de elf overgebleven molens die de Schermerpolder drooghielden. Daar zijn we even naar binnengegaan om te zien hoe dat nou werkte.

In deze museummolen kun je goed zien hoe het droogmalen precies ging, want dankzij glazen ruiten kijk je door de muur en de vloer onder de molen. Dan zie je de vijzel aan het werk, een soort schroef die het water omhoog draait.

Bij het zien van het allerknuste woonkamertje dat je je kunt voorstellen, wilden we allemaal op slag in een molen wonen. Ruimtegebrek was geen bezwaar. De kinderen zagen zich al liggen in de stapelbedstee, terwijl John en ik in dezelfde (enige) kamer zaten te ganzenborden.

Helaas hield onze tijdmachine er na de molen mee op. De gps deed het nog wel, maar het luisterverhaal zweeg in alle talen. Beemster stolpboerderij ‘De Eenhoorn’ is dus aan onze neus voorbijgegaan, evenals het borstbeeld van Leeghwater zelf. Het schijnt nauwelijks voor te komen, dus laat je niet weerhouden; wij gaan de laatste helft van de reis ook zeker nog een keer beluisteren.
Om de tijdmachine aan het werk te zien, kun je hier een korte (2 ½ min) reportage zien die is uitgezonden door RTV Noord-Holland.
Op deze pagina vind je alle praktische informatie over de tijdmachine.
En als je helemaal los wilt gaan, kun je ook dit schooltv-programma nog bekijken. Het is een uitzending van Rondje Nederland, een serie over het Nederlandse landschap die we vorig jaar met plezier gevolgd hebben. Deze aflevering laat heel mooi zien hoe de droogmakerijen ontstonden en wat er zou gebeuren als de duinen en dijken er niet zouden zijn: ‘Onder de zeespiegel’ (ca. 15 min).
——————————-
*) Het boek is inmiddels herdrukt onder een andere titel: De strijd om de Beemster. Het luisterboek werd ingesproken door Vincent Wibier (waarom horen we daar niet veel meer verhalen van?) en is helaas, helaas niet meer verkrijgbaar op cd. Je kunt het bij een aantal winkels als deze en deze wel als mp3-bestand downloaden.
Naturalis
19 januari 2009

Vrijdag zijn we met drie andere gezinnen van onze thuisonderwijsgroep naar Naturalis geweest. Ik vind het een heel fijn museum. Het is zo groot dat het er op doordeweekse dagen altijd rustig is. Ook al zijn er drie schoolklassen, het waaiert vanzelf uit. Je kunt er met gemak een hele dag vertoeven zonder alles gezien te hebben en er is voor elke leeftijd wat wils; vier verdiepingen met zalen.
Toen Philip drie jaar was, kwamen we vooral voor de opgezette dieren. Toen hij zich een jaar later ingroef in de wereld van de dinosaurussen keken we uren naar de archeologische vondsten in de Oerparade. Toen hij interesse kreeg in vulkanen bleven we vooral hangen in de Aarde-zaal. Altijd bezochten we even de mooie stenen en kristallen in de Schatkamer en er komt vast een dag waarop we ook de DNA-uitleg zullen begrijpen in de zaal over Biotechnologie.
In een hete zomer is het er heerlijk omdat de temperatuur constant op 18 graden wordt gehouden, in de lente is het lekker lunchen op de mooie binnenplaats van het vroegere Pesthuis en op een druilerige najaarsdag kun je fijn filmpjes kijken in de bioscoopzaal.
Er is ieder jaar een groots opgezette, tijdelijke tentoonstelling; op dit moment is het ‘Wildebeesten’, over de jaarlijkse trektocht van de gnoes door Tanzania en Kenia. De aantrekkingskracht van de tijdelijke familietentoonstellingen wisselt weleens, maar deze gnoe-expo is beslist de moeite waard.
Een heuse kruipindehuid. Wees een gnoe en probeer de rivier over te steken zonder opgevreten te worden door een krokodil. Waan je een roofdier en probeer in sluipgang een gnoe te overmeesteren. Zoals Jet,


die mooi een dikke gnoe te pakken kreeg. Verder kun je als onderzoeker dierenpoep determineren en natuurfoto’s maken. En als mannetjesgnoe moet je alles uit de kast trekken om zoveel mogelijk vrouwtjes te versieren door op en neer te springen en hard te brullen.

Cato kon dat ook heel goed. Ze deed een ware baltsdans.

En dan moest je nog iets doen met die microfoons. Het was niet helemaal duidelijk wat precies.

Dus dan moet je alle mogelijkheden uittesten voordat je er door gissen en missen achter komt wat de bedoeling is. Zo deed Einstein het ook.
Tot slot klommen we naar de kinderzaal die Kijkje Aarde heet. Je komt binnen tussen de wortels van een grote eikenboom en daarna kun je een aantal dieren voeren. Er is een mand met noten, zaden, wormen en andere lekkere hapjes en je moet kijken welk hapje bij welk dier hoort.

Je houdt het eten voor zijn neus en als hij het lust, gaat zijn bek open. Zo niet, dan schudt hij zijn kop. Dan kom je erachter dat een wild zwijn niet alleen paddestoelen eet, maar ook eikeltjes. En dat een lieveheersbeestje maar één ding lust.

Persoonlijk ben ik meer van de onbevangen blik en het proefondervindelijk rondscharrelen, maar als je ervan houdt, dan kun je specifiek voor Kijkje Aarde hier een onderwijshandleiding binnenhalen.
En als je nog nooit in Naturalis geweest bent, dan staat hier een mooie introductie, gemaakt door een biologieleraar die ontevreden was met de publieksvoorlichting van het natuurhistorisch museum zelf.
Aanmonsteren
18 december 2008

Kaart van de gevaarvolle reize van de scheepsjongens van Schipper Bontekoe
We zaten in een zeeheldenflow de afgelopen tijd. Ik had De scheepsjongens van Bontekoe gehaald en die hebben we avond aan avond (aan avond, aan avond) ademloos gelezen.
Het is het soort boeken waar ik zo van hou. Een variant op een waargebeurd verhaal, spannend en mooi geschreven. Het is vreselijk leuk om dat met Philip en Jet samen te kunnen doen, om te zien dat je kinderen ook genieten van wat je met hen wilt delen.
Er is een herziene versie De scheepsjongens vanaf de 29e druk in 2007, bewerkt door Suzanne Braam, maar wij hadden een oorspronkelijke uitgave uit 1985, de versie die hier ook in zijn geheel op internet te lezen is. Toen we op de helft van het boek waren, heb ik de herziene uitgave erbij geleend om te kunnen vergelijken. Ik moet zeggen dat ik de bewerking van Braam uitstekend vind. Ze heeft de sfeer en taal van het boek onaangetast gelaten en het leest een stuk vlotter.
Ik wilde in die nieuwe editie verder gaan, maar Philip en Jet hechten zich nogal snel en wilden in het origineel voorgelezen worden (‘We zijn dat nieuwe boek niet gewend’). Eigenlijk was het ook wel leuk om bij het kneuterige Nederlands uit 1923 te blijven: ‘Wil ik je even helpen, boots?’ Bovendien heeft Braam er in haar bewerking een hoop Indische woorden uitgehaald die jeu geven aan de avonturen van de jongens op Sumatra, die zou je dan zomaar missen.
Ik had het echte journaal van Bontekoe nog nooit gelezen, het verslag dat Willem IJsbrandsz. Bontekoe in 1646 schreef na zijn ellendig reis en waarop het verhaal van De scheepsjongens gebaseerd is. Ook dat staat integraal online en wel hier – helemaal leesbaar gemaakt door Lennaert Nijgh. Ik zag dat er in 2001 nog een bewerking van het Journael is verschenen door Thomas Rosenboom, dat wil ik graag nog eens lezen.
Thuisonderwijstechnisch is het natuurlijk een juweeltje, dat verhaal van die scheepsjongens. Nieuwe woorden en zeden in overvloed en weer een mooie combinatie van geschiedenis en aardrijkskunde. De kinderen zaten tijdens het lezen paraat met globe en zakatlas om alle prominente plaatsen en routes door te nemen: Kaap de Goede Hoop, de Indische Oceaan, Réunion, Hoorn. Uit vrije wil overigens – het is namelijk gewoon leuk om te zien hoe ze gevaren hebben. Of hoe ze hadden kúnnen varen. Of waar het schip ontplofte.
Als aanvulling is het boek van Vibeke Roeper een goeie: Zwarte peper, scheurbuik. Kinderen op reis met de Verenigde Oost-Indische Compagnie. Geen aanbeveling voor het slapengaan, want de stokslagen vliegen je om je oren en er worden zonder pardon ouden van dagen overboord gekieperd, maar het geeft een reëel tijdsbeeld zullen we maar zeggen.
Ik vond in de bibliotheek nog een video van een oude schooltv-serie in twee delen: Bontekoe, schipper bij de VOC; via een zandloper komt iemand uit onze tijd bij schipper Bontekoe terecht, terwijl deze juist zijn Journael aan het schrijven is. Erg de moeite waard. En toevallig ging laatst een uitzending van Vroeger en zo, ons vaste schooltv-moment in de week, over reizen met de VOC. Hier kun je de hele aflevering van tien minuten zien, ook een aanrader.
John heeft met de kinderen twee afleveringen van The full circle gekeken, die fabelachtig mooie reisdocumentaire van Michael Palin. In deze delen komen allerlei dingen uit Bontekoe voor: Palin bezoekt sawa’s (rijstterrassen), een theeplantage, een stam van voormalige koppensnellers, hij gaat naar Java en proeft een doerian – het staat ook allemaal in het boek.
Vorig jaar is de film over De scheepsjongens uitgekomen, maar daar hik ik nog tegenaan. Films na boeken vallen vaak tegen en ik word er een beetje moe van dat alle kinderfilms zo geërotiseerd worden. Na de verfilming van Pluk van de Petteflet, waarin Aagje of all people een liaison met Pluk op het oog heeft, heb ik het een beetje opgegeven. Begrijp me goed, ik heb niets tegen verliefdheden in films, maar wel als die er aan de haren bijgesleept worden en het oorspronkelijke verhaal tekortdoen. De brief voor de koning was daarentegen weer een prachtige uitzondering op de regel, dus wie weet geef ik het nog een kans. Eerst nog maar even nagenieten met Fabricius’ betamelijke woorden op het netvlies.
Wat de wereld eet
26 februari 2008

Gesurft voor u: mooie foto’s uit het boek Hungry planet, what the world eats, achter elkaar gezet in een online fotoreportage.
Fascinerend om te zien wat families over de hele wereld in één week eten (en hoeveel geld zij daaraan besteed hebben). Let vooral ook op de hoeveelheid frisdrank, pakjes en zakjes die sommige families wegwerken.
What the world eats, Part I
What the world eats, Part II (nog meer foto’s)
What the world eats, Part III (boodschappen doen en koken)
Pooja
10 februari 2008
Een snoepje van een boek ontdekt: Pooja, het olifantenmeisje.

Toen haar Duitse ouders met hun omgebouwde Mercedesvrachtwagen van Hamburg naar India reisden, werd Pooja Marske geboren. Ze gingen er de helft van het jaar wonen, in India. Op haar vijfde raakte Pooja geboeid door de olifanten in het Mudumalai National Park.
Inmiddels is Pooja acht jaar en wil zij geld inzamelen voor een olifantenbejaardentehuis. Daarom hebben haar ouders, die ook de foto’s in het boek gemaakt hebben, de stichting Pooja Elefantenhilfe opgericht.
Het boek vertelt over de bijzonderheden en gewoontes van olifanten, over Pooja’s vriendschap met één olifant in het bijzonder en over tempelolifanten die vereerd worden als de belichaming van hindoegod Ganesha, maar mishandeld worden tijdens hun werk bij de tempel. Het is een prachtig kijkboek vol informatie, verteld in verhalen uit het perspectief van het meisje.
Levende aardrijkskunde
27 november 2007
Even een paar tips in de categorie geografie uit de stapel gelezen boeken van de afgelopen tijd. Vele hebben de boekenlijst niet gered, maar deze wel.
Debby Smits, Is Nederland echt zo plat?
Twee kinderen gaan met hun opa en zijn Bolbo (een zelfgemaakte vliegtuigbootauto) op reis door alle provinciën van Nederland. Feiten, bezienswaardigheden en karakteristieken worden in de avonturen meegenomen: zeehondjes op de wadden, de heksenwaag, de Dom, noem maar op. Het verhaal is niet van literaire nobelprijskwaliteit, maar het is goed genoeg om het boek leuk te houden. Stond ook op het advieslijstje 1999/2000 van De Glazen Globe, de boekenprijs van het Koninklijk Nederlands Aardrijkskundig Genootschap, die wordt uitgereikt aan ‘het boek waarin aandacht wordt geschonken aan een aardrijkskundig onderwerp.’ Al hun nominaties uit 2000 staan op deze pagina van mijn boekenlijst, hier staat de aanbevelingenlijst uit 2003, hier die van 2007 en via de volgende link kom je bij de reeds bekroonde boeken.
Ellen Tijsinger, Alle kinderen tellen mee.
Tien verhalen van kinderen uit landen als Nicaragua, Burkina Faso, Roemenië, voor wie schoon drinkwater nog niet uit de kraan komt, voor wie quatkauwende vaders tot het dagelijks leven behoren en die een paar uur met de bus reizen om kruiden voor hun zieke oma te halen. De verhalen zijn niet zielig en laten het gewone leven zien uit het perspectief van de kinderen. Voor Grote Mensen in Rijke Landen wel erg ontroerend. Met foto’s van echte kinderen en goed voor veel vragen en discussies.
Thando MacLaren, Brieven uit de hele wereld. Een meisje uit Amsterdam schrijft twee brieven over haar leven en krijgt soortgelijke brieven terug van een kind uit India, een uit Trinidad, Indonesië, Nieuw-Zeeland en een uit Tanzania. Met een soort ganzenbord (‘verrelandenspel’) achterin.
Barnabas en Anabel Kindersley, Kinderen wereldwijd (vertaling van Children just like me). Uit 1995 en dus een ouwetje, maar erg de moeite waard. Mooi om naast het boek van Ellen Tijsinger te gebruiken. Een typisch Dorling Kindersleyboek; overzichtelijke foto’s van kinderen over de hele wereld, gerangschikt per werelddeel. Een kijkje in hun leven, zoals hun huis, favoriete spelletjes en lievelingseten.
Uitverkoop
6 september 2007
Vandaag begon de tweemaandelijkse verkoop van afgeschreven boeken in onze bibliotheek. Deze frenzy duurt altijd drie dagen, maar meestal kom ik er op de namiddag van de derde dag pas achter en heb ik drie kwartier voor sluitingstijd nog een treurig stapeltje kliekjes om uit te kiezen.
Ditmaal had ik echter de aankondiging in het plaatselijke sufferdje op tijd gezien, zodat ik vanochtend om elf uur bij de koopjestafel stond. Philip installeerde zich op de kussens met een stapel Asterixen, Donald Ducks en Garfields (die klassiek-literaire aanpak werpt zijn vruchten wel af) en Jette pakte alle Galops van het plankje, maar besloot later toch terug te vallen op het weergaloze Floortje helpt een hond. Na een halfuurtje scharrelen had ik het volgende stapeltje:
- De planeet aarde, Time Life (Jonge ontdekkers). Van aardbevingen tot regenbogen, gletsjers en kristallen. We hadden het boek al regelmatig geleend, dat kwam dus mooi uit.
- Het heelal, Time Life (Jonge ontdekkers). Uit dezelfde serie, ook al vaak geleend.
- Wood, Tim, De Renaissance (Kijk op het verleden). Mooi boek over een mooie periode. Met transparante platen zodat je bijvoorbeeld ‘in’ de Santa Maria kunt kijken (het schip van Columbus). Met zelfs al een fiezeltje Petrarca.
- Bonafoux, Pascal, Op bezoek bij Rembrandt. Waarin het verhaal wordt verteld over zijn leven, geïllustreerd met zijn tekeningen en schilderijen. Het begint zo: ‘Als ik ’s zondags na de dienst uit de Westerkerk kom en langs de Rozengracht loop, waar ik sinds 1660 woon, dan groeten de mensen me beleefd.’ Zo wil iedereen toch kunstgeschiedenis krijgen?
- Lawton, Clive A., Het verhaal van de Holocaust. Een boek dat de kinderen nog niet zonder mij mogen inzien, en waarschijnlijk sowieso nog even niet. Met hartverscheurende foto’s uit de jaren dertig, waaronder een foto waarin neuzen opgemeten worden en een uit 1933 van een advocaat die had geklaagd over het optreden van de politie, en nu met blote voeten door de straten moest lopen met een bord waarop stond dat hij nooit meer zou klagen.
- Maynard Christopher e.a., Zo werkt je lichaam. Het zoveelste boek over het menselijk lichaam, maar hierin staat net iets meer over bloedsomloop en hersenfuncties dan in de andere die we hebben, altijd handig.
- Arnold, Nick, Machtige krachten (Waanzinnig om te weten). Het natuurkundedeeltje van deze serie, die mij persoonlijk iets te jolig is, maar waarin de stof wel goed wordt uitgelegd. En het kan Philip niet jolig genoeg zijn.
- Loriot, Peter en de Wolf. Mooi, groot prentenboek met tekeningen van Jörg Müller, om mee te kunnen lezen bij de cd.
- Beak, Nick Huckleberry, Plezier met goochelen. Een stuk of twintig trucs met flamboyante namen als de Magische Doos en de Stuiterende Snotlap.
- Een vuistdikke Geïllustreerde dierenencyclopedie voor de jeugd (Dorling Kindersley), nog een beetje voor Jet, maar ook alvast voor Cato, omdat er, net als bij de meeste kinderen, waarschijnlijk een tijd gaat komen waarin zij gepassioneerd de Aziatische olifant van de Afrikaanse wil onderscheiden, de jaguar van het luipaard en de zeehond van de zeeleeuw.
- Kerrod, Robin, Vulkanen (Op onderzoek naar…). Met veel foto’s voor de kleine sensatiezoeker en een stuk of vijftien gemakkelijk uitvoerbare (!) proefjes om onder meer black smokers (onderwatervulkanen) en geiseruitbarstingen te maken en seismoloogje te spelen.
Elf boeken voor elf euro, mooie opbrengst, toch?
