Twee winnaars

23 februari 2012

Een astronomisch hoge winkans van 1 op 18, namenbriefjes gekalligrafeerd door Cato en opengevouwen door Jet in kimono (we zitten in een Japanprojectje, waarover later meer) – alles onder het waakzame oog van Arthur Docters van Leeuwen in een bloemenvestje. Zo ambachtelijk krijg je loterijen niet vaak.

Hairy Maclary from Donaldson’s Dairy is gewonnen door:

Winnaar 1

Winnaar 1

This movie requires Adobe Flash for playback.

En met een nog astronomischer winkans van 1 op 17 werd Hairy Maclary’s Bone gewonnen door:

Winnaar 2

Winnaar 2

This movie requires Adobe Flash for playback.

Van harte gefeliciteerd! Stuur me nog even je adres, dan komt ie naar je toe.

Vriend D. had laatst bij Duits geleerd te zeggen: ‘Mag ik een onderbroek van je lenen?’ Het was voor een proefwerk. Nu is dat natuurlijk heel handig. Hoe vaak komt het niet voor dat je op kampeervakantie bent met wildvreemde Duitsers (als het vrienden waren, sprak je hun taal wel) en prompt ontdekt dat je vergeten bent genoeg onderbroeken in te pakken? Dan is het eerste waar een veertienjarige jongen aan denkt: laat ik die even lenen van de jongen verderop. Want veertienjarige jongens moeten er niet aan denken om twee dagen met dezelfde onderbroek te doen. Maar als je nu een peuter hebt die je een andere taal wilt leren, hoe kun je dat dan het beste doen?

Verreweg de beste manier om je kinderen een andere taal te leren, is hem gewoon te spreken. Tweetalig opgroeiende kinderen beginnen niet met een grammaticaboekje, maar met een vader of moeder die lieve woordjes fluistert en in de andere taal roept: ’Trek je schoentjes maar alvast aan’. Net zolang totdat het kind begrijpt wat er bedoeld wordt.

Als je niet volledig tweetalig wilt gaan, kun je iedere week een vreemdetalendag inlassen of afspreken bij het ontbijt alleen in het Frans of Duits te praten. Maar je moet wel heel gemotiveerd zijn om consequent een andere taal te spreken. En als je die taal niet voortreffelijk beheerst, wordt het ook al lastiger. Toch is het dan nog niet onmogelijk om je kind een uitheemse basis mee te geven. De een-na-beste manier om een taal aan te leren vind ik: boekjes lezen en liedjes zingen. Zeker rijm blijft lekker hangen.

Voor Engels staan er ontelbare mooiboekenlijsten online. Om de leukste boeken te vinden, vroeg ik op een Amerikaanse mailinglijst voor thuisonderwijsouders wat hun favorieten waren. Naast de bekende Beatrix Potters, Shirley Hughes’s en Julia Donaldsons kwam er eentje voorbij waar ik nog nooit van gehoord had. Hairy Maclary from Donaldson’s Dairy van Lynley Dodd.

Nadat één vrouw de titel noemde, vielen drie ouders haar bij. O ja, Hairy Maclary, die moest zéker op mijn lijstje. Ik vond er een paar tweedehands om te proberen. En ze zijn enorm leuk!

Grappig, herkenbaar en een lekker repeterend rijm. De verhaaltjes zijn niet ingewikkeld, maar de woorden zijn allesbehalve kinderachtig – er komt een keur aan onomatopeeën voorbij. 

Hairy Maclary felt bumptious and bustly,
bossy and bouncy, and frisky and hustly.
He wanted to run. He wanted to race.
But the main thing he wanted was something to chase!

Hairy zelf doet me denken aan het hondje dat ik als kind had, een springerige, morsige vuilnisbak.

Grote mond, maar nogal een held op sokken.

Hij is de voortrekker van een groepje buurtvrienden die allemaal op hem lijken, vanbinnen dan. Beetje bravoure, beetje naïef, dol op lekkers en dingen opjagen in het algemeen.

Ze hebben prachtige namen:

Hercules Morse (as big as a horse)
Muffin McClay (like a bundle of hay)
Schnitzel von Krumm (with a very low tum)
Bitzer Maloney (all skinny and bony)
Bottomley Potts (covered in spots)

Naast een stuk of tien Hairy Maclary’s heeft de Nieuw-Zeelandse Lynley Dodd ook wat boekjes over een kat geschreven, Slinky Malinki. Bijna even leuk, maar ik heb persoonlijk net iets meer met Hairy.

Van een paar boeken zijn tekenfilmpjes gemaakt die op youtube staan. Die moet je eigenlijk nog even niet kijken, want de voorleescadans die de boekjes juist zo verrukkelijk maakt, valt daar een beetje weg.

Eerst een boekje lezen dus. En toeval bestaat niet: dat zou deze week al kunnen! Ik geef twee Hairy’s weg. Het eerste deeltje: Hairy Maclary from Donaldson’s Dairy en Hairy Maclary’s Bone.

We hebben ze dubbel namelijk. Het zijn tweedehandsjes, want gekocht bij betterworldbooks voor een betere wereld. Maar denk je eens in, straks kun je gewoon in het bezit zijn van een afgeschreven boek uit de Madison Branch Public Library in Lakewood, Ohio. Inclusief bibliotheekkaart uit 1984. Ik zeg: collectors item.

Als je mee wilt doen, vul dan hieronder je naam in of stuur een mail via het briefpapiertje. De actie duurt tot en met aanstaande woensdag 22 februari. Vervolgens zullen wij op onze gebruikelijke, dubbelblind notarieel gecontroleerde manier een winnaar trekken die de twee boekjes toegestuurd krijgt. De uitslag is donderdag.

 

Hier meer mooie Engelstalige kinderboeken

Gekust

15 februari 2012

Door Mathilde Willink.

Boekskes

12 februari 2012

Een klein handje uit de oogst van afgelopen maand. Het zijn allemaal boeken die bedoeld zijn voor jongere kinderen, maar persoonlijk kan ik er ook erg vrolijk van worden.

Neem De Bremer stadsmuzikanten, een rockumentaire van Het Geluidshuis. Je kunt horen dat er tijd en aandacht aan besteed is. Geen luisterboek waar Jan Meng net iets te luid de bladzijde omslaat (hoewel dat ook wel wat heeft), maar een echt hoorspel met goede acteurs en goede teksten. Heel geestig en ook heel Vlaams. Zó Vlaams, dat ik het met een gerust hart tot het vreemdetalenonderwijs durf te rekenen. Het woord microscopisch in ‘een microscopisch kleine stap’ heeft ons een vol kwartier terugspoelen en overspelen gekost voordat ik kon verstaan wat er bedoeld werd met mik-ros-koh-pis.

De dialogen zijn snel en grappig, over de dierennamen is nagedacht. Jos (‘Zjos’)  de os is gewoon leuk omdat het rijmt, maar de haan heet Cocky Bilboa, doet aan freefighten en wordt afgebeeld in prijswinnaarsbadjas als Silvester Stallone in zijn gloriedagen. De kat heet Scat, naar het ‘scatten’ in de jazzmuziek: het zingen met nonsenswoorden in de trant van sh-bee-bop-a-doo-a; waarbij ik onwillekeurig altijd moet denken aan Edwin Rutten, maar dat terzijde. Scat de kat zingt overigens reggae.

Dan zijn er nog de dingen die opvallen als je kind de cd zo vaak beluistert dat geen enkele nuance je meer zal ontgaan. De verwijzingen naar Idols, ABBA en Stromae, subtiel en zonder flauw te doen over de hoofden van kinderen die de grapjes nog niet snappen. Er zijn mooie metaforen, de slechterik is ‘slechter dan een oester van de vorige dag’. En Helmut Lotti in eigen persoon brengt het Bremer bratwurstlied ten gehore. Afijn, je moet hem zelf maar beluisteren. Hier een trailer.  

Het volgende boek is prachtig in eenvoud. Vrolijk van Mies van Hout. Het bestaat uit louter bijvoeglijk naamwoorden, emoties, elk met een tekening die het gevoel weergeeft.

Zo genuanceerd, zo razend knap gemaakt, daar kan ik alleen maar paf van staan. Dit visje bijvoorbeeld, dat is heel trots op zichzelf. Dat kun je zien.

En deze is…

precies:  stinkend jaloers. 

Het is een boek om honderd keer te bekijken, om bij te verzinnen (‘Waarom zou dat visje bang zijn? Wat gaat het dappere visje doen?’), om eigen emoties of die van anderen in te herkennen. Ik zie er ook wel een schrijfopdracht voor Philip en Jet in, een opstelletje over een van de vissen bijvoorbeeld. Zelfs voor beginnende lezers is het een leukerd, met al die losse woorden.

Over beginnende lezers gesproken: u wist dat er een nieuwe Vos en Haas is, hè? Een echt zwijn is stoer van Sylvia Vanden Heede en Thé Tjong-Khing. En zoals iedereen weet is elke Vos en Haas verplicht voor inwoners van het Nederlands taalgebied. Mag ik u voorstellen: Ever, in worstelpak met luipaardprint. 

Ever heeft een strak pakje aan.
Wat ziet hij er stoer uit!
Hij rent en springt.
Hij puft en hijgt.
‘Wat doe je toch, Ever?’ vraagt Vos.
‘Ik trein’, zegt Ever.
Maar dat vindt Vos onzin.
Want er is geen station in het bos.

Uit: Een echt zwijn is stoer van Sylvia Vanden Heede en Thé Tjong Khing

En terwijl de verjaardagslijstjes van al mijn kinderen
-degene die kunnen schrijven dan- uit elektronische wensen bestaan (Philip: ‘geld of een laptop’ / Jet: ‘een Sissi-jurk of een iPad’ / Cato: ‘viejaardagslijst van cato: een eige leptop’) doe ik of mijn neus bloed en gooi deze er tegenaan. Tip van collega H.: Het is een boek van Lane Smith.

Over Aap die in een boek zit te lezen en Ezel die tegenover hem in een stoel zakt, laptop op schoot. Ezel begrijpt niets van dat ding van Aap: hoe scroll je naar beneden? Waar moet je de gebruikersnaam invullen? Kun je ermee twitteren? ’Nee’, zegt Aap, ‘het is een boek.’ Met de sms-versie van Schateiland in emoticons.

Ten slotte nog een aanbeveling van collega E. met bijna dezelfde titel: Een boek van Hervé Tullet.

Tullet maakte ook Een verschil van dag en nacht, het niet in het Nederlands vertaalde maar niettemin noemenswaardige Scribble Book (hier en hier voorbeeldpagina’s) en het spannende De vijf zintuigen met die originele, letterlijk zinnenprikkelende aanpak. 

En hij maakte dus Een boek. Toen Cato de kaft zag, was ze niet direct enthousiast. Dat was na twee bladzijden echter volkomen omgeslagen. Het is bijna een app. Maar het is een boek.

Het huis van Tamara

6 februari 2012

Toen ik deze in de boekwinkel zag, zat er cellofaan omheen. Ik had er nog niet eerder over gehoord, nergens een recensie gezien en ik kon het niet inkijken, maar toch kocht ik het. Alleen op basis van titel, uiterlijke verschijning en uit nieuwsgierigheid. Met twee balletpakjes in huis (één roze, één zwart) en zo’n titel kon het haast niet missen natuurlijk, Het huis van een prima ballerina.

Bij thuiskomst begreep ik waarom ik er geen recensies over had gelezen: het is nauwelijks een boek te noemen.

Maar het is mooi. 


Linksboven: de verpakking, rechtsboven en -midden: de kartonnen meubeltjes, linksmidden: het dagboekje, onder: het uitvouwhuis in vol ornaat

De doos bevat drie onderdelen: een uitvouwhuis, een stapeltje kartonnen meubels en een dagboekje. 

Het boekje heeft niet zo veel om het lijf, twaalf pagina’s in krulletters, maar het idee spreekt tot de verbeelding. Het is het gefingeerde dagboek van Tamara Karsavina, beroemde Russische ballerina uit het begin van de vorige eeuw, waarin zij schrijft over haar verblijf in Parijs in 1911. Als aardigheidje zijn er ‘aanwijzingen en souvenirs’ in het boekje achtergelaten die je kunt opzoeken in het huis. Leuk als sfeerbeeld, maar de echte charme zit hem (naast de prachtige voornaam van de maakster) in de vormgeving.

Het is vooral een beeldschoon speelhuis.

Fantastische kleuren, dik karton, gemakkelijk in te vouwen en open te plooien, zoals de Vlaamse uitgever zegt. Je kunt er een gesloten huis met vier kamers van maken of de binnenmuren naar buiten klappen, met gedetailleerde versieringen en stevige deurtjes en ramen die op elkaar aansluiten en toegang geven tot andere kamers.

De huisraad is iets minder duurzaam, maar even mooi en met net zulk oog voor detail. Jurken in de kledingkast, een trompe-l’oeil tijdschrift op het tafeltje. 

Er zitten geen ballerina’s of andere speelpopjes bij, maar een beetje kind weet daar wel raad mee.

En het dagboekje mag dan nep zijn, Tamara Karsavina heeft echt bestaan. Als je haar invult op de tijdslijn, dan zie je dat ze in dezelfde tijd leefde als Pablo Picasso. En als je haar naam invult bij youtube, kun je haar zelfs zien dansen. Alsof je er even bij was, als een vlieg op de muur van een balletzaal in 1920. 

Het huis van een prima ballerina van Pascale Debert, isbn 9789020999464.

Juf Jet

3 februari 2012

Ze wilde al zo lang een bijbaantje. Niet voor geld, maar voor het nut. Na ons debacle in de vrijwilligerssector had ik mijn idealen wat bijgesteld, maar Jet niet. Het is het handvest van het kind-zijn: je stelt je idealen niet bij, je bestendigt ze. 

Telkens als we langs het bejaardenhuis wandelden, vroeg Jet: ‘Wanneer mogen we hier weer eens werken?’ Dan antwoordde ik dat dat er voorlopig niet inzat, want organisaties maken de dingen soms lastiger dan ze zijn. Bovendien, zei ik, doen we op onze manier ook een soort vrijwilligerswerk. We zijn ruim bedeeld met oudere buren en helpen waar nodig. We rijden hen naar het ziekenhuis voor controles, maken eten als ze dat zelf even niet kunnen, doen een boodschap als ze slecht ter been zijn of de straten te glad. Met die kleine dingen kun je ook een hulp zijn. Het hoeft niet per se officieel. 

Daar was Jet het niet mee eens. Hoe officiëler en georganiseerder, hoe beter. En Jet zou Jet niet zijn als ze geen oplossing kon verzinnen. ‘Ik kan op de balletschool gaan werken, als hulpjuf.’ Ze besloot het erop te wagen.

Haar juf was niet meteen enthousiast. Ze zou erover nadenken. Iedere week kwam Jet thuis en zei: ‘De juf heeft nog niks gezegd, zal ik het nog eens vragen?’ Dat kon best, vond ik, zolang ze nog geen definitief nee had gehoord, kon Jet het proberen. Na drie weken kwam ze dansend uit de zaal: ‘Het mag! Vanaf volgende week mag ik meehelpen bij de groep van Cato.’

Juf heeft geen spijt gekregen. Jet is ervoor geboren, zegt ze. Dat vond ik ook al, maar ik heb niet zo’n kennersblik. Ik vind dat Jet voor bijna alles geboren is en statistisch gesproken is dat natuurlijk vrij onwaarschijnlijk. Nu zegt de juf het. En toen ik haar vroeg of ze wat foto’s in de les wilde maken, vond ze dat geen probleem. Dan kon ik zelf zien hoe Jet het doet.

Dat ze een groepje kan begeleiden.

Dat ze dingen goed kan voordoen. Dansjes.

En posities.

En als kleine ballerina’s het dan nog moeilijk vinden, helpt Jet ze met de juiste houding.

Ze moet alleen nog leren om consequent te zijn, zei de juf. Soms is ze wat te toegeeflijk naar de kleuters toe. Daar kan ik me iets bij voorstellen. Ik moet zelf ook leren om consequent te zijn.   

Maar over het algemeen is de juf erg tevreden. Zo tevreden, dat Jet met Kerstmis een cadeaubon kreeg van haar favoriete balletwinkel. ‘Dat doe ik voor al mijn juffen.’

Ze heeft er meteen een nieuw balletpakje van gekocht. Zwart. Want tot tien jaar moet je een roze pakje, maar daarna mag je zwart. En Jet wordt over een paar maanden al tien. Ze heeft er zwarte beenwarmers bij en een zwart fluwelen vestje. Dat kon niet allemaal van die ene cadeaubon, maar dat kreeg ze van mij. Ook al had ik vantevoren gezegd dat we niks extra’s zouden kopen. Ik moet nog een beetje leren om consequent te zijn.

Vorige maand vroeg juf of Jet nog meer lessen wilde helpen; ze doet het zo goed. Of het van mij mocht? Ik vond het prima. De maatschappij heeft behoefte aan vrijwilligers. En zoals iedereen weet is er een schrijnend tekort aan balletjuffen.

Dus nu helpt Jet twee lessen per week bij de kleuters. In maart komt er waarschijnlijk nog een les bij, dan doet ze drie uur per week vrijwilligerswerk. Heel officieel en in georganiseerd verband. Het stoerste vind Jet dat ze die extra lessen alléén naar de balletschool gaat. Normaal liepen wij altijd mee, omdat Cato dan ook les heeft. Maar nu loopt Jet de 1,1 kilometer in haar eentje. Met in haar rugzak een zwart balletpakje, zwarte beenwarmers, een zwart fluwelen vestje en een pakje drinken.   

Daar gaat ze. En zoveel schoonheid heb ik nooit gezien.

Donderdagochtend, 8.36 uur

2 februari 2012

Terwijl het buiten zes graden vriest,

en je broer uitslaapt, omdat hij gisteravond middels geraffineerde treuzeltechniek De hel van ’63 tot kwart over elf mocht afkijken,

terwijl je oudste zus in de woonkamer neuriënd piepkleine kraaltjes rijgt voor een armbandje,

smeed jij een band met je kleine zusje.

Follow

Get every new post delivered to your Inbox.