Oranje boven
30 april 2010
En rood-wit-blauw beneden.

Als je op 29 april wordt opgetild door iemand
en die iemand struikelt
en valt boven op je been
en je hebt zo’n pijn, ook al is er niets te zien,
en je moeder komt aanrennen,
en je gaat naar de spoedeisende hulp,
waar blijkt dat je been gebroken is,
(of eigenlijk beentje, want wat is het nou helemaal nog voor een been)
en je bent een beetje bang voor de dokters,
dus je zegt telkens: ‘Zullen we vluchten, mama?’
maar je blijft toch,
en gaat naar de gipskamer, waar een hele lieve meneer werkt die Jeroen heet,
dan kun je ‘s avonds om 21.30 uur thuiskomen met een vlag als been.

Want de volgende dag is het Koninginnedag en Jeroen vond jou een prinses.
Verder dan je neus lang is
29 april 2010
Drie mooie boeken over de wereld buiten je tuinhekje. Een oude, een jongere en een net-uitgekomene, op volgorde van leeftijd.
Uit de oude, maar mooie doos: Peter Menzel, Material World, A Global Family Portret, 1994.

Menzel is ook de maker van Hungry Planet, What the World Eats, met weekmenu’s uit verre en dichtbije landen. De tafels van de wereld, foto’s waarop je maar blijft kijken (hier had ik al een link naar het TIME foto-essay gezet).
In Material World staan net zulke fascinerende foto’s, maar in plaats van eten, portretteert Menzel hier de bezittingen van de wereld. Grote foto’s en een haast steriele opsomming van de bezittingen per gezin: 1 schommelstoel, 2 driewielers, 4 kookpannen. Bijna iedereen heeft een televisie.
Dan ziet het vermogen van een familie uit Koeweit er zo uit:
en het boeltje van een familie uit Mongolië zo:
- Hier twaalf foto’s uit het boek (pdf).
- Hier nog vijf foto’s met aanvullende informatie over de families en hun bezittingen.
- Er bestaat ook een curriculum guide van het boek, die je net een beetje anders naar de foto’s laat kijken. Deze lerarenbijlage is hier in te zien en hier te bestellen.
Het tweede boek is van vorig jaar: Help, mijn iglo smelt! Vier verhalen van kinderen uit verre landen, van Nathalie Righton en Ton Koene.

Een prachtige uitgave waarin het dagelijks leven van vier kinderen uitgebreid wordt beschreven. De opzet is te laten zien wat klimaatverandering aan het andere eind van de wereld voor gevolgen heeft. Maar eigenlijk speelt dat in de verhalen een vrij kleine rol.
Het is vooral een mooi boek, dat de kinderen zelf aan het woord laat. Over hun dagbesteding, hun lievelingseten, hun familie. Fantastische foto’s en boeiende verhalen die veel gespreksstof opleveren. Jet was verbaasd over het contrast tussen het meisje in Ethiopië, dat geen stukje bloot been mag laten zien voordat ze gaat trouwen, en de jongen in de jungle van Brazilië, die in het gunstigste geval met een lendendoekje op de foto staat.
Zelf vond ik het verhaal van de eskimo’s indrukwekkend. Ik had nog een idyllische voorstelling van de Noordpool. Oud en jong, schouder-aan-schouder op visjacht, verhalen vertellen in handgebouwde iglo’s. Maar eigenlijk heeft de ‘welvaart’ er binnen twee generaties niets dan coca cola en ellende gebracht. Heel schrijnend.
We willen het liefst van plaats ruilen met Toei, het jongetje uit Tuvalu. Hij woont alleen met elf volwassenen en negen kinderen op een eiland in de Stille Zuidzee.

Bolderburen in het paradijs, Philip droomde er helemaal bij weg. Het leek hem fantastisch, de hele dag snorkelen, spelen op het strand, varen in je boot met meezwemmende dolfijnen. En als je dorst krijgt, klim je in een kokospalm voor een nootje, want stromend zoet water is er niet. Die giftige pijlstaartrog nemen we wel voor lief. In Nederland kun je ook onder een auto komen.

Op de website van de fotograaf van het boek, Ton Koene, kun je hier, hier, hier en hier foto’s uit het boek bekijken.
Tot slot een piepjonkie: Hoeveel papier gaat er in een boom? En andere vragen van kinderen over duurzaamheid. Door Bas van Lier, weer zo’n fijnerd die mooie informatieve boeken schrijft.

Ik ben eigenlijk meer van de verhalen, maar voor Bas van Lier maken we een uitzondering. Zijn non-fictie is goed en duidelijk en spreekt aan. Hij maakte al Het zeeboek en Het natuurboek voor kinderen, en zo’n zelfde vragenboekje als hierboven over Europa. In Hoeveel papier geeft hij heldere antwoorden op ingewikkelde vragen over het milieu. Een aanwinst voor het (thuis)onderwijs.
Dialoog (1)
28 april 2010

Het veelgesteldevragenseizoen is weer geopend. Ik krijg wel vaker mails met vragen over thuisonderwijs, maar soms is het drukker dan anders. De komende tijd zal ik een paar terugkerende vragen beantwoorden van mensen die thuisonderwijs willen gaan geven of er net mee begonnen zijn. In het land der blinden is eenoog koning, dus als je zoals ik een tienjarige zoon hebt, ben je al gauw ervaren.
Het is een vrij letterlijke weergave van de mailwisselingen die ik gevoerd heb, de vraagstelling heb ik zo uit de mails overgenomen.
Stel, zo’n kind is veertig, wat voor type is het dan? Een ‘alleenganger’ die zich afzondert van de maatschappij? Of juist een sociaal iemand die dankzij thuisonderwijs een veilige basis heeft en daardoor sterk is?
Mag ik deze vraag herformuleren?
Stel, een schoolgaand kind is veertig, wat voor type is het dan? Een meeloper, die op school niet genoeg leiderscapaciteiten had om het baasje van de klas te zijn – maar net genoeg binnen de groep viel om niet gepest te worden? Een underdog, die in zijn kinderjaren telkens afgezeken werd? Een weifelaar, die geen keuzes kan maken omdat andere mensen zijn agenda altijd bepaald hebben? Of een alleenganger die zich afzondert van de maatschappij, omdat hij de eerste achttien jaar van zijn leven tussen dertig mensen gezeten heeft die voortdurend met elkaar in competitie waren en hij dat helemaal zat was?
Ik wil maar zeggen: wie kan er überhaupt voorspellen wat voor mens je kind op zijn veertigste zal zijn? Tot op heden zijn alle ‘alleengangers’ in Nederland, alle zonderlingen, alle verschoppelingen allemaal schoolkinderen geweest. School is dus geen garantie voor het opkweken van sociale wezens.
Sterker nog, uit onderzoeken díe gedaan zijn, blijkt dat thuisonderwezen kinderen socialer zijn: minder ruzies bij het spelen, elkaar meer gunnen, gelukkiger volwassenen. Hoewel thuisonderwijs geen grote prioriteit heeft bij wetenschappelijk onderzoek (het is immers een klein percentage), zijn er toch tamelijk wat studies gedaan. Je kunt ze allemaal opzoeken; deze drie vind ik zelf duidelijk:
- ‘Is school echt zo belangrijk voor de sociaal-emotionele ontwikkeling?’ (fragment over een experiment in sociale vaardigheden)
- ‘Home Schooling, From the Extreme to the Mainstream’, zie vraag 1: ‘Missen thuisonderwijskinderen geen sociale vaardigheden?
- ‘Homeschooling Grows Up‘, over volwassenen die als kind thuisonderwijs gekregen hebben. Hier een Nederlandse vertaling (pdf).
- ‘Experiences of ADHD-Labeled Kids Who Switch from Conventional Schooling to Homeschooling or Unschooling’. Artikel uit Psychology Today over kinderen met een ADHD-diagnose die schoolonderwijs inruilden voor thuisonderwijs. Dit betreft een voorstudie, doch de enige studie die kinderen ‘met’ ADHD vergelijkt in school- en thuisonderwijssituaties. [Later toegevoegd, artikel van 9 september 2010.]
Deze resultaten kunnen in twijfel getrokken worden door mensen die tegen thuisonderwijs zijn, maar zulke twijfel is alleen gebaseerd op een ‘gevoel’. Hetzelfde gevoel waarmee ik kan zeggen: ‘Ik denk dat dát willekeurige kind zal opgroeien tot een ongelukkige veertigjarige.’ Nergens op gebaseerd, behalve op mijn gevoel.
Natuurlijk worden niet alle thuisgeschoolde kinderen sociale uitschieters. Thuisonderwijs is juist fijn voor kinderen die niet uitblinken in groepsprocessen – en ook die worden groot. Maar in principe zijn alle ‘gevoelens’ over achter de geraniums wegkwijnende rariteiten nergens op gebaseerd.
Laat mensen nou eens met één tegenonderzoek komen. Eentje maar, waaruit blijkt dat thuisonderwezen kinderen asocialer of eenzelviger worden dan schoolgaande kinderen. Dan praten we weer verder.
Een thuisonderwijskind zal altijd een uitzondering zijn. Kinderen hebben het onderling over schoolse zaken en een thuisondewijskind valt daar buiten.
Ja, een kind dat thuisonderwijs krijgt, zal altijd een uitzondering zijn. Zelfs in landen waar het ronduit mag, wordt het maar door 3 procent van de schoolkinderen genoten. (Waarmee meteen de angst uit de wereld geholpen mag zijn dat ‘iedereen het gaat doen’, als de acceptatie in Nederland groter zou zijn.)
Nee, kinderen hebben het onderling niet voornamelijk over schoolse zaken. Alle vriendjes en vriendinnetjes van mijn kinderen die hier over de vloer komen (de meeste zijn tussen de zeven en twaalf jaar) hebben het nauwelijks over school. Ze spelen gewoon, of ze praten. Over van alles, maar school is echt niet het hoofdonderwerp. Ik ben altijd degene die vraagt: ‘Hoe was het op school?’ of ‘Is er nog iets leuks gebeurd?’ en negen van de tien keer krijg ik een één-woord-antwoord: ‘goed’ of ‘nee’. Daarna gaan hun gesprekken verder over dingen die ze belangrijk vinden.
Bovendien is het alleen akelig om een uitzondering te zijn, als het een vervelende uitzondering betreft. Als het een uitzondering is waar je zelf gelukkig mee bent, zit je er meestal niet zo mee. Als je contrabas speelt, ben je ook een uitzondering. Of als je op cricket zit. Als je hindoe bent in Nederland, geen Pokemon kijkt, als je ouders geen auto hebben, als je op de Vrije School zit of op een Leonardoschool.
Wanneer je tot een minderheid behoort, moet je vaak motiveren waarom. Niet alleen naar andere mensen toe, maar ook naar jezelf. Dat is niet altijd gemakkelijk, maar het scherpt je wel.
De stadsmens en zijn volkstuin, 1952
25 april 2010
Waar ik normaal met een haakwerkje in het schemerdonker voor het raam zit, neerkijkend op mijn kinderen die in smoezelige kleren tussen het straatvuil spelen, een varkensblaas als voetbal, daar heb ik de laatste dagen de pennen neergelegd en mijn kiekens bijeen vergaard om ons te begeven in ons eigen stukje natuur. Voorwaar een rijk bezit.
Gouwe ouwe
22 april 2010
Weer eens wat gouwe ouwe. Twee van de vier worden allang niet meer uitgegeven, maar dat is een schande en moet alsnog gebeuren. Tot die tijd kun je ze krijgen bij het antiquariaat en sites als veilingkijker en boekwinkeltjes.
Eerst een boek dat nog wél in de winkel te krijgen is, Het oneindige verhaal van Michael Ende.

We zijn pas halverwege het verhaal, maar ik weet nu al dat Philip en Jet het zich zullen blijven herinneren, zoals vaak met goede boeken. Ik had het zelf niet eerder gelezen. De enige associatie die ik had, was het jarentachtignummer van Limahl met de videoclip van een jongetje op een vliegende witte hond. Na de eerste paar hoofdstukken weet ik nu dat die hond niet helemaal adequaat gecast is. De film wil ik voorlopig in ieder geval nog niet zien.
Het is een prachtig boek. De taal is poëtisch, het verhaal verrast, ontroert, zuigt je mee. Ik zie sommige wendingen uiteraard wat eerder aankomen dan de kinderen, maar het is een genot om voor te lezen. Philip en Jet houden afwisselend hun adem in en veren op als ze ineens iets begrijpen. We weten dus nog niet hoe het afloopt, maar ik wilde alvast een aanbeveling doen bij de Commissie ter Bevordering van de Vergeten Klassieker. Als je het niet erg vindt om de clou van het verhaal te weten, kun je op wikipedia kijken, anders staan hier een paar voorbeeldpagina’s van het eerste hoofdstuk.
Het volgende boek hebben we een poos geleden al gelezen, maar heeft genoeg indruk gemaakt om het alsnog te noemen: 100 jaar geleden van Het schrijverscollectief met olieverfschilderijen van Fiel van der Veen.

Het geeft een mooi en verdrietig beeld van het leven van een arbeidersmeisje in de negentiende eeuw. Naast het verhaal zijn het ook de illustraties van Fiel van der Veen en de foto’s die het ‘em doen. In tegenstelling tot de Gouden Eeuw of de Middeleeuwen spreekt de negentiende eeuw meestal niet erg tot de verbeelding. Daar brengt 100 jaar geleden verandering in.
Hoofdpersoon Claartje is een meisje als vele. Geboren in de armoede van de veenkoloniën, vertrekt ze naar het westen om in leven te blijven. Via de textielindustrie, scheepswerf, stakingen en het leven van armen en rijken in Amsterdam, vindt zij uiteindelijk haar plaats in de maatschappij. Jet kan nog steeds geen stroopwafelkruimels eten zonder aan Claartje uit het boek te denken.
Voorbeeldpagina’s waren nergens te vinden, maar nu heb ik sinds kort een scanner. Wat is dat een enig ding, zeg. Ik hoop dat het auteursrechtelijk gezien mag, maar ik heb hier het eerste hoofdstuk gezet, zodat je kunt beoordelen of je het de moeite waard vindt om tweedehands te kopen. Mocht ik in overtreding zijn, dan hoor ik het graag van de erven Wilmink, Hans Dorrestijn of een van de andere leden van Het schrijverscollectief.
Nummer drie: Erik of het klein insectenboek van Godfried Bomans.

Ja, ik weet het, de titel is genoegzaam bekend, maar deze post is voor mensen die hem nog niet gelezen hebben. Doe het maar. Erik is sprookjesachtig en toch echt, grappig en ernstig, nature en nurture. Overal op internet zijn samenvattingen te vinden en hier staat de wikipagina van het boek. Een dezer dagen zal ik er nog iets meer over posten.
Ten slotte een schrijver die ik alleen kende van zijn grote-mensenboeken: Isaac Bashevis Singer. Voor wie zijn naam niet direct kan thuisbrengen: Singer is ook de schrijver van het korte verhaal ‘Yentl, the Yeshiva Boy’ dat beroemd werd door de film van Barbra Streisand. In het voorwoord van Kinderverhalen vertelt Singer over zijn aanvankelijke weerzin om voor kinderen te schrijven en zijn besluit daar verandering in te brengen. Gelukkig maar.

Het zijn heerlijke sproken en fabels. Bijzonder aan de verhalen vind ik dat ze vertrouwd aandoen, alsof je er al eens van gehoord had bij Grimm, Andersen of Perrault. En toch zijn ze in alle opzichten eigenzinnig en origineel, van de natuurbeschrijvingen tot de wijsheden.
Ook van dit boek was geen inkijkje te vinden op internet. Maar onder het motto ‘as ge maar leut het met d’n scanner’ heb ik een verhaal online gezet. Hier staat ‘Lepe Todie en Lyzer de vrek’.
Gastspreker: de fractievoorzitter
18 april 2010
Wat ik zo bijzonder vind aan mijn Gastsprekers, is dat zij stuk voor stuk aardig en welwillend reageren. Ook nu weer. Toen ik mijn volgende gast vroeg of zij een bijdrage wilde leveren aan mijn blog, kreeg ik per ommegaande een vriendelijke mail terug met als antwoord dat zij graag wilde meewerken. Of ik de deadline en het gewenste woordaantal kon doorgeven.
In de Tweede Kamer is zij de stem van 180.000 mensen en alle dieren van Nederland. Ik heb bewondering voor haar geestdrift en de vastberadenheid waarmee zij zich inzet voor haar standpunt.
Dames en heren, mag ik een warm applaus voor:
Marianne Thieme
———————
De klimaatcrisis op ons bord
Onze planeet wordt geteisterd door zoveel crises, dat je er moedeloos van zou kunnen worden. Toch is dat niet nodig! Zowel de klimaatcrisis als de kredietcrisis, de voedselcrisis, de biodiversiteitscrisis, dierziektencrises en de zoetwatercrisis hebben we over onszelf afgeroepen. En dus zullen we ‘m ook zelf moeten oplossen. De aarde biedt genoeg voor ieders behoefte, niet voor ieders hebzucht. We zullen moeten ophouden met op de pof te leven, we zullen minder moeten consumeren en meer in harmonie moeten leven met dieren, natuur en milieu.
Makkelijker gezegd dan gedaan? Niet echt. We kunnen héél dicht bij huis beginnen. Door minder vlees en andere dierlijke producten te eten kunnen we heel veel wereldproblemen bij de kern aanpakken. De enorme vleesconsumptie hier in het westen is één van de hoofdoorzaken voor de klimaatcrisis, de voedselcrisis (hoge voedselprijzen, honger in arme landen en tegelijkertijd overgewicht in het westen), de biodiversiteitscrisis, de ontbossing, dierziektencrises en de zoetwatercrisis.
Volgens de voormalige staatssecretaris van milieu, Pieter van Geel, is vlees het meest milieubelastende onderdeel van ons voedselpakket. Voor de productie van één kilo vlees is zeven kilo graan nodig en tienduizenden liters zoet water. En bovendien zorgt de veehouderij voor de uitstoot van achttien procent van alle broeikasgassen wereldwijd. Dat is veertig procent meer uitstoot dan alle verkeer en vervoer bij elkaar in de wereld. Daarnaast verdwijnt bijna de helft van álle granen die we in de wereld produceren in de magen van kippen, koeien en varkens. Al dat graan had rechtstreeks gebruikt kunnen worden om mensen te voeden. Met alle bestaande landbouwgrond in de wereld kunnen we wel dertig miljard aardbewoners voeden (we zijn nu met zes miljard). Voorwaarde is dat we dan een vegetarisch dieet nuttigen in plaats van dierlijke eiwitten.
Want anders dan ons jarenlang in reclamespotjes geleerd is, is het helemaal niet zo verstandig om drie glazen melk per dag te drinken en heb je helemaal geen vlees nodig om groot en sterk te worden. Dierlijke eiwitten veroorzaken nogal wat welvaartsziekten naast de vervuiling en het dierenleed die de productie ervan kenmerken.
Onze vork is het meest krachtige instrument om de aarde duurzamer te maken en ons leven en dat van de dieren plezieriger te maken. Het Instituut voor Milieuvraagstukken van de Vrije Universiteit van Amsterdam, berekende in opdracht van de Nicolaas G. Pierson Foundation wat de klimaateffecten zouden zijn van een vermindering van de vleesconsumptie. De uitkomsten zijn echt spectaculair te noemen!
Wanneer we allemaal zouden besluiten om één dag per week geen vlees meer te eten, zou dat in één klap alle klimaatdoelstellingen van de Nederlandse regering voor huishoudens realiseren. In de klimaatfilm Meat the Truth wordt die besparingstabel uitgebreid besproken , waarbij zichtbaar wordt hoeveel het zou schelen als we twee dagen, drie dagen, vier dagen, vijf dagen, zes dagen of de hele week zouden afzien van de consumptie van vlees. De tabel is ook te vinden op meatthetruth.nl.
Het aardige is dus dat we niet hoeven te wachten met het bestrijden van het klimaatprobleem tot de overheid daadwerkelijk stappen zet in de richting van een oplossing, maar dat we zelf per direct kunnen beginnen nu we weten dat het klimaatprobleem op ons bord ligt.
Er zijn tal van smakelijke en gezonde alternatieven en de vegetarische keuken beperkt zich allang niet meer tot bruine rijst en kikkererwten, wat vroeger nog wel eens gedacht werd.
Inmiddels zijn er 800.000 Nederlanders die helemaal geen vlees meer eten en 4 miljoen mensen beschouwen zichzelf als vleesverlater. Dat wil zeggen, ze kiezen niet meer dagelijks voor vlees en proberen de vleesconsumptie verder te beperken. We kunnen grote stappen zetten op weg naar een plantaardiger en dus diervriendelijker samenleving. En het prettige is dat zo’n keuze alleen maar voordelen kent, en geen enkel nadeel!
Doe ’t voor ’t klimaat, de wereldvoedselverdeling, je gezondheid, het welzijn van de dieren of voor een duurzame toekomst. Maar kijk in elk geval eens naar je bord met andere ogen. We kunnen allemaal een hapje helpen om grote maatschappelijke problemen beheersbaar te maken, en er tegelijk in culinair opzicht fors op vooruit te gaan.
Eet smakelijk!
Kopje onder
17 april 2010
Als ik in zee zwem, mijn hoofd nèt boven water en ik kijk naar de horizon, dan lijkt het wateroppervlak oneindig. Dan overvalt me altijd zo’n besef van nietigheid. Zeker als ik me realiseer dat dit nog maar een piepklein Noordzeetje is. En dan alleen de oppervlakte. Het blijft magisch, die hele wereld onder water.
Dat gevoel krijg ik ook bij natuurdocumentaires, als de camera over savannes scheert, over regenwouden, maar vooral over oceanen. Liefst met de stem van David Attenborough. Ah, die stem… Toen de BBC-serie The Blue Planet negen jaar geleden op dvd uitkwam, hebben we hem meteen gekocht. En daarna de Life Collection. En nu kijken we naar Planet Earth.
Over vijf dagen gaat er een nieuwe documentaire in première: Oceans van Disneynature. De stem van David Attenborough moeten we er bij denken, maar de beelden zijn veelbelovend. Alleen al bij de trailer krijg ik tranen in mijn ogen. Van de zeeotters, de vinvis, die walrusmoeder. Prachtig.









