Staart

28 september 2009

Mijn kinderen hebben zo hun kwaliteiten en spelling is niet Philips grootste. Toen we vandaag aan het ploeteren waren, zakte de moed me bijna in de schoenen. Bijna. Want daar kwam als geruststellende epifanie de anekdote uit Johns schooltijd op. Het kan altijd erger. 

We schrijven 1974. De vijfde klas krijgt als taalopdracht: maak een zin met het werkwoord ’staren’. Als iedereen klaar is, mag een aantal kinderen zijn zin voorlezen. De meeste zinnen verschillen weinig van elkaar, maar één klasgenoot van John springt eruit met een grammaticaal huzarenstukje. Zijn zin luidt: ‘Hem ze staart dee zeer.’

Hij was wel goed in voetballen. Ieder zijn kwaliteit.

Leren met literatuur

23 september 2009

Het is geen verrassende mededeling op zichzelf, maar ik probeer zoveel mogelijk kwalitatief goede jeugdliteratuur te gebruiken bij het onderwijs van de kinderen. Die mooie boeken worden in onze kringen ook wel levende literatuur genoemd: living books, in navolging van Charlotte Mason, een onderwijskundige die veel goede ideeën heeft nagelaten voor het (thuis)onderwijs. Ik denk dat kinderen daar goed op gedijen, dat ze er meer plezier aan beleven en dat ze er net zoveel of zelfs meer van leren dan van lesmethodes.

Lesmethodes of kortweg ‘methodes’ zijn de boekenreeksen die een school per vak gebruikt. Zo biedt iedere educatieve uitgeverij haar eigen ‘methode aardrijkskunde’ aan (of methode natuur, taal of rekenen) en probeert scholen ervan te overtuigen dat déze methode zich werkelijk onderscheidt van alle andere.

Er zitten prima lesboeken bij maar ze zijn, uiteraard, bedoeld voor scholen. Als je dertig kinderen hetzelfde wilt leren, of zelfs alle kinderen van Appelscha tot Roermond, dan is het handig om één methode te hebben, zodat je niet per kind een apart lesprogramma hoeft te maken.

Bij privéonderwijs ligt dat anders. Dan kun je zonder veel moeite het aanbod afstemmen op het kind zelf. Ik heb al eens laten zien dat het niet zo ingewikkeld is om erachter te komen wat een kind ongeveer ‘moet’ weten op een bepaalde leeftijd – afgaande op wat er op school geleerd wordt (zie ‘Op niveau’) – dus dat hoeft geen reden tot paniek te zijn. Des te meer tijd voor mooie boeken.

Gisteren hadden we een goed voorbeeld van literatuur in combinatie met een methode. Philip was bezig in Topklassers, dat ik begin dit jaar op de onderwijsbeurs had gekocht. Het mooie van deze boeken is dat ze een aanzet geven om zelf op onderzoek uit te gaan. In dit geval kreeg Philip de opdracht om op te zoeken:

a) wie de eerste gemotoriseerde vliegmachine de lucht in kreeg
b) wie de eerste stappen op de maan had gezet en welke bijkomende informatie je kon vinden over de raket en de astronaut zelf, en
c) wie het eerste levende wezen in de ruimte was.

Onmiddelijk greep Philip naar de boeken van Arend van Dam. Uit Lang geleden… herinnerde hij zich het verhaal van Neil Armstrong op de maan, dat van de gebroeders Wright stond in In een land hier ver vandaan… Om hem op weg te helpen met vraag c) zonder dat hij direct zijn heil bij Google hoefde te zoeken, pakte ik het kinderboekenweekgeschenk 2006 voor de mooiste versie over het astronautenhondje Laika.

Terwijl hij ondersteboven op bed Bibi Dumon Tak lag te lezen, prees ik me gelukkig.

Bibi Dumon Tak, Laika tussen de sterren

Leve het Leven in Londen

20 september 2009

Vrijdag was het zover. Hij kent de mimiek van de zanger uit zijn hoofd, speelt luchtdrums met de videoclips en leert Cato zijn lievelingsnummers mee te zingen. Nu ging hij met zijn vader naar Wembley om ze in het echt te horen.

Voor Wembley

Zo’n stadion alleen al. Spannend en geweldig tegelijk.

En je maakt er nog eens wat nieuws mee. De wave bijvoorbeeld, die je bij terugkomst haarfijn uitlegt aan je oudste zus. Dat er verschillende waven zijn, ook eentje waarbij de mobieltjes omhooggestoken worden, voor als het donker is, zodat je een golf van lichtjes krijgt. Die werd door Chris Martin (de zanger van de band) zelf in gang gezet.

Tijdens het concert wip je eerst alleen met je been mee en zing je een beetje binnensmonds, maar als je ziet dat iedereen meezingt en danst, ga je bij het derde nummer zelf ook uit je dak en zing en dans je zo hard mee als je kan. 

Halverwege het concert liepen de bandleden door het stadion naar het midden van het veld, om daar een paar nummers a capella te zingen.

Toen vader en zoon om 1.00 uur ’s nachts naar het naastgelegen hotel wandelden, bekende Philip dat hij tijdens het concert wel even moe geweest was. ‘Maar ik pepte mezelf gewoon weer op’, zei hij, ‘want dit was de mooiste dag van mijn leven en die wilde ik helemaal meemaken.’

Als je niet iedere dag in een hotel ontbijt, neem je het ervan. De witte bonen in tomatensaus en kippers liep hij voorbij (‘Weet je wat de Engelsen als ontbijt eten, mam!’), maar later somde hij op wat hij allemaal wel had genomen. Een muffin, een croissantje én een koffiebroodje. En een appel. Dat dan ook wel weer.

continental breakfast

Na het ontbijt en een vroege zwempartij in het hotelbad lag er nog een hele dag Londen in het verschiet voordat het vliegtuig naar huis zou vertrekken.

Dan kun je de natuurlijk de Big Ben bezoeken. Of de Aflossing van de Wacht. Of de Tower Bridge. Maar je kunt ook besluiten je zoon de mooiste speelgoedwinkel van zijn leven te laten zien. Met duizend legodozen en Star Warsdingen.

Op naar Hamleys in Regent Street.

Alleen de etalage al...

Zes verdiepingen kinderdromen om al het geld stuk te slaan dat je gespaard had en dat je van oma en tante toegestopt had gekregen.

Inkopen gedaan

Op Heathrow was er alle tijd om de lego in elkaar te zetten. En bij tijd en wijle even de benen strekken bij de wonderfonteinen.

De bedriegertjes op Heathrow

Ondertussen zaten Jet, Cato en ik thuis een damesweekend te houden. Ook leuk, hoor, daar niet van. We hadden vriendinnen te eten gevraagd om er helemaal een kippenhok van te maken. Maar vrijdagavond, om 22.00 uur onze tijd, toen hebben we wel even aan ze gedacht.

Doe je ogen maar dicht en waan je een moment in Wembley.

In een vorig stukje had ik Philips allermooiste nummer al gezet; daarom nu Clocks, een goede tweede naar zijn zeggen. De hele cd kun je gratis downloaden op de site van Coldplay zelf: hier klikken en je komt er vanzelf.

De Natuurschool

17 september 2009

‘Het mag dan wel thuisonderwijs heten’, zei de collega-moeder tegen mij, ‘maar zo vaak zijn we niet thuis.’

Dat was gisteren, toen we een dag met de Natuurschool op pad waren. Ik hoorde erover op de onderwijsbeurs in januari, waar de Natuurschool ook een kraampje had. Omdat er genoeg animo was, had ik een rondleiding besproken. Van heinde en verre kwamen ze, letterlijk van Groningen tot Maastricht, Apeldoorn, Noord-Flevoland en Amsterdam, samen op een Zuid-Hollands eiland.

We kwamen voor de vissershaven van Stellendam, de enige plek in Nederland waar nog garnalen met de hand gepeld worden. Alle overige garnalen worden in Marokko gepeld, vertelde onze gids. De dames daar pellen er 60 per minuut. Dus 28.800 garnalen op een achturige werkdag, rekende Philip uit. Dat haalden wij niet. Maar we deden een poging.

Jet vond het viehies…

… maar ze deed het wel, op voorwaarde dat ze ze niet hoefde op te eten. Daar hielp ik dan bij.

Philip vond ze lekker en bleek ook over het erfelijke pel-gen te beschikken. Een natuurtalent, al zeg ik het zelf. Mijn oma zou trots geweest zijn.

Na het pellen mochten we onderzoeken, voelen en besnuffelen wat de vissers meegebracht hadden. De gebruikelijke kabeljauw en schol uiteraard, maar ook bijzondere bijvangst. Zoals grote krabben.

Grote krab

En zonnevis.

Zonnevis

En sepia, rog en vuistdikke paling. Alles kwam voorbij in kleine teiltjes, zodat iedereen het goed kon bekijken en vasthouden. Van de hondshaaitjes werden we even stil.

Natuurschool 23

Buiten de loods mochten de kinderen zelf wat vissen. De gids had ’s morgens krabbenvallen met aas te water gelaten en die konden we nu vanaf de steiger omhoog hijsen. Iedereen had beet.

Voordat ze weer teruggezet werden in het water, werd alle vangst verzameld in grote bakken. De gids legde wat meer uit over de krabben. 

Wat ze eten (afval), waarom ze vaak een paar pootjes missen (die laten ze zelf los als ze door een meeuw uit het water gegrist worden), hoe je kunt zien of het een mannetje of vrouwtje is (mannetjes herken je aan het vuurtorentje op hun buik, vrouwtjes aan de cirkel).

En we hadden geluk. Vandaag kwamen de garnalenboten binnen.

We mochten er met onze neus bovenop staan om te zien hoe ze gelost werden.  

Het tweede deel van de dag brachten we op het strand door. Daar zouden de kinderen grote kornetten (sleepnetten) door het water trekken en proberen bijzondere diertjes te vangen. 

Na de lunch achter comfortabele windschermen bleek het strand van Ouddorp zelf wel wat winderig. Maar hee, Hollandse kinderen, hè.

Sommige Hollandse kinderen hadden iets meer last van de wind dan andere. Maar die leenden dan de zonnebril van hun moeder, zodat ze stijlvol op kwallenjacht konden.

We noemden hem De Bromvlieg.

De vangst van het grote sleepnet was een beetje karig, dat kwam doordat de stroming niet wilde meewerken. En uit de schepnetten kwam ook niet veel meer dan een verdwaalde garnaal, zandspiering en babykrab.

Maar de kinderen holden door de branding, het strand was wijds en leeg en beeldschoon. We waren samen, we konden praten en lachen en het zonnetje scheen, dus we genoten.

Prijs

15 september 2009

De laatste keer dat ik een prijs won, zat ik in de eerste klas. Een kleurwedstrijd. De prijs bestond uit een boek dat ik zelf mocht uitkiezen in de kantoorboekhandel in het dorp, samen met de hoofdmeester en prijswinnaars uit de andere klassen. Het werd Ik lees al van Wilhelmina Blokker. Ik geloof niet dat ze ooit een griffel gewonnen heeft.

Nee, dan de prijs die ik vandaag ontving. 

Jan Paul Schutten, Graaf Sandwich en andere etenswaardigheden

Weer een boek, maar deze keer gewonnen met een veel hipper medium, namelijk het weblog van De Schrijver Zelf. Ik had op mijn zelfgelezen lijstje zijn blog al eerder aangeraden, maar nu blijkt dat er dus ook nog wat te winnen valt.

Met de wedstrijd ‘Help Jan Paul de zomer door’ kon je links insturen om de schrijver tijdens de zomermaanden te ontlasten van zijn dagelijkse blogdruk, en ik was een van de vier winnaars van zijn nieuwste boek: Graaf Sandwich en andere etenswaardigheden. Vandaag lag het in de bus, gesigneerd en wel. (‘Leuk’, zei John, ‘dat hij er ook een tekening van je ingezet heeft’ – verwijzend naar het appeltje op de titelpagina met mijn naam erboven. ‘t Is de kift.)

We hebben het boek natuurlijk nog niet uit, maar Philip heeft er, het onderwerp waardig, aan tafel uit voorgelezen. En geloof me, het is echt leuk. Korte hoofdstukken over alles wat met eten te maken heeft. Waarom Engelsen liever azijn op hun friet doen dan mayonaise. Hoe je zelf makkelijk frisdrank maakt. Dat Coca Cola begonnen is als medicijn tegen hoofdpijn. Op het weblog van de schrijver kun je hier alvast een hoofdstuk lezen

Toen Jan Paul Schutten zijn Gouden Griffel won voor Kinderen van Amsterdam, schreef de jury onder meer:

Omdat de auteur gepassioneerd is voor zijn onderwerp.
Omdat hij een verteller is die je verleidt met zijn verhaal.
Omdat de schrijver verliefd is op de Nederlandse taal.
Omdat de auteur zijn lezer nergens betuttelt of beduvelt.
Omdat dit boek lezers van soorten aanspreekt.
Kortom, omdat het origineel is en grappig en krachtig en rijk en omdat het heerlijk leest.

Wat mij betreft geldt dat ook van Graaf Sandwich. Hier is de Kinderboekenweek al een beetje begonnen.

Elmo helpt

13 september 2009

Met een vader als financiële goeroe bij een landelijke ochtendkrant komt de huidige recessie hier nog weleens ter sprake. Voor alle kindertjes zonder papa of mama in de financiële wereld, is er Elmo. In Amerika dan, want daar komt Sesamstraat sinds woensdag met een nieuw televisieprogramma over de economische crisis.

Hier geeft Elmo uitleg in NBC’s Today Show, samen met zijn moeder Mae, die haar baan is kwijtgeraakt en meteen haar tv-debuut maakt.

Het programma waarover gesproken wordt, kun je in zijn geheel online bekijken: Families Stand Together: Feeling Secure in Tough Times. 

Bij de Nederlandse Sesamstraat is het misschien een idee voor Sinterklaastijd, te beginnen met de aanpak van het reclamebombardement rondom de uitzendingen.

En dan leuk wat crisisthema’s in het programma verweven. Het winkeltje van Sien gaat failliet, Koekiemonster verruilt zijn roomboterkoekjes voor margarinekaakjes, Bert en Ernie moeten kleiner gaan wonen (Buurman Baasje kan nog wel een blokhut van Gamma op de kop tikken), meneer Aart vertelt aan Tommie dat hij nog een paar jaar door moet werken. En terwijl Grover in paniek rondrent, staat Graaf Tel de staatsschuld te tellen.

Schiet mij maar lek

13 september 2009

‘Hee mam’, zegt Philip als hij vanmiddag doodmoe thuiskomt van zijn atletiekkamp, ‘je was vergeten mijn Axe in te pakken.’

‘Hè?’, zeg ik, ‘Maar die had ik in je toilettas gedaan!’

‘Toilettas?’

‘Ja’, zeg ik. ‘Waar ook je tandenborstel en tandpasta in zaten.’

En toen was het stil.

Na drie dagen kamp