In een tent

31 augustus 2009

De kinderen wilden graag kamperen. Philip en Jet dan, want Cato vindt alles leuk, als ze er maar haar schoenen voor kan aantrekken en kan stralen: ‘Waar gaan we heen?’

Kamperen dus. Nou vind ik kamperen wel leuk, zolang het droog is. Of in ieder geval niet zó nat dat je met geleende vlonders van je campingburen een brug naar je voortent hoeft te leggen. Zoals een paar jaar geleden. Ook zitten de wc’s me nooit zo lekker op een camping. Je hebt toch altijd het idee dat je de dysenterie van je voorganger zit op te doen – terwijl andere kampeerders in dezelfde ruimte hun afwas aan het doen zijn.

Regen vonden Philip en Jet nou juist wel leuk. Gezellig, dat getik op het tentdoek. Ze opperden of we niet in oktober konden gaan, zodat we een beetje regenzeker weer hadden. Maar ik had iets geweldigs gevonden. Een gehuurde, opgezette alles-erop-en-eraan-tent met bedden. En een koelkastje. Met als apotheose: eigen sanitair. We gingen in augustus, want ik vind getik op tentdoek ook heel gezellig, maar zonnige maaltijden in de buitenlucht nog veel gezelliger. 

En och, het was zo leuk. Zonnige dagen, zoele avonden en ’s nachts fris genoeg om in een koele tent te slapen. Zelfs twee nachten een beetje regen. Het ‘eigen sanitair’ was net zo hartverwarmend als het geklonken had. Links achter in dat huisje, douche, wasbakje en wc.

Behuizing

Verder was het kamperen zoals kamperen bedoeld is. Samen rustig wakker worden.

Fantastig toch

Ontbijten en zwemmen. Cato plukte ’s morgens rond kwart over acht haar lycraatje van het wasrek: ‘It heb mijn zwempat vast aan!’ en droeg het de hele dag, ook onder haar kleding, op alles voorbereid. 

Nicki Trench, Breihandboek voor coole meidenVoor Jet had ik het Breihandboek voor coole meiden meegenomen – ze wilde al een poosje ‘iets’ op de pennen zetten. De toonzetting van het boek is niet helemaal toegesneden op een zevenjarige, maar dat maakte het voor Jet des te aantrekkelijker. Ze is tenslotte erg cool, en in de tips om leuke dingen ’voor je vriend’ te breien zag ze geen barrière.

Niet onbelangrijk trouwens: de instructies in het boek zijn zo duidelijk, dat zelfs niet-breiende ouders ermee kunnen opzetten, gevallen steken oprapen en makkelijke jacquardpatronen inbreien.

Voor Philip bleek er ook iets in te staan. Terwijl Jet zich aan een hoesje voor de mobiele telefoon zette, vond hij een vingerloze handschoen die zo vet was dat hij onmiddellijk wilde leren breien. 

Omslaan, doorhalen...

Omdat we normaal altijd buiten het seizoen op vakantie gaan, maakten we deze keer kennis met een heel nieuw fenomeen: Het Animatieteam. De eerste avond was het even schrikken toen het golfkarretje aan onze eettafel verscheen en twee mensen met pruiken, grote brillen en schmink ons grappend en grollend aanspoorden om naar het ‘Schatertheater’ te komen. Philip was juist even naar het toilet en had bij terugkomst het animatieteam zien staan. Pas nadat het karretje op veilige afstand was weggereden, kwam hij met schichtige blik achter de tent tevoorschijn: ‘Zijn ze al weg?’ 

Toen we ’s avonds gingen kijken in het openluchttheater bleek het erg mee te vallen, vond hij. Het viel zelfs zo erg mee dat hij en Jet de avonden erop met z’n tweeën richting het theater trokken om alvast een plek vooraan te hebben, met goed zicht op het animatieteam dat veel met water gooide, elkaar met pindakaas en hagelslag besmeurde en interactie met het publiek zocht: ‘Zal ik de waterballon lekprikken, jongens en meisjes?’

De dagen regen zich aaneen met ijsjes eten, wijntjes drinken, boekjes lezen, vakantievriendjes maken, shutteltjes slaan.

Jette slaat terug

Drie keer per dag op bezoek bij de damherten, geiten en schapen, die verzot bleken op pasgevallen eikeltjes.

Philip voert geitje

We raapten handenvol eikeltjes en deelden links en rechts uit, zodat we de zachte neuzen konden aaien. Vooral de hertenbok werd een vriend voor het leven, die bleef geduldig wachten tot je opnieuw geraapt had en schraapte met zijn hoef over de grond als je niet snel genoeg over de brug kwam.

Vakantie.

Cato aan de afwas

Verkeer(d)

18 augustus 2009

Omdat we de laatste tijd vaak op de fiets zitten, vaker dan normaal, valt het me op hoe de verkeersregels onvermijdelijk en bij voortduring aan bod komen. Waar Cato zich vorstelijk laat rijden in het stoeltje aan mijn stuur (‘Letter, de wind in mijn haren’) en Philip alvast vooruit fietst, vindt Jet het allemaal nogal een gedoe. Haar hele lijfje straalt zwoegen en concentratie uit. Terwijl ze probeert om noch stoeprand, noch geparkeerde auto’s te raken, wil ze ook nog iets begrijpen van alle borden en regels.

‘Dus nu hebben wij voorrang omdat we van rechts komen?’ ‘Ja, maar ook omdat de stoeprand doorgetrokken is. Want kijk, dáár komen we van links, maar hebben we toch voorrang. Vanwege die stoep dus. Dan komt de auto van een uitrit.’

Het maakt het allemaal niet veel duidelijker. De enige manier om het erin te branden is gewoon nog maar eens de route te rijden. Weer naar het strand. Of naar het tuintje. Of naar vriendinnetje O. Nog een keer langs die vervelende kruising, over dat rotstuk zonder fietspad of oversteken bij het verkeerslicht waar de auto’s altijd net even door rood rijden. Daar kan geen theorieboekje met scènefoto’s tegenop.

Als ik ons zo zie rijden moet ik onwillekeurig denken aan het filmpje dat de kinderen graag kijken. Gemaakt door een Italiaanse animator en, krek als het niet waar is, sterk lijkend op de verkeerssituatie die ik een mensenleven geleden veel in Noord-Italië zag. Het land waar verkeersregels zuiver indicatief en facultatief geïnterpreteerd worden.

Hier nog een paar filmpjes van Bruno Bozzetto.

Overal en ergens

13 augustus 2009

boekerpas verticaalWe hebben voor het eerst de boekerpas gebruikt. Wie dit pasje nog niet kent: het wordt je aangeboden bij een aantal bibliotheken – die van Amsterdam, Den Haag, Rotterdam en Utrecht en wat naburige gemeenten. Deze kinderpas is gekoppeld aan je bibliotheekpasje en voor ieder boek dat je leent, wordt 10 eurocent op je boekerpas bijgeschreven – tot een maximum van 50 eurocent per week. Met het opgespaarde tegoed krijg je korting bij culturele instellingen én op kinderboeken. Zo kochten we met 20% korting dit boek: 

Arend van Dam en Alex de Wolf, Overal en ergens

Ik ben toch zo gelukkig met Arend van Dam en Alex de Wolf. Dat was ik al na Poe’i (zonder Alex de Wolf maar met Sieb Posthuma) en met de bundels Lang geleden… en In een land hier ver vandaan… is dat alleen maar toegenomen. Op de een of andere manier schrijft Arend van Dam precies over de onderwerpen die ik bij mijn kinderen wil introduceren. Zoek maar eens een kinderboek over laatste keizer van China. Of over de eerste. En zo’n geschiedeniscanon is prachtig, maar waar vind je een mooie inleiding op Eise Eisinga?

Eise Eisinga, uit: Overal en ergens... van Arend van Dam en Alex de Wolf

Zodoende: Arend van Dam. Onmisbaar in het (thuis)onderwijs. De verhalenbundels zijn prachtige introducties om verder op voort te borduren als je dat wilt, of om net genoeg context te krijgen zodat je het verhaal kunt plaatsen. En de illustraties van Alex de Wolf passen als een handschoen.

Neem Slochteren. Ik vermoed dat we niet heel uitgebreid zullen gaan lezen over de gasbel. Het is mooi om ervan te weten, het is goed om na te denken over alternatieve energiebronnen, maar een echt verhaal kun je er niet van maken. Totdat je de geschiedenis van Boer Boon leest, die die bel onder z’n landje vond. Dan wordt het ineens wel een echt verhaal, met zo’n mooie plaat erbij. En dan weet je precies genoeg om de gasbel te kunnen thuisbrengen in de geschiedenis van Nederland.

De rijkste boer van Nederland, uit: Overal en ergens... van Arend van Dam en Alex de Wolf

Vandaag hadden we het boek mee in de trein – een dagje Amsterdam met vrienden. Aan het eind van de dag belandden we onverwacht op een rondvaartboot. Philip en Jet hadden ze al vaak zien varen en iedere keer bleven ze verlekkerd op de bruggetjes staan kijken hoe die glazen schuiten over de gracht pruttelden. Terwijl we vandaag terugwandelden naar het station en ze weer smeekten om een tochtje in zo’n droomboot, aarzelde ik net een minuut te lang. Voor ik het wist zat ik op een skailederen bank naar de Schreierstoren te kijken. En naar de stralende gezichten van mijn kinderen.

Maar wie schetste hun verbazing toen we de Herengracht op voeren en in vier talen attent gemaakt werden op het mooiste (en duurste) stukje gracht uit de zeventiende eeuw, de Gouden Bocht?

De Gouden Bocht, uit: Overal en ergens... van Arend van Dam en Alex de Wolf

Daar hadden we net over gelezen bij Arend van Dam.

Tweede positie

11 augustus 2009

Jet wilde graag een tutu, om haar balletoefeningen wat meer elan te geven. Haar eenjufsballetschool is met ingang van september opgeheven en de animo is nu ook weer niet zo groot dat Jet naar een nieuwe balletschool wil, maar de idylle van zo’n echte ballerina blijft toch lonken. 

Een tutu maken is een fluitje van een cent. Schijnt. Handige moeders maken zoiets in een handomdraai. Onhandige moeders kijken of er ook instructies op internet te vinden zijn. Liefst visueel, met stap-voor-stapfoto’s. En dan blijkt er gewoon een filmpje in je schoot te vallen met de titel How to make a no sew tutu. Zonder naaimachine dus. Wat zeg ik, zonder naald of draad.

De toezegging dat een en ander slechts drie kwartier in beslag neemt, is voor onhandige moeders wat krapjes genomen. Ga uit van het dubbele. Maar dan nog. Dan ben je nog monter genoeg om er óók een voor de sidekick te maken. 

Pas gelezen

10 augustus 2009

Lisa Boersen, Jani Kekke en de blauwe dagdromer‘Dit moet je op het blog zetten’, zei Philip, ‘dat is leuk voor de mensen.’

Bij dezen. Het was inderdaad een prachtig voorleesboek, Jani Kekke en de blauwe dagdromer van Lisa Boersen. Jette zei na afloop: ‘Ik wil nooit meer in een nieuw boek beginnen.’ Dat zei ze ook na de meesterdieftrilogie en nog een paar andere boeken en het betekent dat ze het verhaal echt heel mooi vond. 

Het gaat over Jani, die een Kekke is. Kekkes zijn de wezentjes die ’s avonds de mensen in slaap strooien, ieder volgens zijn eigen schema. Bij het middagdutje van de Koningin is er iets misgegaan met de zandcombinatie, waardoor zij geen twee uur en vier minuten, maar honderd jaar zal slapen. Om zijn fout te herstellen zoekt Jani hulp bij Tim. Tim is een van de weinige mensen die Kekkes kunnen zien, want Tim is uitzonderlijk goed in dagdromen. Dat gaat ten koste van zijn schoolwerk, zijn sportclubjes en alle andere buitenschoolse onplooiingskansen die zijn ouders voor hem bedacht hebben. Weinig mensen begrijpen dat dagdromen juist een kwaliteit is, en heel handig voor het helpen van Kekkes in nood.

Jani Kekke en de blauwe dagdromer staat vol verwijzingen naar verhalen uit het collectieve sprookjesgeheugen en daar houden we van: Klaas Vaak, Doornroosje, Wiplala. Net als Wiplala wenst Jani geen ‘kabouter’ genoemd te worden en is hij behept met een ongedurig temperament, maar met zijn hippe zonnebril is hij wel een stuk vetter dan Wiplala en Klaas Vaak samen. Het verhaal is geestig en goed geschreven, met mooie bijrollen voor de Koningin en Tims Russische au pair.

Janneke Schotveld, Hotel KindervreugdEn dan het nieuwe boek van Janneke Schotveld, dat ik vorige maand kocht. Het is niet helemáál ‘O, Gij, die sneller schrijft dan God kan lezen’, zoals Roland Holst dichtte over Simon Vestdijk, maar toch, ik vind het vlot gedaan, haar derde boek alweer.

Eigenlijk wilde ik Hotel Kindervreugd er niet op zetten, want we hebben het nog niet gelezen. En wat we er wel van gelezen hebben, vonden we eigenlijk nogal tegenvallen. De zinsbouw was niet altijd even jofel en Philip en Jet konden weinig sympathie voor het verhaal opbrengen. Ik moet zeggen: het hing een beetje van clichés aan elkaar. Jet vond de hoofdpersoon bovendien een vervelend ventje, en dat is volgens mij niet de bedoeling van het verhaal. Die moet nu juist genegenheid opwekken, temidden van onhebbelijke ouders en een tang van een kostschooljuf.

Omdat we maar dertig bladzijden gehaald hebben, kan ik er verder niet veel over zeggen. Daarbij heb ik sympathie voor Janneke Schotveld, omdat ze zo’n gezellig voorbeeld van thuisonderwijs geeft in haar debuut Villa Fien. En haar tweede boek Zsa Zsa vonden we wèl erg leuk. Dus ga ik Hotel Kindervreugd alsnog zelf uitlezen, misschien dat er toch jeu in het verhaal komt. En anders wachten we op Mosha en de olifantenparade, dat binnenkort gaat uitkomen. Die kaft ziet er alvast veelbelovend uit.

Melancholie

7 augustus 2009

Als je beste vriend op vakantie is gegaan terwijl je net een wekenlange speelfrenzy achter de rug hebt, als je een-na-beste vriend niet thuis is en je beseft dat al het leven op aarde vergankelijk is, dan kan de mistroostigheid toeslaan.

Philip, die net de uitslag in zijn elleboogholtes heeft ingesmeerd:  ‘Ik moet eraan denken dat ik alweer zeven jaar eczeem heb.’ Hij zucht. ’En Cato kan al “scrambled eggs” zeggen.’ Soms begrijpt een mens niet waar de tijd is gebleven. (Cato op de achtergrond: ‘Strembeld ets!’ )

Als rond het middaguur dan de telefoon gaat en een ander vriendje belt om te vragen of je zin hebt in een watergevecht, dan ga je toch maar. Ondanks alles.

En dan kom je aan het einde van de dag weer stralend thuis. 

Eerste positie

5 augustus 2009

Sinds ik Jet heb beloofd dat wij samen naar een balletvoorstelling gaan, als tegenhanger voor Philips bezoek aan Coldplay, zijn haar balletaspiraties als vanouds opgelaaid. Dus toen ik zaterdag bij De Slegte hier tegenaan liep,

Jane Hackett, Ballerina, een gids voor jonge dansers

kon ik de aankoop niet weerstaan. Het was een schot in de roos. Nou is Jet van nature meer een Findus (de poes van Sven Nordqvist) dan een klassieke danseres. Meer springend, links en rechts dingen omgooiend, dan sierlijk oefenend aan de barre. Maar met zo’n boek op schoot was ze binnen mum van tijd een ingetogen ballerina. En och mensen, er zat ook nog een dvd bij.

To was er als de kippen bij toen Jet zich in haar balletpakje hees. Want als er iemand een ingetogen ballerina is, dan is het Cato wel.

Eerst moet je altijd even inrennen,

terwijl je af en toe kijkt wat er zo’n beetje gedaan moet worden.

Opwarmen, positie bepalen, een combinatie van handen- en voetenwerk.

En pas als dat hele balletlijf  klaargestoomd is voor het echte werk, het ingetogen werk, dan pas laat je zien wat je kan.

En als mensen vragen: ‘Wat wil je later worden?’, dan zeg je zonder aarzelen: ‘Jette.’ Want veel meer kun je niet worden in het leven.