Ontspannen en uitgewaaid
29 mei 2009

Het was heerlijk, echt heerlijk. Met V. en haar schatjes in een vuurtorenwachtershuis aan de kust, waar we het ganse meteorologische spectrum van de afgelopen week in al haar glorie konden ervaren.
Eerst was er een warme stranddag van zwemmen in de golven, poedelen in een binnenmeertje en zandkastelen met gangen bouwen. Met een afterparty in de middagzon. Kersen eten op het gazon en uitbuiken in de bolderkar.


’s Avonds zagen we het onweer komen aanrollen over de weilanden; lichtflitsen die de horizon vulden terwijl de kinderen rozig in hun bedden lagen en wij wijn dronken in de woonkamer.
En weet je wat nou zo fijn is van de kust? Het is er altijd prachtig, wat voor weer het ook is. Als het zomerstrand is verdwenen, krijg je er een Schots herfstlandschap voor terug. Dus ruilden we de badhanddoeken in voor regenjassen en wandelden we de duinen in.


In plaats van schelpen vind je dan heel andere schatten. Onze dingenzoeker heeft er een echte neus voor. Hij kwam thuis met botjes, een schedeltje, aardewerk, een roze slakkenhuisje. Plastic roerstaafjes.

En na zo’n wandeling, ach, na zo’n wandeling. Dan drink je warme chocomel van blokjes pure chocolade die je laat smelten in volle melk. Dan blijkt dat je waxjas door zijn geur slechts de schijn van waterdichtheid heeft, want dan is er geen droge vezel meer aan je lijf en zit er niets anders op dan de open haard aan te steken en warm te worden bij het vuur.

Dan bak je tosti’s in de koekenpan omdat een oud vuurtorenwachtershuis natuurlijk geen tosti-ijzer heeft. Dat zou je niet eens willen. Dan liggen de kinderen weer net zo rozig in hun bedden en zit je ’s avonds weer wijn te drinken voor de open haard.
En er was versgemaakte pasta. Ik zal er niet te lang over uitweiden – het eindresultaat was subliem. Prachtige pappardelle, dikke stroken eierpasta met een hemelse smaak.

Om tot dit resultaat te komen, is het echter van belang de aanwijzingen van de pastamachine goed te lezen. Anders kan het zijn dat je een bolletje deeg bijvoorbeeld negentig keer door de machine haalt, in plaats van de elf keer die eigenlijk nodig waren.

Dat betekent (zuiver theoretisch uiteraard) dat je dan, in plaats van pakweg drie kwartier, zomaar eens vijf uur aan het draaien bent, in shifts van anderhalf uur met twee personen.
Maar weet je, als je op vakantie bent met mensen die je beter wilt leren kennen, als je alle tijd van de wereld hebt en nergens naar toe hoeft, dan is dat niet erg.
Ik was ook nog jarig. Als je kinderen hebt, kan een verjaardag gewoon niet niet feestelijk zijn. Dan wordt er altijd gezongen, dan is er altijd taart met kaarsjes en krijg je altijd wat je het allerliefst wilde hebben. Met vijf kinderen wordt dat alleen maar feestelijker. V. had voor taart gezorgd, ik werd uit bed gezongen en kreeg pioenrozen en prachtige cadeaus. Onder andere de tas die ik zo graag wilde hebben.

Flower power, een revolver dat bloemetjes schiet. Ik had hem gezien in de mooie webwinkel van Pien en was meteen verkocht. Na veel stille en allengs luider wordende hints had John de tas gekocht en Jet betrokken in het geheim. Ze had hem meegesmokkeld in de bagage.
Iedere avond werden V. en ik na het eten getrakteerd op de mooiste voorstellingen, bewerkingen van bestaande sprookjes. Aangezien Jet en Isabelle beiden geen concessies konden doen, was er altijd een bijzondere aanpassing voor de vrouwelijke hoofdrol. Roodkapje had haar equivalent in Rozekapje, en Hans bleek naast Grietje nog een zus Rosaline te hebben. Met aandoenlijke toewijding en majestueuze houding gebracht. We hebben tranen gehuild van het lachen en van ontroering tegelijk.
Soms is een vakantie anders dan anders, omdat je vantevoren niet weet wat je moet verwachten. Dan maak je voorzichtig vrienden door naar elkaar te kijken.

En naar elkaar te lachen.

Door samen pasta te draaien, naar voorstellingen te kijken en door veel samen te praten. Het was heerlijk.
[Postscriptum: toen Philip dit stukje gelezen had (P&J lezen graag mee; dag liefjes) zei hij: 'Die roerstaafjes horen er niet bij. Die zaten nog in mijn jaszak van atletiek.' Excuses voor deze uitglijer dus, de roerstaafjes horen níet bij de bodemvondst.
Ter verdediging wil ik aanvoeren dat dergelijke attributen nog niet zo lang geleden wèl als schat gekoesterd werden, tezamen met roestige spijkers en bouten, takken in alle soorten en maten, stenen, schelpen, eindjes touw, kroonkurken en tal van andere snuisterijen. Mijn zoon wordt groot. Een beetje groter in elk geval, want roestige spijkers, eindjes touw en al die overige schatten zijn nog steeds geliefd. Het gaat om de nuance, hè.]
Feest
24 mei 2009

Ga lekker zitten. Uil heeft alles gebakken wat er in het kookboek stond, dus de tafel staat vol koek. Het is namelijk twee jaar geleden dat ik dit blog begonnen ben en ik wil even zeggen dat ik het zo leuk vind dat jullie meelezen.
De eerste tijd was het een geheim blog, alleen voor familie en vrienden en onvindbaar voor zoekmachines. Het is natuurlijk mal om je verhalen zomaar de ruimte in te sturen zonder te weten waar het landt. Toch besloot ik het dagboek na een paar maanden openbaar te maken, en tot mijn verbazing kwamen er steeds meer mensen kijken. Dat vond ik wel reden voor een feestje. En het is dubbel feest, want ik vertrek zo met de kinderen naar een huisje aan de Noord-Hollandse kust. En daar ben ik nog jarig ook. Driedubbel feest.
Tast toe. Alles is er, roomtruffels en scones, marsepeintaart met botercrème-jamvulling, vers gebakken stroopwafels, brownies en slagroomtaart. Wil je iets drinken? Koffie? Frisje? Joh, we doen gewoon gek, we trekken een flesje sjampoepel open. Thee voor degenen die er rode vlekken van krijgen.
Proost en tot over een paar dagen!
Tijdmachine
20 mei 2009
Zoiets leuks gedaan gisteren! We hebben een tijdreis gemaakt. Het begon zo. We hadden een luisterboek over de Beemster in huis gehaald.
De Beemster, hoor ik je denken, enig. Altijd al een luisterboek over willen horen.
Nee, ik ook niet. Maar de Beemster staat in de canon van de Nederlandse geschiedenis en bij nader inzien begrijp ik ook waarom. Het is namelijk hét voorbeeld van het Nederlandse pionierswerk om van water land te maken. Het is meer dan een sleetse verwijzing naar die Nederlanders en hun eeuwige strijd tegen het water. Het hoort bij ons.
We hadden dus het luisterboek dat ik toevallig in de bibliotheek was tegengekomen: Jan Janse Weltevree, geschreven door Peter Smit *). Wat een juweeltje, zeg. Een mooi boek over een onderwerp waar nauwelijks kinderboeken over bestaan, dat moet je koesteren. Op een paar anachronismen na (er wordt gemeten in centimeters, die had je in 1609 nog niet, maar het is wel handig voor het begrip) is het een geloofwaardig verhaal over de conflicten tussen mensen die vóór het droogmalen van het Beemstermeer waren (onder meer boeren) en degenen die er tegen waren (binnenvissers). Smit heeft van hoofdpersoon Jan Janse Weltevree een vreselijk leuk jongetje gemaakt; een elfjarige held met een aandoenlijke fantasie waarin hij zich te pas en te onpas kan verliezen.
Hier een stukje luisterboek (3 min). Ter inleiding: het verhaal is net begonnen, Jan heeft zojuist te horen gekregen dat hij bij zijn oom Jacob als visser mag komen werken. Hij is opgetogen en komt tijdens dit fragment terecht bij Jan Adriaenszoon Leeghwater, de timmerman die later een grote rol zal spelen bij het droogmaken van de Beemster en andere waters.
Goed, we zaten middenin het verhaal en de gesprekken aan tafel gingen steeds vaker over Nederland en het water. ’Wat bedoelen ze eigenlijk met “Nederland ligt onder de zee”?’, vroeg Jet, ‘Dat kan toch niet?’ En omdat een beeld meer zegt dan tien onbeholpen tekeningen van je moeder, besloten we de Beemster aan te doen.
Laten ze daar nou juist nog een prachtige uitvinding gedaan hebben. Een tijdmachine!

Dankzij een telefoon met gps krijg je een persoonlijke gids die je rondleidt door het Land van Leeghwater. Met mooie verhalen brengt hij je terug in de Gouden Eeuw.
Eerst liepen we door De Rijp, het dorp van Jan Janse uit het boek. Met de pratende tijdmachine wandelden we door de 17e-eeuwse straatjes en stonden we op een steiger boven het water, net als toen De Rijp nog een eiland was. En we tuurden richting de Beemster.

We luisterden hoe de brand in een hennepmolen het halve dorp in de as legde. En over de straat waar in januari 1654 brandende plukken hennep als fakkels rondvlogen en de huizen in vuur en vlam zetten, huppelde nu een 21ste-eeuws meisje met haar ouders, broer en zusje.

De korte wandeling eindigde bij het standbeeld van Jan Jansz. Weltevree en vandaar stapten we in de auto. Onze teletijdmachine loodste ons langs de wegen en over het dijkje: ‘Links zie je het oude land, oneffen zoals het altijd geweest is. Rechts zie je het nieuwe land, waarin alles door de mens bedacht is: iedere weg, iedere sloot, iedere boom.’
Bij het ontwerp van het landschap is rekening gehouden met het principe van de Gulden Snede – de verdeling van lijnen die de perfecte schoonheid, de optimale streling van het oog totstandbrengt. In de Gouden Eeuw waren ze dol op die goddelijke verhouding.

Dat ziet er vanuit de lucht dan zo uit.

Tijdens de reis werden we langs plaatsen geleid waar een verhaal aan vastzat. Zo kwamen we bij een van de elf overgebleven molens die de Schermerpolder drooghielden. Daar zijn we even naar binnengegaan om te zien hoe dat nou werkte.

In deze museummolen kun je goed zien hoe het droogmalen precies ging, want dankzij glazen ruiten kijk je door de muur en de vloer onder de molen. Dan zie je de vijzel aan het werk, een soort schroef die het water omhoog draait.

Bij het zien van het allerknuste woonkamertje dat je je kunt voorstellen, wilden we allemaal op slag in een molen wonen. Ruimtegebrek was geen bezwaar. De kinderen zagen zich al liggen in de stapelbedstee, terwijl John en ik in dezelfde (enige) kamer zaten te ganzenborden.

Helaas hield onze tijdmachine er na de molen mee op. De gps deed het nog wel, maar het luisterverhaal zweeg in alle talen. Beemster stolpboerderij ‘De Eenhoorn’ is dus aan onze neus voorbijgegaan, evenals het borstbeeld van Leeghwater zelf. Het schijnt nauwelijks voor te komen, dus laat je niet weerhouden; wij gaan de laatste helft van de reis ook zeker nog een keer beluisteren.
Om de tijdmachine aan het werk te zien, kun je hier een korte (2 ½ min) reportage zien die is uitgezonden door RTV Noord-Holland.
Op deze pagina vind je alle praktische informatie over de tijdmachine.
En als je helemaal los wilt gaan, kun je ook dit schooltv-programma nog bekijken. Het is een uitzending van Rondje Nederland, een serie over het Nederlandse landschap die we vorig jaar met plezier gevolgd hebben. Deze aflevering laat heel mooi zien hoe de droogmakerijen ontstonden en wat er zou gebeuren als de duinen en dijken er niet zouden zijn: ‘Onder de zeespiegel’ (ca. 15 min).
——————————-
*) Het boek is inmiddels herdrukt onder een andere titel: De strijd om de Beemster. Het luisterboek werd ingesproken door Vincent Wibier (waarom horen we daar niet veel meer verhalen van?) en is helaas, helaas niet meer verkrijgbaar op cd. Je kunt het bij een aantal winkels als deze en deze wel als mp3-bestand downloaden.
Thuisonderwijs in Nederland
20 mei 2009
Nieuwsflits.
In opdracht van de staatssecretaris van Onderwijs heeft het SCO-Kohnstamm Instituut een onderzoek gehouden onder thuisonderwijzers in Nederland.
Enkele citaten uit het onderzoeksrapport:
‘Hoe komt het dat met thuisonderwijs goede resultaten behaald kunnen worden? Op deze vraag zijn enkele antwoorden te geven die aannemelijk maken, dat de goede resultaten in feite niet eens onverwacht zijn. Uiteenlopende onderwijskundigen hebben vastgesteld dat één-op-één instructie, de vorm waarbij voor elke leerling een leraar beschikbaar is, de effectiefste onderwijsvorm is [...].’
‘[...] Praktisch alle ouders [zijn] van nature uitstekende coaches voor hun kinderen, bijvoorbeeld als het gaat om het leren lopen, zindelijk maken en de vroege taalontwikkeling. Van belang daarbij is dat ouders flexibel kunnen reageren op wensen en behoeften die kinderen uiten, bijvoorbeeld ten aanzien van de onderwerpen waarvoor ze belangstelling hebben of de activiteiten waar hun voorkeur naar uitgaat.’
‘Medlin (2000) wijst op de onnatuurlijke scheiding naar leeftijd die de meeste schoolklassen kenmerkt. Dat maakt schoolklassen in sociaal opzicht een arme leeromgeving. Ze bieden kinderen nauwelijks mogelijkheden om zich op te trekken of te spiegelen aan het gedrag van oudere of rijpere leerlingen.’
Verder omvat het eindrapport de volgende vijf onderzoeksvragen.
- Ontvangen alle leerplichtigen die op grond van artikel 5 onder b zijn vrijgesteld een vorm van onderwijs? Zo ja, welke vorm (particulier onderwijs, thuisonderwijs, een mengvorm, anders)?
- Wat houdt het onderwijs in en waarop is het gericht?
- Hoe wordt het onderwijs vormgegeven?
- Hoe denken ouders over toezicht?
- Wat zijn de belangrijkste knelpunten die ouders ervaren (bijv. bij de doelenkeuze, de vormgeving van het onderwijs, financiële problemen)? Hoe lost men deze op en welke hulp heeft men hierbij nodig?
Ik zou zeggen: ga er even lekker voor zitten. Wij hebben er ook aan meegewerkt.
Een beknopt overzicht vind je hier.
Dit is de link naar het hele rapport:
Vervangend onderwijs aan kinderen van ouders met een richtingbezwaar (pdf)
Tien
17 mei 2009

En dan word je op een dag wakker en heb je een kind van tien. En wat voor een kind.
Een kind dat zo groot kan denken en toch zo intens kind is. Die voor de twaalfde keer een andere cd voor zijn peuterzusje opzet als ze verongelijkt brult: ‘It zei toch: Se-sam-straat’, maar die net zo makkelijk vergeet dat ze nog maar twee is (‘Mam, Cato doet niet wat ik zeg’).
Een kind voor wie de hele wereld aan zijn voeten ligt (‘Ik wil uitvinder worden; denk je dat mensen daar behoefte aan hebben?’) en dat toch zo in de put kan zitten omdat hij een woord verkeerd gespeld heeft (‘Zie je wel dat ik dom ben’).
Een kind met een enorme fantasie en een buitensporig groot hart. Het zal je kind maar zijn. Of je vriend, je kleinzoon, je neef of buurjongen. Of je broer. Dan ben je bevoorrecht.
Hij wilde graag starwarspoppetjes voor zijn verjaardag. Na lang nadenken bleef het bij drie poppetjes. ‘Verder ben ik eigenlijk wel tevreden.’
Ik wilde me al gelukkig prijzen met zo’n bescheiden kind, toen hij erachter kwam welke poppetjes er buiten de speelgoedwinkel om te krijgen zijn. Hij pakte zijn Starwarsbijbel erbij om te zien welke personages hij nog miste en binnen afzienbare tijd was het ingetogen aantal van drie uitgegroeid tot een ongegeneerde hoeveelheid van dertig poppetjes. Dan hadden wij als gevers tenminste wat te kiezen.
Om het ons makkelijk te maken had hij bij ieder personage op de verlanglijst een cijfer tussen 1 en 10 gezet: hoe hoger het cijfer, des te groter was de behoefte aan het betreffende poppetje. De heb-indicatie bleek echter uitsluitend uit negens en tienen te bestaan, wat de besluitvorming er niet veel gemakkelijker op maakte. Maar met hulp van Jet (‘Deze vindt hij écht gaaf, mam’) lukte het toch om een evenwichtige selectie van goeien en slechten samen te stellen.
Eigenlijk vond ik het maar niks, alleen zo’n berg plastic als verjaarscadeau. Niet eens iets degelijks ter compensatie. Iets van ongelakt hout of zo. Iets wat jaren meegaat als bewijs van verantwoord ouderschap. Maar ik wist ook wel dat hij met die berg plastic ontzettend veel zou spelen. Ik bedoel, we zouden hem er wel echt blij mee maken. Dat is toch waar verjaarscadeaus voor bedoeld zijn. En hij wordt tien, bedacht ik, hoeveel jaar zal hij nog zo hartstochtelijk met iets kunnen spelen?

Het was een goede keuze. Hij was blij. Het waren meer poppetjes dan waarop hij gehoopt had -de grootouders hadden geparticipeerd in de aanschaf- en hij kon samen met zijn zus en zielsverwant weer hele nieuwe avonturen bedenken. Het was een mooie verjaardag.

De andere kant
12 mei 2009

We hebben sinds jaar en dag een abonnement op de dichtstbijzijnde dierentuin, maar vandaag hadden we voor het eerst aan de andere kant van de schermen afgesproken.
Ik had het al heel lang in mijn hoofd en op de een of andere manier kwam het er nooit van. Een privérondleiding is namelijk alleen mogelijk op woensdagmiddag en in het weekend -bij uitstek momenten waarop wij de dierentuin vermijden- en ik wilde geen bezoek met een heel grote groep, omdat het voor de kinderen dan moeilijker is om hun aandacht erbij te houden in het gespeel en geroezemoes. Bovendien gaat het onherroepelijk ten koste van het persoonlijk contact met de gids, de mogelijkheid om voortdurend vragen te stellen, wat mij betreft de grootste meerwaarde van zo’n geleide wandeling.
Toen ik erachter kwam dat je ook kunt afspreken op rustige dagen met een klein groepje, heb ik meteen geboekt. En zo kwam het dat wij, door ons te houden aan het absolute groepsminimum van tien mensen, op deze maandagse lentemorgen met een buitengewoon vriendelijke mevrouw en haar sleutelbos achter deuren mochten kijken die we normaal altijd voorbij liepen.
Het was enig. Zo veel informatie, zo veel kunnen vragen, zo veel bijzondere plekjes en mooie dieren gezien – genoeg stof om het zeeaquarium nog lang met nieuwe ogen te kunnen bekijken. Ben je bijvoorbeeld weleens zó dicht bij een nestelende drieteenmeeuw geweest dat je zijn oogjes kon zien?

Cato wel.

En hoe gaaf is het dat de eitjes van een zeekoet de vorm van een kegel hebben, zodat ze niet van de rots afvallen? Zeekoeten broeden zomaar zonder nest op het koude steen en een gewoon ei zou van het smalle richeltje gestoten worden. Dat weten we nu gewoon.
De kinderen mochten aan het begin van de rondleiding hun lievelingsdieren noemen en vervolgens gingen we die een voor een af. We kwamen bij de kwallen en de schildpadden, de toekan en de pinguins.

We hebben de tanden en huid van een haai gevoeld. Een haai blijkt schubjes te hebben, een soort stekeltjes die ruw zijn als je tegen de richting in aait, en glad met de richting mee, zodat hij gestroomlijnd door het water glijdt.

Er was één dier waar we niet om gevraagd hadden, maar dat ons ter verrassing werd aangeboden. Een wurgslang. Nou ja, slangetje. Maar toch.


En toen de mevrouw duidelijk had gemaakt dat het echt geen gifslang was en dat hij alleen muizen kon wurgen, durfden we hem allemaal vast te houden.


Na twee uur stonden we weer buiten, voor onze lunch met krentenbollen in een zonnige dierentuin. Ik kan het iedereen aanraden, zo’n rondleiding. Het kost niks (zelfs een fooi mag niet aangenomen worden), je staat versteld van de vrijwilligers met hun schat aan informatie en mooie verhalen en je waant je eregast als je via nooduitgangen naar geheime plekken wordt geleid boven het haaienbassin of langs de dierentuinkeukens.
Over een paar weken gaan we de andere kant van de tuin ontdekken, de stallen en hokken van de zoogdieren. Ik heb er nu al zin in.
Heen en weer
8 mei 2009
Cato luistert de laatste dagen veel naar de zestigerjarenmusical van Jip en Janneke en dus luisteren wij mee. De afspeelfrequentie heeft tot gevolg dat we de cd kunnen dromen en tijdens onze dagelijkse bezigheden uittunen om krankzinnigheid te voorkomen.
Maar soms valt er toch ineens iets op. Een van de liedjes gaat over het gebruik van de telefoon, een fenomeen dat in de jaren zestig zo excentriek was dat Annie M.G. er een tekst over maakte: ‘Telefoneren, telefoneren, het is zo makkelijk, d’r is niks an. [...] Eerst je vinger op de vijf, in dat gaatje van de schijf; en nou draaien, (‘Ja, maar hoe?’) deze kant op, naar je toe.’
‘Hmm’, zei Philip hardop, tegen niemand in het bijzonder,’wat zouden ze bedoelen met ”je vinger in dat gaatje van de schijf”…’ Terwijl hij zich aan het bezinnen was op een metaforische betekenis, zei Jet: ‘Ik weet het! Oma heeft zo’n telefoon boven staan. Met een kruldraad eraan.’ Philip kon er zich geen voorstelling van maken, ook niet nadat ik een telefoon met draaischijf voor hem getekend had, waarbij ik me steeds verder voelde wegzinken in een peilloze ouderdom.
Dus togen we vandaag naar het Museum voor Communicatie. En raad eens wat?

Maar dat het medium waarmee je ontelbare uren lief en leed hebt gedeeld, het enige apparaat dat je scheidde van je vakantieliefde, het Hyves van de jaren tachtig, waarmee je iedere who-what-where-scheet aan je zielsverwanten liet weten, dat dát medium tentoongesteld wordt als rariteit, dat voelt alsof je zelf ook op slag in een museumstuk verandert. ‘Deze telefoon is nog uit het guldentijdperk’, zeiden Philip en Jet tegen elkaar. Misschien dat ik binnenkort rondleidingen in klederdracht kan geven.
De rest van het museum was leuker dan ik me ervan herinnerde. Het was bijna twee jaar geleden dat we hier waren en voorgaande keren hadden we vooral de tijdelijke tentoonstelling bezocht. Deze keer ook een poos de vaste collectie. Genoeg te zien met de sorteermachine voor brieven, de radio en de telex waarmee je daadwerkelijk berichten naar elkaar kon versturen.


Ik had daarnaast veel gehoord over ‘Het Rijk van Heen en Weer’, de nieuwe tentoonstelling waar Wim Hofman speciaal een boek voor geschreven heeft. Boek hebben we nog niet gelezen, maar de expositie was mooi vormgegeven. De opzet bestaat uit zes fantasielanden die ieder verschillende manieren van communiceren laten zien. Je krijgt een houten ‘brief’ mee die alle onderdelen kan ontsluiten: gebarentaal in Anderland, voorbije communicatiemiddelen in Toenland, virtuele contacten in Digiland, enzovoorts.

Ik moet altijd even wennen aan de totale digitalisering van dergelijke tentoonstellingen, maar dat zal ongetwijfeld te maken hebben met mijn museale gesteldheid. Nergens bordjes, nergens een vanzelfsprekende uitleg die blijkt uit de opstelling, uitsluitend beeldschermpjes of luidsprekers die je spontaan aanspreken als je op het zendertje stapt. Het voordeel is wel dat alles gemaakt is op tastende kinderhanden, zodat een blind paard (of Cato) er geen schade kan doen. Genoeg klautergelegenheid en ‘interactieve’ knopjes in overvloed. Tot Cato’s vreugde werd er ook nog een stukje uit Knofje vertoond (‘Nofje!’) op een ouderwetse tv met een kussentje ervoor.

Philip en Jet waren het meest te spreken over het gedeelte waar je een filmfragment kon nasynchroniseren. Aan de hand van een klein stukje uit een soapserie kon je een eigen, alternatieve tekst inspreken, zodat een ontroerende scène steeds baldadiger werd.

Terwijl ik met Cato de jassen al uit het kluisje ging halen, zaten zij tot sluitingstijd stemmetjes in te spreken. Thuisgekomen bleek dat we de scènes vergeten waren op te slaan, zodat we ze niet konden naluisteren. Ik denk dat we nog wel een keertje gaan om het goed te maken.

