Oogst
29 april 2009
Kijk, ik wil jullie natuurlijk niet de ogen uitsteken, maar dit aten wij toevallig van de week:

De eerste radijs uut de volle grond. Zéker anderhalve centimeter groot en lekker, lekker! Het was er pas eentje, dus we hebben hem gedeeld.
Maar dan vandaag. Nog geen week later, en kijk eens wat er nu te oogsten viel:

Ja, die witte horen zo. We hadden een zakje ‘gemengde’ Jip en Jannekeradijs van de Hema. En witte radijzen zijn ook heerlijk, een tikje pittiger.
Vriend D. was mee vandaag – hij zou de hele dag met ons doorbrengen. Hij vond onze tuin erg mooi en was vooral onder de indruk van de afgebakende rijen. ‘Onze tuin is meer wild’, zei hij, ‘dat is ook mooi. En we hebben geen groente. Maar ik heb wel een keer konijnenvoer gezaaid.’
Wat betreft onze overige tuincapaciteiten: die vorderen langzaam. We zijn er inmiddels achter dat er van de drie regels tuinbonen welgeteld vier plantjes uitgekomen zijn. De andere zaden zijn naar alle waarschijnlijkheid door de kauwtjes opgegeten – we vonden een halfaangevreten boon op het plaats delict.
De huisgezaaide sla is in de tuin uitgeplant, maar lijkt niet erg te aarden. De plantjes zijn nog even groot als een week geleden en hangen in slappe, sliertige bladeren over de grond. Er is nog weinig wat voor een beginnende krop kan doorgaan. Ik houd echter moed.
De wortels, afrikaantjes en snijbiet blijken een verrassingsproject. Ondanks ons gezaai in zorgvuldige rijen heb ik nog werkelijk geen idee wat onkruid is en wat wortel, afrikaantje of snijbiet. Alles lijkt even snel op te schieten in even nauwkeurige rijen. De afrikaantjes zullen uiteindelijk wel gaan bloeien, de wortels zal ik ooit ook wel herkennen, maar ik zit nog een beetje met de snijbiet. Dat belooft een bijzondere maaltijd te worden.
Op sfeerimpressies van opspruitend groen, schoffelende kinderen en een schattige Cato die in de kruiwagen meerijdt naar de composthoop moet u nog even wachten, want ik vergeet telkens mijn camera mee te nemen. Maar geloof me, de tuin wordt een plaatje.
Vers van de pers
25 april 2009

Er verschijnen niet vaak artikelen over thuisonderwijs in de media, en als ze er al zijn, dan staan ze vaak bol van de stereotypen. Ofwel losgeslagen kinderen die gillend over tafel rennen terwijl hun ouders vertederd toekijken, of zielige Weltfremden die tegen hun zin aan huis geketend lijken.
Vandaag een mooie uitzondering in De Telegraaf. Zie hier het artikel ‘School? Thuis leren ze veel Meer!’
Gespreksstof
23 april 2009
Terwijl ik Jet laatst naar zwemles reed, zei ze ineens, uit het niets: ’Eigenlijk is lenen.nl een woekeraar.’
We hadden regelmatig kredietreclames voorbij horen komen en in het begin leek het de kinderen een ge-wel-dig initiatief, zo’n onbaatzuchtige geldboom. Een rug waar je onbeperkt van kunt plukken. De nieuwe badkamer van het reclamepaar vertaalde zich bij onze kinderen in massa’s starwarspoppetjes en feestjurken. Totdat ik vertelde over de rente. Dat tien Darth Vaders via lenen.nl geen 100 euro, maar 130 euro kosten (een beetje aandikken was in dezen geoorloofd, leek me). Een verlies van drie starwarspoppetjes, begreep Philip – daar had hij geen wiskundeboek voor nodig.
Mijn punt was aangekomen. Iedere kredietreclame op radio en tv werd in het vervolg toegesproken met een uitgebreid arsenaal sneren, tsss-en en jaja’s. Dat mensen daar nog in geloofden. Tien starwarspoppetjes in plaats van dertien, zo lagen de kaarten.
In De bende van de Witte Roos van (alweer) Astrid Lindgren, lazen we vervolgens over een woekeraar in een Zweeds dorpje. De hoofdpersonen legden aan elkaar uit wat een woekeraar precies doet. En hoewel we er verder niet over doorgepraat hadden, legde Jet het verband met lenen.nl, zomaar op weg naar zwemles.
Zo gaat het vaak. Het grootste en belangrijkste deel van ons onderwijs vindt plaats door middel van gesprekken. Op tijden en plaatsen die we er niet voor bedacht hadden. In de auto, tijdens het koken, bij het tandenpoetsen of aan tafel tijdens het eten. Grote en kleine vragen, over de ozonlaag en de AEX, over welke rekeningen je moet betalen als je in een huis woont. Of waarom je je soms chagrijnig kunt voelen, en hoe je daarmee om kunt gaan. Of hoe je iemand kunt helpen die voor het eerst op gymles komt en zich een beetje verlegen voelt. En niet te vergeten: vrijwel alle seksuele voorlichting vindt bij ons plaats tijdens niet-geregisseerde gesprekken – als we op kraambezoek zijn geweest bijvoorbeeld, of soms uit het niets, op weg naar de sportvereniging.
Praten is immens belangrijk. Van vragen stellen en gesprekken voeren leer je veel meer dan van tekstboeken lezen en antwoorden uit je hoofd leren die iemand anders voor je bedacht heeft. Je leert te luisteren, je mening te staven en te herzien. Je leert op te komen voor je principes, je gedachten te ordenen en niet klakkeloos aan te nemen wat een ander zegt.
De Britse onderzoeker Alan Thomas heeft geconcludeerd dat daarin de kracht van thuisonderwijs schuilt, in conversaties. Of je nu een klaslokaal aan huis hebt nagebouwd of helemaal ontschoold bent, thuisonderwijzers blijken allemaal erg veel tijd te besteden aan praten. Ze hebben tijd en ruimte om in te gaan op de spontaan opkomende vragen van hun kinderen en dat blijkt een grote succesfactor in het onderwijs.
In de Verenigde Staten wordt er onder thuisonderwijzers graag een naam gegeven aan dingen die educatief rieken. Zoo class voor een rondleiding door de dierentuin, carschooling *) voor schoolse dingen die je tijdens een autorit kunt doen en clickschooling **) voor het bezoeken van leerzame websites.
Ik pleit voor praatscholing. En dan geen scholing om te leren praten, maar scholing door middel van praten. Op zo veel mogelijk plaatsen, met zo veel mogelijk mensen van alle leeftijden, door er zo veel mogelijk te zijn als de vragen zich aandienen. En daar hoef je geen thuisonderwijs voor te geven, daar hoef je alleen maar de tijd voor te nemen.

Gesprek op leeftijd met vriend A.
————————–
*) Op de pagina over Carschooling kun je een maandelijkse kalender downloaden die je kunt gebruiken voor gespreksonderwerpen tijdens autoritten. Het boek heb ik zelf niet, maar hier kun je wat van de inhoud bekijken. Met tips om bijvoorbeeld road kill te kunnen ontleden (maak van uw aangereden egeltje een leerzaam project) of autospelletjes om samen een vreemde taal te leren.
**) Via deze link kun je je abonneren op de e-mailservice van Clickschooling, waarmee je dagelijks een educatieve link toegestuurd krijgt. Iedere dag een ander onderwerp: op maandag bijvoorbeeld wiskunde, op zaterdag kunst. Ik ben al een jaar of vijf geabonneerd er zit regelmatig iets bij wat de moeite waard is. Hier het archief van Clickschooling, met links op onderwerp.
Wonderkind
15 april 2009
Halverwege Philips rekensommen mengde Cato zich in het geheel door hier en daar wat cijfers te roepen. Het leek Philip een mooi moment om de officiële scholing aan te vangen.
‘Cato, hoeveel is 1+1?’
‘Twee’, antwoordde ze beslist.
Philip was perplex. Zo veel knaps in zijn eigen zusje. Om onderpresteren te voorkomen moet je een genie echter blijven uitdagen.
‘En Cato, hoeveel is 2+2?’
‘Veertien.’
Overtuigd van de briljante geest die hij voor zich had, probeerde Philip het op een andere manier.
‘Hoeveel is 7+7?’
‘Veertien.’
De meester was tevreden. Nog eentje om het af te ronden.
‘En Cato, hoeveel is 7+8?’
‘O, zes,’ zei ze nonchalant.
U ziet, thuisonderwijs gaat vanzelf.

De week van Jet
11 april 2009

In het boek Karlsson van het dak van Astrid Lindgren verzucht hoofdpersoon Erik dat hij bijna niet kan geloven dat er zó veel leuks bij elkaar kan gebeuren. Hij is jarig, kreeg zijn liefste wens cadeau (een hondje) en dan heeft hij ook nog een feestje met zijn beste vrienden en een logeerpartij bij oma tegoed.
Jet had een beetje hetzelfde vorige week. Ze was ook jarig. En oma kwam logeren. En er was nog veel meer leuks.
De verjaardag zelf betekende al dagenlang feest. Want hoewel we het heugelijke feit op een zaterdag vierden, druppelden er doordeweeks nog genoeg vrienden, vriendinnen en buren binnen om de stemming erin te houden. En ze bleven meestal ook gezellig eten.
Jet wilde, naast de traditionele, huisgemaakte limoentaart, voor haar zevende verjaardag een garderobe van jurken en rokken. Omdat de karakteristieke prinsessenfase bij haar maar kort geduurd heeft en ze vanaf haar vierde eigenlijk alleen maar broeken wilde dragen, had ze nauwelijks zwierige jurken in haar kast hangen. Het allerliefst wilde ze een bruidsmeisjesjurk. Bij Jet zijn de dingen vaak associatief en in dit geval was er dan ook een aanwijsbare aanleiding: het bruidsmeisjesverhaal dat John al wekenlang voorleest uit Het grote Alfie en Annie Rose verhalenboek van Shirley Hughes.
Ze kreeg de limoentaart. En jurken. Zomerjurken met spaghettibandjes, geklede jurken met ruitjes, hippe grotemeisjesjurken, en een bruidsmeisjesjurk.

We hebben geen trouwerijen in het verschiet, maar ze heeft de jurk al veel aan gehad, want iedere dag is het waard om gevierd te worden.
En toen was het ook nog Palmpasen.

Heel stichtelijk uiteraard, maar in de praktijk betekent Palmpasen voornamelijk: snaai. Een tafel vol lekkers om de stok mee te versieren, uit te delen aan de mensen en dan heel stichtelijk zelf aanvallen. Cato wilde ook graag op de foto, met dropveterwangen.

Je gelooft het niet, maar in diezelfde tijd mocht Jet ook nog afzwemmen. Het was bijna te veel. Een paar dagen ervoor vroeg ze: ‘Mam, zijn er eigenlijk weleens kinderen gezakt voor hun A? Bijvoorbeeld omdat ze hun rugcrawl niet zo goed deden?’
Soms hou ik nog een beetje extra van haar.

En die rugcrawl ging meesterlijk, toevallig. Een voorbeeld voor de Nederlandse zwemsport, zou ik zo zeggen.

Zo’n zwemdiploma is natuurlijk opnieuw reden om je galajurk nog eens aan te trekken en de feestroes voort te zetten.
Alsof het allemaal nog niet genoeg was, had ze ook nog een privéles op de manege. En dat ging zo goed, dat ze direct van de wachtlijst mocht en haar een instroomgroep voor net-geen-beginners-meer werd aangeboden. Maar die groep valt juist op het uur dat ze ook ballet heeft, en dat wil ze ook heel graag. We laten het even zo. Er is al zo veel om van na te genieten, soms is het fijner om nog iets te wensen over te houden.
Wilde dingen
7 april 2009

Max en de Maximonsters, de klassieker van Maurice Sendak wordt verfilmd. Op zich geen wereldschokkend nieuws, maar ik had het nog nergens zien staan, dus ik dacht: kom, ik breng ook eens een nieuwtje. En het is tenslotte een living book.
Ik weet nog niet of ik het ermee eens ben. Films en boeken, dat gaat maar zelden goed. Helemaal een film van een prentenboek, zo’n prentenboek. En toch ben ik erg benieuwd wat ze ervan gaan maken.
Dit is de officiële trailer van Where the Wild Things are, hij staat gepland voor dit najaar.
Hier staat nog een ongemonteerde scène – met een andere Max en een andere monsterstem, maar het geeft een idee. Op het eerste gezicht heb ik niet het idee dat film en boek voor dezelfde doelgroep gemaakt zijn. Ik las een reactie van iemand die schreef dat de film haar ‘awsome’ leek, en dat ze had begrepen dat hij van een boek gemaakt was. Van de titel had ze nog nooit gehoord, ze zou het eens gaan lezen.
Philip en Jet vonden dit filmpje nog heel mooi. ‘Bij deze klopt het verhaal tenminste’, zei Philip. Hij houdt niet zo van creatieve alteraties van filmregisseurs. Het is een klei-animatie van de journalistiekafdeling van de Universiteit van Georgia. Het filmpje loopt tot 5 minuten, de rest erna is aftiteling.
[Postscriptum: tien minuten nadat ik dit stukje gepubliceerd had, kwam John naar me toe en zei: 'Zegt me niks, dat boek.' Ik was verbijsterd. 'Het staat in de kast!', kreet ik. 'Er staat wel meer in de kast', zei hij.
Als zelfs mijn echtgenoot het boek niet kent, is het misschien handig om een linkje toe te voegen. Bij dezen.
Op zoek naar een recensie over het boek kwam ik er trouwens ook achter dat die film al jaren verwacht wordt en iedereen er allang van wist. Ik heb dus helemaal geen nieuwtje gebracht. Al met al een tamelijk mislukt stukje. Ik laat het evenwel staan. Voor de drie mensen die het boek wel kenden en nog niet wisten dat er een film in de maak was.]

Die Verwandlung
4 april 2009

Nee, we hebben geen nieuw huisdier. En we hebben ook geen rituele moord gepleegd. Dit is wat er op de grond lag nadat Philips haren waren geknipt.
Bij hem doet het me altijd denken aan een metamorfose, het afleggen van een oude huid. We hebben een paar zomers vlinderpoppen in huis gehad; dan zagen we soms de gedaanteverwisseling plaatsvinden. Een pop breekt open, de vlinder kwispelt uit haar oude huid en laat een poosje haar natte lijfje en vleugels drogen (heel leuk trouwens: gewoon een pakketje bestellen, hier bij de Vlinderstichting).
Philip doet me vaak aan zo’n vlinder denken als hij na het knippen met natte haren op de bank zit. Dezelfde en toch anders.
Een paar dagen geleden zag hij er nog zo uit.

Het duurt altijd een poos voordat hij zeker weet dat hij toch geknipt wil worden. Eerst twijfelt hij of hij zijn krullen niet met een kek voetballershaarbandje zal dragen. Of in een steert. Maar dan heeft hij gesport en plakt zijn bos zweterig om zijn hoofd, of heeft hij gezwommen en kwam er water in zijn duikbril omdat zijn pony er telkens tussen piepte.
En dan weet hij het weer zeker.

