Berenjacht

31 mei 2008

Rosen & Oxenbury, We\'re going on a bear hunt

Philip en Jet genieten al een paar weken van onderstaand filmpje. Het wordt gespeeld door Michael Rosen, schrijver van de klassieker We gaan op berenjacht en het werd vertoond in het Britse kinderboekenmuseum Seven Stories in Newcastle.  

Naast de boeken waar ik vorige maand (hier) al over schreef, lezen we ook dikwijls Engelstalige boeken die we al in het Nederlands kennen, zoals deze Berenjacht.

Overigens willen de kinderen de laatste week liever Duits leren (het zal de tijd van het jaar wel zijn, zie mei 2007), dus lezen we momenteel Elefant und Krokodil van Max Velthuijs, die we in het Nederlands kunnen dromen. Verder nog een aantal andere leuke Duitse prentenboeken gevonden in de bibliotheek, waaronder het gedicht Du bist da, und ich bin hier  van Franz Wittkamp. Leuk hoor. En goed om mijn eigen uitspraak van het Duits weer eens op te putzen.

Jarig

28 mei 2008

De afgelopen drie dagen had ik de eer op deze stoel te mogen zitten.

Versierde stoel

Het lijkt alsof hier een hele zak slingers klakkeloos overheen gemikt is, maar niets is minder waar. Deze troon is met heel veel tijd en aandacht, versiering voor versiering door een zesjarig meisje opgebouwd. Alleen al in de strikjes linksboven aan de rugleuning zit een schat aan liefde en vlijt.

Kijk, hier kun je dat beter zien:

Versierde stoel - detail

En dat was nog maar het begin. Op de ochtend van mijn verjaardag werd ik verrast met een heerlijk kopje versgezette thee en een beschuitje met suiker dat zingend binnengebracht werd (na gestommel voor de slaapkamerdeur en overleg op fluistertoon: ‘Waar beginnen we mee: lang zal ze leven?’ ‘Nee, nee… Er is er een jarig!’).

Wat volgde was een dag vol geschenken en verwennerijen. Zo had ik gevraagd of ik als extra verjaarscadeau voor een keer mijn haar mocht wassen zonder dat er iemand de badkamer binnenkwam. Toen desalniettemin Cato met twee omhooggestoken armpjes voor mijn ingezeepte hoofd stond om mee te mogen douchen, werd ze onmiddellijk meegetroond (’Sorry, mam! Kom Cato, mama is jarig’). Ik bedoel maar, hoe jarig kun je je voelen.

Na alle gezelligheid van visite, lekkers en mooie cadeaus wordt de stoel vanavond weer afgebroken, maar ik geniet nog even na.

Zaliger te geven

22 mei 2008

Vandaag waren Philip en Jet samen op pad. Ze doen wel vaker een boodschapje, maar dat is altijd in opdracht en bij de bakker of supermarkt op honderd meter van ons huis. Nu wilden ze zelf. En wel naar het Oude Dorp, kijken bij de dierenwinkel en de speelgoedzaak.

Het Oude Dorp is maar tien minuten gaans, een route van een kilometer die ze kunnen dromen, want het eindpunt is meestal de bibliotheek of de markt op het dorpsplein. Met een geladen mobiel en een hoofd vol goede raad (’Já mam, als iemand ons wil meelokken gaan we heel hard gillen… Néé mam, als iemand zegt dat ze thuis een pony of jonge hondjes hebben gaan we niet mee…’)  gingen ze op pad.

En ze kwamen weer thuis, gelukkig. Ik had al drie kwartier heus niet zenuwachtig voor het raam staan kijken en twee keer de neiging onderdrukt het mobiele nummer te bellen, toen ze ontspannen keuvelend binnenwandelden. Jet had een verrassing meegenomen. Ze is de laatste maanden erg bezig mensen blij te maken met zorgvuldig ingepakte cadeautjes. Dat kan van alles zijn: een ballon, lucifers, een mooi lintje, een soepstengel (met glanzende ogen overhandigd: ‘Daar hou je zo van!).

Nu had ze iets voor Cato meegenomen uit het dorp: Ernie (van Bert).

Cato en Ernie

Het zat zo: we hadden deze week een heerlijke dag met de thuisonderwijsgroep in een speelbos (hier heb ik wat foto’s van deze dag gezet), alwaar Cato een plotselinge liefde voor Ernie opvatte. Vriendje J. had zijn Erniepop mee naar het speelbos, Cato was meteen verkocht en mocht met de pop knuffelen tot ze in slaap sukkelde. Wij hadden onze Ernie lang geleden al aan de Kringloop gedoneerd, maar nu was Jet op hun loopje naar de speelgoedwinkel tegen een Ernie aangelopen. Ze had hem betaald uit haar dikke portemonnee met maanden opgespaard zakgeld-in-muntjes. Ze vertelde trots hoe ze het geld berekend had en wat ze weer terug had gekregen. En ze had hem laten inpakken.

Moeilijk te zeggen wie er het meest genoot toen ze het cadeau aan haar zusje overhandigde.

Gelukkig met jezelf

20 mei 2008

Jet viert de lente met een zelfgemaakt lied en een spontaan opborrelend dansje.

Jet viert de lente

Jet danst

op een zelfgemaakt liedje

een zelfverzonnen dansje

Jubileumreflecties

18 mei 2008

Voor Cato is de wereld nog niet onderverdeeld in vakken. Dat snapt iedereen.

Cato aan het werk

Haar aardrijkskunde bestaat uit het strand, haar biologie uit het ontdekken van haar eigen navel. En dat tandjes poetsen in de basisvorming onder het vak ‘verzorging’ zou vallen, daar moet iedereen natuurlijk een beetje om lachen.

Als je veertien maanden bent, hoef je nog aan niemand uit te leggen dat in jouw wereld alles samenhangt.

Philip doet onderzoek bij een putVoor Philip en Jet ligt dat anders. Zodra je de rijpe leeftijd van vier jaar bereikt hebt, wordt je leven opgedeeld in vakken. Wat voorheen ’spelen met je zusje’ was, of ‘heel hard achter elkaar aanrennen’ heet vanaf dat moment bewegingsonderwijs. En aan tafel vertellen wat je bij opa en oma gedaan hebt, heet dan mondelinge taalvaardigheid.

Daar snappen Philip en Jet nog niet veel van. Als mensen vragen: ‘Hebben jullie dezelfde vakken als op school?’, dan begrijpen ze die vraag niet. Voor hen hangt alles nog net zo samen als voor Cato.

Zo nu en dan vertel ik dat de verhalen die we op de bank lezen, onze bezoekjes aan het Prinsenhof en het invullen van de tijdbalk geschiedenis genoemd worden op school. Dat Philips gesnuffel in zijn atlas, zijn interesse voor vlaggen en volkeren eigenlijk aardrijkskunde heet. En dat de mooie bouwwerken die hij al jaren maakt onder het vak handvaardigheid of techniek zouden vallen.

Maar het komt nog niet echt aan, merk ik. En eigenlijk vind ik hun naïviteit juist wel charmant. Argeloosheid is toch een van de genoegens van de jeugd.

Morgen is het een jaar geleden dat ik aan dit dagboek begon. Toegegeven, als blogger in de ware zin des woords ben ik waardeloos. Ik publiceer niet dagelijks, ben niet actief in een bloggersgemeenschap, mijn stukjes zijn veel te lang, op uitjes vergeet ik mijn camera mee te nemen en daarbij gaan mijn fotografeercapaciteiten die van een achtjarige niet te boven.

Maar ik vind het wel erg leuk om te doen. Het is geen voorlichtingssite geworden over de formele aspecten van thuisonderwijs, maar dat was ook niet mijn doel. Ik ben hiermee begonnen om een indruk te geven van ons leven. Niet het thuisonderwijsleven, maar een thuisonderwijsleven. En al vertel ik nog niet de helft van wat ik zou willen vertellen, ik vind het leuk om globaal te zien wat we gedaan hebben. Een soort rapport. Nu alleen nog een tienminutengesprekje om te zien of we overgaan. De kinderen gaan in ieder geval verder. In hun eigen universum waarin alles samenhangt.

Samen op weg

Eersteling

9 mei 2008

mijn zoon, 9 jaar

Hij was degene die mijn wereld op zijn kop zette, negen jaar geleden.

Negen jaar geleden.

Hij werd geboren na een bevalling die ik nooit meer over wilde doen - wat gelukkig ook niet hoefde. Ik hield hem in mijn armen en liet hem niet meer los. En hij mij niet.

Ik wilde het zó graag goed doen. Alles. Maar dat ging zo vaak niet. Nog steeds vind ik het moeilijk om te berusten in de onvermijdelijke onvolkomenheden, te aanvaarden dat ik niet alles in de hand heb.

Mijn eerstgeborene. Ik ken niemand die gevoeliger is. Als baby werd hij verdrietig van muziekdoosjes. Hij huilde dikke tranen mee als ik boos was op zijn zusje. Nog altijd is hij tot in zijn ziel geraakt door onrecht, uit compassie of als we hem weer eens verkeerd begrijpen. Een kwetsbaarheid waar ik veel te vaak met bruuske stappen overheen dender. Telkens neem ik me voor er rekening mee te houden, maar al te vaak word ik misleid door zijn opmerkelijke woordenschat en bevattingsvermogen, waardoor ik hem groter inschat dan hij is.

Vaak zie ik hem nog zo voor me,  

2,5 jaar

zoals hij was toen hij twee was. Een beetje bedremmeld, bang om alleen gelaten te worden. Toen dacht ik dat dat nooit over zou gaan. Nu weet ik wel beter.

Als hij zich lekker voelde, of juist helemaal niet op zijn gemak was, dan kon hij heel druk zijn. Zo druk dat sommige mensen vroegen of hij misschien een hyperactieve stoornis had. Mensen zeggen maar wat.

Wij zagen hem vaak zo: beschouwend, zich verwonderend over alles wat zich om hem heen afspeelt.

3,5 jaar

Mijn lieve vent. Eigenlijk is hij nog niets veranderd, natuurlijk. Een vriendin zei me eens dat zij aan haar baby’s kon zien wat voor volwassenen het zouden worden. Dat begreep ik niet. Hoe kun je nou aan zo’n klein kind zien wat voor mens erin zit? Maar toch is het waar. We zijn pas halverwege zijn kinderjaren, maar hij is nog steeds het jongetje dat ik negen jaar geleden in mijn armen hield. Nog even teer en verbaasd, soms nog even rusteloos en onstuimig. 

Gefeliciteerd, binkie. Dat je mag worden wie je bent.

9 jaar