Sjippies

28 april 2008

Vriendje D. (10 jaar) kwam langs. De meivakantie is begonnen en dat betekent dat schoolgaande vriendjes weer vaker kunnen spelen. D. kwam halverwege de ochtend aanwaaien en nadat ze binnenshuis al hun rollen hadden opgevoerd (‘We gaan verder waar we vorige keer gebleven waren, ik was een spion…’), lang buiten hadden gespeeld, een late lunch met gebakken eieren hadden genoten en Cato hadden voorgelezen, was het vier uur. 

De landerigheid begon in te zetten: ‘Mogen we televisie kijken?’. Ik was in een heldhaftige bui, maar niet moedig genoeg om zes achterstallige wassen weg te vouwen. Dus gingen we chips bakken.

Men neme aardappels – altijd Nicola’s, die zijn sowieso het lekkerst. Schillen is niet nodig, afwassen volstaat. Plakken snijden met een dikke kaasschaaf en een beetje laten drogen op speciaal voor dit doel aangeschaft keukenpapier. 

Olie in de pan.

(Ondertussen ruimt Cato het keukenkastje uit.)

De olie is heet genoeg wanneer je een plakje in de pan gooit en het direct naar boven komt borrelen.  

Je neemt een handje aardappelplakjes en gooit dat snel achter elkaar, een voor een alsof je geld telt, in de olie. Niet te veel plakjes tegelijk in de pan, anders daalt de temperatuur te snel. 

De plakjes goudbruin laten worden – duurt ongeveer een minuut of vier.

(Tussen twee ladingen door Cato met een waterijsje in de kinderstoel zetten.)

De gare plakjes met een schuimspaan uit de olie halen en even laten uitlekken op het keukenpapier. Daarna zout erover. Of zout met paprikapoeder. 

Lekker. En goed voor extra punten op de schaal van Leuke Moeder.

Engels voor beginners

24 april 2008

Om straks ten volle gebruik te kunnen maken van de overvloed aan Engelstalige boeken en websites proberen we de kinderen alvast een beetje Engels te leren. Dat willen ze zelf ook graag, voornamelijk om de Star Warssimulaties zo realistisch mogelijk te maken: ’I sense lord Vader is in danger’ en natuurlijk: ‘May the Force be with you’. Een taal leren gaat het beste door hem gewoon te spreken, bijvoorbeeld met je Engelstalige vriendjes en hun ouders, maar die zijn niet altijd bij de hand. Daarom praten we soms Engels aan het ontbijt en kijken we naar kinderprogramma’s van de BBC zoals Step Inside, Balamory en Something Special.

En we lezen Engelse boeken. Voornamelijk prentenboeken met mooie illustraties en weinig tekst per bladzijde, en als het even kan ook nog op rijm, want dat blijft lekker hangen. De eerste paar keer vertaal ik na iedere paar regels, maar als we de boekjes een paar keer gelezen hebben, is dat niet meer nodig. Het bulkt natuurlijk van de websites met Engelstalige kinderboeken, maar hieronder de boeken die er wat ons betreft en voor ons doel tussenuit springen. Lost in the woods van Carl Sams II and Jean Stoick. Verhaal over een pasgeboren reekalfje in het bos, met beeldschone foto’s

Mog, the forgetful cat van Judith Kerr. Tijdloze lotgevallen van de aandoenlijke, oenige Mog. We hebben de editie met luistercd en die heeft wel meerwaarde, vind ik. Gezellig voor in de auto.

Madeline, door Ludwig Bemelmans. Schreef ik al eerder over in dit stukje, en we hebben het boek inmiddels in huis. Grote illustraties en een paar regels rijmtekst per bladzijde, heerlijk voorlezen.

Playtime rhymes van Sally Gardner. We hebben een paar boeken met Angelsaksische bakerrijmpjes en deze gaat vaak mee in de auto vanwege de cd die erbij zit. De kinderen kunnen meelezen in het boek en de liedjes zijn parent friendly gezongen zonder snoeiharde synthesizermuziek. Het boek bevat een stuk of veertig succesnummers (‘Old MacDonald’), gebarenliedjes (‘Pat-a-cake’), aftelrijmpjes (‘Ten in the bed’) en minder bekende liedjes zoals ‘Dinosaur soup’, die Philip veel draaide in zijn prehistorische fase:

The cat in the hat en The cat in the hat comes back van Dr. Seuss. Niet voor niets klassiekers. Wij hebben ze in een verzamelband onder de titel The complete cat in the hat, maar er zijn sinds 1957 zoveel uitgaven geweest dat je een royale keus hebt een editie te nemen die je aanspreekt.

King Bidgood’s in the bathtub van Audrey Wood. Leest lekker voor dankzij de repetitieve zinnen. De tekeningen zijn expressief en er is veel op te zien. Opvallend vind ik dat het verstrijken van de tijd zo fraai is weergegeven door kleurgebruik en lichtinval. Dat laatste zie je ook mooi in The napping house, een ander prentenboek van dezelfde auteur. 

Hush little baby  van Sylvia Long. Een innemende, tedere variant op het wiegenliedje met dezelfde titel. Hier belooft de moeder haar kind geen diamond ring, maar een prachtige zonsondergang. Bij voorkeur zingend voordragen. Cato is er dol op, en ik ook.

En dan nog een gouden tip om al dat moois aan te schaffen: The Book Depository. Engelstalige boeken, uitstekende service, goedkoop en (tadaa) zónder verzendkosten. Je kunt altijd even vergelijken met andere boekhandels en je moet de ponden even omrekenen naar euro’s, maar doorgaans is The Book Depository het best geprijsd.

Ze loopt

22 april 2008

Het was vandaag de eerste echt zomerse dag van het jaar en we hebben hem op het strand gevierd, samen met vier andere thuisonderwijsgezinnen (waaronder deze en deze). Ik had geen camera bij me om de twaalf scheppende, plonzende, zandhappende en spelende kinderen vast te leggen, maar ik bedacht ineens dat ik helemaal vergeten was een persbericht door te geven:

To loopt!

Al een maand, en nu dan ook waarlijk als een kievit, maar het begon uiteraard vrij wankel. Hieronder een nauwgezette reportage van de eerste stapjes, op weg naar haar papa. Alsnog strandfoto’s dus, hoewel het toen een stuk frisser was dan vandaag.

Walhalla

17 april 2008

Op galactische dimensies is het natuurlijk een peulenschil, maar naar ondermaanse maatstaven hebben we er best een rit op zitten. Helemaal naar Brussel.

Naar de expo der expo’s, de moeder van alle tentoonstellingen: Star Wars: The Exhibition.

Voor iedereen die niet snapt waarom je daar zo’n moeite voor zou doen, een kleine overpeinzing: denk aan je mooiste boek, je adembenemendste muziekstuk of je heerlijkste hobby. Iets waar je echt van houdt. Stel je voor dat er voor het eerst in dertig jaar een evenement plaatsvindt dat helemaal gewijd is aan je passie. Dan wil je daar naar toe, toch?

En ook al is het niet mijn passie, soms is het heel fijn om in de hartstocht van iemand anders te delen. Twee iemanden in dit geval, Philip en Jet.

Op naar Brussel dus. Ter verhoging van de juichstemming bood vriendin J. in Mechelen een logeerplek aan, zodat we de volgende ochtend niet in de file zouden staan naar de tentoonstelling. Naast een geweldig huis met oneindig veel kamers en trappetjes heeft zij drie vreselijk leuke jongens (11, 9 en 7) om mee te spelen en bleek dinsdagavond bij hen traditioneel Vlaamse-frietendag. Hoe feestelijk kun je het krijgen?

En toen was het zover. Uitgezwaaid door J. tuften we buiten de file om in twintig minuten naar Brussel. Kaartjes gekocht (‘Mam, je sprak Frans!’ zei Jet – het was voor mijzelf ook even schrikken) en door het zwarte gordijn stapten we de expositie binnen.

Daar stonden ze allemaal: the good, the bad and the ugly. Of in ieder geval hun kostuums. En hun voertuigen,wapens, zetels en nog veel meer. Op televisieschermpjes werden kunstgrepen en computeranimaties uitgelegd, zoals de tribune van de podrace uit deel I, waarbij het publiek eigenlijk bestaat uit gekleurde wattenstaafjes. 

Je kon de trucage ook aan den lijve ondervinden door jezelf laten filmen bij de Special Effects Studio, in een lichtsabelduel tegen een groene achtergrond. Zo lijkt het alsof je meespeelt in de film. De kinderen noemden hun opname Star Wars episode VII:

Er ontbraken wel wat personages, zoals Chewbacca (die gecoiffeerde hondleeuwbeer met klaaglijke brul) en over Luke Skywalker was ook nauwelijks iets te vinden. Maar de kleinste Jedi*) stond er gelukkig wel. Tijdens het Star Warsje spelen wordt Cato vaak ingezet als Yoda, want naast overeenkomsten in tongval en haardracht zijn ze ook ongeveer even groot (hij 66 cm, zij 74).

’s Middags was er een meet & greet met de personages. The Emperor**) liep gewoon vrij rond.

En prinses Leia was er. 

En er waren er nog veel meer. Allemaal een tikkeltje overweldigend voor Cato.

Maar het allervetste was de Jedi Experience, een voorstelling waaraan kinderen mochten meedoen om opgeleid te worden tot jedi. Tijdens het spektakel kwam plotsklaps Darth Vader in eigen persoon opdagen, die op het nippertje verslagen werd door de padawans***).

Philip en Jet hadden de bof allebei uitgekozen te worden; een eer waar ze tot lang na de voorstelling beduusd van waren. Hier brengt Philip Darth Vader aan het wankelen,

waarna Jet hem de genadestoot toebrengt. 

We konden de tentoonstelling met een gerust hart verlaten, want het kwaad was verslagen. Volgens Philip waren dit de fijnste dagen van zijn leven. In zulk soort passies deel ik graag.

———————–

*)    jedi = goeierik, vredesridder

Terug


**)  emperor = hoofdslechterik

Terug


***) padawan = jedi-leerling

Terug

Nieuwe pagina

9 april 2008

Klein nieuwsflitsje tussendoor: ik heb een nieuwe pagina toegevoegd.

Hij heet Zelfgelezen en is te bereiken is via de link onder de titel ‘Van mijn nachtkastje’ rechts in de kantlijn. Hier staan de boeken die de laatste maanden op mijn nachtkastje lagen en bovendien staat onderaan de pagina een top drie van mijn favoriete thuisonderwijsboeken en eentje van de opvoedingsboeken die ik het warmst aanbeveel.  

 

Hiep hiep

3 april 2008

Hoera!

Hoera!

Ze was jarig. Mijn lieve meid. Met haar dunne nekje en haar eigen kledingsmaak, met haar durf en haar grote hart. Findus, noemen we haar, omdat ze soms zo lijkt op die poes uit het prentenboek, als ze de slappe lach heeft en net zo springerig en dol is.

En wat wilde ze het liefst? Een paard. Maar dat kon niet, dat wist ze wel. Een-na-liefst wilde ze een poetsdoos, met veel borstels en een hoevenkrabber. Ze was al een paar keer in de paardrijwinkel wezen kijken. Een-na-liefste wensen zijn vaak iets beter te verwezenlijken: ik had alles laten inpakken in paardenpapier, met een plastic tas van de ruitersportwinkel. En hoewel ze nog veel meer kreeg, ging ze die avond met de poetsdoos naar bed.

Maar we hadden nog een verrassing. Ze mocht een privéles paardrijden. Stomme, overbezorgde moeder die ik ben mag ze nog niet wekelijks lessen. Maar af en toe een lesje met een veiligheidsvest  in een lege bak mag wel, te beginnen op de dag van haar zesde verjaardag.

En zo stonden we een uur voor aanvang met het hele gezin op de dorpse manege, Jet in rijkostuum met fonkelnieuwe poetsdoos in de hand. Ze kreeg tot twee keer toe een kleinere cap aangemeten en werd door twee tienjarige meisjes begeleid bij het opzadelen van ’haar’ pony. Als het daarbij gebleven was had ze ook al de avond van haar leven gehad. Niets heerlijker dan met grote meisjes in een stal keutelen, paardje toespreken, singel aanhalen, stijgbeugels op maat maken.

Maar daar bleef het niet bij. Ze mocht de pony ook instappen, de spieren voorbereiden op het echte werk van een zesjarig meisje op je rug dragen. Na twee rondjes onder begeleiding van de tienjarige mentrices mocht Jet alleen met de pony het erf op.

Zelden heeft ze zich zo groot gevoeld.

 

En toen begon het echte werk. Na de teugelinstructies van een vreselijk lieve juf mocht ze haar pony de sporen geven. Uitleg over het sturen, de grote volte en na twee rondjes stappen mocht ze ook draven. Daar had ze zo op gehoopt. Ze wilde de rest van de les niets anders.

En als je goed kijkt zie je dat ze al heel knap kan lichtrijden. Eat your heart out, Anky!

Mijn lieve, lieve Jette. Weer een jaar dichter bij de grote meisjes die ze zo bewondert.