Spelend leren rekenen

28 maart 2008

 Potje stratego

Hoewel we voor Philip (en Jet af en toe ook) rekenboeken gebruiken om sommetjes te maken, hebben ze het grootste gedeelte van hun inzicht opgedaan in ons alledaagse leven. Alle ouders leren hun peuters tellen, doen spelletjes en vertellen de kleuren en vormen als ze met de blokkenstoof spelen, en thuisonderwijsouders gaan daar gewoon mee door als hun kinderen ouder worden.

De cijfers leerden Philip en Jet door om zich heen te kijken, thuis, op straat en in winkels. Optellen, vermenigvuldigen en delen gaan automatisch bij het verdelen van snoepjes, tafeldekken of het uitrekenen hoeveel zakgeld je nog nodig hebt om dat ene object van begeerte te kopen (en hoeveel werkjes je nog kunt doen om een beetje extra te verdienen). 

Een indruk van het huis-tuin-en-keukengebruik van wiskunde in door ons beproefde activiteiten:

  • Meehelpen met koken en bakken. Als het recept voor limoentaart 580 ml slagroom en 397 gram gecondenseerde melk aangeeft, maar je wilt een kwart meer maken omdat je springvorm wat groter is, hoeveel slagroom en blikjesmelk heb je dan nodig?
  • Boodschappen doen. En winkeltje spelen met echt geld.
  • Schatzoeken in huis. We tekenden een plattegrond van ons huis met de meest markante huisraad : bank, bureau, boekenkast, piano, bad, bed, fornuis, speelgoedkist enzovoorts. Een van de kinderen verstopte dan een ‘gouden’ ketting ergens in huis en kruiste het aan op de kaart. De andere familieleden gingen met de kaart in de hand op queeste.
  • Torentjes bouwen van munten. Een dubbeltje is net zoveel als een torentje van 5 twee-centstukken of 10 centen; een euro is net zoveel als een torentje van 10 dubbeltjes, 20 stuivers of 5 twintig-centstukken.
  • Spelen met de weegschaal. We hebben ooit geïnvesteerd in een mooie balansweegschaal waar ook vloeistoffen mee gewogen kunnen worden, maar een keukenweegschaal voldoet natuurlijk prima.

Appels met kiwi’s vergelijken

Verder doen we veel spelletjes. Dat is een geweldige manier om onderdelen van het rekenen te automatiseren, maar voorwaarde is wel dat iedereen die eraan meedoet het spel leuk vindt. Dat klinkt als een open deur, maar als ik de rekenspellen zie die de onderwijsuitgeverijen ontwikkelen, dan ligt het educatieve er zo dik bovenop dat ieder plezier je vergaat. Terwijl er toch zo veel oude vertrouwde (en ook nieuwe) spelletjes zijn die wèl leuk zijn en ook nog eens efficiënt leren rekenen.

Een aantal van onze succesnummers:

  • Sjoelen
  • Monopoly
  • Eurotrip 
  • Halli galli
  • Stratego
  • Mastermind
  • Bingo. Een molentje met balletjes van een paar euro en (eventueel zelfgemaakte - met minder nummers) bingokaarten. Handig voor kleuters om de tweecijferige getallen te leren herkennen - gaat bij bingo meestal tot 75. Voor onze kinderen was het showelement ook een van de bekoringen: geestdriftig aan het rad draaien en met gedragen stem de getallen declameren.
  • Domino of variant Matador, waarbij je niet gelijke helften tegen elkaar moet leggen, maar de stippen samen 7 moeten vormen.
  • Yahtzee. Geen dure doos van de spellenfabrikant, maar 5 dobbelstenen en een scoreblokje van een euro uit de speelgoedwinkel.
  • Rush Hour (ook wel Traffic Jam). Je kunt het als bordspel kopen, maar ook online spelen of hier op papier als downloaden en hier de puzzelopdrachten die erbij horen.
  • Zeeslag. Gewoon op ruitjespapier, leuk tijdens lange autoritten. Hier korte Nederlandse spelregels, hier langere in het Engels.
  • Alle bordspellen met twee dobbelstenen. Moet je eens kijken hoe snel optellen tot 10 (of 12) gaat na een paar potjes Ganzenbord.
  • Rummikub
  • Kaartspelletjes: jokeren (= Rummikub met kaarten), pesten, eenentwintigen (of Black Jack)

Voor sommige grote mensen zijn spelletjes overigens nog knap lastig, waarvan hieronder akte. Het is een filmpje uit de paternale erfenis van Philip, Jet en Cato en bevat een aantal gevleugelde uitspraken uit ons familiejargon (’Het is geen rajen! Het is nadenken, het is psychologie, het is uitpiekeren!’).

Ten slotte uit het oerwoud aan websites twee mooie links:

Dr Mike’s math games for kids - met veel spelletjes waar je alleen maar pen en papier voor nodig hebt.

Mathematical Fiction - helemaal Charlotte Mason: meer dan 500 boeken (fictie, stripboeken), toneelstukken, films en andere media die verband houden met wiskunde.

365 pinguïns

21 maart 2008

365 Pinguins - voorkant

Mijn favoriete bibliothecaresse van onze formidabele bibliotheek schoot me aan om me op dit boek te wijzen. We komen natuurlijk vaak langs en zij kan goed inschatten waar we van houden. Dit boek is geschreven door Jean-Luc Fromental en het is inderdaad een heel fijn prentenboek.

Op nieuwjaarsdag krijgt een familie een pakketje zonder afzender thuisbezorgd. Er zit een pinguïn in, met een briefje erbij: ‘Ik ben nr. 1, geef me eten, nu meteen!’ Niemand die er iets van snapt, maar het blijkt het begin te zijn van een bestendige stroom pinguïns - Fromental, 365 pinguïns - kubusiedere dag eentje. De illustraties van Joëlle Jolivet zijn grappig en tonen de toenemende paniek van de familieleden terwijl de pinguïns hand over hand de bladzijden innemen.

Ondertussen kun je mee tellen (31 pinguïns in januari, 28 in februari) en rekenen: hoeveel het kost om 101 pinguïns te voeden en op welke manieren je ze kunt herbergen: in dozijnen of in kubusvorm. In het voorbijgaan komt er ook nog wat milieubewustzijn aan de orde, maar wij vonden 365 pinguïns vooral een gezellig prentenboek.

Zusjes

15 maart 2008

Mijn dochters

Een maartse lentedag, gisteren in de dierentuin.

Het klinkt nog steeds gek als ik het over mijn ‘oudste’ of ‘jongste’ dochter heb. Eerst had ik gewoon een zoon en een dochter. Maar al moet ik soms nog wennen, zij horen allang bij elkaar. 

Daar waar Philip meestal wat zorgzamer is voor Cato, is Jet vooral praktisch. Philip is degene die geduldig vraagt ‘Zal ik je even helpen, meisje?’ als Cato een hysterische krijs geeft omdat het dekseltje niet van een doosje wil. Degene die voor de zevenendertigste keer het trapje op klimt omdat Cato aangeeft (wijzende vinger, snerpende gil - de baby signs werken nog niet helemaal vlekkeloos) dat ze graag nog een keertje samen van de glijbaan wil.

Jet zet haar zus graag in bij haar spel. En omdat alles wat zich op vier ledematen voorbeweegt in Jettes ogen al gauw een paard is, kan ze de verleiding vaak niet weerstaan om Cato met een touw om haar pols door het huis te leiden, op weg naar een poetsbeurt (’Maar mam, ze wil het!’).

Zo zitten ze vaak te keutelen.

Met de poppen spelen, oktober 2007

Samen spelen (Jet 5 jaar, Cato 7 maanden)

Een levende pop

Cato laat het zich uiteraard allemaal welgevallen. En Jet kan niet wachten totdat ze samen de stad in kunnen. Ik zie ze al gaan, met z’n tweeën.

Pu Yi

12 maart 2008

Arend van Dam, Poe’i, een kind als keizerWe hebben ons de laatste tijd beziggehouden met de ouwe Chinezen.

The Last Emperor heeft altijd hoog in mijn persoonlijke top vijf van mooiste films gestaan, dus toen ik een poos geleden tegen het boekje Poe’i van Arend van Dam aanliep, leek dat me een mooie manier om het fascinerende kind-keizertje te introduceren.

Het verhaal is natuurlijk prachtig: sprookjesachtig en nog echt gebeurd ook. Een jongetje dat op zijn tweede zomaar naar de Verboden Stad wordt gebracht om daar als keizer te regeren. Dan breekt de revolutie uit, stort het keizerrijk in, maar wordt de jongen jarenlang in de waan gelaten dat hij nog steeds keizer is. Zijn leven lang is hij een marionet geweest: eerst binnen zijn paleismuren, later in het schijnstaatje Mantsjoekwo bij de Japanners en vervolgens in een communistisch heropvoedingskamp. Je verzint het niet bij elkaar.

Na het boek hebben we de film bekeken, schitterend en indrukwekkend met zijn beelden van de de Verboden Stad en prachtige kostuums. Ondanks mijn censuur bleek er toch nog een erg verdrietige scène in te zitten, waarbij Jet tot dikke tranen geroerd was. Het was het gedeelte waarin Wang Momo, de min van Pu Yi wordt weggestuurd door de Verheven Moeders, de weduwen van vorige keizers en de vrouwen die het eigenlijk voor het zeggen hebben in het paleis.

Aangezien aansprekende onderwerpen bij onze kinderen onmiddellijk verwerkt worden, verscheen Jet de volgende ochtend zo aan het ontbijt:

Jet als keizerin-bruid Wan Jung

‘Wie ben je, Jet?’ vroeg Philip.
‘Nou, wie denk je?’ zei Jet mysterieus.

Ze bleek Pu Yi’s vrouw te zijn, keizerin Wan Jung op haar bruiloft. De sieraden van gekleurde paperclips staan helaas niet op de foto, maar waren een onmisbaar detail waarmee de keizerin zich de hele dag tooide terwijl zij samen met Philip, die in een tijdmachine naar de 20e eeuw was gereisd, de Verheven Moeders even flink de waarheid vertelde.

En omdat het rotweer was hebben we ook meteen maar The First Emperor bekeken, een film die ooit in het Omniversum heeft gedraaid en het verhaal vertelt over de stichting van China als keizerrijk. Was leuk in de context van het thema, maar de film haalt het natuurlijk niet bij die van Bertolucci.

Metafoor

4 maart 2008

Het is al een ouwetje in ons soort kringen, maar erg mooi. En omdat niet iedereen in ons soort kringen verkeert, zet ik hem hier. Want het gaat niet in het bijzonder over thuisonderwijs, maar over kinderen die een beetje anders zijn in het algemeen (en welk kind is dat niet?). Het filmpje duurt zes minuten en de eerste keer dat ik hem zag, was ik erg ontroerd.

Toen we vandaag met zo’n dertig thuisonderwijskinderen samen kwamen in een grote speeltuin, viel me ook weer op hoe waar dit filmpje is. Allemaal heel verschillende kinderen die vanzelfsprekend met elkaar omgaan, elkaar opzoeken en helpen, niet gehinderd door grenzen van leeftijd of potentie: als een vriendje van vijf niet alleen van die enorme glijbaan durft, ga je als achtjarige met hem mee. Als een van de baby’tjes verdrietig is, troost je het. En niemand vindt het vreemd dat de meisjes (of ouders) zich ook in een stoer vest hijsen om te lasergamen.

Eigenlijk heel logisch om zo op te groeien.

Jammer genoeg vallen sommige stukjes tekst weg, maar ik vind hem mooi genoeg om hier toch te zetten. De originele versie kun je hier zien.

Gisteren hebben we zelf kaarsen gemaakt, gedompeld zoals de ambachtsman het noemt, georganiseerd door iemand van onze lokale thuisonderwijsgroep.  

Halverwege de ochtend parkeerden we op de Goudse gracht en liepen een schattig winkeltje binnen, waar we hadden afgesproken met de anderen van onze groep.  In de werkplaats achter de winkel kregen instructies van de kaarsenmaker.

Eerst een lont in de hete paraffine dopen,

Kaarsen dompelen

dan uit laten lekken en laten drogen - één minuut, af te tellen op de grote klok boven de werkbank, 

Uit laten druppelen

en vervolgens weer in de paraffine dopen, weer laten drogen en nog eens dopen, net zolang tot de kaars dik genoeg is. Het dompelen moet vrij snel gebeuren, anders smelt de hardgeworden paraffine weer en wordt de kaars nooit wat.

Als de kaars dik genoeg is, wordt het druipsteenpuntje aan de onderkant recht afgesneden

Kaarsen afsnijden

en kan de kaars geverfd worden in badjes met gekleurde paraffine. Omdat één keer dompelen in het kleurenbad een lichte kleur geeft, kun je leuk mengen: een keertje rood en een keertje geel wordt oranje, twee keer dompelen in blauw en één keer in rood wordt donkerpaars, enzovoorts.

Zie hier het resultaat (Philip wilde witte kaarsen):

Het resultaat