Hoorspel
30 november 2007
Philip was de laatste dagen in de ban van het hoorspel. Niet zomaar een hoorspel, maar een hoorspel van meer dan twaalf uur uit de jaren vijftig: Sprong in het heelal, het Marsmysterie. Twintig radiouitzendingen met jarenvijftigstemmen op tien cd’s.
We hebben altijd veel naar audioboeken geluisterd, thuis en onderweg. Via de voorgelezen Jip en Janneke, sprookjes en klassiekers als Peter en de wolf en Piccolo en Saxo, Bert en Ernie en de opera’s van Frank Groothof zijn we nu dus aangekomen bij het heurspel, zoals coryfeeën het in de jaren vijftig plachten uit te spreken.
Ik zag de doos met cd’s liggen bij de bibliotheek en besloot de gok te wagen. Ik had niet verwacht dat het zo zou aanslaan, maar Philip was er direct door gegrepen. Hij kroop bijna in de boxen van spanning en concentratie, leverde commentaar (‘Hee! Dat had ik niet verwacht…’) en onderbrak het verhaal slechts af en toe voor een plas, een verplicht rekenlesje of het verzamelen van wat legoblokjes of karton, schaar en plakband om geïnspireerd te kunnen bouwen tijdens het luisteren. Hij wilde maandag wel graag mee naar het zwembad (dat op maandagmiddag uitgestorven en dus een privébad is), maar zodra we thuiskwamen, zette hij de cd weer aan.
Sprong in het heelal is gebaseerd op de Britse radioserie Journey into space en was een ongekend succes in zijn tijd, zowel in Groot Brittanië als in Nederland. Dit deel, Het Marsmysterie, werd in Nederland uitgezonden in 1956, maar speelt zich af in het verre 1972.
In het verhaal ondernemen astronauten een expeditie naar Mars vanaf de maan (omdat de zwaartekracht daar minder krachtig is dan op aarde en er dus minder brandstof nodig zou zijn), om te onderzoeken of daar leven is. Nodeloos te zeggen dat er heel wat avonturen en spanning aan te pas komen – twaalf uur maak je niet zomaar vol. Persoonlijk haakte ik na een kwartiertje af, maar voor Philip deed het jarenvijftigtempo niets af aan de meeslependheid: hij durfde bijna niet naar bed na de onheilspellende gebeurtenissen en de ijzingwekkende muziek. Hij ging wel slapen, maar halverwege de avond zagen we ineens een slaperige krullenbos boven een blauwgeruite pyjama over de gang schuifelen: ‘Ik kom er zomaar even uit, hoor. Niet omdat ik bang ben of zo.’
Als teaser een stukje van de eerste cd, halverwege de eerste aflevering: ‘De expeditie naar Mars’ .
Op de pagina van Geronimohoorspelen staat meer over Sprong in het heelal en vele andere hoorspelen. Verder nog twee links die uit het woud der hoorspelpagina’s wat mij betreft het allermeest de moeite waard zijn: de Hoorspelstartpagina en de hoorspelen van Heer Bommel die door de NPS online gezet zijn. Via het witte mannetje rechtsboven kun je ze allemaal downloaden.
Levende aardrijkskunde
27 november 2007
Even een paar tips in de categorie geografie uit de stapel gelezen boeken van de afgelopen tijd. Vele hebben de boekenlijst niet gered, maar deze wel.
Debby Smits, Is Nederland echt zo plat?
Twee kinderen gaan met hun opa en zijn Bolbo (een zelfgemaakte vliegtuigbootauto) op reis door alle provinciën van Nederland. Feiten, bezienswaardigheden en karakteristieken worden in de avonturen meegenomen: zeehondjes op de wadden, de heksenwaag, de Dom, noem maar op. Het verhaal is niet van literaire nobelprijskwaliteit, maar het is goed genoeg om het boek leuk te houden. Stond ook op het advieslijstje 1999/2000 van De Glazen Globe, de boekenprijs van het Koninklijk Nederlands Aardrijkskundig Genootschap, die wordt uitgereikt aan ‘het boek waarin aandacht wordt geschonken aan een aardrijkskundig onderwerp.’ Al hun nominaties uit 2000 staan op deze pagina van mijn boekenlijst, hier staat de aanbevelingenlijst uit 2003, hier die van 2007 en via de volgende link kom je bij de reeds bekroonde boeken.
Ellen Tijsinger, Alle kinderen tellen mee.
Tien verhalen van kinderen uit landen als Nicaragua, Burkina Faso, Roemenië, voor wie schoon drinkwater nog niet uit de kraan komt, voor wie quatkauwende vaders tot het dagelijks leven behoren en die een paar uur met de bus reizen om kruiden voor hun zieke oma te halen. De verhalen zijn niet zielig en laten het gewone leven zien uit het perspectief van de kinderen. Voor Grote Mensen in Rijke Landen wel erg ontroerend. Met foto’s van echte kinderen en goed voor veel vragen en discussies.
Thando MacLaren, Brieven uit de hele wereld. Een meisje uit Amsterdam schrijft twee brieven over haar leven en krijgt soortgelijke brieven terug van een kind uit India, een uit Trinidad, Indonesië, Nieuw-Zeeland en een uit Tanzania. Met een soort ganzenbord (‘verrelandenspel’) achterin.
Barnabas en Anabel Kindersley, Kinderen wereldwijd (vertaling van Children just like me). Uit 1995 en dus een ouwetje, maar erg de moeite waard. Mooi om naast het boek van Ellen Tijsinger te gebruiken. Een typisch Dorling Kindersleyboek; overzichtelijke foto’s van kinderen over de hele wereld, gerangschikt per werelddeel. Een kijkje in hun leven, zoals hun huis, favoriete spelletjes en lievelingseten.
Goedmaken
13 november 2007
Jet was ontzettend boos. Ik had namelijk al drie keer beloofd dat ik zou komen kijken bij schaatsles, maar wilde voor de derde keer mijn snor drukken. Omdat het op een vreselijk onhandig tijdstip is, van vijf tot zes. Omdat het zo praktisch is dat ik kan koken terwijl zij weg zijn en we direct na de les kunnen aanschuiven. Omdat het zo koud is voor Cato op het ijs.
Omdat het zo’n gedoe is.
Maar Jet wilde het heel graag en ik vond het heel moeilijk om definitief nee te zeggen, dus ik stelde het iedere keer uit en beloofde dat ik vólgende week echt eens zou komen kijken. Dan zou ik het eten al ’s middags klaarmaken, zodat ik helemaal paraat zou kunnen staan om half vijf. Dat had ik al voor de derde keer beloofd, maar weer niet gedaan. De intentie was er wel, hoor. Daar niet van. Ik had zelfs een makkelijk gerecht uitgezocht, iets wat zonder problemen opgewarmd kon worden. Maar het was er gewoon niet van gekomen op tijd te beginnen. Dus nu was Jet heel erg boos. En terecht.
We hielden allebei voet bij stuk. Ik probeerde, getergd door schuldgevoel, haar nog te chanteren door te blaffen: ‘Goed, dan ga ik wel mee! Maar dan eten we dus pas om half acht!’ Maar zij viel niet te chanteren, want ze blafte terug: ‘Goed, dan eet ik tussendoor wel een rijstwafel en een appel.’ Dus ik wrong me in allerlei bochten en ging op mijn strepen staan en riep uiteindelijk dat ik het toch niet ging doen, omdat ik nog gehakt moest kopen (sterk argument). En met het schaamrood op de kaken beloofde ik dat ik volgende week echt zou komen kijken. Maar zij geloofde het natuurlijk al niet meer. ‘Ja, ja!’, riep ze, ‘Dat zei je vorige keer ook. Dat zei je al een paar keer. Je jokt gewoon!’ Tierend liep ze naar buiten, me verzekerend dat ze nu toch niet meer ging schaatsen. Trouwens, die laatste vijf lessen ging ze ook niet meer volgen.
Ik sloeg de deur dicht, me wentelend in gêne. Ik keek op de klok en bedacht dat als ik nù een pan water zou opzetten en daarna heel snel de supermarkt in en uit zou rennen voor dat gehakt, dat ik dan nog twintig minuten had om chili con carne en rijst te maken, Cato in een skipak te hijsen, in het fietszitje te snoeren en op weg te gaan.
Om vijf over half zes kwamen we door the cold November rain aan bij de schaatsbaan. Zij had haar belofte gehouden: ze was niet naar haar klasje gegaan en zat op Johns rug langs de kant naar een schaatsende Philip te kijken. Toen ze me zag, brak haar gezicht open. ‘Nou’, zei ik, ‘Laat zien dan.’ Ze zei dat ik de allerliefste moeder van de wereld was en ik zei dat het me speet en we omhelsden elkaar en ik snuffelde in haar nek terwijl John haar noren aantrok. Ze kon nog net de laatste twintig minuten meedoen. En ze deed het fantastisch. Ik had het voor geen goud willen missen.



