Ark

29 oktober 2007

In waarschijnlijk de tweede eeuw na Christus werd een prachtig boekje geschreven: de Physiologus. Het is een verzameling weetjes over allerlei dieren; bekende soorten als de egel en de vos, maar ook fabeldieren als de phoenix en de centauren. Deze dierenverhalen bevatten natuur-wetenschappelijke ‘feiten’ die al door Aristoteles werden doorgegeven, waarbij aan de biologische kenmerken van de dieren ook een symbolische eigenschap werd toegekend.

Neem de pelikaan. ‘De Fysioloog zegt over de pelikaan, dat zij zeer veel van haar jongen houdt. Want wanneer zij kuikens heeft en zij zijn een beetje gegroeid, dan pikken ze de ouders in het gezicht. De ouders slaan de jongen dan en doden hen. Maar later hebben hun ouders medelijden en ze treuren drie dagen over de kinderen, die ze gedood hebben. Dan, op de derde dag, pikt hun moeder haar zijden open en haar bloed, dat op de dode lichamen van de kuikens druppelt, wekt hen op.’ *) De christelijke symboliek is evident. De pelikaan wordt in de Middeleeuwse beeldende kunst dan ook veel gebruikt als beeld voor de offerdood van Christus.

De Physiologus ontketende een ware rage in de Middeleeuwen. Er ontstond een nieuw letterkundig genre: het bestiarium, een verzameling dierenverhalen **), ook bijzonder nuttig voor het onderwijs.

Daar moest ik aan denken toen we het prentenboekje lazen dat dit jaar bij de Kinderboekenweek is uitgegeven. Wat niemand weet is gemaakt door twee grootheden, Tonke Dragt en Annemarie van Haeringen, en geeft een mooie versie van het ark van Noachverhaal. Philip en Jet vonden het erg leuk om alle variaties op het echte verhaal uit Genesis aan te wijzen, ze moesten vooral lachen om de tekening van twee onwillige pandaberen die nors van hun bamboe opkijken en naar binnen geduwd moeten worden (in het originele verhaal komen de dieren uit zichzelf).

Hoofddier van het boekje is de eenhoorn, die niet meegaat in de ark. En wat is al sinds de Physiologus in kunst en literatuur het symbool van Christus? De eenhoorn. Nou, is dat niet leuk? De eenhoorn in het prentenboek zwemt met de ark mee (ik zeg: Ichtus) en verandert later in een narwal: wat mij betreft een leuke toespeling op een soort omgekeerde evolutie. Bovendien zijn in de geschiedenis aangespoelde slagtanden van de narwal aangezien voor de hoorn van een eenhoorn. Op de laatste bladzijde vraagt de auteur zich af of de narwal ooit weer aan land zal komen om Land-Eenhoorn te worden: de Wederkomst. En zo hangt alles weer samen.

Of Tonke Dragt het allemaal zo bedoeld heeft weet ik niet, maar wij hebben in ieder geval een enige middag gehad. En we hebben er meteen een bezoekje aan de nagebouwde ark van Noach aan vastgeplakt. (’t Is niet zo duidelijk, maar die twee hoofdjes rechts van de eland zijn echt van Philip en Jet.)

Op de ark

*) F. Ledegang, Christelijke symboliek van dieren, planten en stenen. De Physiologus. , Kampen, 1994, blz. 38.
**) Hier staat nog een mooi stuk over ‘de bever’ uit de Middelnederlandse encyclopedie Der naturen bloeme van onze eigen Jacob van Maerlant. Maerlant baseerde zijn informatie ook op de bestiaria, hoewel bij hem de nadruk op ‘wetenschappelijk’ vlak ligt, en niet op het moralistische van het bestiarium. Het boekje is leesbaar uitgegeven in de Griffioenreeks onder de titel Het boek der natuur (red. Peter Burger en Frits van Oostrom), maar staat ook in zijn geheel hier op internet. Lees vooral ook het hoofdstuk over de mens.

Geen reacties meer mogelijk.