Strand
26 juli 2007
Je zou het vandaag niet zeggen, maar gisteren was het zalig op het strand. Het waaide stevig, maar er stond een verrukkelijk zonnetje en een Hollandse lucht waar Jacob van Ruisdael jaloers op zou zijn geweest. Met de benen in de branding en de haren in de wind zijn er weinig plaatsen zo heerlijk als de Nederlandse kust.
Cato vindt het ook altijd erg fijn. Doorgaans kletst ze graag mee met achtergrondgeluid: een monotoon soort ‘Haaaaa’ van subtiel tot oorlogssterkte. Maar op het strand valt ze helemaal stil. Dan is ze onder de indruk van de meeuwen, het geruis en de korreltjes onder haar blote voeten. Vorige keren graaide ze nog wat afwezig naast zich in het zand met ongecontroleerde handjes, maar gisteren heeft ze voor het eerst gericht strand gesmaakt.



Jumpin’ Jet Flash
15 juli 2007
Jet had ze al vaker gezien, de grote trampolines met elastieken erboven, en het had haar heel gaaf geleken. Vorige week mocht ze het een keer proberen, toen ze met John en Philip op het strand was. Na acht minuten non-stop huizenhoge sprongen wilde ze nog een keer. Vooruit dan maar. De uitbater vroeg haar of ze niet eens een salto wilde maken. Hij gaf haar wat aanwijzingen (voor de waaghalzen onder u: direct na het afzetten benen omhoog en kin tegen de borst) en Jet ging loss.
Gisteren mocht ze nog een keer airjumpen, en ik ging mee om haar te bewonderen.
Heempark
13 juli 2007
Vandaag zijn we weer op stap geweest met een gids van het IVN, Vereniging voor natuur- en milieueducatie. Sinds drie jaar gaan we met de lokale thuisonderwijsgroep eens per kwartaal met dezelfde gids het heempark in, om de wisseling der seizoenen aan den lijve te ondervinden.
De thema’s van onze bezoeken variëren; soms gaan we op zoek naar dierensporen of winterbloemetjes, in de herfst gaan we meestal paddestoelen zoeken. Omdat er bij het heempark ook een arboretum is, leren de kinderen de verschillende bomen aan hun blad of schors te herkennen. Onze vaste gids staat bol van de inspiratie en kennis; Philip en Jet zijn dol op haar. Omdat een thuisonderwijsgroepje altijd uit kinderen van uiteenlopende leeftijden bestaat, is het een kunst om de informatie zo te brengen dat het voor iedereen leuk en interessant is. Onze gids slaagt daar buitengewoon goed in en verzint telkens iets nieuws voor de kinderen om tijdens of na de wandeling te maken: pindaslingers voor de vogels, een kastanjespinnenweb, en bij de paddestoelentocht mogen ze inkt onder de hoed van de inktzwam vandaan halen en daarmee op berkenschors schrijven.
Vandaag gingen we slootje scheppen. Met schepnetten, emmers, loeppotjes en zoekkaarten liepen we net als afgelopen jaren het nabijgelegen weiland in om te ontdekken welk leven zich in de boerensloot ophoudt.

Na het scheppen determineren de kinderen met zoekkaarten hun beestjes en plantjes. Deze keer zaten er naast alle soorten larfjes, bootsmannetjes en stekelbaarsjes zowaar drie salamanders bij.

We hebben vandaag ook wat waterplantjes bijgeleerd met mooie Hollandse namen als moerasvergeet-mij-nietje, pijlkruid en heermoes: de ‘legoplant’, die uit verschillende schubjes bestaat die je in en uit elkaar kunt halen.

Geknipt voor u
11 juli 2007
Afgelopen week stond er een stukje in het FD over creativiteit.
‘Voor veel mensen is creativiteit nog steeds een talent, slechts weggelegd voor een select gezelschap van mensen. Niets is minder waar. We worden allemaal creatief geboren. Creativiteit is in eerste instantie niets anders dan het stellen van vragen. Dat hebben we allemaal als kind gedaan: Wat is dit? Waarom? Hoe werkt dit? Waar gaan we heen? We kunnen nog zulke vrije en creatieve ouders hebben, dat onbevangene gaat er in de loop der jaren vanaf. Scholen zijn in de praktijk plaatsen waar een mens meer afleert dan bijleert. Het schijnt dat we, als we hebben leren praten 65 vragen per dag stellen, en op het moment dat we met pensioen gaan is dat teruggelopen tot zes. Blijkbaar neemt onze creativiteit met de tijd af, en onze schroom om dom over te komen toe.
Jonge kinderen hebben ook nog het vermogen om niet voor de handliggende dingen te combineren. Dit is vermogen is een kenmerk van wereldberoemde ontwerpers, architecten en beeldend kunstenaars. Op een creativiteitscursus voor mensen uit het bedrijfsleven is het onmogelijke combineren een vast onderdeel en zo wordt dat vermogen weer moeizaam aangeleerd.’
Bron: Het Financieele Dagblad
Steun uit onverwachte hoek dus.

Familie
10 juli 2007
Zondag waren we bij verrassing langsgegaan bij mijn jarige tante. Zoals al mijn ooms en tantes zijn zij eindeloos gastvrij en zijn de familiebezoeken een weldadig bad van nostalgie en gezelligheid. En de traditie zet zich voor; mijn kinderen genieten ook altijd geweldig van die bijeenkomsten; ze worden overladen met aandacht en er is altijd wel iemand die met hen wil spelen. Het is alsof ik mezelf zie op die leeftijd.
Terwijl we aan de taart zaten, kwam S., de vriendin van mijn neefje, langs. Zij is paardrijjuf, had die middag de eerste prijs gewonnen met springwedstrijden en kwam met een grote trofee de tuin in. Omdat Jet haar adoratie niet onder stoelen of banken stak en niet meer van S.’ zijde week, stelde mijn neefje na de soep voor om haar een stukje te laten rijden in de manege waar S. lesgeeft. Zo togen we aan het begin van de avond naar een enorme, uitgestorven manege, met Jet van de spanning wiebelend achterin de auto. Ik dacht dat er misschien een kleine pony stond waar ze even op mocht zitten, maar deze manege bleek uitsluitend bevolkt door grote paarden. De eigenaresse van een van de liefste paarden werd van huis gebeld en kwam spoorslags (haha) met zadel en hoofdstel naar de manege. Terwijl alles in gereedheid gebracht werd, ging mijn neef met Jetje op zijn arm alle paarden en veulentjes af en kwam mijn hippische oom ook even langs om ervoor te zorgen dat alles zo veilig mogelijk verliep. Hieronder een sfeerimpressie van wat volgde.

Dit keer geen fietshelm.

Kosten noch moeite werden gespaard; het paard werd in zadel en hoofdstel gehesen om het zo echt mogelijk te maken.

Heel hoog en heel trots.
En in vol ornaat de bak in.

Toen ik na een paar rondjes het naderende einde aankondigde, wilde Jet het paard nog even laten droogstappen, omdat het wel bezweet zou zijn van de inspanningen.

Dat het het liefste paard van de manege was, bleek toen het zich gewillig door het smurfje met de te grote cap naar de afzadelplaats liet leiden.

Ik ben op dit moment een boek van Gordon Neufeld aan het lezen, waarin hardgemaakt wordt hoe belangrijk het is dat kinderen zich omringd weten door familie: mensen die van hen houden en die hen accepteren zoals ze zijn. Onze kinderen hebben het in dat opzicht erg getroffen. Het was hartverwarmend om te zien hoe zich zondag vijf volwassenen om mijn dochter heen schaarden zodat ze de middag van haar leven had.
Als uitsmijter wil ik je mijn inmiddels befaamde filmkunsten niet onthouden. Het is weer niet helemaal foutloos, met een paal door het beeld en een hotsend einde, maar ik mag toch wel zeggen dat er Jan de Bontse potentie in zit.
Beestjes
5 juli 2007
Als mensen weten dat je thuisonderwijs geeft, willen ze graag iets bijdragen. Soms is dat buitengewoon vervelend: mensen die je kind toetsen op zijn rekenkennis of het vragen een bepaald woord te spellen. Als het kind juist antwoordt, heeft de overhoorder het idee het onderwijs te hebben bevorderd. En als het kind onjuist antwoordt, grijpt de examinator zijn kans om flink uit te weiden over het onderwerp in kwestie. Voor het laatste geval, als de kinderen het antwoord schuldig blijven, heb ik hun een aantal antwoorden geleerd die zij naar believen kunnen toepassen. De kinderen kunnen:
a. vriendelijk maar beslist zeggen dat ze geen zin hebben om te antwoorden;
b. antwoorden: ‘Daar liggen mijn prioriteiten op dit moment niet’;
c. zeggen: ‘Sorry, dat weet ik niet. Maar zal ik een gedicht van K. Schippers voor u reciteren?’ (Of: ‘Maar weet u wie er in 1966 president van de Verenigde Staten was?’ Of: ‘Maar weet u door wie Floris de Vijfde vermoord is en kent u het liedje over zijn zoon?’)
Soms is het daarentegen ook heel erg leuk als iemand iets aan het onderwijs wil bijdragen. Zoals gisteren, toen de meester van ’s kinderens woensdagmiddagclub vroeg: ‘Heb jij hier nog iets aan voor je thuisschool?’ en een dode, prachtig opgedroogde wesp aanbood om onder de loep te nemen.

Dat ziet er heel mooi uit.

En je krijgt niet vaak de gelegenheid de angel te voelen zonder je te bezeren.

Omdat niets menselijks mij vreemd is en de pot de ketel verwijt, zal ik meteen maar bekennen dat ik het ook leuk vind om iets bij te dragen aan de educatie van schoolgaande kinderen. Vriendje D. (9) had vandaag een zogeheten margedag, een vrije dag die de school zo nu en dan uitdeelt. D. wilde zijn middag met ons doorbrengen en ik besloot naar de geitenboerderij te gaan. Geitjes gevoerd en geknuffeld, pasgeboren biggetjes geaaid, ponyritje gemaakt, geleerd dat moederkip heel hard kan pikken als je haar kuikentjes wilt aaien en het varkensdiner bijgewoond, waar we van de boer hoorden dat kaasboerderijen vaak een aantal varkens houden om de wei kwijt te kunnen die ze bij het kaasmaken overhouden. Terwijl hij op de terugweg een stukje boerenkaas wegpeuzelde zei D. dat hij zo wel vaker biologieles wilde hebben.
Kunstvormen
3 juli 2007
Een paar maanden geleden waren we bij een voorstelling van Lejo, de theatermaker die met zijn handen en twee oogbolletjes fascinerend toneel maakt, dat ook nog eens vreselijk grappig is.
Aan het einde kreeg iedereen een bouwplaat mee om zelf oogjes te maken. Na wat vingeroefeningen kon je thuis voorstellingen geven en dagenlang werden we getrakteerd op hilarische opvoeringen vanachter de bank. Vandaag vond Philip nog een vergeten bouwplaat in de kast.

Jet was ook in een artistieke bui. Met de magneetstaafjes bracht zij het volgende work of art voort, getiteld: De gevierkante driehoek:

Volgens Philip moest het ‘het gedriehoekte vierkant’ zijn, en daar was ik het wel mee eens. Maar Jet wilde er niets van weten. Artistieke vrijheid muss sein.

