Het riekt naar …
8 november 2009
Omdat sommige dingen in de loop der jaren alleen maar mooier worden.
Omdat er zo weinig liedjes over historische gebeurtenissen gaan.
Omdat de tekst na bijna dertig jaar nog steeds actueel is.
Omdat er genoeg stof in zit voor minstens een dag thuisonderwijs.
Omdat het morgen 61 jaar geleden is.
Omdat je er ook na duizend keer luisteren nog kippenvel van krijgt.
Daarom. Et rüsch noh Kristallnaach.
Omdat ik me kan voorstellen dat niet iedereen het Keuls vloeiend beheerst, staat hier een vertaling van de tekst.
Hoe doet ze het!
5 november 2009
‘Weet je, Jet’, zei Philip, ‘als je iets graag wilt, moet je er juist niet op hopen. Dan kan het alleen maar meevallen. Zoals nu, ik dénk dat er geen schone onderbroeken in mijn la liggen, maar ik ga toch even kijken.’

Er zijn mensen die niet begrijpen waarom ik er geen baan bij neem: ‘Wat doe je nou zo’n hele dag?’
Er zijn ook mensen die juist vragen hoe ik het voor elkaar krijg, thuisonderwijs geven en voorbereiden én een peuter én al die andere dingen die er bij iedereen dagelijks bij komen.
Ik kan u zeggen, sommige van die dingen schieten er weleens bij in.

Kinderboeken voor alle vakken
2 november 2009
Soms is het moeilijk om goede boeken te vinden bij bepaalde onderwerpen. Geschiedenis en aardrijkskunde zijn geen enkel probleem – om alle moois op dat gebied uit te lezen heb je drie levens nodig.
We zijn nu bijvoorbeeld bezig in Soldaat Wojtek van Bibi Dumon Tak, een waargebeurd geschiedenisverhaal uit de Tweede Wereldoorlog. En we moeten telkens even stoppen om tegen elkaar te zeggen hoe leuk het is.
Zó wil ik eigenlijk ook graag dat de kinderen biologie leren, natuurkunde of wiskunde.*) Op dat gebied is de literatuur toch wat dunner gezaaid. Maar ze is er wel.
Dietrich Grönemeyer schreef De kleine dokter. Daarin wordt de twaalfjarige Nanolino door een bijzondere machine verkleind en maakt hij een reis door het menselijk lichaam.

Hij leert over anatomie, organen en ziekten, medische technologie en ook over natuurlijke geneeswijzen. Dat laatste is niet altijd in mijn straatje (onder meer acupunctuur en ayurveda), maar alle alternatieven worden aangevoerd door de grootmoeder van Nanolino, zodat duidelijk is wat traditioneel en door de wetenschap aanvaard is. Genoeg gespreksstof, mooie illustraties en microscopische afbeeldingen van organen en weefsel. Bij de internetboekwinkel kun je hier een paar bladzijden van De kleine dokter lezen.
Naast de menselijke biologie is er natuurlijk ook veel over dieren te leren uit kinderboeken. Ik heb al eerder verwezen naar Midas Dekkers, bovenmeester van de biologieschool, maar ook Ruik eens wat ik zeg van (daar is ie weer) Jan Paul Schutten is een geweldig voorbeeld van hoe je van alles over planten en dieren te weten kunt komen zonder schoolboek.**)
En soms krijg je zomaar tips aangereikt van inspirerende mensen. Aan de hand van het boek Science Through Children’s Literature heeft thuisonderwijscollega H. een paar geweldige Nederlandse varianten gemaakt. Met de prentenboeken De spin die het te druk had en Een zaadje in de wind (beide van Eric Carle), doet zij mooie suggesties voor diverse bèta- en gammavakgebieden.
Zelfs wiskunde kan met literatuur. Deze Vlaamse collega vol goede ideeën liet het me zien:
uitgeverij Kluwer heeft met de serie Bolleboos zoiets geweldigs gemaakt. Wiskunde en Jules Verne. Phileas Fogg die zijn reis om de wereld in tachtig dagen maakt, en jij kunt uitrekenen hoe hij moet reizen, waar het mis kan gaan, hoe vaak hij de zon ziet opgaan. Het is een heuse lesmethode (en dus peperduur), maar wel eentje waarvan er meer gemaakt mogen worden.
Voor kinderen vanaf een jaar of elf die al een stevig wiskundefundamentje hebben: De reis om de wereld in 80 dagen. Hier en hier kun je het boek inzien – het lijkt twee keer dezelfde verwijzing, maar je kunt op beide links verschillende pagina’s bekijken.
Ten slotte kreeg ik van thuisonderwijscollega en bijna-buur V. een mooie rekenles aan de hand van Gullivers reizen. Helemaal gratis en hier te downloaden, gemaakt door een bevlogen leraar. Voor de wiskundereis met Phileas Fogg is beduidend meer rekenondergrond en -inzicht nodig, en deze Gulliver is leuk voor jongere kinderen, vanaf een jaar of acht.

———————-
*) In dit stukje heb ik iets gezegd over mijn keus voor het gebruik van kinderboeken in plaats van schoolmethodes. In het intro ‘Thuisonderwijs, zo zijn onze manieren’ staat daar nog meer over.
**) Zie boekenlijst onder ‘Biologie’ voor meer suggesties.
Hollen
27 oktober 2009

Het valt eigenlijk buiten mijn blogkader, maar met een beetje goede wil kun je wel een thuisonderwijslink leggen: het goede voorbeeld geven, mens sana in corpore sano, noem maar wat.
Het zit zo: ik loop hard. Niet van nature, maar als liefhebberij. Bijna anderhalf jaar geleden werd ik door vriendin M. met zachte dwang naar een hardloopgroepje gestuurd. Vriendin M. rende al jaren en vond het heerlijk. Ik rende al jaren niet meer en vond er geen zak aan. Maar ik had vage herinneringen aan het prettige gevoel dat je na het sporten hebt, een prozacje en oxazepammetje ineen, dus ik ging.
Het hardloopgroepje was geen succes. De eerste paar lessen is het fijn dat je niet de enige bent die hijgend als een molenpeerd de drie minuten volmaakt, maar eigenlijk ren ik liever in klein gezelschap. Dat wil zeggen: alleen. Of hooguit met z’n tweeën. Ik houd van de flexibiliteit, van mijn schoenen aantrekken wanneer ik dat wil, een ruiterpaadje nemen als ik daar zin in heb en het meditatieve van alleen hollen. Maar die meditatieve staat bereik ik pas als het rennen een beetje soepel gaat. Als je niet na vijf minuten vlekken begint te zien. Omdat ik dat stadium nog niet bereikt had, bleef het bij een halfslachtige poging.
Het laatste zetje kwam van dit blog, van een rennende moeder met vijf kinderen. Daar zag ik deze.
Sinds een halfjaar ren ik drie keer per week. Voor de goede orde: ik ben geen ranke gestalte met gazellebenen. Herinnert u zich Cato in een balletpakje? Dat ben ik. Meer koddig dan rank. Maar het fijne van hardlopen is, dat iedereen het kan. En hardlopers zijn leuke mensen, ze groeten altijd. De pezige oude man met een door zon en wind getaande huid, de hazewindrenner die je met zijn zevenmijlstred passeert, de andere koddige hardloopsters met rood hoofd en een paardenstaart op half zeven. Ik houd van dat decorum. Al dender je als een zwanger nijlpaard over de brug, als je je hand opsteekt naar een mederenner, ben je precies dát: een mederenner.
Er gaat niets boven buiten rennen. Ik heb het in de sportschool altijd raar gevonden dat ik op een loopband naar buiten keek naar waar ik had kúnnen lopen. In de herfstgeuren en -kleuren, in de zomerlucht en zelfs in de miezer en wind. Of in de winter, als de kou in je benen prikt. Als je terugkomt is je hoofd schoon.
Vaak ren ik zonder muziek, maar ik heb ook een persoonlijke trainer. Die heb ik aan het hardloopgroepje overgehouden. Het is een Vlaamse mevrouw die je op je mp3-speler kunt meenemen. Ze stippelt een programma uit, te beginnen bij het absolute nulpunt, en dan praat ze je in negen weken naar vijf kilometer. En in nog eens tien weken naar de tien. Ze zegt wanneer je mag wandelen, wanneer je een intervaltraining gaat doen of dat je nog twee minuten moet volhouden. Ondertussen draait ze muziek en roept: ‘Ik ben echt fier op je!’ en: ‘Je loopt al een pak harder dan vijf weken geleden!’
Omdat het hele programmabestand te groot is, heb ik van beide schema’s drie lessen online gezet. Als het je wat lijkt, dan kun je me een mail sturen en wijs ik je rest van de cursus. Onderstaande lessen kun je beluisteren door erop te klikken en je kunt ze opslaan door er met je rechter muisknop op te klikken en te kiezen voor ‘Doel opslaan als…’ (Save target as…).
Van 0 tot 5 km – les 1
Van 0 tot 5 km – les 2
Van 0 tot 5 km – les 3
Van 5 tot 10 km – les 1
Van 5 tot 10 km – les 2
Van 5 tot 10 km – les 3
Ook handig:
Prijzen
23 oktober 2009
Dit is Philip als de dingen tegenzitten. Als zijn walkietalkie stuk is en het lukt hem niet die te repareren. Als hij zich heeft voorgenomen dagelijks een stukje te schrijven en de writer’s block toeslaat. Of als hij iets wil opzoeken maar niet weet waar te beginnen en eigenlijk liever wacht totdat ik het voor hem doe. Bij Philip wil het glas nog weleens half leeg zijn. Dan lukt het hem niet zichzelf als Baron van Münchhausen aan zijn eigen haren uit het moeras te trekken en geeft hij liever op. ‘Dan niet.’
Dat wisten we al toen hij klein was, je kent je kind. En hoewel we niet bij iedere kleurplaat hosanna riepen, deed een zekere mate van aansporing en complimentering hem goed.
Maar een paar jaar geleden las ik Unconditional Parenting van Alfie Kohn. Als ik even kort door de bocht parafraseer, dan zegt Kohn dat kinderen het nodig hebben dat er onvoorwaardelijk van hen gehouden wordt. Daar zal niemand het mee oneens zijn. Vervolgens concludeert hij dat elke vorm van aansporen of prijzen door kinderen uitgelegd wordt als een voorbehoud. Als een ouder zegt: ‘Wat heb je dat goed gedaan’, dan interpreteren kinderen dat intuïtief als: ze accepteren me alleen maar omdát ik het goed gedaan heb. Ik moet hun liefde verdienen. Conclusie: als een kind je iets knaps laat zien, geef dan geen compliment, maar vraag of hij er zelf tevreden mee is. Geen geprijs meer.
Ik vond het plausibel klinken. Een tijdlang was ik tamelijk voorbeeldig in mijn niet-prijzen. Zo voorbeeldig dat Philip me na een paar maanden toebeet: ‘Waarom zeg je nou nooit meer dat je iets goed vindt?’ Dat was nadat ik de fase van ontwenning in ogenschouw had genomen.
Sindsdien juich ik hem gewoon weer toe als hij vastzit. En schrijf ik onder al zijn stukjes ‘Goed zo, bink’ of iets van die strekking. Daar groeit hij van en het geeft hem net dat zuchtje wind onder zijn vleugels dat hij nodig heeft om door te vliegen. Sommige mensen hebben wat meer externe motivatie nodig dan anderen. Juist van de mensen die onvoorwaardelijk van hen houden.
Mart
20 oktober 2009

En zo kom je met een blog onvermijdelijk in de terugkerende jaarcadans. Weer een verjaardag, weer een Not Back to School Party, weer een herfstwandeling. En weer een Haagse Kinderboekenmarkt.
Ik ging alleen met Jet. Philip zat in een legotrance. Uren per dag laveerde hij tussen zijn legoblokjes en de online instructieboekjes, zodat hij alle Star Warsvoertuigen kon maken die hij niet als bouwdoos heeft, maar waarvan hij de onderdelen in veelvoud bezit.

Het gegraas en geschraap behoorde al drie dagen tot een monotoon achtergrondgeluid in de woonkamer en Philip zag geen enkele reden om het te onderbreken. Jet daarentegen zat al helemaal klaar, met schoenen, jas en acht ponyboekjes om gesigneerd te worden.
Op de Kinderboekenmarkt waren heel wat schrijvers en illustrators die we vorig jaar niet gezien hadden: Ingrid en Dieter Schubert, Toon Tellegen, Charlotte Dematons (van dat fabelachtige Grimmboek en Sinterklaas) en Imme Dros en Harry Geelen – gran’ old Knight & Dame van de vaderlandse jeugdliteratuur. Janneke Schotveld liepen we jammer genoeg net mis – ik was juist zo benieuwd naar Mosha en de olifantenparade.
Jet had het erg naar haar zin. Rondkijken bij de kraampjes, voorleesoptredens bijwonen. Ze mocht zelfs even meezingen in de jazzy voorstelling ’Jacob wordt piloot’ van Karin Wartenbergh.

Maar ze was er natuurlijk vooral voor iemand anders. Gelukkig was het rustig toen we bij het kraampje van de Roskamboekjes aankwamen. Zo kwebbelig als Jet al die tijd geweest was, zo stil werd ze toen ze haar stapel boekjes overhandigde. Terwijl Vivian den Hollander en Saskia Halfmouw vreselijk aardig en belangstellend waren en weer alle tijd namen om de boekjes te tekenen, kon Jet alleen maar knikken en blozen van bewondering. Ze kreeg ponystickertjes, een ponykleurplaat en in ieder boekje een andere ponytekening met ‘Voor Jet!’ erbij. Ze kan er weer een heel jaar tegenaan.
Zoetje
17 oktober 2009
Het zoetje van de afgelopen tien dagen was Koekjes! van Ted van Lieshout en Sieb Posthuma, speciaal gemaakt voor de kinderboekenweek.
Het heeft alles wat een prentenboek moet hebben: platen om op te blijven kijken, een lekkere voorleescadans, een verrassinkje en ook nog een refrein voor de kinderen om mee te dreunen. Cato kwam wel een foutje tegen, gek genoeg voor zo’n verzorgd boek. Er verdwijnt namelijk iedere keer een koekje uit de trommel (en er komt telkens één dief bij), maar als er volgens het verhaal nog vier koekjes over zijn, staan er op het plaatje nog vijf. We houden het er maar op dat de bandieten het koekje nog in hun zak moesten steken. Verder niets dan lof: een aftelverhaal dat wat mij betreft nu al klassiek is. [Ingezonden mededeling: collega J. wees me op de verklaring die Sieb Posthuma zelf gegeven heeft over het onterechte vijfde koekje: hier kun je hem lezen. Raadsel opgelost!]
Mijn toetje op de kinderboekenweek is de allerfavorietste taart van Philip en Jet. Als uitzondering op de vorige recepten is deze noch snel, noch gezond, want met één puntje prik je al gauw het equivalent van een pakje boter weg en je raspt je een breuk aan de limoenschillen. Maar lekker dat ie is! Niet smokkelen met het recept: alle limoenen en hun sap gebruiken. Echt, de gesuikerde blikjesmelk maakt alles goed.
** Limoentaart **

Ingrediënten:
• 375 gram digestive biscuits (te koop bij elke supermarkt)
• 200 gram ongezouten (gras)boter
• 8 limoenen
• een blikje (397 gram) gezoete gecondenseerde melk
• 580 ml ongeklopte slagroom
• springvorm ø 24 cm
Verkruimel de biscuitjes, dat kan met de hand of in de keukenmachine. Het is wel lekker als er nog wat ‘beet’ in zit, dus niet tot gruis vermalen. Smelt de boter in een pannetje en roer, als het vloeibaar is, de biscuitkruimels er door.
Druk het boter-biscuitmengsel in de springvorm en zet in de koelkast totdat je klaar bent met de limoenvulling.
Rasp de schil van de limoenen en bewaar die even apart. Pers de limoenen uit en giet het sap in een grote kom met de slagroom en de gecondenseerde melk. Klop met een mixer, 2 minuten lang op de hoogste stand.
Spatel de limoenschilletjes erdoor. Giet het hele mengsel in de springvorm op de koekjesbodem.
Laat minimaal 2 uur opstijven in de koelkast, maar het beste kun je het ’s avonds maken en de hele nacht laten koelen.
———————
P.S. Van gecondenseerde melk kun je ook heerlijke karamel maken: dulce de leche. Zet een blikje ongeopend in een pan water. Breng het water aan de kook, deksel op de pan en temper het vuur. Laat 1 uur en 15 minuten zachtjes koken. Zorg dat het blikje onder water blijft staan en laat de pan niet droogkoken, want dan kan het blikje ontploffen. Laat afkoelen voordat je het opent en schep de karamel in een luchtdichte pot om te bewaren.
Het resultaat is een soort vloeibare Werther’s Echte. Onwijs lekker in dunne sliertjes door roomijs, op pannenkoeken of zo met je vinger.
